Bijbels beeld?
Hoe denkt New Age nu over de (gelovige) mens? We laten enkele uitspraken volgen:
- God wil niet dat de zondige mens zich vergoddelijkt.
- De Bijbel weet slechts van de zwakte van de menselijke ziel, zoals in Psalm 90.
- Om God te dienen hoeven we niet naar een hogere werkelijkheid te transcenderen, maar wij dienen Hem in deze wereld, dat is Zijn wereld.’
De Bijbel kent niet de mystiek als een vorm van het Godbewustzijn, maar wel een vertrouwelijke omgang met God (Job 29:4, Psalm 24:14). Namelijk als gevolg van het bewaren van zijn geboden (vergelijk Joh.14:25-26). De Bijbel waarschuwt tegen het zoeken van mystieke ervaringen en vormen van extase: wees nuchter, houdt vast aan de gezonde leer.
Geestelijk en natuurlijk door elkaar
Toch kan men er niet omheen dat de ‘wereld van het christendom’ ook bij de bovennatuurlijke wereld hoort, getuige zijn aanhaling van de teksten in Efeze 2:2 en 6:12 (de macht van de lucht) want: ‘Wij hebben niet te strijden tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.’ Dit is echter weer in tegenspraak met de verdeling in drie verschillende denkwerelden. Dus de wereld:
- van wetenschap en techniek,
- die van het bovennatuurlijke en occulte, van het spiritisme en het animisme.
- en de wereld van Kerk en christendom.
We waren eerst blij dat deze teksten over de strijd in de hemelse gewesten genoemd worden. Alleen, als je leest hoe het wordt verklaard… Zodat de lezer zelf hiervan een indruk krijgt, laten we hieronder een stukje uit de tekst volgen:
- “De Bijbel waarschuwt uitdrukkelijk voor contacten met boze geesten of demonen, zie Lev.19:26-31 en Deut.18:9-11. God heeft de mens een natuurlijke bescherming gegeven tegen deze ‘boosheden in de lucht’ waartegen wij te strijden hebben (Ef.2:6). Wanneer deze machten zich op aarde manifesteren, mogen wij tegen hen optreden en hen niet maar laten begaan, zoals dat gebeurde met de ‘zonen van God’ van Genesis 6:1-6 (die velen voor gevallen engelen houden)…”
Tegenstrijdigheden
Het aangehaalde gedeelte over de geestelijke strijd hangt van tegenstrijdigheden aan elkaar! Hoe kan God de mens nu een natuurlijke bescherming gegeven hebben tegen deze geestelijke boosheden? Waarom zouden we er trouwens tegen moeten strijden, als God ons immers al een natuurlijke bescherming heeft gegeven? En wat wordt bedoeld met: we mogen (!) tegen deze machten optreden, als ze zich op aarde manifesteren? Waar dan op aarde en hoe? Wat is de zin van de vage toevoeging bij de ‘zonen van God’ van Genesis 6:2 ‘die velen voor gevallen engelen houden’? Hoe denkt men hierover en waarom wordt dit niet gezegd?
Uiterst vreemd in dit verband is ook de gedachte over de vrouw in de geestelijke strijd. Zij zou daarin een min of meer bevoorrechte plaats innemen. Ze is wel afhankelijk van de man, maar:
- ‘De vrouw is volkomen verleid geworden en daarna in overtreding gevallen (de man heeft bewust overtreden, Rom.5:14). Dit feit leidt voor de vrouw tot een bepaalde positie van afhankelijkheid ten opzichte van de man, zie 1 Tim.2:11-15. Deze positie is haar niet gegeven als straf, waaraan zij zich zou moeten bevrijden, maar deze betekent voor haar ook een bescherming, namelijk tegen het openstaan voor de machten van de duisternis.’
Merkwaardig is ook de opvatting over bezetenheid en zijn ‘oplossing’ hiervoor: ‘Wel wordt gewaarschuwd voor bedrieglijke gezichten, tekens en wonderen, waarmee de satan bij de mensen beelden kan oproepen die als externalisatie of materialisatie kunnen worden uitgelegd. Mensen die dit meemaken, moeten zich stellen onder de tucht van Gods Woord’. Maar over de ‘tucht’ ten aanzien van de machten van de duisternis spreekt men niet. Het lijkt wel of men bang is om over het uitdrijven van boze geesten te praten. Zo lezen we: ‘In het Nieuwe Testament komen verschillende vormen van bezetenheid voor, die alle worden verholpen doordat aan de boze geest(en) door Jezus de toegang tot de mens wordt ontzegd’. Wat hierbij direct opvalt, is de lijdende vorm van de werkwoorden (wordt verholpen, wordt ontzegd). Te meer, omdat in de aangehaalde Bijbelteksten de bedrijvende, of liever de uitdrijvende vorm voorkomt, onder andere in Matth.8:16: ‘En Hij dreef de geesten uit met zijn woord’. En in de bedrijvende, gebiedende wijs in vers 32: ‘Ga heen!’
Verwarrend en onjuist is verder de zin: ‘de toegang tot de mens wordt ontzegd door Jezus’. Jezus zegt echter niet: ‘Ik ontzeg jullie de toegang tot de mens’, maar Hij dreef de binnengedrongen machten uit met zijn woord. ‘De toegang ontzeggen’ doe je alleen iemand die nog niet binnen is! Boze geesten die bij de mens zijn binnen gedrongen, moeten uitgedreven worden! Jezus zelf zegt in Marcus 16:17: ‘In Mijn Naam zullen ze (= de gelovigen) boze geesten uitdrijven, en in talen zullen zij spreken’. Vaak worden uitspraken zelf niet Bijbels onderbouwd. Zo lezen we: ‘Bij de mystiek die wij verwerpen, ligt de nadruk op een vorm van passiviteit. Maar bij de inkeer tot God blijft de geest van de mens actief. Ook wordt het verstand niet uitgeschakeld, maar het wordt gevuld met de kennis van God zelf en overdenkt zijn werken en geboden’. ‘Een grondige Bijbelstudie is eerste noodzaak’, zegt de auteur. Maar is het bij zijn studie dan niet opgevallen dat de Bijbel completer en genuanceerder spreekt over geest en verstand? ‘Hoe staat het dan?
- ‘Want als ik bid in een tong, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar’ (1 Cor.14:14). Zo staat het er.
Charismatische beweging en fundamentalisme
Juist in het naamchristendom is de verleiding van New Age het grootst, vanwege de vele Bijbelse parallellen. Begrijpelijk is daarom de afwijzing door New Age van het orthodoxe fundamentalisme en het lonken naar de charismatische beweging. De auteur: Er zijn duidelijk aanwijzingen dat deze wordt geobserveerd en begeerd door New Age om daarin opgenomen te worden’. Het geestelijke, oorzakelijke verband ontgaat de auteur kennelijk. Deze meer dan bijzondere aandacht van New Age voor de charismatische beweging is echter helemaal niet vreemd. New Age (h)erkent hierin duidelijk de ‘gaven van de Geest’, terwijl deze in de fundamentalistische kerken nergens wordt gevonden. Alleen zaken uit de ‘geestelijke wereld’ hebben immers voor de New Age beweging waarde!
Simon de tovenaar
We zien hetzelfde verlangen bij een grote occultist in het Nieuwe Testament. Deze tovenaar was verbijsterd door de grote tekens en krachten die hij zag en die kennelijk boven zijn (occulte) macht gingen.
- ‘Want Gods Geest was nog over niemand van hen (gedoopte gelovigen) gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen Gods Geest. En toen Simon zag, dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven, bood hij hun geld aan en zei: Geef ook mij deze macht’ (Hand.8:16-19).
Simon de tovenaar moest dus toegeven dat de macht, waarmee hij de mensen verleidde, van een geheel andere dimensie was, hoewel hij ook op zijn beurt de mensen verbijsterde: ‘En zij hielden zich aan hem, omdat hij al lange tijd hen door toverijen verbijsterd had’ (vs.11). Beide ‘krachten’ waren dus manifestaties uit de bovennatuurlijke wereld. Men moet echter onderscheiding van geesten hebben, om het verschil tussen licht en duisternis te zien. Petrus zegt dan ook tot Simon:
- ‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak’ (vs.20,21).
Dat de begrippen uit de geestelijke wereld ook toen al door elkaar liepen, blijkt bijvoorbeeld uit de houding en de uitspraken van de mensen in Samaria: ‘En allen, van klein tot groot, hielden zich aan hem (Simon) en zeiden: Deze is wat genoemd wordt (door wie?) de grote kracht van God’ (vs.10).
Alternatieve geneeswijzen
Tegenwoordig beweren veel alternatieve genezers dat ze ‘die gave van God’ gekregen hebben, veel naamchristenen geloven dit trouwens ook nog…
Godsdienstige geschriften…
Sommige godsdienstige geschriften maken de theologische chaos compleet door bijvoorbeeld in zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus te beweren dat:
- “Gezondheid en ziekte en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn Vaderlijke hand ons toekomen…”
Dat dit ook al een oude, verschrikkelijke dwaling is, blijkt uit de uitspraak van Jacobus (3:11):
- ‘Doet soms een bron uit dezelfde ader, zoet en bitter water opwellen?’ Daarom kunnen uit God nooit en gezondheid en ziekte voortkomen; dat kan alleen bij een schizofrene god. Psalm 36:10 zegt eenvoudig: ‘Want bij U is alleen de bron van het leven’.
Kritiek op ervaringen
Het evangelische christenvolk zal geschokt zijn, als men leest dat in dit boek hun ‘grote nadruk op de uiterlijke tekens van ‘opnieuw geboren worden’ of van ‘vervulling met de Geest’ simpelweg wordt verbonden met de occulte dwalingen van Transcendente meditatie en Scientology dianetics,’ (aanhalingstekens van de auteur).
Eigenaardig is wel, dat de pinkster of evangeliebeweging niet direct wordt genoemd, maar wel indirect, door te verwijzen naar ‘uiterlijke tekens’. We lezen:
- ‘Dit laatste denken (van New Age) probeert ook de wereld van het christendom onder zijn noemer te brengen. Zaken als bidden, extase, genezing en mystiek worden tot vormen van telepathie en toverij benoemd. Hier tegenover dienen wij het Bijbelse denken te stellen, dat actueel, relevant en krachtig is en dat ook de bolwerken en schansen van New Age moet ontmaskeren en slechten’ (1 Cor.10:3-5).
Deze vorm van mysteriekennis kwam ook in Bijbelse tijden voor. In Griekenland had het zogenaamde spreken in talen een dergelijke functie kunnen hebben, waarvoor Paulus waarschuwt in 1 Corinthe 14. Eigenaardig is ook, dat de term ‘spreken in talen’ in het Register van termen (achterin het boek) ontbreekt, terwijl bijvoorbeeld het begrip ‘fundamentalist’ wel voorkomt. Welk begrip zou nu belangrijker zijn? Achteraf gezien misschien toch wel gelukkig, anders zou ‘spreken in talen’ direct volgen na het rijtje over ‘spiritisme’…
Beoordeling van het boek
De opbouw van het New Age handboek had ook beter gekund. De ‘Bijbelse rechtvaardigingen’ van de auteur die hierin voorkomen, staan over het hele boek verspreid, waardoor ze moeilijk terug te zoeken zijn. Het register van termen is onvolledig. Een trefwoordenregister ontbreekt geheel. Zoiets mag in een als handboek aangeduid werk niet voorkomen. De literatuurverwijzing blijft ook onder de maat: geen noten in de tekst, geen paginaduiding, waardoor het nalezen van de door de auteur aangehaalde literatuur bijna onmogelijk wordt. Opvallend is de verwijzing naar de boeken van dr. Cho: geen uitgever, geen datum van publicaties, terwijl die bij de andere uitgaven wel voorkomen. Met kennelijke tegenzin noteert de auteur in de literatuurlijst: Paul Yonggi Cho, De vierde dimensie en andere boeken van zijn hand. Die andere boeken: Het geheim van een succesvol leven, wonderen in Korea, succesvolle huisgroepen, enzovoort, zijn blijkbaar het noemen niet waard.
Wat ons echter ronduit verbijsterde was de toevoeging van een voetnoot (daar wel) in de literatuurlijst. Achter ‘Vierde dimensie’ voegt hij domweg de noot: Christelijke literatuur met een animistische, spiritistische inslag. Nu zijn wij het ook niet in alle opzichten met dr. Cho eens, maar wie tot zulke absurde, onjuiste en niet onderbouwde conclusies komt, is niet alleen onwetenschappelijk bezig, maar veroordeelt ook en dit is erger, alle gelovigen van de evangelische gemeente ter wereld! Op grond van alle andere boeken van dr. Cho en de Bijbel, kunnen we niet anders dan dit fundamentalistische oordeel als ongefundeerd afwijzen.
Met het grootste deel van dit New Age handboek heeft de heer Matzken echter een bepaalde groep christenen een grote dienst bewezen en hun veel tijd bespaard door het verzamelen van zoveel waardevolle informatie. En dan hebben we nog veel interessante onderwerpen niet kunnen bespreken, zoals de rol van de computertechnologie, de wereldwijde netwerken, enzovoort. We zijn het ook van harte eens met zijn uitspraak, dat ‘om de geest van New Age te weerstaan, een grondige Bijbelstudie een eerste vereiste is’. Maar die moet dan wel het eeuwig evangelie omvatten en ook mag ‘de boodschap niet worden versmald’, zoals hij zelf schrijft. Het tragische is dat hij het evangelie wel ‘degelijk’ versmalt, dan wel op aardse wijze interpreteert. Een voorbeeld hiervan:
- ‘In Daniel 7 met name het vierde dier, dat staat voor het Romeinse rijk. In Openbaring 13 en 17 wordt gesproken over een herleving van dit rijk, ook wel genoemd met de naam Babylon’. En: ‘De ‘aanvaring’ is een aanvaring met de heiligheid en heerlijkheid van God, welke zal leiden tot grote verwoestingen die lijken op een gevreesde kernoorlog, zie Jes.24. Maar dan zal ‘op het laatste moment de Messias komen’.
Daarom is het verbazingwekkend om te lezen in de inleiding van het boek:
- ‘Het kan namelijk heel goed zijn, dat ons verstaan van de eschatologie (de Bijbelse leer van de toekomst) maar heel beperkt en gebrekkig is.
Met bovenstaande voorbeelden had de auteur deze gebrekkigheid niet duidelijker kunnen aantonen.
Aardse of hemelse strijd?
Ook zullen wij niet lijdzaam wachten op het moment dat de machten zich op aarde openbaren. Wij hebben immers niet te strijden tegen bloed en vlees, maar tegen Satans demonen in de hemelse gewesten (Ef.6:23). En dat kan alleen met geestelijke wapens, door de doop met Gods Geest! Wij zullen bovendien als gemeente van Jezus Christus op aarde, in de hemelse gewesten aan de overheden en machten de veelkleurige wijsheid van God bekendmaken. Onze wapens manifesteren zich niet op aarde, ze zijn niet vleselijk, maar geestelijk en krachtig voor God (Ef.3:9,10). Alleen op deze (geestelijke) manier zullen we het hele New Age bolwerk en iedere menselijke redenering en elke occulte schans die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, kunnen ontkrachten en slechten!



