3. Oosterse godsdiensten van belang voor de eindtijd?

Erhard Seminars Training

Erhard Seminars Training (EST) is een krachtenmengsel van Zen, Scientology en Esalen-technieken. Deze cursussen worden gekenmerkt door lange bijeenkomsten tijdens twee opeenvolgende weekends van twee dagen, die per dag 14 tot 18 uur duren. De oprichter en goeroe van Est is Werner Erhard. Deze leidde zijn eerste trainingscursus in San Francisco in oktober 1971. In 1977 beweerde Est meer dan 90.000 geslaagden te hebben, die hun studie voltooid hadden. Er zijn verschillende opleiders, een gezelschap van helpers en een schare vrijwilligers die Erhard bijstaan. Sommige van zijn lezingen zijn met beeldmateriaal opgenomen, zodat deze charismatische leider nog steeds contact onderhoudt met groepen geslaagde cursisten. Omdat EST de nadruk erop legt, dat het een ‘ervaring’ schenkt, heeft Werner niets voor publicatie beschikbaar gesteld. Men komt er meer van te weten door eigen belevenis of door verslagen van leerlingen.

Zo’n cursist wordt in een hotelzaal met 249 anderen zo’n 18 uur per dag opgesloten. Hij ondergaat dan vier dagen van intense oefeningen in lijdzaamheid. Hij wordt beledigd, bijvoorbeeld: Je kunt het leven niet aan en daarom ben je hier. Zijn overtuiging wordt ondermijnd. Geloof in God is de grootste barrière om tot de universele God te komen. EST zet alle vroegere opvattingen op losse schroeven, vooral de christelijke levensbeschouwing. Tenslotte gaat de cursist door de knieën en stemt toe, wanneer de leider hem toeschreeuwt: ‘Zie je nu wel, dat het alles maar een illusie is. Er bestaat geen objectieve werkelijkheid. Wanneer alles een droombeeld is, ben je vrij om je eigen illusie te kiezen en hierdoor beheers je jouw wereld’.

Erhard beweert dat een persoon zich in een meditatieve wereld, die hij ‘jouw ruimte’ noemt, moet laten voortbewegen. In deze onzienlijke ruimte is hij vrij om eigen realiteit te beleven. Hij is dan ver verwijderd van de directe zintuiglijke prikkels uit zijn omgeving en wordt er niet meer door gestoord. Lang durende lezingen voorzien de EST-cursist van de ‘tijdstippen’ dat hij de werkelijkheid en de waarheid ervaart. Desniettemin geeft Erhard toe dat alle mensen leugenaars zijn. Zelf merkt hij op:

  • ‘Ik geef er niet om dat ik een oplichter word genoemd, zolang men dan maar het inzicht heeft, dat men er zelf ook een is’.

Conclusie

Opnieuw wordt ons ‘de kennis van goed en kwaad’ aangeboden en omdat zij de Ware Weg verachtten, hebben veel christenen op andere wegen een scala van geestelijke ervaringen beleefd. De macht met wie zij in aanraking kwamen, kent echter geen onderscheid tussen recht en onrecht, tussen goed en kwaad. De Bijbel wijst echter duidelijk de verschillen aan tussen de macht van het Licht en de overste van de duisternis. De machten worden openbaar in de kinderen van het licht of die van de duisternis. Het christendom kent geen dichotomie, dat is een scherp gescheiden tweedeling tussen een absolute geestelijke macht en de stoffelijke sfeer, die dus twee geheel verschillende vormen van bestaan zouden zijn, die elkaar niet raken. De Bijbel leert dat goed en kwaad hun oorsprong vinden in de geestelijke wereld en in de natuurlijke wereld worden gemanifesteerd. Jezus beriep zich erop dat Hij alleen het Koninkrijk van God vertegenwoordigde. Hij is alleen de weg tot God. Dit houdt niet in, dat er dan verder geen omgang met andere machten of goden buiten Hem mogelijk zou zijn. Paulus schreef:

  • ‘Ook al zijn er zogenaamde goden in de hemel of op aarde en zo zijn er immers heel wat goden en heren, wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven’ (1 Cor.8:5,6).

‘Het Woord is vlees geworden’ wil zeggen, dat woorden van God in een leer zijn gekristalliseerd en in een praktische levenswandel geopenbaard zijn in Zijn Zoon, de mens Jezus Christus. Daarom is het onmogelijk om de expressie van het ware christendom van zijn oorspronkelijke gedachte te scheiden of haar te substitueren (vervangen) in een andere wijze van uitdrukking. Hoewel een aangepast christendom wel de bekende en vertrouwde klanken behouden wil, zal het toch zijn oorspronkelijke bedoeling en daarmee ook zijn kracht verliezen. Desondanks heeft het christendom een plaats voor ervaringen, want een eenvoudig en absoluut vertrouwen in het Woord van God is de garantie voor een krachtige inwerking van Gods Heilige Geest.

Naschrift

Bij het behandelen van deze scriptie rees bij mij de vraag: is deze invasie van oosterse godsdiensten ook voor onze eindtijdvisie van belang? Het antwoord is, dat zij een wezenlijk onderdeel ervan vormt. Wij weten immers dat de antichrist met zijn volgelingen de onzienlijke wereld binnendringt. God laat toe dat de macht die voortkomt uit de afgevallen kerk, ‘de schatten krijgt van de duisternis.’ Er is immers sprake van bedrieglijke wonderen, van tekens en van krachten.

De mensen in Babel drongen – Genesis 6 – de hemelse gewesten binnen, toen eensgezinde torenbouwers contact hadden gekregen met de duistere geestenwereld. God zei toen: ‘Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen, voor hen onuitvoerbaar zijn’. Zij gingen niet door de poort en over de smalle weg binnen, maar klommen van elders in. God belette verdere voortgang door de spraak van de indringers te verwarren, zodat de geestenwereld onderling werd verdeeld. God miste immers een strijdbaar mensenleger, dat in staat zou zijn om met hulp van de heilige engelen de indringers te overwinnen. In de eindtijd zal echter het verlossingsleger klaar staan. Er ontwikkelt zich immers door de doop in Heilige Geest en door de kennis van de onzienlijke wereld een nieuwe generatie.

Wij leven in de tijd dat de duivel bezig is, maar God ook. Beiden manifesteren hun kracht en macht in hun legers. In Openbaring 17:12 wordt erop gewezen dat de tien horens of tien koningen uit de geestelijke wereld, tijdens één uur macht ontvangen met het beest uit de afgrond dat zich in de antichrist heeft geïncorporeerd. In Openbaring 16:12 wordt vermeld dat de Eufraat zal opdrogen, zodat de weg bereid wordt voor de koningen van de opgang van de zon, dus die uit het Oosten. Aan de Eufraat lag Babel, beeld van de ontrouwe kerk. Het water van de Eufraat is beeld van het geestelijke leven. Wanneer deze rivier opdroogt, verdwijnt ieder spoor van zuiver water, dus van het ware leven. Er blijft alleen modder achter.

De verbasterde kerk staat open voor de oosterse religies die door en door occult zijn. In onze tijd beleven wij het voorspel hiervan. Het westerse naamchristendom stuurt, omdat het geen geestelijk voedsel meer te bieden heeft, haar stoffelijke goederen als hulp naar de heidense volken. Deze zenden als wederdienst hun geschenken naar de westerse landen. Vandaar de invasie van oosterse religies onder de christelijke volken. De westerse christenen hebben geen verweer, omdat zij intellectualistisch zijn en geleid worden door academisch gevormden, die geen weet hebben van geestelijke ervaringen. Alleen één prediking kan standhouden tegenover deze geestelijke overspoeling, namelijk het eeuwig evangelie, het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Wanneer de oosterse godsdiensten spreken over immanentie, over het inwonen van de godheid in zijn schepping, zeggen ook wij: God is niet veraf maar Hij woont door zijn Geest in ons. Ook wij worden één met God en wij zien uit naar het toekomstbeeld, dat God alles in allen zal zijn.

Wanneer er sprake is van zelftranscendentie, dat is het opstijgen boven de zichtbare wereld, herkent de met de Geest vervulde christen zijn reëel burgerschap, zijn wandel en zijn strijd in de onzienlijke wereld. Ook wij weten wat een verruiming van het bewustzijn betekent, de eenwording met God. Ook wij ontwikkelen een God-bewustzijn door zijn Heilige Geest in ons.

Oosterse godsdiensten kennen geen zondebesef, terwijl het schijnchristendom zich erbij bepaalt, dat de gelovige een zondaar blijft tot de dood. Het eeuwig evangelie wijst er echter op, dat de christen mag belijden een rechtvaardige te zijn, dat hij mag overwinnen door het geloof.

Zo staan dan in de eindtijd twee legers tegenover elkaar. De antichristelijke macht die versterkt is door de occulte geesten uit het oosten. Anderzijds de gemeente van Jezus Christus zonder vlek en rimpel, toegerust met de gaven en krachten van de Heilige Geest. Dan wordt gezegd: ‘Er kwam oorlog in de hemel’. Een felle strijd begint, die zijn climax bereikt in de slag van het hemelse Harmageddon, waar Gods hemelse legermachten onder hun Overste, Jezus Christus, een volledige overwinning zullen behalen.