Yoga – Oosterse mystiek overspoelt westerse nuchterheid

Yoga, wat denkt u ervan? U kunt wel zeggen of u vóór of tegen is, maar is dit dan wel een goed gefundeerde mening? De vraag is namelijk: wat is yoga nu precies? Veel westerlingen zullen zeggen dat yoga een veredelde vorm van gymnastiek is. Anderen gaan een stapje verder en zien er een heilzame therapie in voor hen, die met lichamelijk of psychische problemen tobben. Ook zijn er mensen die er een bepaalde levenswijze in zien, die gecombineerd wordt met een stringente voedingswijze (enkel nuttigen van macrobiotisch en biologisch dynamisch gekweekt voedsel, geen vlees, geen alcohol, geen tabak, enz.). Hoewel niet iedereen op dit gebied even ver gaat, staat de beoefenaars van yoga allen hetzelfde voor ogen: gezondheid en vrijheid. Een mooi streven. Een andere vraag die echter gesteld moet worden is: heeft yoga nu wel of niet met religie te maken? Ook op deze vraag worden tegenstrijdige antwoorden gegeven. En alweer is er die kernvraag: wat is yoga nu precies?

Ontdekking van het Ik?

De eerste indruk die yoga geeft is ronduit gunstig te noemen. Velen beweren dat zij door yoga rustiger zijn geworden of zich lichamelijk fitter zijn gaan voelen. Zelfs medici onderkennen dit en het is dan ook geen uitzondering meer wanneer een arts een patiënt aanraadt om ‘maar eens wat aan yoga te gaan doen’. Als pil en poeder falen, kun je het altijd nog ergens anders halen. Yoga wordt het dus. Kerkelijk of onkerkelijk, gelovig of ongelovig, zonder argwaan betreedt men dit gebied. Men is er trouwens snel genoeg aan gewend. En dan kunnen al gauw de eerste vruchten geplukt worden. Ja, warempel, het werkt! 

Toch moeten sommigen wel even wennen, want het blijft toch niet alleen maar beperkt tot het natuurlijke, het lichamelijke. Een beetje vreemd zijn die ‘gymnastieklessen’ toch nog wel, want de leerling wordt erop gewezen dat de ‘zegeningen’ van yoga niet zomaar tot hem komen. Die komen ergens vandaan. De oefeningen (zegt men) leiden tot de ontdekking van het Ik en tot de mogelijkheden die dit Ik biedt, mogelijkheden, die tot nu toe ongebruikt zijn gebleven. Men houdt zich dus bezig met iets wat niet zichtbaar is. Het oefenprogramma beweegt zich niet alleen op het terrein van het lichamelijke, maar ook op het geestelijke vlak.

Het woord ‘yoga’ op zichzelf is een vaag begrip. Het is een verzamelnaam; er zijn namelijk enorm veel soorten yoga, hoewel in ons land slechts een beperkt aantal beoefend worden. Voornamelijk gaat het hier om Hathayoga, dat leidt tot bewustmaking van de lichaamskrachten. Hoewel geografisch niet precies te bepalen is, ligt de bakermat van de yoga in India. Oosterse wijzen onderzochten al eeuwen geleden de vraag wie en wat de mens is en wat de zin van het leven is. Zij stelden uiteindelijk een leer vast, die maar één doel voor ogen heeft: de mens te verlossen uit de kerker van zijn lichamelijke beperktheid en hem te brengen tot volkomen ‘Verlichting’. Dit is de leer van de yoga.

’Kosmische kracht….’

Aangezien yoga afkomstig is uit India, is zij logischerwijze nauw verbonden aan de leef- en denkwereld van het volk van India. En doordat een groot deel van dit volk doordrenkt is met het hindoeïsme, is het duidelijk dat bepaalde facetten daarvan zijn doorgedrongen in de verschillende vormen van yoga. Toch kan yoga niet een religie genoemd worden; het is meer een heilstechniek met geestelijke invloeden. Door nauwgezet de voorgeschreven lichaamshoudingen aan te nemen en de ademhalingsoefeningen te doen, worden er door meditatie en contemplatie onzienlijke dingen naar boven geroepen. Niet alleen worden innerlijke krachten losgewoeld, maar meer nog is het een zich openstellen voor het ontvangen van een ‘kosmische kracht’, de ‘prana’. Een van de definities die hiervan gegeven wordt luidt:

  • ‘prana, levenskracht, de geheimzinnige kracht in ons en in het heelal, die het leven oproept. De Indiër gelooft haar door ademhalingen in het lichaam te kunnen concentreren en daarom noemt hij deze: pranayama (beheersing der kracht)’.

In het boek ‘Yoga, Wegen ter bevrijding’, door I.M. Spath lezen wij het volgende:

  • ‘Het woord yoga heeft dezelfde stam als ons woord juk. Het betekent een verbinding; en met deze verbinding is, zoals in het begrip religio, een weder-verbinding met onze goddelijke oorsprong bedoeld, met de transcendentie. Welke zijn echter de eigenschappen, die we aan de Almacht, die we God noemen, toeschrijven en naar wiens evenbeeld we ons moeten ontwikkelen? Wij stellen ons Hem voor: eeuwig, alomtegenwoordig en vrij, dat wil zeggen, Hij is niet aan die banden gebonden, die ons stervelingen altijd weer terugtrekken in de materie en ons verhinderen, dat te verwerkelijken, wat wij willen. Maar volgens de zienswijze der Indiërs en volgens de ervaringen der heiligen is er een bewustzijnstrap, die boven die grenzen uit voert. Yoga leert ons die te bereiken. De schrijvers van de Veda’s onderscheiden vier graden van bewustzijn:
  1. een slapend bewustzijn, dat ze de plant toekennen;
  2. een instinctief bewustzijn, dat het dier eigen is;
  3. een ik-bewustzijn, gegrond op begrippen en logisch denken;
  4. een kosmisch bewustzijn, die de boven mens, het genie, de halfgod kenmerkt.’

Doorwerking van de kracht

De ‘techniek’ van yoga wil dat men in eerste instantie – zonder haast – houdingen (zogenaamde asana’s) overneemt. Hierbij neemt het lichaam een voorgeschreven stand aan, wat samengaat met een bepaald ritme van inademen, adem vasthouden en uitademen. Deze lichaamsstand dient een zekere tijd te worden aangehouden, waarna men uiterst langzaam weer tot de beginstand terugkeert. Daarna volgt een totale ontspanning, die net zo veel tijd vraagt als de asana heeft geduurd.

Er zijn verschillende asana ‘s, die ieder voor zich een naam hebben, zoals bijvoorbeeld: kaarshouding, vishouding, cobrahouding, enzovoort. Ieder van deze houdingen wordt geacht invloed uit te oefenen op een of meerdere lichaamsdelen, evenals op bepaalde organen en klieren en op zenuwcentra. Vooral de ademhaling is in de yoga een uitermate belangrijk element; zij heeft alles te maken met het ‘opnemen en doorstromen van de levenskracht, de prana’.

Wie geleerd heeft de prana te beheersen, wordt machtig, kan kracht uitstralen en is in staat zieken te genezen(!). Om deze staat te bereiken, moet de leerling trouw zijn ademhalingsoefeningen, lichaamshoudingen en aan meditatie doen. Op deze manier ademt de yogi niet alleen lucht in, maar ook ‘pranische energie’. Zo wordt het geleerd, geloofd en vaak ook belééfd.

Volgens de oosterse wijsheid heeft heel het leven in het universum te maken met polariteit en is de oorzaak van bijvoorbeeld ziekte te vinden in het verstoord raken van het evenwicht daarvan. Dat zien we bij acupunctuur, waar men een verbinding tracht te leggen tussen ‘yang’ en ‘yin’. Daardoor zou de positieve, genezende kracht zich spoeden naar de negatieve plaats die daarom verlegen is.

Iets dergelijks zien we ook bij yoga. Een van beide polen bij de mens (de positieve) is gesitueerd in het bovenste deel van het hoofd, vlak onder de schedel; de andere (negatieve) pool bevindt zich in de buurt van het staartbeen. De bovenste pool zou de verblijfplaats zijn van de god Vishnoe (of Geest), de onderste pool ziet men als het domicilie van Kundalini (de godin Natuur). Deze laatste stelt men zich voor als een opgerolde slang, die door yogaoefeningen gewekt wordt, waarna zij zich opricht en zich door een kanaal in het ruggenmerg opwaarts begeeft. Beginnend bij de onderste wervel, stijgt Kundalini naar haar Meester Vishnoe, opdat zij zich uiteindelijk met hem verenigen kan. Terwijl Kundalini opstijgt doorstroomt zij verschillende zenuwcentra (chakra’s) met haar levenskracht en wekt in de yogi lichamelijke en geestelijke ervaringen op. In het boek ‘Yoga? – Nooit!’, door Maurice Ray lezen we hier het volgende over:

  • ‘Het hoogste doel van de yogaoefeningen bestaat er dus in, de negatieve pool te doen ontwaken en de energie die daardoor vrijkomt naar de positieve pool te sturen. De weg die hiervoor wordt afgelegd, bestaat uit twaalf etappes. Langs de wervelkolom zouden er twaalf condensators van energie (zeven van primair en vijf van secundair belang), ‘chakra’s’ genoemd, verspreid liggen. Deze vormen tegelijk evenveel antennes die de levenskracht opvangen en aan het hele organisme doorgeven. Door concentratie en bewustzijnsbeheersing stijgt de in beweging gebrachte Kundalini naar de volgende chakra. Telkens als deze opklimming vordert, doet het bewustzijn een nieuwe stap in de richting van de ontdekking van het Ik. Eens bereikt, opent elk van die chakra’s voor de yogi een nieuwe bewustzijn-toestand. Op die manier gaat hij geleidelijk overeen aantal vermogens beschikken, zoals helderziendheid, gedachten lezen, het krijgen van visioenen, beheersing van verleden, heden en toekomst en andere occulte krachten. Deze innerlijke verheffing, deze opklimming van het ene centrum naar het andere, tot het hoogste, leidt naar de lang gezochte gelukzaligheid, de extase, de staat van volheid en volmaaktheid. Dat is het hoogste doel, waarbij het individuele bewustzijn oplost en één wordt met het BOVEN-IK, God’.

In ‘hogere’ sferen

I.M. Spath merkt het volgende op:

  • ‘Veel intensiever en verrassender is echter de ervaring, die met het opwekken van de mulad-hara-chakra (de eerste in de reeks) gepaard gaat. Het hele geteelde leven rolt zich als een bliksemschicht voor het innerlijk oog van de oefenende af, ongeveer op de wijze, waarop verteld wordt van hen, die bijna verdronken zijn. Daar bovenuit worden echter nog andere levens beleefd en worden wezens zichtbaar, die we in dit leven nooit hebben kunnen waarnemen. Daar leven nog de draak en gestalten van een wereld die al lang vergaan is.’

En enkele regels verder vervolgt hij:

  • ‘Het gevaar bij Hatha-Yoga is natuurlijk dit, dat deze bewustmaking niet zoals in de psychoanalyse stuk voor stuk onder controle van de leidende arts tot stand komt, maar dat ze plotseling als een geweldige vulkaaneruptie over de oefenende losbreekt. Zeker schuilt hierin een van de redenen, waarom tegen deze oefeningen zonder de leiding van een ervaren gids, een guru, zo uitdrukkelijk gewaarschuwd wordt.’

Het gaat hier eigenlijk helemaal niet om natuurlijke dingen, hoewel het lichaam er bij wordt ingeschakeld. Maar in feite gaat het bij yoga om de geest en de ziel van de mens. Je komt erdoor in een ‘hogere’ wereld terecht: de wereld van de geesten. Er wordt gezegd dat de mens een cel is in een groot organisme en dat hij met zijn wel en wee deelneemt aan het wel en wee van het geheel, de kosmos.

  • ‘Zijn afhankelijkheid van en zijn horen bij hogere machten, die de gehele natuur en daardoor ook hem regeren, moet hij leren erkennen en hij moet met deze machten, die tot dusver onbewust in hem en door hem heersten, in verbinding treden en zich bewust in hun dienst stellen…’.

Men moet zich dus openstellen voor onzienlijke machten en zich aan hen onderwerpen. Pas dan zou de ware bevrijding komen. Dit doet ons denken aan de verzoeking van Jezus in de woestijn, waar Hij de duivel hoort zeggen: ‘Dit alles (al de koninkrijken van de aarde) zal ik U geven, als U zich neerwerpt en mij aanbidt’.

Wat gebeurt er, wanneer iemand erin slaagt om verschillende ‘chakra ‘s’ tot leven te wekken. I.M. Spath zegt er dit over:

  • ‘Met geheelmaking en afronding van zijn persoonlijkheid stijgt het gevoel van de yogi tot kosmische wijdte en het schouwen wordt in hem opgewekt. Er wordt gezegd dat hij nu in staat is, met afgestorvenen in contact te komen. De visioenen overvallen hem niet meer, zoals bij de opwekking van de mudhara-chakra, maar hij roept ze zelf op. Het is niet meer de wereld van zijn eigen onderbewustzijn, waarmee hij in verbinding treedt, maar de boven tijdelijke en boven-ruimtelijke wereld van het bovenbewuste.’

Wie kennis heeft van de geestelijke wereld, onderkent wat hier in wezen aan de hand is. Waar de kerken de eeuwen door niet in slaagden, lukt het nu de oosterling om de westerse mens de onzienlijke wereld te doen betreden. Deze stelt zich open voor ‘kosmische ervaringen’ en gelooft dat hij een eeuwig deel van het universum uitmaakt. Wat een geraffineerde imitatie van de werkelijkheid!

Inderdaad, God wil dat wij ons bewust worden dat wij meer zijn dan enkel een lichaam; Hij wil dat wij niet enkel aandacht hebben voor de natuurlijke, zichtbare dingen. God wil dat wij ons openstellen voor het Koninkrijk der hemelen, dat wij gééstelijke mensen worden, verbonden met de eeuwige Bron van het leven: God zelf. Met yoga kom je weliswaar ook in de geestelijke wereld terecht, maar precies aan de verkeerde kant!

Welke god?

Hoezeer we hier te maken hebben met zaken die een vertekend beeld geven van de waarheid merken we ook uit het volgende:

  • ‘De yogi beweert dus, dat via de vishudda-chakra (de vijfde van de te doorlopen stadia) de kosmische wil op hem inwerkt. Hier maakt de macht van de rede zich meester van hem; hij wordt profeet en voelt zich gedreven om over zijn innerlijke belevenissen te spreken. Hij kan nog slechts van God spreken en zijn mond vloeit over van heilige woorden in een taal, die tot het hart gaat, in de godvervulde taal. Dat schijnt het verschijnsel te zijn, dat bij de uitstorting van de Heilige Geest optrad’.

Hoe kan men blijven beweren dat het niets met religie te maken heeft? Denk aan een uitspraak van Jean Déchanet, een r.k. priester, die zich helemaal gewonnen heeft gegeven aan yoga. In één van zijn, boeken over dit onderwerp schrijft hij:

  • ‘Yoga is gunstig voor de aanbidding, voor het naderen tot God, voor het persoonlijke contact met de goddelijke Personen’. 

De man zal wel gelijk hebben, wanneer hij beweert dat hij hierdoor in contact komt met (zijn) god, maar dit is dan beslist niet de Ene en Waarachtige God, die ons vanuit de Schriften tegemoet komt. Deze priester vergist zich op een verschrikkelijke manier. En velen met hem.

Waar kom je terecht?

Dat het niet alleen maar een zaak van het natuurlijke is, zien wij ook uit het feit dat bij yoga het toepassen van een zogenaamde mantra gebruikelijk is. Een mantra is een ‘heilige spreuk’, bestaande uit enkele woorden of soms zelfs maar uit één enkele lettergreep. Zo wordt bij yoga het gebruik gepropageerd van de mantra ‘om’ (of ‘aum’). Volgens vele filosofen is uit dit woord alles ontstaan (‘het geluid is de bron van al het bestaande’). Deze klank wordt ook aangeduid als ‘innerlijk geluid’, ‘stem des hemels’, ‘stem van de ziel’, etc. Hoewel bij ons nuchtere westerlingen de toepassing van dit woord op bijgeloof duidt, wordt niettemin met klem aanbevolen om deze aversie te overwinnen. Er wordt beweerd dat het veelvuldig uitspreken van deze klank de beoefenaar zowel lichamelijk als psychisch tot nut is, mits men het op de juiste wijze doet. Men wordt opgeroepen dit woord onbevooroordeeld toe te passen, omdat zij zeer heilzaam zou zijn. Het advies luidt:

  • ‘Herhaal het woord OM vele malen in de loop van de dag in de stilte van uw denken en u zult de kalmte en vrede voelen, die het u brengt.’ 

Iets dergelijks zien we ook in de cultus van de Hare Krishna, waar men ook dagelijks een (uitgebreidere) mantra pleegt te ‘chanten’ en deze bijna eindeloos herhaalt; ook bij de Transcendente Meditatie kent men de mantra. De boeddhist doet iets dergelijks door middel van zijn gebedsmolen of zegt zijn formuliergebeden met behulp van zijn kralenketting (rozenkrans). Dat je op deze manier de natuurlijke wereld verlaat, is toch zonneklaar. De vraag is nu: waar kom je dan terecht? J. Tondrieau schrijft in ‘Blijf jong door yoga’:

  • ‘Yoga is wel geen bepaalde religievorm, verre van dat, maar de godsdienstige opvattingen van de Hindoes geven aan bepaalde oefeningen een zekere kleurenbetekenis, terwijl zij voor de Europeaan geen enkele diepe zin hebben. Maar desondanks komen de Indische religieuze karaktertrekken aan bod: men spreekt over de kracht van binnenuit, legt ‘hatha’ uit als de vereniging van positief en negatief, men vertelt dat het enkele maanden duurt voor men zich aan diepe meditatie kan overgeven, men noemt de hatha-yoga de voorbereiding op de raja-yoga, die men omschrijft als streven naar de eenheid met God, men heeft het over betere kontakten met het hogere dank zij yoga en men heeft het over energiebronnen buiten zichzelf.’

Eén ding is duidelijk: voor yoga heb je GELOOF nodig. Bij normale gymnastiek is het gezond wanneer je bepaalde spieren spant en ontspant. Door hier voorzichtig mee te beginnen en gaandeweg het tempo op te voeren en het aantal oefeningen uit te breiden, krijg je op den duur een beter ontwikkeld lichaam. Als je echter bij yoga een van de voorgeschreven houdingen aanneemt en deze langere tijd aanhoudt, moet je daarbij ook je ‘geloof’ inschakelen. Geloof dat: je hiermee bereikt wat je beloofd is, iets wat je niet door logisch redeneren kunt vatten. Je wacht op het ontwaken van iets wat je niet ziet; je stelt je open voor de werkingen die vanuit ‘de kosmos’ tot je komen. En daarmee ben je in feite bezig met de onzienlijke wereld.

Wie yoga beoefent, treedt (bewust of onbewust) in contact met de wereld van de geesten. Die werkingen die men door yoga ontvangt, zijn dan ook beslist geen suggestie. Heel reëel ervaart men krachten die men tot dusver niet kende. Men kan dan wel spreken van ‘kosmische energie’, het is in wezen kracht uit het rijk van de duisternis. De duivel wil er alles aan doen om de mens te ‘belonen’ wanneer deze op de occulte toer gaat. Yoga is een van de vangarmen waarmee de misleider aller tijden om zich heen graait, op zoek naar slachtoffers. Of dacht u dat al die mensen die zulke ‘fijne’ ervaringen met yoga hebben daar op den duur zonder (geestelijke) kleerscheuren van afkomen? Vergeet het maar; zij raken besmet en zullen daar vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd krijgen. Je kunt je nooit ongestraft begeven op een terrein waar de satan heer en meester is.

De conclusie

Wij concluderen dat yoga inderdaad een reële mogelijkheid is om krachten in werking te stellen. Krachten die de mens losmaken van zijn natuurlijke beperktheden en hem tot ‘zelfverwerkelijking’ brengen. Door yoga leert de mens in verbinding te komen met een wereld buiten het zichtbare – ‘kosmos’ of ‘universum’ genoemd. Hij moet zich bewust worden dat hij daar eeuwig deel van uitmaakt en dient daar voortdurend mee bezig te zijn. Wie zich zo overgeeft, zegt men, komt tot ‘verlichting’ of ‘bevrijding’. Hij kan dan het niveau bereiken van de oosterse yogi, die ver boven het aardse weet uit te rijzen en een toonbeeld van ‘rust’ is. Zo iemand stroomt over van ‘prana’ (levenskracht) en kan anderen (als goeroe) helpen ditzelfde te bereiken! Zo wordt dit alles aan de man gebracht.

Yoga is een geraffineerde imitatie van de waarheid. Dit streven loopt namelijk een heel eind parallel met de boodschap van Jezus over het koninkrijk der hemelen. Met dit verschil, dat alleen Jezus de echte waarheid bracht. Er is maar één manier voor de mens om los te komen van zijn natuurlijke beperktheden en een werkelijk vrij mens te worden.

Jezus wel bekend, maar als een ‘historisch randfiguur’

De eerste stap daartoe is: verzoend worden met God, de Almachtige. De mens is immers door zijn zonde en ongehoorzaamheid van God vervreemd geraakt. Deze verzoening kan alleen plaatsvinden door het geloof in Jezus Christus en door persoonlijke overgave aan Hem. Hoewel Jezus in yogakringen zonder meer geaccepteerd wordt, geldt dit alleen maar voor de historische figuur van Jezus als (een) profeet. Over de noodzaak en mogelijkheid van verzoening door Jezus Christus wordt niet gesproken. Het hindoeïsme, waar yoga uit voortkomt, bewandelt andere wegen, waar Jezus geen zeggenschap heeft.

Ten tweede zal een wedergeboren christen bidden om de doop met Heilige Geest, die voor hem de enige ware levenskracht betekent. Geestgedoopte christenen weten dat Gods Geest in hen een kracht is ‘die bij machte is oneindig veel meer in hen te doen dan zij bidden of beseffen’ (Ef.3:20). Niet door lichaamshoudingen, meditatie of ademhalingsoefeningen wordt deze kracht openbaar. De Heilige Geest werkt alleen waar men zich richt op het Woord van God en zijn goddelijk plan nastreeft: ‘de mens Gods, tot alle goed werk volkomen toegerust’ (2 Tim.3:17). Zo komen wij in de ware vrijheid te staan en beantwoorden wij aan het doel dat de Schepper met de mens voorheeft.

Het hindoeïsme noch welke andere oosterse stroming kan waarachtig geluk bieden. Yoga dus ook niet. Wie er anders over denkt, is geestelijk verblind en stelt zich onder de macht van satan, die zich als een vriend voordoet, maar er in werkelijkheid op uit is om de mens tot een gebondene te maken. Depressiviteit en zwaarmoedigheid zijn enkele van de minste gevolgen die dit ‘verbond’ zal opleveren. Terecht zegt de Spreukendichter:

  • ‘Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood’ (Spr.14:12).

De Bijbel leert dat de duivel zich voordoet als een ‘engel van het licht’, met de bedoeling de mens te verleiden. Welnu, yoga is een van zijn succesrijkste middelen. Het lijkt ‘licht’ te brengen, maar het voert de mens die erin trapt, naar de duisternis. De ware christen zal zich niet door alle succesverhalen over yoga laten misleiden. Maar als hij dat dan toch gedaan heeft? Laat hij (of zij) zich zonder te wachten bekeren en zich in Jezus’ naam laten bevrijden van de occulte besmetting, die hij hierdoor heeft opgelopen.

Onze inzichten bevestigd!

Deze bestudering van yoga heeft voor ons persoonlijk ook nog een positief element opgeleverd. Door alles wat wij erover lazen zijn wij meer dan ooit overtuigd geraakt van de realiteit van de onzienlijke wereld. Er IS een rijk van de duisternis en het wérkt. Velen juichen over de ‘wonderen’ die zij uit die hoek ervaren. Heerlijker is het echter te weten dat er in die hemelse gewesten een rijk van het licht is: het Koninkrijk van God. En dat werkt ook. En hoe! Wie van daaruit gezegend wordt, ontvangt échte, blijvende zegen en hoeft niet te vrezen er later dubbel voor te moeten terugbetalen. God is liefde, God is goed. Door Jezus Christus (en door niemand anders) schenkt Hij ‘het goede, welgevallige en volkomene’ (Rom.12:2). Hij heeft enkel het goede met de mens voor. Laten wij ons dan ver houden van het ‘juk’ van de yoga, zodat wij kunnen leven in de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgekocht!