Duister dagboek

Door de twee luisteraars, samensteller: J.A. Russell

Van verschillende lezers kregen we het verzoek iets te schrijven over een ooit uitgegeven dagboekje, dat de titel draagt ‘Jezus spreekt’. Ook al is het een tijd geleden dat dit boekje uitkwam; het is nog steeds een veel gelezen en gebruikt boekje en dus ook via internet toegankelijk. Wij kunnen ons voorstellen dat gedacht wordt: als Jezus zelf spreekt, past het iedereen verder te zwijgen. Je kunt toch moeilijk een oordeel uitspreken over of zelfs kritiek hebben op zijn woorden. Hier zit echter juist de kern van het probleem. We waarschuwen op deze site vaak voor valse profeten, die zeggen in de naam van Jezus te komen, terwijl de Hoogste Heer niet door hen spreekt. Zij gebruiken echter deze naam om eigen ingevingen of, nog erger, leringen van demonen te camoufleren. Zij intimideren de eenvoudige zielen met hun brutaal uitgesproken slogan: ‘Zo zegt Jezus’.

Valse profeten genaamd ‘Jezus’

Onder het Joodse volk waren meer mensen die de naam van Jezus droegen, bijvoorbeeld ‘Jezus, genaamd Justus’, een medewerker van Paulus (Col.4:11). Ook slechte mensen droegen deze naam. Zo zijn er ook in de geestenwereld machten die zich deze naam toe-eigenen. We hebben enkele keren duidelijk zo’n demon door de mond van een mens horen zeggen: ‘Ik ben Jezus’. Een ‘profeet’ kwam zelfs bij ons in huis, omdat hij geïntroduceerd werd door een bekend Nederlands evangelist. Regelmatig krijgen we mails en post van zichzelf noemende ‘profeten’ of doorgevers van boodschappen uit ‘hogere sferen’.

Al eerder schreven we over ene Lhyza de Vries uit Friesland die ’boodschappen’ van engelen doorgeeft en die beweerde dat de hedendaagse Friezen uit gereïncarneerde zielen zouden bestaan van Joden die tweeduizend jaar geleden Jezus niet erkenden. Door de taal raakten zij geïsoleerd van andere bevolkingsgroepen. Via de reïncarnatie van de ziel zou de mens zo dus beter de plannen en het handelen van God gaan verstaan! Het mag toch wel duidelijk zijn dat contact met demonen die zich voordoen als engelen van het licht voor God een gruwel is. Voor deze ‘doorgeefster’ en haar aanhang zal het uiteindelijk geestelijk erger worden dan het ooit voor hen geweest is!

In het Oude Testament was het probleem van de valse profeten ook urgent. Hoe vaak moest de ware God Zich niet identificeren met de woorden: ‘Ik ben de God van Abraham, Izak en Jacob’ of ‘de Schepper van hemel en aarde’. Let er ook eens op hoe de Bijbelschrijvers dikwijls de naam van Jezus vergezeld doen gaan van bijstellingen: de eerstgeborene uit de doden, de Zoon van de levende God, de verzoener van onze schuld, de Bemiddelaar tussen God en mensen, of de Bemiddelaar van het nieuwe verbond. Niet iedere Jezus is de Christus van de Schriften.

Dit dagboekje is zeer vaag over de persoon van de ‘Heer’. De 366 profetieën opereren los van de woorden van God, hoewel ze die wel nu en dan citeren. De naam ‘Jezus’ heeft in dit boekje een magische kracht:

  • ‘Alleen al de klank van Mijn Naam, uitgesproken in liefde en tederheid, verdrijft alle kwaad. Het is het woord, waarvoor alle legermachten van de boze op de vlucht gaan’.

Zoals sommigen in de charismatische beweging de demonen een kruisje voorhouden om ze zo te verjagen, zo wordt hier het uitspreken van de naam van Jezus tot een occulte klankencombinatie die men vele malen moet herhalen. Ik heb in samenkomsten mensen in trance zien komen bij dit veelvuldige misbruik van deze naam. Het begint eerst zachtjes, bijna fluisterend, dan wat luider en met steeds hoger stemgeluid, terwijl de letter ‘e’ in deze naam voortdurend langer wordt aangehouden. Het advies luidt hier: ‘Fluister heel even Mijn Naam’ of ‘spreek die Naam dikwijls uit’. 

In dit dagboekje is alles onduidelijk en schimmig. Wat houdt het eigenlijk in, als ‘Jezus’ zegt:

  • ‘Wat de wereld voelt, moet ik voelen, Ik, de Mensenzoon. Jullie zijn mijn volgelingen, dus moet de vermoeidheid van de mens van vandaag jouw deel zijn, zij, die vermoeid zijn en zwaar beladen, moeten tot jou komen en die rust vinden, die je in Mij gevonden hebt. Mijn kinderen, het moet er Mijn volgelingen niet om gaan aan Mijn rechter- en linkerhand te zitten, maar zij moeten bereid zijn te drinken uit de beker, waaruit Ik drink. Arme wereld, leer haar, dat er maar een geneesmiddel is voor al haar kwalen: eenheid met Mij. Durf te lijden, durf te overwinnen, wees vervuld van Mijn goddelijke stoutmoedigheid. Onthoud dit. Eis het onmogelijke’.

De wereld voelt de druk, de aanvallen en de verleidingen. Hier wordt beweerd, dat Jezus, die als overwinnaar op de troon met eer en heerlijkheid is gekroond, Zich ook moet stellen onder datgene wat de wereld ten onder houdt, verziekt en vermoeid maakt. Maar zelfs de beste dingen die de wereld te geven heeft, zijn niet uit de Vader en Jezus zegt duidelijk, dat Hij en de Vader één zijn. Dit schept dus afstand tussen dat waaronder de wereld gebukt gaat en het klimaat van heerlijkheid, kracht en overwinning, waarin onze Heer Zich beweegt.

Dit is niet het wijzen van een vaste weg tot ontkoming, maar een presentatie van misleidende, holle klanken, die zich als geestelijk willen voordoen, maar in wezen met de realiteit van de onzienlijke wereld niets van doen hebben. Wat echt geestelijk is, doet zich niet wazig voor. Van Jezus staat dat Hij verzocht geweest is, zoals wij. Hij heeft de lijdensbeker gedronken, maar drinkt er nu niet meer uit. Wat voor nut heeft het, wanneer ik mij buig onder de druk en de vermoeidheid van de mensheid, terwijl onze Heer zegt: ‘Hef uw hoofden omhoog’ en ‘hef dan de slappe handen op en strek de knikkende knieën’. Jezus zei niet tot zijn leerlingen dat de wereld met Hem een moest worden, maar dat zij het evangelie zouden verkondigen, opdat de wereld zou geloven.

Onderzoek de geesten

‘Durf te lijden’ betekent waarschijnlijk: wees er niet bang voor, maar wat betekent dan: ‘Durf te overwinnen?’. Wie en wat moeten wij overwinnen? Wij moeten niet vervuld worden met goddelijke stoutmoedigheid, maar met de Heilige Geest. Natuurlijk wordt men vele dagen vanuit het dagboekje bezig gehouden met de liefde, maar nergens met die tot de waarheid. Al de dwalingen die in de pinksterwereld opgeld deden, kan men in dit moraliserende boekje terugvinden. ‘God is liefde’ staat er bijvoorbeeld in dit boekje, maar erachter wordt gezegd: ‘Geen oordeel’. Nu betekent oordeel: scheiding maken tussen goed en kwaad. De Bijbel zegt: ‘Onderzoek de geesten’. In het dagboekje volgt de omkering: ‘Liefde is God’. Hier wordt een abstract begrip verheven tot inspirator en voorwerp van verering. Op deze wijze kan ook de mammon god worden.

De valse Drie-eenheidsleer

Even verder lees ik:

  • ‘Hij, de God van de hele schepping, beperkte zichzelf tot de enge grenzen van een babylichaampje’.

Ziehier het zoveelste gezwel van de valse drie-eenheidsleer die zegt dat Jezus zelf óók God was, of een tweede of derde van God, al naar gelang deze ziekte zich heeft verspreid over aparte werelddelen, met de daaraan gekoppelde Pre-existentieleer, want als men gelooft dat Jezus ook God is moet Hij al vanaf eeuwigheid hebben bestaan. Er zou dus bij de geboorte van Jezus geen God meer in de hemel zijn en waar was toen dan Gods Heilige Geest, aangezien Jezus in de kribbe deze nog niet bezat? De Bijbel zegt niet: ‘God is vlees geworden’, maar ‘het Woord (Gods Logos) is vlees geworden’ en dit vleesgeworden Logos openbaart Gods gedachten en plannen. De baby in Bethlehem had een hemelse Vader, die Hem heiligde en in de wereld zond.

De grote misleiding in dit boekje zit in het feit, dat er 366 profetieën worden uitgesproken, die als Jezus’ eigen woorden moeten worden aanvaard, terwijl deze uitspraken niet gefundeerd zijn in de woorden van de apostelen en profeten die Jezus geroepen had en die ons klaar en duidelijk de weg tot behoud wijzen.

Occulte boodschappen uit de demonenwereld

Zo wordt er in het boek de raad gegeven:

  • ‘Let nooit op de stemmen van de wereld, let alleen op de zachte, goddelijke stem. Luister en je zult nooit teleurgesteld worden. Luister en angstige gedachten en vermoeide zenuwen zullen tot rust komen. De goddelijke stem uit zich meer in zachtmoedigheid dan in kracht. Meer kalmerend dan in macht’.

Het gaat dan om ingevingen, om innerlijke stemmen waarbij de christen zou moeten leven. Ik kan wel zeggen dat hier de deur wijd geopend wordt voor de misleidende geestenwereld.

Trouwens, hoe is dit boek tot stand gekomen? Twee vrouwen stonden voor een hopeloze toekomst en een van hen verlangde er zelfs naar deze harde wereld voorgoed te verlaten. En toen sprak ‘Jezus’. Dat staat allemaal in het woord vooraf: ‘Ze gaan zitten, ‘papier en potlood bij de hand en wachten’. Een van de beide ‘luisteraars’ vervolgt dan:

  • ‘Mijn resultaten waren volkomen negatief. Tekstgedeelten kwamen en gingen en dan dwaalde mijn geest af naar gewone onderwerpen. Ik zette mij er steeds weer toe, maar zonder resultaat. Tot op heden ben ik niet in staat op deze wijze leiding te ontvangen. Maar bij mijn vriendin gebeurde iets heel wonderlijks. Vanaf het begin ontving zij prachtige boodschappen en sinds die tijd is er geen dag voorbijgegaan, waarop wij geen boodschap kregen’.

Dan volgt de mechanische inspiratie, dit wil zeggen dat deze luisteraars willoze werktuigen worden van een inspirerende geest. Dit is zo’n sterke macht, dat hij zelfs niet wil dat zij hun namen bekend maken. Ik wijs erop dat de Bijbelschrijvers hun namen wel noemen. Gods Geest getuigde met hun geest en vanuit deze samenwerking ontstond de profetie.

In het boek wordt op een bepaalde dag het spiritisme veroordeeld, wanneer gezegd wordt: ‘Spiritisme is verkeerd. Niemand behoort ooit een medium te zijn voor een andere geest dan de Mijne’. Maar hoe hebben zij onderkend dat de geest, die hier sprak, niet een vooraanstaande demon uit het rijk van de duisternis was? Nergens toch wordt gewaarschuwd voor het zoeken van contact met de gestorvenen. Integendeel, op een gegeven moment komt de aap uit de mouw. Ik lees:

  • ‘Hoe vaak haasten stervelingen zich naar aardse vrienden, die hen maar in zo’n beperkte mate kunnen helpen, terwijl de vrienden, die bevrijd zijn van de beperkingen van het mens zijn, hen zoveel beter zouden kunnen beschermen, zo veel beter plannen met hen zouden kunnen maken en hun zaak zo veel beter bij Mij zouden kunnen bepleiten. Je doet er goed aan je vrienden in de geestelijke wereld niet te vergeten. Als je omgang met hen hebt, leef je meer in die geestelijke wereld en des te gemakkelijker zal het zijn als het tijd is om deze wereld te verlaten’.

De mens moet geheel worden afgebroken

De schrijfsters spreken over twee categorieën van vrienden: aardse vrienden die je maar in beperkte mate kunnen helpen, en vrienden die bevrijd zijn van de beperkingen van het mens zijn, dit wil zeggen vrienden die gestorven zijn. Met deze laatsten zou je beter contact kunnen opnemen dan met de eersten. Het wachten en luisteren krijgt nu een verdacht tintje. Het contact opnemen met gestorvenen is zuiver spiritisme. De geest die de ‘luisteraars’ inspireerde, wordt nu ontmaskerd als een boze geest. Deze duldt ook geen beoordeling, want hij zegt:

  • ‘Mediteer (overpeins) over alles, wat Ik zeg. Denk er goed over na. Niet om daaruit je eigen conclusies te trekken, maar om Mijn visie in je op te nemen’. ‘Mijn woorden vereisen geen enkele uitleg van mensen. Elke klap, die aan het eigen ik wordt toegebracht, dient om een waarachtig, eeuwig, onvergankelijk nieuw mens van je te maken. De wereld heeft geen supermensen nodig, maar bovennatuurlijke mensen. Mensen, die met volharding het eigen ‘ik’ uit hun leven willen doen verdwijnen om de goddelijke kracht door zich heen te laten werken’.

Jezus schonk ons leraars om zijn woorden uit te leggen, maar hier wordt de menselijke geest volkomen uitgeschakeld en deze komt onder de kadaverdiscipline van een spiritistische demon. De menselijke geest mag zich met de ziel ook niet ontwikkelen, maar de innerlijke mens moet dood. Dan kan de vijand volkomen zijn gang gaan. De mens wordt niet hersteld en vernieuwd, maar hij moet geheel worden afgebroken. Vergelijk de door demonen geïnspireerde uitspraken van Elifaz: ‘Zelfs zijn hemelse helpers vertrouwt God niet, bij zijn engelen ontdekt hij nog fouten, hoeveel temeer bij schepselen, uit aarde gemaakt, zo kwetsbaar dat men ze dooddrukt als motten’ (Job.4:18,19). Maar het Woord van God zegt: ‘U bent echter een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie’ (1 Petr.2:9).

Zijn het geen supermensen die voor eeuwig naast God zullen regeren over al de werken van zijn handen? Het zijn ook bovennatuurlijke of geestelijke mensen, die gezegend zijn met de gaven van de Heilige Geest. Deze opnieuw geboren schepsels waren eerst dood in overtredingen en misdaden. Toen stonden ze op tot een nieuw leven, want wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.

In dit dagboekje wordt dus niet geleerd dat Gods Geest en onze geest in een geestelijk huwelijk samen verbonden leven voor God, maar in de mens functioneert alleen de kracht, waarvoor de menselijke geest bezwijken moet.

  • ‘Het eigen ik moet niet alleen worden onttroond, maar het moet dood. Een dood eigen ik is geen gevangen ik. Een gevangen eigen ik kan meer kwaad doen. Bij elke training moet je het eigen ik laten sterven’. ‘Ik leer dood aan het eigen ik’. ‘Neem met Mij afstand van je ziel en aanvaard dankbaar de training, verheug je in elke vooruitgang’.

De Bijbel leert dat God de mens schiep als een levende ziel. De mens is dus een ziel, maar het dagboekje leert: ‘Probeer je voor te stellen, dat je ziel een derde persoon is’. Hier wordt de heidense gedachte onderwezen, dat de mens zich van zichzelf moet distantiëren. Jezus zei echter: ‘Wat baat het een mens, als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt?’ (Luc.9:25). Wanneer ik mijn ‘ik’ in de dood geef, dan lever ik het over aan de occulte demonen uit de afgrond van het dodenrijk. Dan kan ik geen controle meer uitoefenen op de machten die aan de deur van mijn levenshuis staan en die binnen willen dringen. Dan verlies ik elke verantwoordelijkheid en verlies ik dus mijzelf.

Tenslotte willen we zien wat de apostel Paulus hierover schrijft in Galaten 2:19,20.

  • ‘Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven’.

De wet zei: ‘Doe dit en u zult leven’, maar dit principe van de wet werd door de apostel in de dood gegeven. Hij geloofde en leefde. Hij vervolgt dan: ‘Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij’. Christus stierf en bij zijn opstanding leefde Hij als verheerlijkte mens. Degene die opgewekt was, is dezelfde als die eenmaal stierf. Op dezelfde manier stierf ook de apostel met Christus. Hij ging onder, stond op en werd verbonden met de Heilige Geest. Zijn ‘ik’ stond op. Wij hoeven ons ‘ik’ niet voor de tweede maal in de dood te geven. Nu is het door de verbondenheid met Christus: ‘Christus leeft in mij’. Dat ‘mij’ is mijn gereinigde ‘ik’, dat verbonden is met de Heilige Geest. Door deze verbinding ben ik niet meer in de dood, maar in het leven.

Het dagboekje ‘Jezus spreekt’ brengt ons in een geraffineerde val van de satan. Het komt niet overeen met de duidelijke uitspraken van Gods Woord, maar stelt een geest die door twee vastgelopen vrouwen spreekt, als leider aan. Moeten wij ons bezighouden met profetieën van vrouwen (en hun opvolgers die nog dagelijks deze rampen op internet zetten), die niet het minste inzicht hadden en hebben in het ware evangelie, laat staan in de boodschap over het Koninkrijk der hemelen? Het getuigt wel van bittere geestelijke armoede, als men zich nu met zulk vertaalwerk tevreden moet stellen.

‘Maar het dagboekje bevat toch ook wel goede passages’, zal iemand zeggen. Mijn antwoord is daarop: ‘Een bron die zich Jezus noemt, kan niet tegelijkertijd uit dezelfde ader zoet en bitter water opwellen’ (Jac.3:11). Daarom zijn de inspirators van deze demonische schrijfsels niet uit onze Heer, want deze identificeert Zich alleen met de waarheid!