4. Geestig speelgoed

Met de lezer lopen we een speelgoedzaak binnen. Vol verbazing kijken we rond. Naast de oude, vertrouwde spelletjes zien we dozen met draken en monsters, woeste demonen en hogepriesters van satan. Demonen te kust en te keur. Zoekt u verder maar uit:

  • ‘Zombies are back!’
  • ‘Helse Helikopter Set, futuristisch maar ook spookachtig!’
  • ‘Bezeten Buurtbewoners, op het eerste gezicht lijken ze normaal maar dan.’
  • ‘Skeltor, de bionische duivel, compleet met staf en cape’.

Om maar te zwijgen over alle computergames die op de planken staan uitgestald. Op de vraag wat voor speelgoed het best verkoopt, antwoordde een speelgoedhandelaar: ‘Elk speelgoed dat de fantasie voor het bovennatuurlijke prikkelt, verkoopt als warme broodjes, wij kunnen er niet genoeg van aanslepen’. In Amerika komt het voor, dat ouders elkaar een tip geven, wanneer er weer ergens een zending ‘duivels speelgoed’ is aangekomen: zij zeggen afspraken af en gaan ervoor in de rij staan, in de hoop iets van de allernieuwste demonen te bemachtigen!

‘Hij is sterk, schoon van gestalte en almachtig…’

Bij het lezen van zo’n zin denk je: die kan alleen betrekking hebben op ‘onze enige Heerser en Heer, Jezus Christus’ (Judas 4). Deze eerste zin staat echter op de doos van een ‘spelletje’ wat eind jaren negentig in de winkel te verkrijgen was: ‘The Masters of the Universe’. De tekst slaat dus niet op Jezus Christus, die immers alle macht in hemel en op aarde heeft, maar op He-Man, de ‘almachtige’ van het heelal.

Een van de gebieden waarop het New Age-denken zich in het bijzonder richt, is de wereld van het kind. Deze occulte invloed onttrekt zich voor een groot deel aan de waarneming van ouders, doordat veel activiteiten zich buiten het gezin, bijvoorbeeld op school, afspelen. Het woord ‘afspelen’ is hier wel een bijzondere woordspeling, omdat het gaat over schijnbaar onschuldige ‘spelletjes’. Het is echter niet alleen op school waar de kinderen onder de invloed raken van het occulte denken, wat te denken van tv-programma’s, die elke dag op de Tv te zien zijn. Even lekker ontspannen en Tv kijken is dus niet zo ontspannend als het lijkt. Het beïnvloedt het jonge kind op een demonische manier. Maar ook bij de meer serieuze zaken, zoals het lezen van allerlei boeken, zien we dat het zogenaamde nieuwe denken al schrikbarend ver is doorgedrongen: we komen het al tegen in (prent)boeken voor peuters, dus in de leeftijd van 2-6 jaar.

Veilig speelgoed

Wie kent niet de kwaliteitsbewaking van het speelgoed: men moet attent zijn op zogenaamd onveilig speelgoed: loszittende onderdelen die kinderen in hun mond of neus kunnen stoppen, giftige verf enzovoort? Fysiek, lichamelijk geweld dus. Veel blikken (Japans en Chinees) speelgoed werd daarom door de overheid verboden (waardoor het overigens bij verzamelaars een nieuw afzetgebied vond en zo werd gepromoveerd tot ‘collectors items’). Over de geestelijke schade die satanische spelletjes vooral aan kinderen kunnen toebrengen, rept de overheid echter met geen woord. Dit is des te vreemder, omdat er nota bene een Raad voor de Geestelijke Volksgezondheid bestaat. Jaren geleden gaf deze Raad aan een commissie de opdracht de mogelijke geestelijke schade door sekten te onderzoeken.

Maar occulte spelletjes blijken veel gevaarlijker! In de eerste plaats doordat kinderen op zeer jonge leeftijd (peuters) er al mee in aanraking kunnen komen. In de tweede plaats door het grote verspreidingsgebied en het bijna algemeen als vanzelfsprekend accepteren ervan, veelal uit onkunde. In de derde plaats omdat bewezen is dat veel kinderen hierdoor duidelijke geestelijke, maar ook lichamelijke schade ondervinden; soms met de dood als triest resultaat. De kwalijke gevolgen door het lid-zijn van een sekte moesten eerst nog worden onderzocht en aangetoond. Omdat de Kamercommissie de geestelijke schade niet kon bewijzen, is de commissie ontbonden. Het onderzoek heeft dus niets opgeleverd. Het eigenaardige geval doet zich nu voor, dat de geestelijke en lichamelijke schade door occulte spelletjes in feite zonder uitgebreid onderzoek is aangetoond en bewezen. Echter niet door de Raad voor de Geestelijke Volksgezondheid, zeg maar de overheid, maar door particulier initiatief van de Stichting Bijbel en Onderwijs (B&O) en Bijbel en New Age (BIJNA).

Voor degenen die nog mogen denken dat het allemaal wel meevalt, gaan de samenstellers uitgebreider op enkele spelletjes in. We bespreken hierbij speelgoed wat toentertijd in opmars kwam, maar de link naar speelgoed van nu is snel te leggen. De hoofdfiguur uit de serie ‘Masters of the Universe’ is (de al genoemde) He-Man, het alter ego (het tweede of andere ik) van de blonde Hercules of Adam, de vorst van de planeet Eternia. Telkens wanneer er moeilijkheden dreigen, houdt Adam zijn zwaard omhoog en roept: ‘Door de macht van Greyskull (= Grijze schedel) heb ik de kracht!’ Kinderen zien dan dat hun ‘Adam/Hercules’ wordt bekleed met bovennatuurlijke vermogens. Veel ouders klagen dat hun kinderen, alleen al na het zien van (onschuldig lijkende) He-Man-tekenfilms, door het huis rennen met opgeheven (plastic) zwaard en luid schreeuwen: ‘Door de macht van Greyskull heb ik de kracht!’

De meisjes hebben hun eigen heldin, het vrouwelijke evenbeeld van He-Man: She-Ra. Zij is het tweelingzusje van He-Man en heet eigenlijk Adora (= Verering; typerend voor de Egyptische godin Ra, die als hemelkoningin werd vereerd). Toen ze klein was, werd ze uit haar kasteel geroofd en weggevoerd naar het land Eternia, waar de boze geest Hordak de baas is. Toen ze daaruit werd bevrijd, ontving zij het bescherm-zwaard, dat zij opheft bij gevaar en dan roept: ‘Door de eer van Greyskull, ik ben She-Ra!’ Dan wordt haar witte paard (!) Spirit (= Geest) getransformeerd tot de magisch vliegende eenhoorn Swift Wind (= Snelle Wind), wiens vleugels de kleuren hebben van de regenboog. Castle Greyskull (= kasteel Grijze Schedel) bevat alle geheimen van het universum en is, heel prozaïsch, tevens de doos waarin alle (duistere) figuren weer worden opgeborgen. De boze Skeltor (= Skelet-spook) en zijn trawanten gaan het kasteel te lijf en de kinderen lezen en spelen ermee. Als je de Skeltor-helm opzet en zijn wapenriem (wapenuitrusting!) omdoet, word je getransformeerd in een agent van het kwaad. Gebruik dan je zwaard en schild om tegen het goede te strijden. Je scepter met de mystieke ramskop is bedoeld om je te helpen oorlog te voeren tegen de krachten van het goede (vergelijk Op.13:7,8).

Strijden tegen het goede

Wat opvalt is natuurlijk de omkering van alle waarden, ofwel het ontkennen van tegenstellingen tussen goed en kwaad. En natuurlijk niet alleen in spelletjes en boeken, maar in alle delen van de maatschappij. De Media, politiek en rechterlijke macht. Van kinds af aan worden de kleinen gehersenspoeld met inmiddels rampzalige resultaten. Er bestaat eigenlijk geen goed of kwaad: alles is immers één (het zogenaamde holisme)? Merkwaardig is bijvoorbeeld ook dat een woord als helpen, een bij uitstek positief begrip, dat wil zeggen iemand (verder) helpen, behulpzaam zijn enzovoort, geraffineerd wordt gekoppeld aan een negatieve notie: helpen tegen het goede.

Verder worden de kinderen vertrouwd gemaakt met de (valse) tegenstelling (daar weer wel!) tussen witte (‘goede’) en zwarte (slechte) magie, tussen goede en slechte geesten. He-Man bijvoorbeeld wordt bijgestaan door ‘goede mensengoden’. Zij worden bevochten door Skeltor, de Heer der Verwoesting (= dezelfde als de hindoegod Sjiva!), die woont op Snake Mountain (= Slangenberg) en zijn geboefte Beestmens, Evil-lyn (Boze Lien) en Tri-Klops (Alziend Eenoog). She-Ra zit vol met occulte praktijken en wordt daarin bijgestaan door Kowl (Wuil of Weet-uil), die als tovenaar anderen behekst. Maar we zijn er nog niet. Wat denkt u van de Sluipheks Schaduw­-Wever en haar tegenbeeld Tover-Sluiper? ‘Leuk’ is ook Glimmer, een ‘goede’ tovenaar, een licht-engel, waardoor kinderen Lucifer en Jezus leren verwisselen! Leerzaam bovendien, want ze steken er ook nog wat van op: Castapella (= Behekser) leert hun de geheimen van de hypnose.

Die schattige pony

Veel kinderen zullen die kleine pony’tjes met hun gekleurde staarten wel kennen. Ouders vinden ze onschuldig en reageren verbaasd wanneer zij horen dat we hier te maken hebben met subtiel reclamemateriaal van de New Age-beweging! Zij maakt namelijk gretig gebruik van de kennis van de kinderpsychologie. In de vroege peuter­ en kleuterperiode gaat het kind de wereld verkennen: het grijpt letterlijk alles aan (‘Niet aankomen!’) wat voor zijn handjes komt. Begrijpen kan het nog niet; dat volgt later. De behoefte om aan te raken en te knuffelen kan het bijvoorbeeld bij zijn kleine pony kwijt.

Psychologisch en pedagogisch gezien is hier dan ook niets op tegen. Maar wanneer het kind ouder wordt en gaat leren lezen, kan het met die pony grote avonturen beleven in zijn rijk: Pony-land. Want onze onschuldig lijkende knuffelpony is, met z’n kameraadjes, de hoofdpersoon van een geweldige strijd tussen twee regenbogen, die in boeken, Tv en op Dvd’s te volgen is. Bij deze strijd moet een klein meisje gaan helpen: zij krijgt de ‘regenboog van het licht, die toverkracht bezit’. Genadeloos ontmaskeren de auteurs echter de verdere subtiele verleiding door dit soort spelletjes en boekjes. Allerlei Bijbelse voorstellingen worden mythisch en occult gekleurd . Wat denkt u van zinnetjes als:

  • Alle heiligen staan ons bij in de aardse strijd.
  • Er is een eeuwige strijd tussen het goede en het kwade, tussen licht en duisternis.
  • De afloop is onzeker, laten wij ‘God’ helpen te winnen.
  • Er zijn meer goede machten dan God en Jezus.
  • Misschien was Jezus wel een grote tovenaar!

Genadeloos ook (terecht overigens) is het oordeel van de schrijvers over sommige christenen: ‘Kennelijk zijn de auteurs en fabrikanten van dit duivels speelgoed beter op de hoogte van het boek Spreuken dan de meeste christenen. In ieder geval geldt dit voor de geest die hen hiertoe drijft en die ook wel weet wat er staat in Spreuken 22:6: ‘Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg; als hij ook oud geworden zal zijn, zal hij daarvan niet afwijken’. En verder, enigszins sarcastisch: ‘Blijkbaar zijn de meeste ouders en opvoeders niet op de hoogte van ditzelfde boek, waarmee Salomo zijn zonen tot prinsen opvoedde, en hebben zij ook de uitspraak van Jezus niet verstaan uit Lucas 16:8.

De duivel als pedagoog

Zoals in de voorgaande artikelen werd aangetoond, is het Nieuwe Denken zelfs in de wetenschap doorgedrongen: ‘De wetenschap wordt steeds meer occult en het occulte wordt wetenschap! De psychologie en de pedagogiek maken hierop geen uitzondering. Ook hier worden de kinderen via allerlei spelletjes vertrouwd gemaakt met, en ingeleid tot (of beter gezegd: ingewijd in) het occulte rijk, dat wordt verdeeld in een goede en een slechte zijde. Men spreekt van de ‘goeden’ en de ‘kwaden’. Er is witte magie, dat mag, en er is zwarte magie, dat mag niet. Er zijn kwade heksen, maar ook goede feeën; boze reuzen maar ook goede draken(!). De auteurs waarschuwen nadrukkelijk tegen de snel in opkomst zijnde New Age-pedagogiek, die als doel heeft:

  • Kinderen vertrouwd te maken met de wereld van het ‘bovennatuurlijke’.

Kinderen hun maatstaven te laten inruilen voor nieuwe:

  • ‘Het Beest’ geeft hun idealen voor een betere wereld (en wie wil die niet?); de draak (alweer) en de vleermuis spelen de ‘goede’ rollen. Het van de film bekende E.T.-figuurtje bijvoorbeeld (Extra­Terrestrial of Buiten-Aardse) is buitenaards en occult, maar ontroert kinderen!

Hun beeld van God en de Bijbel transponeren naar de wereld van het bovennatuurlijke: want bij de ‘goede magie’ en de ‘eerlijke tovenaars’ is ook plaats voor Jezus.

Dungeons and Dragons – De duivel als demagoog of demongoog

Ronduit verbijsterend is het ‘spel’ Dungeons and Dragons (= Kerkers en Draken), dat apart wordt besproken. Niet alleen kinderen, ook ouderen doen graag een spelletje. Inhakend op de toenemende verkoop van gezelschapsspelen, brengen fabrikanten oude en nieuwe versies op de markt. Wat is nu het bijzondere van dit spel wat zowel online als gezelschapsspel gespeeld kan worden?

Het speelt zich af in de fantasie van de spelers. Iedere spelfiguur beschikt over een zestal eigenschappen en bij iedere beurt bepaalt de dobbelsteen welke nu geldt: kracht, intelligentie, wijsheid, gestel, behendigheid of charisma. Voorts krijgt iedere figuur de beschikking over ‘wapens’, zowel uit de natuurlijke als de bovennatuurlijke wereld, waardoor het spel vervuld is van het geweld uit twee werelden. Het spel kan eindeloos duren, als je er maar voor zorgt niet ‘gedood’ te worden! Sommige spelers doen maanden, zelfs jaren over een spel, dat hen volkomen in de ban houdt. Een nuchtere chemie-student bijvoorbeeld vertelt hoe beangstigend zijn nachtmerrie was toen hij niet meer aan het monster kon ontkomen. Dit zijn nog eens andere spelletjes dan Mens-erger-je-niet, Monopoly of Scrabble!

Geen spel maar een cursus

De duivelse spelletjes-rage heeft in Amerika zulke buitensporige vormen aangenomen, dat Christian Life Ministries hiernaar een uitvoerig onderzoek heeft ingesteld. De keiharde conclusie luidt:

  • ‘Dungeons and Dragons is geen spel meer, maar een cursus in demonologie, toverij, voodoo, moord, verkrachting, lastering, zelfmoord, sluipmoord, krankzinnigheid, seksuele perversie, homoseksualiteit, prostitutie, satansdienst, gokken, Jungiaanse psychologie, barbarisme, kannibalisme, sadisme, ontwijding, oproepen van demonen en geestenbezwering’.

Ook tieners hebben dit spel inmiddels ontdekt. Zij beseffen niet dat dit ‘spel’ voor hen wordt tot een zogenaamd psychodrama, precies zoals J.L. Moreno dat heeft bedacht. Deze verklaarde al in 1932 (in zijn boek ‘Wie zal overleven?’) dat het oogmerk van het daarbij behorende rollenspel was: ‘Het God-syndroom te vernietigen’, door zelf god te spelen en te ontdekken dat Hij niet Almachtig is. Ook in onze tijd vult een groot deel van de tieners hun denken met deze kosmische en esoterische jungle.

Behalve met de Masters of the Universe, en later met Dungeons and Dragons (ook wel geheten ‘Het Oog van de Meester’) kan het kind kiezen uit een krankzinnige reeks speelgoed. De auteurs doen slechts een greep in de speelgoedkist van het moderne kind, dat beslist niet mag achterblijven bij zijn vriendjes, want anders geldt hij voor achterlijk en zijn ouders als niet bij-de-tijds. Bijna even mooi en ‘fantasierijk’ zijn de Transformers. Dit zijn wezens die in voertuigen kunnen worden omgebouwd en daarmee fantasiereizen gaan maken door ruimte en tijd.

Het geheim van al deze transformaties (een veelgebruikt New Age-begrip) zit in hun rug, waaruit het kind een aantal demonen haalt. Door middel van deze Transformers wordt het kind vertrouwd met een nieuw soort wezens: bezielde robots – half demon, half robot. Heel kleine jongens en meisjes kunnen spelen met de Power Lords. Shaya bijvoorbeeld beschikt over kosmische krachten en kan haar lichaam transformeren in dat van een buitenaards wezen. Chrystlar introduceert kinderen in een vreemde wereld waar de magie heerst, nadat eerst een kosmische demonen-oorlog is gevoerd. Ook een ‘aardige demon’ is Black Star (= Zwarte Ster!), omdat hij in het donker zo’n griezelig licht verspreidt….

Kabouters, elfen en feeën

Maar is er dan niets anders dan die gruwelijke demonen? Jazeker, er zijn ook heel prettige demonen in allerlei moderne versies van leuke kabouters, elfen en feeën. Al die etherische wezentjes zijn zo leuk en onschuldig, zo ‘ontwapenend’, dat opa en oma ze graag voor de kleintjes kopen. We noemen er slechts een paar: De Smurfen (óók al?). Grote Smurf slaat namelijk meteen aan het toveren, zodra er een probleem moet worden opgelost. En Gargamel, de boze tovenaar, trekt op de vloer een pentagram of vijfhoek en steekt op iedere hoek een kaars aan. Dan gaat hij daarbinnen dansen, waardoor zijn toverspreuken effect hebben.

‘Grappig’ zijn ook de Gummi-Beren. Door een Gummi-bessendrank te brouwen, kunnen ze weer eeuwenlang over bovennatuurlijke kracht beschikken. David de Kabouter is een typisch Nederlands product. De kinderen leren daarmee dat de verbeelding van Rien Poortvliet echt bestaat, dat wil zeggen het grensgebied van de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid. En dit is, zoals de samenstellers al zeiden, slechts een greep uit de grote hoeveelheid diabolisch speelgoed. In het boek worden nog meer dubieuze spelletjes genoemd. De auteurs citeren daarom Jesaja 5:20 op hun eigen manier: ‘Wee hun, die (speel)kwaad (speel)goed noemen!’

Ze vragen zich daarom in dit verband af, of het wel zo verstandig is jonge kinderen sprookjes van kabouters en elfen te vertellen, zonder erbij te zeggen dat dit een verboden wereld is. Dan volgt in het boek waardevolle achtergrondinformatie over deze sprookjeswereld. Mede op grond van literatuur hierover is het een interessant onderwerp voor de behandeling op enkele (Bijbel)studie-avonden. Er heerst namelijk een ontstellende onkunde op dit gebied. Sommigen denken zelfs dat sprookjes een mogelijk ‘opstapje’ naar de Bijbel kunnen vormen, die immers ook wonderen en andere vreemde, ‘magische’ verhalen kent. Kinderen zouden via sprookjes eerder de onzichtbare werkelijkheid van de Bijbel kunnen begrijpen.

De samenstellers waarschuwen met klem tegen deze nieuwe sprookjesduiding: ‘Het is bijzonder schokkend te merken hoe alle occulte, spiritistische en esoterische ervaringen in de plaats komen van het Bijbelse denken. Men leert zo jongeren te ‘schakelen’ naar boze geesten!’ Het is toch niet te geloven! Wie mocht denken dat sprookjes sprookjes zijn, gelooft echt nog in sprookjes!

Als laatste nog een sterke gelijkenis met het beest uit de afgrond van de zee, Apollyon. In het laatste level van het kinderspelletje ‘Yoshi’s Island’ komt een draak uit de zee en moet door Yoshi worden verslagen. Dat de Japanse makers van dit spel opzettelijk deze grootvorst uit de afgrond hebben verwerkt, lijkt ons uitgesloten. Het boek Openbaring is in het Christusvijandige Japan (1,54% christenen) vrijwel onbekend en de geestelijke uitleg hiervan, zeker niet aanwezig. Dat de makers door occulte demonen geïnspireerd zijn is ons wèl duidelijk. De woorden: ‘En al het groene gras verbrandde’, zijn daarom niet ver meer (Op.8:7).