1. De gevaren van het spiritisme

Achteraf bezien kan ik het alleen maar betreuren dat ik zo diepgaand betrokken ben geweest bij de praktijk en propaganda van het spiritisme. Ik meende dat dit de waarheid was en ik had niet in de gaten dat ik in een demonische wereld was terechtgekomen. Voordat ik Jezus Christus als mijn verlosser vond, ben ik langs gevaarlijke paden gegaan, waarbij ik bittere ervaringen opdeed en strijden moest tegen de geestelijke overheden en machten in de lucht. Het heeft mij bijna het leven gekost om mij los te worstelen uit de wereld van satans’ demonen.

Ik wil graag mijn persoonlijke ervaringen weergeven, zodat er meer bekendheid zal ontstaan omtrent de ware feiten van het spiritisme en men zal gaan inzien wat voor enorm groot gevaar hierin schuilt. Wij zullen ons niet bezighouden met theoretisch gefilosofeer, maar reële praktijkervaringen ter sprake brengen. Ik wil getuigen hoe ik op mijn eigen manier gezocht heb naar redding, terwijl ik ronddwaalde als een eenzaam schaap. Door Gods genade heb ik, na lang zoeken, mijn Redder gevonden. Nu is mijn leven radicaal veranderd.

Het begin

Ik werd geboren in een Joods gezin, kort nadat mijn moeders zuster overleden was. In overeenstemming met de Joodse traditie werd ik vernoemd naar deze tante, die Rachel heette (afgekort tot Ray). Na de dood van Ray begonnen mijn grootouders, hoewel zij orthodoxe Joden waren, interesse te tonen voor het spiritisme. Zij bezochten regelmatig samenkomsten, in de hoop hierdoor contact te krijgen met de geest van hun overleden dochter. Mijn grootmoeder werd op den duur een overtuigd spiritiste, terwijl ook mijn grootvader interesse toonde, hoewel hij er nooit over sprak. Hun leven kwam tot een abrupt einde toen zij beiden bij het oversteken van de straat verongelukten(!).

Tijdens de seances kreeg mijn grootmoeder regelmatig contact met een geest, die beweerde de geest van Ray te zijn. Het was nog vóór mijn geboorte dat deze geest er sterk op aan drong dat men mij naar Ray zou moeten vernoemen. De geest verscheen ook aan mijn moeder en liet haar beloven dat ik naar Ray genoemd zou worden. Deze ‘geestelijke’ boodschappen hadden vele vreemde dingen tot gevolg. Toen ik geboren was, ontving ik de naam Raphaël, die het meest lijkt op de officiële naam van mijn tante Rachel. Ik werd verder op Joodse wijze opgevoed.

Tante Ray

In mijn slaapkamer stond een levensgrote foto van het gezicht van tante Ray. Deze afbeelding had altijd iets vreemds en sinisters voor mij en hield mijn gedachten gevangen. Toen ik vijf jaar was en op een avond in bed naar de foto lag te kijken, was het alsof het gezicht van mijn tante tot leven kwam. Ray’s ogen werden werkelijkheid en keken mij indringend aan, terwijl zij uit de foto scheen te stappen. Dit gebeurde zo onverwacht en was zo angstaanjagend, dat ik onder de dekens dook en hard begon te gillen. Toen mijn ouders de kamer binnenstormden, kon ik alleen maar zeggen dat de foto bewogen had. Zij probeerden mij gerust te stellen en lieten mij de foto betasten om duidelijk te maken dat het maar een doodgewone foto was. Toch kon niemand mij de overtuiging ontnemen dat Ray echt bewogen had. Ik had het werkelijk gezien. Dit herhaalde zich verschillende malen, waardoor ik een panische angst voor deze foto kreeg. Mijn ouders vonden het daarom beter hem weg te halen en ergens goed op te bergen. Dit kon echter niet voorkomen, dat de geestverschijningen bleven aanhouden; mijn angst werd er dan ook niet minder op. Het werd duidelijk dat hier iets ongewoons aan de hand was.

Mijn oma geloofde stellig dat het de geest van Ray was, die ‘s nachts bij mij kwam en zij wilde weten met welk doel dit gebeurde. Zij riep hiervoor de hulp in van een medium, die de geest van Ray opriep en vroeg waarom zij mij zo bang wilde maken. Zij antwoordde dat zij echter alleen maar over mij wilde waken en dat zij niet wist dat ik zo bang was. Oma besefte niet dat dit toch nooit van God kon zijn en zij bleef doorgaan op deze heilloze weg. Via het medium werd de geest meegedeeld dat het hier een kind betrof, die van deze dingen niets begreep en dat de geest toch wel over mij kon waken zonder aan mij te verschijnen. Dit scheen te helpen, want sindsdien had ik geen last meer van deze verschijningen. De demon die Ray verpersoonlijkte, was voorlopig ‘tevredengesteld’ en wachtte zijn kans af om later te kunnen toeslaan. Satans demonen laten beslist niet gauw los en hebben geduld; hun zaad was in mijn leven gezaaid.

Mijn opvoeding

Deze ervaringen werden door iedereen als voorbijgegane nachtmerries beschouwd, behalve door mijn oma. Ikzelf kon dit alles maar niet vergeten. Mijn familie deed hun best om mij een goede Joodse opvoeding te geven; zodoende leerde ik alle gewoonten van het Joodse leven. De naam van Jezus werd bij ons zelden genoemd, en dan alleen maar in ongunstige zin. Wel had ik eens gehoord dat Jezus een intelligente man was geweest, die wonderlijke dingen had gedaan. Ook hoorde ik beledigende opmerkingen en liedjes over Hem, die Hem belachelijk maakten. Mijn zus en ik mochten nooit met niet-joodse kinderen spelen. De enige ontspanning, die wij hadden, was ons wekelijks bioscoopbezoek.

Op een keer – ik was toen zeven jaar – gingen wij naar de film ‘De Koning van de koningen’, die het leven en het sterven van Jezus weergaf. Deze film betekende voor mij een openbaring. Voor het eerst zag ik Jezus als een goed mens en zo afwijkend van het beeld dat ik tot dan toe van Hem had, dat ik bijna tijdens de hele film heb zitten huilen. Zelfs zo jong begreep ik al dat ik van Jezus een volkomen verkeerd beeld had gekregen en dat alles, wat men mij over Hem had verteld, niet waar was. Ik geloof dat God deze film gebruikte om tot mij te spreken, hoewel het lang heeft geduurd voordat ik verder op deze weg kwam.

Toen ik ouder werd, begon ik mij te ergeren aan de strengheid van mijn Judaïstische opvoeding; ik betwijfelde of het wel nodig was om zo wettisch te leven. Intussen was ik serieus aan muziekstudie begonnen. Op zeker moment werd ik door mijn muzieklerares gevraagd praktijk op te doen op het orgel van de kerk, waarvan zij organiste was. Mijn familie wist hier niets van af. Later werd ik officieel organist en dirigent van het koor van deze kerk. In de loop van de tijd kreeg ik in de kerk steeds grotere kansen om carrière in de muziek te maken. Omdat ik hierdoor met mijn familie in de knoei kwam, besloot ik uiteindelijk helemaal met het Joodse geloof te breken. Omdat ik intussen, uit menselijk oogpunt bezien, veel waardering voor Christus had gekregen, besloot ik mij voortaan christen te noemen en probeerde ik ernaar te leven. Jammer genoeg ben ik toen nooit voor de keuze gesteld om werkelijk persoonlijk Jezus Christus als mijn verlosser te aanvaarden, anders was mijn leven niet zo dramatisch verlopen. Zoals bij zoveel mensen het geval is, liep ook mijn ‘christelijk’ leven zonder het werkelijk kennen van Christus, op een grote teleurstelling uit.

Verworpen door de kerk

Toen men er achter kwam dat ik een geboren Jood was, kon ik dit merken aan de reacties van verschillende mensen in onze kerk. Ondanks al mijn pogingen om christelijk te leven, haalde men de neus voor mij op. Ik was immers maar een Jood! Daarom verliet ik deze kerk en ging ik het bij een andere geloofsrichting proberen. Ook daar ontmoette ik echter dezelfde afwijzende houding, wanneer mijn afkomst bekend werd. Ik besloot mijn afkomst helemaal te verloochenen en mij geheel als christen uit te geven. Dit hielp echter niet veel: mijn uiterlijk verloochende zich niet.

Op een avond, toen ik erg moedeloos was, zag de duivel zijn kans schoon. Ik wandelde in de straten van Londen met mijn ziel onder m’n arm, toen ik plotseling vóór mij, mijn eigen beeld ontwaarde. Dit was voor mij een vreemde gewaarwording, want ondanks de ervaringen van mijn grootouders met het spiritisme, wist ik hier niets van af. Spiritisten zouden zeggen dat ik hier mijn eigen etherische lichaam zag. Hoe het ook zij, satan had de lege plaats in mijn leven ontdekt en stapte daar brutaalweg in.

Ontrouwe dienstknechten

Wanneer men mij in de kerk meer op de liefde en realiteit van Jezus had kunnen wijzen, had Hij deze plaats kunnen innemen. Helaas hebben kerkgangers mij de weg niet kunnen tonen, omdat zij zelf ontrouwe, niet bekeerde dienstknechten zijn met slechts een kerklidmaatschap-formulier of verzonnen verbondjes met Abraham, Maria of de paus. Het enige Bijbelse fundament in hun leven wijzen zij vaak af, of maken daar een puinhoop van. Hier zat ik nu, met een geestelijke ervaring, die ik niet kon thuisbrengen. Het visioen deed mij wel terugdenken aan mijn vroegere ervaringen met de foto van Ray op mijn slaapkamer. Nu was ik echter ouder en ik had dan ook geen last van angst. Het was meer verbazing, die over mij kwam. Terwijl ik naar mijn eigen afbeelding staarde, hoorde ik een stem zeggen: ‘Volg mij’. Ik volgde gewillig. Terwijl ik mij voortbewoog, was het alsof mijn lichaam opgetild werd; mijn verstand werd uitgeschakeld. Het eerste wat ik mij daarna bewust werd, was dat ik in een klein kerkje zat, waar een vrouw het woord voerde. Het bleek een spiritistenkerk te zijn. Dit was de eerste keer dat ik in een dergelijke bijeenkomst kwam.

Spiritistenkerk

Hoewel mijn oma er vaak over sprak, had ik het altijd onmogelijk geacht dat men met doden in contact zou komen. Ik had dan ook nooit een seance willen bijwonen. Vreemd genoeg verbaasde het mij niet dat ik nu hier was. Ik bleef dan ook tot aan het eind van de dienst zitten. Toen de spreekster haar toespraak beëindigd had, werd aangekondigd dat zij haar geestelijke kracht zou demonstreren na het zingen van het lied ‘Open mijn ogen, zodat ik kan zien’, een lied dat vaak voor zulke demonstraties wordt gezongen. Nadat dit lied eerbiedig en biddend gezongen was, stond de vrouw op en wees naar mij, op de achterste bank en noemde mijn naam. Dit verbaasde mij, omdat ik de vrouw helemaal niet kende. Zij vertelde verder over de vreemde ervaring, die ik zojuist had meegemaakt en gaf een beschrijving van een van mijn muziekleraars. In dit verband vertelde zij nog welke opmerkingen deze gemaakt had, toen ik hem kort daarvoor een door mij geschreven muziekstuk ter beoordeling voorlegde.

De vrouw vertelde dat ik een medium was en dat de geesten mij altijd al op het oog hadden gehad. Zij herinnerde mij aan mijn jeugdherinneringen met de geest van Ray en vertelde dat ik nu oud genoeg was om de betekenis van dit alles te verstaan. Zij beschreef de situatie nauwkeurig en zei dat God de geesten gezonden had om mij te helpen en mij naar deze bijeenkomst te leiden. De weg was goed voorbereid, want op dit moment was ik eindelijk zover gekomen dat ik dit als een oplossing voor mijn leven zag. In de kerk had ik geen aansluiting kunnen vinden en had men zich niet om mij bekommerd. Deze nieuwe mogelijkheid van geestelijk leven kwam mij nu goed van pas. Daarom besloot ik de kerk helemaal los te laten en mij voortaan bezig te gaan houden op het terrein van het spiritisme. Vanaf die tijd bezocht ik seances en ontwikkelde ik mij tot een bruikbaar medium en werd door de spiritisten met open armen ontvangen, want zij kenden geen enkele vorm van rassendiscriminatie. Wie ik ook was, welke denkbeelden ik er op nahield, of wat dan ook in mijn leven, het was niet belangrijk zolang ik mij gewillig door de geesten liet leiden. Mijn twijfel was al snel verdwenen. Wanneer ik diep in trance was, werd ik gebruikt om zieken te genezen, om mensen te vermanen, of voor andere dingen. Veel ernstige ziektegevallen kwamen op mijn weg en ik geloofde dat ik ze door Gods kracht de genezing deed toekomen. Visioenen en andere ervaringen begonnen bij mij tot de orde van de dag te behoren.

Instrument

Ik trad in de verplichte dienst van het Britse leger. Tijdens de jaren van mijn militaire dienst maakte ik veel reclame voor het spiritisme bij mijn collega’s, waarvan ik velen wist te overtuigen. Na mijn militaire dienst stortte ik mij weer volop in spiritistische activiteiten. Ik probeerde het christelijk geloof te combineren met de idealen van het spiritisme en ik kreeg steeds meer succes. Ik werd zelfs tot voorganger van de Spiritistenkerk aangesteld. Hoewel ik mijn mediamieke gaven in praktijk kon brengen, was ik toch niet helemaal tevreden, omdat er voor mij nog onbekende terreinen waren. Ik wilde meer aan de weet komen over de identiteit van bepaalde geesten en daarom zocht ik naar een mogelijkheid hun werken uit te proberen. Al gauw zou ik de kans krijgen ook op dit gebied ervaring op te doen. Satan wil immers zulke leergierige slaven als ik was, graag verder leiden op deze occulte weg.

Zwarte magie

Op een dag ontmoette ik iemand, die zichzelf een ‘rationeel spiritist’ noemde. Hij bedoelde hiermee dat hij niet in God geloofde, terwijl hij de waarde van gebed en zingen van gezangen en geestelijke liedjes ontkende. Het opmerkelijkste was, dat hij beweerde een meester te zijn in zwarte magie, waarbij hij geleid werd door boze geesten, die volgens hem toch goed werk verrichtten. Volgens hem waren er veel mensen, die zich christelijke spiritisten noemden, wat niet juist kon zijn, omdat een spiritist nooit christen kon zijn. Deze uitspraken schokten mij. Deze man nodigde mij uit om bij hem thuis als proef eens een seance mee te maken. Ik voelde er echter niet veel voor, omdat ik meende dat dit toch niets zou uithalen omdat onze standpunten te ver uiteenliepen. Ik geloofde van mijzelf dat ik door goede geesten geleid werd, terwijl hij zei dat boze geesten hem inspireerden. Bij zoveel gebrek aan harmonie was er weinig kans om verschijningen te kunnen oproepen. Hij bleef echter aandringen om toch een keer de proef op de som te nemen.

Seance

Aangezien ik toch wel nieuwsgierig was geworden, maakten wij een afspraak voor een avond, waarop bij hem thuis een seance zou worden gehouden, in aanwezigheid van een aantal neutrale toeschouwers. We besloten allebei in trance te gaan en dan af te wachten wat de geesten door ons heen zouden gaan doen. Ik was er zeker van dat er niets zou gebeuren en hij dacht precies tegenovergesteld.

Zoals verder in deze artikelenserie nog wel uitvoeriger zal worden beschreven, is ‘trance’ een toestand waarin een geest volledig beslag legt op het lichaam van het medium, dat zich niet langer bewust is van wat er in de zichtbare wereld om hem heen gebeurt. Wanneer hij weer tot zichzelf komt, moeten daarom de omstanders vertellen wat er gebeurd is tijdens zijn ‘afwezigheid’. Dit is de reden dat wij een aantal betrouwbare getuigen nodig hadden voor ons experiment. Zo kwamen wij op de afgesproken avond bijeen in het huis van mijn ‘collega’. Naar zijn opvattingen werd er niet gebeden en gezongen; beiden gingen wij in trance. De seance was ongeveer een uur aan de gang, toen wij beiden uit onze trance terugkwamen. Tot mijn grote verbazing vertelden de aanwezigen dat zij het een geweldige seance hadden gevonden. Mijn helpers waren in druk gesprek gewikkeld met die van het andere medium en zij schenen al goede vrienden met elkaar te zijn geworden. In de daarop volgende maanden hielden wij nog verschillende seances, met steeds dezelfde spectaculaire resultaten.

God of de demonen?

Ik kreeg het hier erg moeilijk mee. Hier was immers sprake van een man, die niet in God geloofde, maar zich alleen hield aan contact met boze geesten, een man die niet geloofde in gebed en zingen van geestelijke liedjes en toch in staat was duidelijke geestverschijningen op te roepen en goede werken te verrichten. Aan de andere kant stond ik, die een groot deel van mijn tijd besteedde aan meditatie en gebed, terwijl bij mij toch beslist geen betere resultaten aanwijsbaar waren dan bij hem. Het was voor mij erg verwarrend. Werden nu mijn gebeden beantwoord door God of door de demonen? Of was het God die door mij en door deze man werkte, hoewel de man zelf beweerde dat hij in contact stond met boze geesten?

In deze tijd ontdekte ik dat er ook in spiritistische kringen verschil van mening bestaat over verschillende punten van hun ‘geloof’. Sommigen van hen beweerden een christen te zijn, anderen juist niet; sommigen geloofden in God, terwijl anderen een Godsbestaan loochenden. Ik vroeg mij af wat ik nu eigenlijk zelf geloofde. Als spiritistisch voorganger had ik altijd geprobeerd het christelijk geloof aan te passen aan de praktijk van het spiritisme. Ik was zelfs gewend de Bijbel te citeren en meende de wonderen van Jezus te kunnen zien als mediamieke uitingen. Tot dat moment had ik jarenlang Gods Woord lukraak gebruikt, maar ik werd mij bewust dat God geen God van verwarring kan zijn.

Ik besloot de Bijbel intensief te gaan onderzoeken en bij verschillende kerkgenootschappen een kijkje te gaan nemen om te proberen een gemeenschappelijke basis te ontdekken, waarop ik verder kon bouwen en die mijn duisternis zou wegnemen. Mij vasthoudende aan de spiritistische gedachte, dat contact met geesten van doden mogelijk is, begon ik aan mijn kerkentocht. Zo kwam ik onder andere terecht bij de Mormonen, in de rooms-katholieke kerk en bij allerlei andere groeperingen. Maar ik kwam er niet verder mee. Ik voelde dat ik iets miste, maar ik wist niet wat. Er moest toch een sleutel zijn om dit probleem te kunnen oplossen; de Bijbel zegt immers: ‘Zoek en je zal vinden’. Omdat ik de Bijbel niet in zijn verband las, wist ik niet wat ik moest zoeken; ik wist alleen maar dat het ‘waarheid’ genoemd wordt. Ik was me toen nog niet bewust dat het Jezus is die gezegd heeft:  ‘Ik ben de (enige) Weg, de (enige) Waarheid en het (enige) Leven’. De geesten zeiden mij dat ik niet zo dwaas moest doen, want ik had de waarheid toch? Zij zeiden mij dat ik moest ophouden met vechten tegen mezelf en dat ik naar hen moest luisteren, dan zou ik de hele waarheid leren kennen. Mijn innerlijke strijd werd er niet minder op.

Nadat ik allerlei kerkdiensten en bijeenkomsten had bezocht, belandde ik in een pinkstersamenkomst. Aangezien het nog erg vroeg was, ging men eerst met elkaar een bidstond houden. Er werd door sommigen in talen gesproken, terwijl anderen de vertolking gaven en profeteerden, waardoor ik de indruk kreeg dat ik in een andere soort spiritistenkring was terechtgekomen. Hoewel ik gewend was aan spreken in talen en profetie, merkte ik toch dat hier een andere sfeer heerste, dan ik in onze bijeenkomsten gewend was. Nadat de voorganger naar voren was gekomen, begon men verschillende koren te zingen, waarbij ik zag hoe blij deze mensen waren. Verschillende keren glimlachte de voorganger vriendelijk tegen mij, aangezien ik een vreemdeling was. Voordat hij aan zijn prediking begon, vertelde hij dat God hem een boodschap had gegeven en wel met betrekking tot het spiritisme, dat volgens hem van de duivel afkomstig was. Tijdens zijn toespraak merkte ik dat hij niet veel wist van de praktijk op dit gebied; in Bijbels opzicht wist hij echter heel veel.

Andere inzichten

Na de dienst kwam hij naar mij toe om kennis te maken, waarbij hij ook informeerde of ik een kind van God was. Ik ging daar niet op in, temeer niet omdat ik boos was over het feit dat hij iets had veroordeeld dat hij helemaal niet kende. Toen ik hem vroeg waar hij de vrijheid vandaan haalde hierover te spreken, verwees hij naar het Woord van God, de Bijbel. Hier wilde ik wel eens over discussiëren, per slot van rekening had ik een goede kennis van het Oude Testament, hoewel ik in het Nieuwe Testament niet zo goed thuis was. Wij kwamen uiteindelijk opnieuw terecht bij de redding van de ziel. Hierbij kwam met name Jesaja 53 naar voren, een gedeelte dat door de Joden veel wordt verwaarloosd. Hij vroeg hoe het mogelijk was dat dit hoofdstuk over de Messias geschreven kon worden, 700 jaar voor zijn komst, als de Bijbel niet het geïnspireerde woord van God zou zijn. Ik antwoordde dat er wel meer mensen zijn geweest die voorspellingen hebben gedaan, die zijn uitgekomen, bijvoorbeeld Jules Verne. Het was mijn bedoeling hiermee de inspiratie van de Schrift te loochenen.

Ik was altijd van mening geweest, dat de Bijbel een verzameling historische geschriften van verschillende Joodse schrijvers was en niet zozeer in letterlijke zin het woord van God, zoals het hier nu werd voorgesteld. De voorganger gaf toe, dat inderdaad soms bepaalde gebeurtenissen voorzien kunnen worden, maar dat het onmogelijk is uit eigen beweging te profeteren over iemand, die vele eeuwen later geboren zal worden, met daarbij bovendien allerlei bijzonderheden te vermelden over diens leven en de wijze waarop hij zal sterven, zoals in dit hoofdstuk het geval is. Mijn tegenwerping was, dat het hier toch ook wel iemand anders zou kunnen betreffen dan Jezus van Nazareth.

Na vergelijking van Schrift met Schrift vroeg de voorganger mij of ik dan iemand anders kon noemen, waarop dit alles betrekking zou hebben. Op dit punt was ik verslagen; ik moest toegeven dat de Bijbel in dit opzicht de waarheid sprak. Dit hield in dat dan ook de andere (door God geïnspireerde) uitspraken van de Bijbel wáár zijn, inclusief de veroordeling van het spiritisme en andere occulte praktijken. Ik had deze Bijbelse waarheden altijd uit mijn gedachten gebannen en had altijd uitvluchten hiervoor gezocht (de verblindheid van een ongelovige of dwalende kan soms ontstellend groot zijn). Ook had ik bepaalde Bijbelgedeelten zodanig omgebogen dat zij in mijn spiritistenkraam te pas kwamen.

Hoewel ik mij die bewuste dag nog niet bekeerde, werd ik wel aan het denken gezet. Er ontstond bij mij een grote innerlijke strijd tegen de geesten, die zeiden dat ik niet zo dom moest doen door te luisteren naar iemand, die nog nooit een seance had meegemaakt en die alleen maar kon argumenteren vanuit een ouderwetse Bijbel. In ieder geval wilde ik deze dingen grondig onderzoeken. Mijn voeten hadden de eerste stappen gezet op het goede pad. Kort na het gesprek met de pinkstervoorganger bezocht ik weer eens een seance, die echter mijn laatste zou blijken te zijn. Tijdens deze seance, waar ik als medium fungeerde, zetten de boze geesten alles op alles om mij het leven te benemen. Het werd mij duidelijk dat zij begrepen, dat ik op weg was mij aan hun macht te onttrekken en dat ik mijn leven aan Christus wilde toewijden.

Evangelisatiesamenkomst

Tijdens mijn zoektocht bezocht ik een kerk in Londen, waar net een grote evangelisatiesamenkomst begon. Nog steeds werd ik innerlijk heen en weer geslingerd. Men begon het eerste lied te zingen, een lied dat mij volkomen onbekend was. Ik werd getroffen door de woorden: ‘Volle verzekering, Jezus in mij’. Als in een flits maakte Gods Heilige Geest mij duidelijk dat dit het nu was, waar ik al jarenlang naar zocht: een vaste zekerheid, dat Jezus mijn Redder was. Op dat moment vroeg ik de Heer Jezus mij te redden en voordat het lied was afgelopen, had ook ik de zekerheid dat Jezus ‘mijn’ was en ik van Hem. Ik was verlost door Jezus Christus! Hoewel ik nog niet overtuigd was, dat spiritisme tegen de wil van God is, werd ik er toch toe geleid mijn contacten met de spiritistische wereld te verbreken. Ik merkte dat het mij zelfs onmogelijk was om nog een seance bij te wonen; iedere keer werd ik hiervan door een onverwacht voorval tegengehouden. Sinds mijn bekering heb ik dan ook geen enkele spiritistenbijeenkomst meer bijgewoond.

Strijd

Naarmate ik de Bijbel beter bestudeerde, groeide bij mij de overtuiging dat deze geestenwereld door satan gedirigeerd wordt. Hoewel ik toen nog geen duidelijke bewijzen had, heb ik later op ondubbelzinnige wijze ervaren dat deze spiritistische geesten lijnrecht tegenover God staan. Nadat ik mij in water had laten dopen, werd ik gedoopt met Heilige Geest en prees ik de Heer in talen, zoals de Geest het mij gaf uit te spreken. Na de doop in Gods Geest werd ik in verschillende gemeenten uitgenodigd om van de Heer te getuigen. Natuurlijk wilde ik dit graag doen, maar wat heb ik hierbij verschrikkelijke tegenstand ervaren van de grootste vijand van God, de duivel. Blijkbaar wilde hij zijn prooi niet zo gemakkelijk loslaten. Iedere keer, wanneer ik getuigde, werd ik zwaar aangevallen. Duizelingen maakten mij het spreken erg moeilijk en ik moest mij ergens aan vasthouden om op de been te blijven.

Wanneer ik na zo’n getuigenis was thuis gekomen, werd ik door mijn vroegere ‘vrienden’ uit de geestenwereld besprongen, die probeerden mij in een diepe trance naar beneden te trekken. Dit gebeurde tegen mijn eigen wil, wat normaal een voorwaarde is om in trance te kunnen raken. Soms probeerden zij mij ertoe te dwingen mijzelf met eigen handen te wurgen. Doordat ik bleef staan op Gods beloften en ik mij steeds weer op het offer van Jezus Christus beriep, terwijl ook de broers en zusters veel voor mij baden, kon ik deze boze geesten overwinnen. Deze aanvallen bleven de eerste maanden steeds weer terugkomen, maar in de naam van Jezus is uiteindelijk de volledige bevrijding gekomen. Ik weet nu tegen wie ik moet strijden en hoe subtiel de duivel tewerk gaat, maar ik weet ook dat ik in Jezus meer dan overwinnaar ben.

Ik bid dat door de volgende artikelen Gods kinderen wakker zullen worden geschud, opdat zij deze geestenwereld zullen gaan bestrijden in de kracht ván de Heilige Geest, met de wapens die God ons heeft gegeven. Ik hoop velen duidelijk te kunnen maken dat zij zich verre moeten houden van deze occulte wereld en zich ook niet door nieuwsgierigheid in dit opzicht moeten laten verleiden. Satan neemt deze dingen erg serieus en hem is er alles aan gelegen, de mens steeds verder bij God vandaan te trekken, waarbij de weg terug, bijzonder moeilijk te vinden is.