10. Het antwoord op spiritisme

<<<<<

Wanneer wij de methode die in de ‘rescue circles’ gevolgd wordt, vergelijken met wat God zegt, zien wij dat men de demonen daar niet uitdrijft in de naam van Jezus. Zij worden niet bevolen om uit te gaan, maar er wordt met hen onderhandeld en men probeert hen te overtuigen van het verkeerde van hun weg. Hoewel in verschillende spiritistengroepen aandoenlijk gezongen wordt over het leiderschap van de Heer Jezus en men daar graag over spreekt, wordt zijn naam niet gebruikt in situaties waar alleen zijn wonderbare naam de oplossing kan brengen. Jezus dreef duivelen uit door het woord van gezag: ‘Ga uit van hem’, zo zou het vandaag nog moeten zijn in de gemeente van Jezus Christus. Het is niet voor niets een van de tekens die de gelovigen zullen volgen (Marcus 16).

De manifestaties van Satans macht die hij door de gevallen engelen openbaart, vormen een uitdaging voor ons in de eindtijd. De Heer heeft ons macht gegeven de duivel te overwinnen door het bloed van het Lam en door het woord van ons getuigenis. Voor de naam van Jezus vluchten de helse machten, alleen door Hém kunnen wij volledig overwinnen over alle machten van de duisternis en zullen wij het bedrog van de duivel ontmaskeren.

  • ‘Geliefde broers en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen’ (1 Joh.4:1).

Onderzoek de geesten

Het is duidelijk dat het spiritisme niet iets is dat louter met inbeelding te maken heeft en gemakkelijk aan de kant kan worden geschoven. Zoals bij iedere beweging het geval is, kent ook het spiritisme bepaalde aanhangers die de zaak ver overtrekken en daarmee hun ‘geloof’ ongeloofwaardig maken. Dit neemt echter niet weg dat er in deze kringen veel wonderbaarlijks gebeurt, wat een objectief beoordelaar niet zal kunnen ontkennen. De vraag is niet of het hier werkelijkheid of verbeelding betreft, maar: wat is de bron waaruit deze dingen voortkomen?

Spiritisten beweren dat zij in verbinding staan met geesten die als hun persoonlijke ‘gids’ optreden en dat zij contact hebben met de geesten van overleden mensen. De Bijbel veroordeelt op duidelijke wijze het contact zoeken met geesten van doden (Deut.18:11). Ook worden de christen geen geesten beloofd die als ‘gids’ fungeren. Er is maar één Bemiddelaar tussen God en de mens, de mens Jezus Christus (1 Tim.2:5-6). Wel wordt het kind van God beloofd dat Hij Gods Geest zal ontvangen, die hem de diepten van God zal doen kennen. Wanneer iemand door de Geest van God geleid wordt, zal zijn leven in overeenstemming zijn met het Woord van God. En dat ontbreekt bij de spiritisten.

Wanneer wij weten dat God Zich fel keert tegen het gemeenschap zoeken met de geesten van doden, hoe moeten dan al die wonderlijke dingen beoordeeld worden, zoals deze plaatsvinden in spiritistische seances? Er zijn maar twee mogelijkheden, waarvan maar één de juiste kan zijn:

God is veranderd en staat nu dingen toe, die Hij vroeger nadrukkelijk verbood en veroordeelde,

Het zijn boze geesten, die boodschappen doorgeven en het zijn niet de geesten van overledenen waarmee men in contact treedt, maar demonen die zich voor hen uitgeven.

Wanneer de boodschappen die spiritisten ‘doorkrijgen’, werkelijk van God kwamen, zouden deze overeenstemmen met de Schrift en zou daarin Jezus Christus verheerlijkt worden. Hoewel de naam van Jezus wel genoemd wordt, is er van verheerlijking van Jezus’ naam bij hen geen sprake; veel spiritisten zullen dit openlijk erkennen. Voor de christen die gelooft dat God Zichzelf heeft geopenbaard in Christus en dat Hij ‘nu in de laatste dagen tot ons gesproken heeft in de Zoon’, bestaat er voldoende aanleiding de afwijkende leringen van het spiritisme te veroordelen.

Voor de tweede conclusie bestaat een betere grond. Het zijn Satans demonen, die met veel geraffineerdheid hun slachtoffers weten in te palmen. Zij stellen de dood als iets vriendelijks voor, zonder te wijzen op Christus die de prikkel van de dood heeft weggenomen. Het sterven is voor hen een natuurlijk proces in een evolutiegang van mens en dier. Over het oordeel van God over de ongehoorzame engelen en mensen, wordt met geen woord gerept. De Bijbel zegt echter:

  • ‘Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel’ (Hebr.9:27).

Het spiritisme vindt het niet nodig dat de mens zich in dit leven tot God bekeert en Jezus Christus gaat volgen. Op deze manier weet Satan talloze ver te houden van het eeuwige leven. De geesten vertellen hun toehoorders, dat hun geliefden ‘aan de andere kant’ volmaakt gelukkig zijn en beweren dat daar geen lijden bestaat. En dit ondanks het feit dat veel van deze gestorvenen tijdens hun leven nooit de verlossing en vergeving in Christus Jezus aanvaard hebben. Een gestorvene zal hooguit zelf voor zijn zonden moeten boeten, met de mogelijkheid later, via evolutie, toch weer hogerop te komen. Wie de Bijbel echt kent, zal niet veel moeite hebben met het onderscheiden van de bron waaruit deze leer voortkomt: Satan, de leugenaar vanaf het begin.

Een groot gevaar van het spiritisme is, dat het de Bijbel hanteert om zijn leerstellingen grotere geloofwaardigheid en ‘goddelijke’ franje te verlenen. Toch zien wij hoe in deze beweging slechts hier en daar een stukje van de Bijbel in haar kraam te pas komt. Zij die zich hierdoor laten imponeren, zouden eens moeten bedenken dat Satan de Bijbel gebruikte om zelfs Jezus meerdere malen te verzoeken. Het noemen van Bijbelwoorden is op zichzelf niet een bewijs dat men met een werk van Godswege te doen heeft. Zelfs grote wonderen hoeven niet een bewijs te zijn dat God aan het werk is. Het zal voor de occulte werkers een onthutsende verrassing zijn, wanneer zij God zullen horen zeggen:

  • ‘Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!’ (Matth.7:21-23).

Sir Arthur Conan Doyle

Sir Arthur Conan Doyle (schepper van de detectivefiguur Sherlock Holmes), schrijft in zijn boek ‘De nieuwe openbaring’, hoe hij spiritist werd. Hij beschrijft daarin gesprekken met geesten en vertelt hoe hij boodschappen ontving van geesten van doden. De geesten beklemtoonden dat deze boodschappen van God kwamen en dat de Heer erin had toegestemd dat deze ‘nieuwe openbaring’ verder bekend zou worden gemaakt. Kennelijk zijn de openbaringen die de Bijbel ons geeft, niet voldoende voor deze misleide mensen. In zijn ‘nieuwe openbaring’ erkent Doyle dat spiritisme in tegenspraak is met de Bijbel. Niettemin citeren de aanhangers van deze cultus bepaalde Bijbelteksten om hun ideeën te ondersteunen en er een ‘christelijke’ tint aan te geven. Doyle heeft opgemerkt:

  • “Hoewel ‘De nieuwe openbaring’ afbrekend mag schijnen in de ogen van hen die de christelijke dogma’s tot het uiterste willen vasthouden, heeft het een tegenovergestelde uitwerking op hen die het christelijk geloof als een grote misleiding hebben ervaren…”

Met andere woorden, hij beschouwt het christendom als een misleiding. Hij geeft verder toe dat het spiritisme het christelijke geloof afbreekt en beweert dat zij die door het christelijke geloof teleurgesteld zijn, bij het spiritisme de ware opbouw kunnen vinden. Doyle heeft niet geweten dat er ondanks veel lauw geloof onder de christenen, ook kinderen van God zijn, die werkelijk verlost en gereinigd zijn door het bloed van Christus en zich verre van misleid voelen. Weinig kon hij vermoeden van de geweldige verandering die God brengt in het leven van een opnieuw geboren christen, wanneer deze zich geheel aan de Heer overgeeft.

Een andere uitspraak van dezelfde schrijver:

  • “De geest van Christus beweegt zich boven de normale geestenwereld, maar weer ver daarboven is de sfeer waar God Zelf woont, Wiens oneindigheid ons bevattingsvermogen te boven gaat…”

Ook dit gezegde wijkt af van wat de Bijbel over Jezus Christus verklaart. Er worden hier twee leugens uitgevonden:

  • Dat Jezus alleen maar een geest is die zich beweegt in een eigen sfeer in de geestenwereld.
  • Dat Jezus onder God de Vader is gesteld, terwijl de Schrift echter duidelijk toont dat Jezus Christus is verrezen met een verheerlijkt lichaam en dat Hij nu zit aan de rechterhand van God op dezelfde troon.

Sir A. Conan Doyle ontkent verder de val van de mens in het paradijs, door te verklaren dat de mens zich ontwikkeld heeft van aap tot mens, waarmee hij blijk geeft de Darwin-theorie aan te hangen. Deze Doyle is tijdens zijn leven een vooraanstaande figuur in het spiritisme geweest en ook nu nog heeft de geest die van hem afkomstig beweert te zijn, nog veel gezag in deze beweging. Zijn boek is als het ware leidraad geworden voor het leven van duizenden spiritisten. Hij stond met zijn mening beslist niet alleen, maar deze is door zeer velen overgenomen.

Wanneer men zich afvraagt waarom de val van de mens ontkend wordt, is het antwoord hierop niet moeilijk te geven. Wanneer de mens niet in zonde gevallen was, zou er immers geen noodzaak zijn voor verzoening en verlossing. Het kruis van Golgotha zou dan zijn waarde hebben verloren, terwijl juist de bijbel zegt: ‘Zonder bloedstorting is er geen vergeving’. Spiritisten geloven dat ieder voor zijn eigen zonden moet boeten en zichzelf moet verlossen, via evolutie door de (komende) eeuwen heen. In Efeze 2:9 lezen wij echter:

  • ‘Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof.’

Uit al deze dingen kunnen wij concluderen dat het spiritisme niets anders is dan een gemeenschap met Satans demonen. En dit gaat lijnrecht in tegen de wil van God, die hier zijn vloek over uitspreekt. Het is in wezen niets nieuws, maar betekent een teruggang tot het heidendom, in plaats van een voortgaande ontwikkeling wat het immers beweert te zijn.

De rijke man en de arme Lazarus

Wanneer wij in de Bijbel de geschiedenis lezen van de rijke man en de arme Lazarus, merken wij hoe er sprake is van een onoverkoombare kloof tussen het dodenrijk en de wereld van de levenden. Er wordt duidelijk gesteld dat het voor Lazarus niet mogelijk was om naar de aarde terug te keren om de familie van de rijke man te waarschuwen. Spiritisten denken er anders over. Communicatie met de geesten van gestorvenen is voor hen een gewone zaak geworden. Maar God veroordeelt het!

Het is tragisch, te beseffen dat duizenden de eeuwigheid ingaan zonder Christus te kennen en onveranderd in hun doodsituatie blijven. De mens is immers dood vanwege zijn zonden en misdaden en zonder het offer van de Zoon blijft men in dezelfde toestand, zowel tijdens het leven vandaag als tijdens het gestorven zijn. De poorten van het dodenrijk gaan alleen maar naar binnen open en niet naar buiten. Voor Satans gevallen engelen bestaan er echter geen belemmeringen om de aarde te bezoeken. Zij vormen ‘de overheden en de machten in de hemelse gewesten’ en zijn nog niet in de vuurpoel gevlucht die de Satan en zijn demonenlegers zelf gaan maken. Voor hen is dan geen enkele plek meer in de hele kosmos’ (Op.20:10, 21:8).

Van Sir A. C. Doyle is nog een uitspraak bekend, die er ook niet om liegt:

  • “Geen zinnig mens ziet de rechtvaardigheid in van een plaatsvervangend sterven, teveel aandacht wordt er geschonken aan het sterven van Christus…:”

Hij bedoelt hiermee dat de dood van Christus in dezelfde orde ligt als het sterven van duizenden anderen, die voor een goede zaak zijn gestorven. Opnieuw een gedachte, die door leugengeesten geïnspireerd is. Het ontkennen van fundamentele Bijbelse waarheden doet ons het ware gezicht van het spiritisme kennen en wij kunnen hierdoor vaststellen dat het de machten van de duisternis zijn, die in deze beweging vrij spel hebben. Zij zijn het die de mensen zand in de ogen strooien en hen op dwaalwegen brengen die hen bij God vandaan voeren. De Woord van God waarschuwen:

  • ‘Maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren’ (1 Tim.4:1).

Zij spreken niet naar de Woorden van God, omdat er geen licht in hen is.

Conclusie

Wij besluiten hier deze serie artikelen. Het doel was: een betere kijk op het wezen van het spiritisme, waar vaak veel misverstanden over bestaan. Eens te meer is het duidelijk geworden, wat voor groot gevaar er in deze beweging schuilt, die in sommige opzichten bedrieglijk op het evangelie lijkt. Om deze reden hebben wij gemeend vrij uitvoerig op deze dingen in te gaan, omdat het nooit kwaad kan, wanneer men zijn vijand kent. Wie het niet wist, heeft nu kunnen zien dat ook de duivel wonderen doet, dat ook hij de Bijbel hanteert en met een gerust hart de mensen religieus laat zijn.

Wat nog sterker opviel in deze artikelen, is het feit dat de Satan de geestelijke gaven bijzonder geraffineerd weet te imiteren. En dit betekent een uitdaging voor de ware gemeente van Jezus Christus! Wanneer immers de duivel zulke grote dingen kan doen, zou de kracht van Gods Geest dan geen grotere dingen in en door ons kunnen doen? De werkelijkheid zal toch groter moeten zijn dan de imitatie. Daarom zullen deze dingen ons niet bang maken, maar ons verder aansporen te streven naar de geestelijke gaven.

Nu in de eindtijd de duisternis steeds verder toeneemt – en velen hun geloof erbij neerleggen omdat zij er geen redding bij vinden – zullen de ware kinderen van God moeten laten zien dat het evangelie inderdaad een kracht van God is tot redding voor iedereen die gelooft’. Daarvoor heeft de Heer ons de toerusting beloofd; Gods Geest zal ons in alle dingen leiden tot de volle waarheid. De wandel van de christen zal in de hemelse gewesten zijn. In de onzienlijke wereld ligt de oorzaak van veel nood en van veel problemen, veroorzaakt door demonen van de duisternis. In de onzienlijke wereld is echter ook het koninkrijk van God en wie dáár wil wonen zal ervaren:

‘Vrede, gerechtigheid en blijdschap, door Gods Geest’.