Antroposofie in Nederland

Bernard Lievegoed was de Nederlandse bekendste antroposoof en emeritus hoogleraar in de sociale pedagogiek (opvoedkunde). Hij beweerde dat er een nieuwe tijd op komst is. Het materialisme nadert het einde en er breekt een tijdperk aan waarin de mens in harmonie en spiritualiteit samenleeft. Dit zei hij bij de presentatie van de eerste drie ‘Steinervertalingen’. Het waren de eerste van 48 vertalingen van de voornaamste werken en voordrachten van Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. In dit artikel belichten we de antroposofie en haar occulte (verborgen / gecamoufleerde) achtergronden.

Wie is deze Rudolf Steiner?

In 1861 werd Rudolf Steiner in Oostenrijk geboren, als zoon van een spoorwegbeambte. In het rooms-katholieke gezin was hij als kind al op zoek naar de geestelijke wereld. Zijn hele leven is hij daarmee bezig geweest. Echter niet op de Bijbelse manier, zoals Christus die ons leert door zijn leer van het Koninkrijk der Hemelen. Geïnspireerd door onder andere de filosofie van Aristoteles, Plato en vele anderen wil Steiner de mensheid binnen laten treden in de wereld van het ‘bovenzinnelijke’. Een van zijn boeken draagt dan ook de titel ‘De weg tot inzicht in hogere werelden’. De mens kan, aldus Steiner, ‘communiceren met engelen en de geheimen van de natuur leren kennen.’ Zijn visie is een parallel van wat in de Bijbel heet: ‘de bovennatuurlijke wereld’, waartoe wij toegang krijgen als opnieuw geboren christenen, gedoopt in Gods Geest. Petrus vertelt ons dat het Gods bedoeling is dat wij deel hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst (2 Petrus 1:4).

Antropos, Sophia en de demonen

Om tot kennis van wat Steiner ‘het bovenzinnelijke noemt’ te komen, propageert hij echter de weg van de antroposofie. In het begrip antroposofie zitten twee Griekse woorden verborgen. ‘Antropos’ is in het gnosticisme, de eerste mens, waarin Gnosis duidt op een mystieke, geheime of verborgen kennis en ‘Sophia’ is een ‘wijsheid omtrent de mens’ (let op het ‘mystieke’ en verborgene’). Centraal staan daarbij de zichzelf toebedachte vrijheid van de mens en een ingebeelde ‘werkelijkheid’ van de ‘innerlijke wereld’. Verder nog de onmetelijke, verborgen krachten in de mens, maar ook een volkomen blindheid voor de demonische geestenwereld van satan.

In Nederland telt de Antroposofische Vereniging enkele duizenden leden. Dit lijkt niet zoveel, maar hun invloed is groot. De beweging noemt zich geen sekte of een gesloten instituut. Het is geen gemeenschap van mensen die allen hetzelfde geloven. Iedereen kan lid worden. Leden van de vereniging worden niet verplicht te breken met hun maatschappelijk leven of geacht hun hele leven in dienst te stellen van de antroposofie. Toch is de antroposofie bepaald geen vrijblijvende levensbeschouwing. Antroposofen blijken er eigen levenswijzen en ideeën op na te houden. Ze wensen bewust te leven. Zo eten ze bv. onbespoten groenten, sturen hun kinderen naar antroposofische scholen en bezoeken een dito dokter. Achter de wereld van de dingen, de materiele wereld, is een andere, spirituele wereld, leert Steiner:

  • “De dagelijkse mens moet worden losgelaten, de hogere mens moet worden gewekt.”

Voor ieder die dagelijks mediteert, breekt de dag aan dat het om hem heen geestelijk ‘licht’ wordt. Die mens wordt daardoor rustiger en evenwichtiger. Hij is minder kwetsbaar voor angsten, ergernis, woede enzovoorts. Dat dit buiten Jezus Christus onmogelijk is, wordt gecamoufleerd met oosterse kreten en ‘diepere’ inzichten. Alles wat uit de onzienlijke wereld zonder God en zijn Zoon als’ licht’ wordt aangedragen, voert de mens echter naar het dodenrijk. Zij gaan zonder dit te beseffen, wèl in op het voorstel dat de gevallen engel van het licht, satan, eens deed aan Jezus:

  • ‘Aanbidt mij (satan) en alles van deze wereld zal ik U geven’ (Lucas 4:1-13).

Reïncarnatie

Steiner gelooft ook in ‘reïncarnatie’ (opnieuw lichamelijk verschijnen op basis van zielsverhuizing). Door verschillende levens heen kan men het allerhoogste stadium van bewustzijn bereiken. Steiner zelf beschikte over een helderziend vermogen om de geestelijke wereld te ‘kijken’. Door dat ‘kijken’ verkreeg hij veel ‘kennis’. Door innerlijke concentratie, het zich inleven in het wezen van de dingen en door met ‘geestelijke ogen’ te zien, vergrootte hij die kennis voortdurend. Zo werd hij een ‘ingewijde’.

De Kenleer

Verkuyl zegt in zijn boek ‘Antroposofie en het evangelie van Jezus Christus’:

  • ‘De antroposofie is een vorm van moderne gnostiek (de weg van de speculatieve kennis als verlossingsweg). Dat betekent dat het in deze stroming gaat om kennis en wel ‘kennis van hogere werelden’. ‘Geesteswetenschappelijke kennis’, of zoals Steiner hier en daar schrijft: ‘Geheime kennis, occulte kennis’. Door innerlijke scholing kan men tot kennis van hogere werelden komen. ‘In ieder mens sluimeren vermogens, waarmee hij zich inzicht in hogere werelden kan verwerven’, is een van Steiners stellingen. Door meditatie kan men een grote hoeveelheid bovenzinnelijke ervaringen opdoen. Heeft de mens zich uiteindelijk voldoende ‘zielenkracht’ verworven, dan kan hij tot ‘bovenzinnelijke kennis’ komen. Hij ontvangt de ‘hogere waarnemingsorganen’.

Ziet u de parallel met de bovennatuurlijke Bijbelse gaven van Gods Heilige Geest (1 Corinthiërs 12:1-11, Romeinen 12:6-8 enz.)? Door concentratie leert de mens het ‘geestelijk kijken’. Nieuwe zintuigen worden actief. Hij begint te horen met de ziel en gaat het wezen achter de dingen ontdekken. Men wordt vatbaar voor de inspraak vanuit het wezen van de natuur en van mensen. Dan komt het tweede stadium in dit proces. Dat is de verlichting. Iedere plant, ieder dier, iedere steen heeft zijn eigen kleur als men ze ziet met ‘geestelijke ogen’. De derde fase is die van de inwijding. De leerling ondergaat allerlei proeven. Zonder die oefeningen zou hij pas in een zeer verre toekomst, na veel incarnaties ‘het weten en kennen’ dat de mens door de inwijding ten deel valt, ontvangen. Deze geheime kennis is volgens de inzichten van Steiner de reddingsweg, het middel van de zelfverlossing. U ziet hoe satan zichzelf perfect heeft gecamoufleerd en mensen klimmen over muren en kruipen door de ramen, i.p.v. door de voordeur – met bruiloftskleed aan – de bruiloftszaal binnen te gaan (Mattheus 22:11-13).

Akashakroniek

Van bijzondere betekenis in deze Kenleer is de inzage in de Akashakroniek, die informatie verschaft over ‘oertoestanden van aarde en mensheid’. In die Akashakroniek staat iedere handeling, iedere gedachte opgetekend, een soort wereldgeheugen. Steiner zelf schrijft:

  • “Uiterlijke geschiedkundige gegevens blijven meestal onvolledig. Alles wat in de tijd ontstaat, vindt zijn oorsprong in het eeuwige; dat is niet toegankelijk voor de zintuiglijke waarneming’. Dat kan alleen door helderzienden worden gelezen…”

Geestenwetenschap over ‘het eeuwige…..’

Die kroniek is alleen voor sommige ingewijden, zoals hij, Steiner, toegankelijk. Die kennis heet ‘geesten-wetenschap’. Steiner putte daaruit – uit het rijk van de duisternis – zijn inzichten. Voor ons zijn ze volstrekt oncontroleerbaar, maar wel duidelijk herkenbaar als inzichten op occulte wijze verkregen uit het rijk van satan en zijn demonen. Maar volgens Steiner zijn die inzichten onfeilbaar en onafhankelijk van de resultaten van de gewone natuurwetenschappelijke en geesteswetenschappelijke onderzoeksmethoden. Dit verklaart dat in de antroposofische beweging, aan de inzichten en uitspraken van Steiner vrijwel goddelijk gezag wordt toegekend.

De Kenleer van Steiner pretendeert op dezelfde manier wetenschappelijk te zijn als de natuurwetenschappen dat zijn op hun gebied. Elke vorm van geloof, openbaring, belijdenis van geloofskennis, kortom God en zijn Zoon, wijst Steiner af. Dat moet worden vervangen door Steiners ‘weten’. Het bovenmateriële moet waar te nemen zijn, alles wat gedacht kan worden, registreerbaar. Verkuyl concludeert:

  • ‘Het geloof in de Christus­openbaring als een ingrijpen van God in de geschiedenis wijst Steiner af als een gruwelijk dwaalbegrip. De helderziende heeft geen openbaring nodig. Met de toverstaf van zijn Kenleer wijst hij voor zich uit en verovert gebied na gebied en alle grenzen wijken. Het diepste motief van deze Kenleer is het satanisch verlangen om zonder de levende God, zonder zijn openbaring, zonder de levende Christus en Gods Geest, zonder zijn handelend optreden en bevrijdend ingrijpen de diepste vragen van de mens en kosmos op te lossen door zijn eigen speculatief denken’.

Duistere invloeden en ‘speculatief denken…’

Een interview met een bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland leverde onder meer de volgende uitspraak op:

  • “Alles wat in deze zintuiglijke wereld aanwezig is, heeft een bovenzinnelijke oorsprong. Als je daarover begint na te denken, wordt de wereld minstens tien keer zo rijk’. Dat trekt toch mensen aan. Verder werd gezegd: ‘De belangrijkste reden om lid te worden, is de behoefte om de studie van antroposofie te verdiepen in een groep mensen, waarbij het er vooral om gaat het geestelijk wezen van een ander mens te leren kennen. Het is nooit alleen maar abstract en intellectueel bezig zijn. De antroposofie trekt mensen aan die niet tevreden zijn met het wereldbeeld dat op dit moment universitair en wetenschappelijk gangbaar is. Vanuit de antroposofie gezien is dat maar de helft van de werkelijkheid.”

Bovenzinnelijke oorsprong….

Daar springen Steiners volgelingen gretig op in. Hun invloed neemt toe. Hoewel de vereniging enkele duizenden leden telt, zijn er steeds meer mensen die sympathiseren met het antroposofisch gedachtengoed. Het aantal antroposofische scholen, de ‘vrije scholen’, is enorm uitgebreid. Dan gaat het om middelbare scholen, basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en dagverblijven voor verstandelijk gehandicapten. Men beschikt over scholen voor Hoger en Beroepsonderwijs. Honderden mensen volgen cursussen over de meest uiteenlopende onderwerpen die met antroposofie te maken hebben.

Biologisch-dynamische landbouw

Een ander belangrijk facet is de biologisch-dynamische landbouw (niet de groenteplantjes van A.H.). Er zijn ook antroposofische eethuizen, voedselwinkels, slagerijen, architectenbureaus, hout-ateliers enzovoorts. We noemen verder de Triodosbank en ook de antroposofische uitgeverij ‘Vrij Geestesleven’. Men heeft ook een eigen antroposofische geneeswijze. Inmiddels zijn er antroposofische klinieken, onder meer voor zwakzinnigenzorg en de zogenaamde therapeutische leef-werk-gemeenschappen voor mensen met psychosociale problemen. En op al deze terreinen gaat de groei meer dan gestadig door. Het wemelt van allerlei activiteiten op maatschappelijk en (vooral niet christelijk) religieus gebied.

Informatie en achtergronden

In heel grote lijnen heb ik wat achtergronden aangebracht. Deze informatie en kennis is noodzakelijk om iets van hun ‘bewegen’ te begrijpen. Overigens is dit zeer summier. Steiners totale oeuvre omvat meer dan 350 titels. Men hoort dikwijls zeggen: ‘Er wordt zoveel voortreffelijk werk verricht’. Maar wat is een ‘voortreffelijk werk’ als het doortrokken is van allerlei occulte invloeden? Om aan te geven hoe occult elk werk is, benaderen we enige takken van de beweging nog wat concreter.

Een in een gereformeerd gezin opgegroeide Haagse procureur-generaal en antroposoof en ook bijzonder hoogleraar politiestudies, zei ooit:

  • “Het aardige van de antroposofie is, dat het niet alleen een wereldbeschouwing, maar ook wereldbewerking is. Antroposofie geeft de mogelijkheid om uit de abstractie te komen en concreet bezig te zijn.”

De vele concrete mogelijkheden binnen de antroposofie trekken heel wat mensen aan en het bovenmateriële lokt. Men is de consumptiemaatschappij meer dan beu. Bakfiets, kookeiland, hybridekar, grachtengordel, Dordogne, Toscane, de nieuwste gadgets; kortom, het grote geestelijke vacuüm moet gevuld worden bij de snowflakes in safespace en de vele soorten hipsterbaardjes. Bijvoorbeeld door de nieuwste zelfverwerping omarmen  d.m.v. een Stockholmsyndroom en het ‘nieuwe normaal’, zoals het ‘weg met ons’ of ‘ik ben blank’, dus daarom door en door slecht.’ Daarbij ook nog het calvinistische zelfmoordhumanisme als een kanker tot op het bot en het (letterlijke) einde is bereikt. Maar helaas is er dikwijls weinig begrip en kennis van de achterliggende gebieden en voor men het zich realiseert, is men occult besmet.

De antroposofische geneeskunde

Ita Wegman

Vanuit de antroposofische visie probeert men de normale geneeskunde te beïnvloeden. De arts Ita Wegman was Steiners eerste medewerkster die de nieuw verworven inzichten in de medische praktijk probeerde op te nemen. In Arlesheim in Zwitserland verrees de eerste antroposofische kliniek. Nu zijn er vele. Naast de gangbare beroepsopleidingen van artsen worden door cursussen antroposofische inzichten en methoden toegevoegd. Men vraagt aandacht voor de spirituele kant en voor de verantwoordelijkheid van de patiënten in de strijd tegen de ziekten. Er wordt gewerkt met stoffen uit bepaalde dieren, planten en kruiden. Tal van oude recepturen zijn in gebruik. Ita Wegman gebruikte elementen uit Arische, Taoïstische, oud­ Hindoese en Goetheaanse beschouwingen:

Tao

Hindoe goden

Johann Wolfgang Goethe

Veel therapieën sluiten aan bij de homeopathie en natuurgeneeswijzen, die overigens niet antroposofisch zijn. De leer van karma en reïncarnatie speelt een grote rol bij de visie op de lichamelijke conditie van kinderen en volwassenen en ook op lichamelijke en psychische handicaps. Karma is de aanduiding van de weg en de wet van goede of slechte daden en de leer omtrent de binding aan de consequenties van de daden in de keten van reïncarnaties. Is men bijvoorbeeld gehandicapt geboren, dan hangt dat samen met een vorige incarnatie en is de huidige incarnatie een leerschool.

Dode werken

Als je die leerschool, geholpen door de antroposofische benadering, nu goed volbrengt, hoef je niet bang te zijn die handicap in een volgende incarnatie terug te krijgen (vergelijk de dode werken). Via medicatie zoekt men naar contra-programma’s tegen bepaalde euvels en probeert men het verstoorde evenwicht in het lichaam te herstellen. Hoewel men terecht de aandacht opeist voor de totale mens, is er voor het begrip Bijbelse genezing geen plaats. Steiner heeft de inzichten die hij ‘ontving’ uit de bovenzinnelijke wereld ook toegepast op de landbouw. De antroposoof Roel Munniks zegt er dit van:

  • “Biologisch-dynamische landbouw ontstond in 1924, een jaar voor Steiners dood. Een aantal boeren voorzag toen al wat voor richting de landbouw opging. Steiner heeft hun aanwijzingen gegeven hoe het anders kan. Biologische landbouw kun je bedrijven vanuit de behoefte om op natuurlijke wijze met de wereld om te gaan. Daarbij hoort ook de bovenzinnelijke natuur, die niet alleen in mensen werkzaam is, maar net zo goed in planten en dieren. Als je die invloeden kunt versterken, kan dat een directe uitwerking hebben op de gewassen. Dat gebeurt met biologische preparaten, die op een speciale manier worden gemaakt en over de akker uitgestrooid. Daardoor wordt het leven in de bodem versterkt. Ook kosmische invloeden, de stand van de maan en bepaalde sterrenbeelden spelen hierbij een rol.”

In ditzelfde verband nog iets uit het gesprek met de Haagse antroposoof:

  • “Steiner zegt dat we met onze gewone zintuigen maar een gedeelte van de wereld kunnen waarnemen en dat we door meditatie onze zintuigen zo kunnen verruimen dat we meer kunnen zien. De enige manier om hier achter te komen, is door het te ervaren. Dat wil niet zeggen dat er bijvoorbeeld binnen de biologisch-dynamische landbouw niet met proeven en experimenten wordt gewerkt, maar ook hier is de belangrijkste onderbouwing de ervaring. Ik kan me goed indenken dat mensen het nogal pretentieus vinden. Ze zullen zeggen: als ik mijn land ecologisch bewerk, is dat niet al veel beter?’ Ja, dat is veel beter. Maar moet ik dan, zoals Steiner zegt, ook nog rekening houden met de stand van de planeten? Dan zeg ik: dat moet je niet geloven, dat moet je doen!”

‘Bij nieuwe maan voorspellingen doen……’ 

Op deze manier is de in 1938 opgerichte Nederlandse Vereniging tot Bevordering der Biologisch-dynamische Landbouw bezig. De profeet Jesaja verzuchtte echter al:

  • ‘U bent moe geworden van uw vele plannen. Laten zij toch opstaan die de hemel waarnemen, die naar de sterren kijken, die bij nieuwe maan voorspellingen doen’ (Jesaja 47:13).

De vrije school

Het terrein van het onderwijs is het gebied waar de antroposofie in binnen- en buitenland de grootste invloed uitoefent. De zogenaamde ‘Vrije School’ spreekt bij velen tot de verbeelding. Wat een inzet! Men is er zo kindvriendelijk, want het kind staat centraal. De school besteedt veel aandacht aan beweging en creativiteit. Er wordt aandacht geschonken aan bepaalde religieuze en wijsgerige vragen. De inzet en het enthousiasme van de leerkrachten is formidabel. Er zijn zelfs christelijke vrije scholen. Wat wil je nog meer!? Om dit soort redenen sturen ouders hun kinderen naar de vrije school. Dikwijls heeft men echter geen enkele notie van de achtergronden van deze scholen. Zelfs zijn de leerkrachten niet altijd volledig op de hoogte van de antroposofische filosofie. Hoewel niet alle leraren bij de antroposofische beweging zijn aangesloten of lid zijn van de ‘Christengemeenschap’, wordt wel van hen verwacht dat zij in de geest van de antroposofische uitgangspunten meewerken. Vooral de teamleider moet hierop toezien.

Steiners derde boek, ‘Algemene menskunde als basis voor de pedagogie’, bevat zijn inzichten op het gebied van de opvoeding. Het zijn veertien lezingen die Steiner in 1919 hield voor de onderwijzers van de eerste vrije school, de Waldorfschool in Stuttgart in Duitsland (meer dan 1000 leerlingen). De grondslag van het boek is (weer) het idee van de reïncarnatie. De mens is een ziel die steeds weer incarneert in een nieuw lichaam. In de opvoeding gaat het er om de zielen van kinderen zo te begeleiden, dat ze een zo goed mogelijk leven kunnen leiden en na dit leven weer in een hoger leven kunnen reïncarneren. Alle vakken moeten op deze gedachte afgestemd zijn, aldus Steiner.

Steiner onderscheidt verschillende ontwikkelingsfasen (7-14-21 jaar). Verhalen, sprookjes en mythen spelen in de leerstof een grote rol. Elke dag is er een verhaal dat bedoeld is als uitgangspunt voor verschillende vormen van uitbeelding, bijvoorbeeld in een toneelstuk. Voor de zes-zevenjarigen sprookjes, voor de zeven- en achtjarigen dierfabels, heiligenlegenden, enzovoorts. Zo wordt geput uit een heel arsenaal van sagen, mythen en verhalen uit de geschiedenis van de nieuwe tijd. En steeds meer worden de leerlingen in contact gebracht met de visie van de antroposofie en de occulte mystiek van Steiners denkbeelden. Dat gaat bijna onmerkbaar. Zo komen ze terecht bij Lucifer, de lichtbrenger, engel van het licht, overste van de demonen.

Ahriman – god van duister en kwaad

Bij Ahriman, de materie, de aanduiding van demonische machten en krachten in de oude godsdienst van Zoroaster (Perzië). En bij Michael, de bedwinger van de draak van het materialisme. Is de ‘Vrije School’ vrij?, vraagt de theologe drs. Martie Dieperink zich af. Een citaat:

  • ‘Bij de godsdienstlessen op de vrije scholen komen ook wel degelijk Bijbelse deugden, zoals trouw, moed en dergelijke aan de orde. Maar de kernpunten van het christelijk geloof, zoals Jezus als Zoon van God, de vergeving van onze zonden door zijn kruisdood en zijn lichamelijke opstanding, worden verzwegen of verdraaid. (Volgens Steiner is het lichaam van Christus door een aardbeving in de aarde verzwolgen). Steiner erkent het bestaan van een geestelijke wereld (volksgeest, engelen, boze krachten, Lucifer), maar het bestaan van een persoonlijk God, die zich openbaart in de wereld door zijn Zoon, wordt ontkend. Jezus Christus is ook niet gekomen als onze persoonlijke Verlosser, Hij is de openbaarder van de weg van zelfverlossing. Hij helpt de evolutie in de mens vooruit. Kinderen mogen tot het tiende jaar niet in contact gebracht worden met het Evangelie. Alleen leest men met Kerst Lucas 2 voor. Na het tiende jaar worden slechts bepaalde passages uit het Nieuwe Testament gelezen. Men gaat ervan uit dat het kind zelf moet kiezen welke religie hij wil aanhangen. Op 14-jarige leeftijd mag een kind een keuze maken voor het christelijk geloof, als het daarin niet is opgegroeid en onderwezen.’

Ik ben het niet met haar uitspraak eens dat we niet onmiddellijk bang hoeven te zijn dat kinderen door de vrije school daadwerkelijk occult belast worden. Maar ik denk wel dat we met zo’n mogelijkheid heel goed rekening moeten houden! Zij besluit:

  • ‘Men leeft op school in een sfeer waar men het zonder relatie met God wil stellen. De eigen ontwikkeling van het kind staat centraal in het denken.’

Er is dus sprake van een ideologie, die haaks staat op het Bijbels-christelijk denken. Daarom kan het kind nog beter naar een neutrale school dan naar een vrije school gestuurd worden. Beter leert men niets van de Bijbel en godsdienst, dan daarover veel op een verkeerde, occulte manier.