Ik geloof in de opstanding!

Ongeloof

Voor de drie vrouwen die in de vroege paasmorgen naar Jezus’ graf gingen, was het een verdrietige weg. Ze waren immers op weg om het ontzielde lichaam van hun Meester te balsemen. Daarmee werd zijn dood voor hen definitief. Onuitwisbaar stond Jezus’ lijden hun in het geheugen gegrift. Hun Meester was er niet meer. Voor hen was Hij nu ‘de Gestorvene’, de ‘gekruisigde Christus’. De Christus die de verpersoonlijking zou zijn van de kracht van God en de wijsheid van God, die kenden ze nog niet. Toch hadden ze beter kunnen weten. De paasmorgen was aangebroken. En voor die morgen had Jezus zijn opstanding aangekondigd. Na drie dagen immers zou Hij opstaan! De drie vrouwen hadden van de opstanding kunnen weten, maar toch geloofden ze niet. En zij niet alleen. Ook bij de andere leerlingen had de ‘opstandingsleer van Jezus’ nauwelijks wortel geschoten. Ook zij geloofden (aanvankelijk) niet.

Opstanding nu!

Kerkgangers geloven wel in Jezus’ opstanding – meestal. Dat is eigenlijk ook niet zo moeilijk. Zij staan er achter als een historisch gegeven. Toch hebben in zekere zin ook zij vaak moeite met hun geloof in de opstanding. En wel op het inhoudelijke vlak. Ze weten zich dit reddingsfeit vaak maar weinig persoonlijk eigen te maken. Nieuw is dat overigens niet. Bij het graf van haar broer Lazarus worstelde Martha al met ditzelfde probleem: ‘Uw broer zal opstaan’, had Jezus haar verzekerd. Dat was heel persoonlijk en praktisch bedoeld. Martha projecteerde Jezus’ uitspraak echter op een verre toekomst: ‘Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding op de jongste dag’. Jezus, op zijn beurt, weigerde het gesprek te laten verzanden in theologische bespiegelingen. Het ging Hem om de persoonlijke beleving. Om het ‘hier en nu’ van de openbaring van Gods opstandingskracht.

‘Ik ben de opstanding en het leven’

‘Ik ben de opstanding en het leven’, was Jezus’ verzekering tegenover Martha. Dat gold de toekomst. Zeker! ‘Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven’. Maar het betrof ook het heden. Immers: ‘Wie leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven’ (Joh. 11:25,26). Opstanding nu! Niet letterlijk en fysiek – dat komt nog, maar geestelijk, in overdrachtelijke zin. Geloven in de opstanding om waarachtig te leven in het ‘hier en nu’ – daar komt het op aan. Jezus’ opstanding wekt nieuw leven. Een leven vanuit de nieuwe status en positie die zijn opstanding biedt. Een leven door de kracht die bij zijn opstanding voor de mens werd vrijgemaakt. Daar zal men uit moeten leren leven.

‘Gelooft u dat?’, vroeg Jezus aan het slot van zijn gesprek met Martha. Geloofde zij in de opstandingskracht die in zijn persoon voor vandaag voorhanden was? De Heer stelt die vraag ook aan u. Gelooft u in (de waarde van) Jezus’ opstanding? Welke betekenis heeft deze voor u persoonlijk – voor het leven van alledag?

Vergeving

Geloof in Jezus’ opstanding is voor de opnieuw geboren christen een bevestiging van de vergeving van zijn zonden en schulden aan satan. Jezus werd immers overgeleverd ‘om onze overtredingen’. Zijn dood diende een doel, zij was geen toevalligheid. Daarvan kan men zeker zijn vanwege Jezus’ opstanding. Die bewijst immers dat wat Jezus van zichzelf wist waar is: dat Hij inderdaad het door God aangewezen Lam was, dat de zonde van de wereld zou wegnemen. Paulus stelt het zo: ‘Als Christus niet is opgestaan, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde’ (1 Cor.15:17). Dankzij Jezus’ opstanding mag men van vergeving absoluut zeker zijn.

Geloof in Jezus’ opstanding brengt echter meer dan vertrouwen in vergeving alleen: het geeft de zekerheid van rechtvaardiging. Vergeving spreekt van de schuld die is betaald door Jezus Christus. Rechtvaardiging echter spreekt van meer. Van een totaal nieuw begin. Van een radicale breuk met het verleden. Dat verleden bestaat gewoon niet meer. Het is niet alleen vergeven, maar ook vergeten. God komt de mens door Jezus’ opstanding tegemoet, alsof het mensen waren die nooit gezondigd hadden: ‘Ons, wie het geloven ook zal worden aangerekend, omdat wij geloven in Hem die Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt: Jezus, die is overgeleverd vanwege onze overtredingen en is opgewekt vanwege onze rechtvaardiging’  (Rom.4:24,25).

Bevrijding

Geloof in Jezus’ opstanding geeft kracht om je te ontworstelen aan de dwang van allerlei religieuze plichtplegingen, dwangmiddelen en waardeloze oefeningen en ceremoniën die een druk op het leven legden. Door Jezus’ opstanding kan men zich bevrijd weten van een fanatiek wetticisme – die wel Gods verboden inscherpte, maar tegelijkertijd zondige hartstochten prikkelde, zodat er niets van terecht kwam. Ook niet door eindeloze, religieuze strafoefeningen zoals verplichte 2e of 3e zondagsdiensten en talloze aardse dag-, maand- en jaarfeesten met hun hysterische koopzondagen. Door Jezus’ dood is men van die uiterlijke ‘wetsbetrachtingen’ ontslagen. Dankzij Jezus’ opstanding kan men God nu vanuit spontane, innerlijke vreugde dienen. Vanuit de nieuwe levensprincipes die God in de mens heeft gelegd.

Door het lijden van Christus zijn we ‘dood voor de wet’ verklaard (Gal.4:10,11). Door Jezus’ opstanding kunnen we ‘het eigendom worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, zodat wij voor God vrucht zouden dragen’. Men is nu ‘van de wet ontslagen’: ‘zodat wij niet langer onderworpen zijn aan een verouderd wetboek, maar God dienen in het nieuwe leven van de Geest’ (Romeinen 7:4,6).  Door het geloof in Jezus’ opstanding weten we dat er een nieuw leven aangebroken is. Het oude is voorbij gegaan, het nieuwe is gekomen. Het vertrouwen dat Jezus stierf en opstond als vertegenwoordiger van de gelovige, geeft moed om zich in geloof met Hem te vereenzelvigen. Voor ons staat nu vast: ‘Want als wij als het ware vergroeid zijn met zijn dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding’ (Romeinen 6:5). Zo kunnen we door het geloof in Jezus’ opstanding Paulus nazeggen: ‘Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God’ (Galaten2:20).

Inzicht

Geloof in Jezus’ opstanding wekt het bewustzijn dat er een geestelijke wereld is, waar we actief deel aan kunnen hebben. Dankzij Jezus’ opstanding heeft God de christen immers ‘mee opgewekt en ook een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus’ (Ef.2:6). Dat spreekt van een nieuwe geestelijke realiteit. Geloof in Jezus’ opstanding biedt de zekerheid dat het Gods verlangen is dat er geestelijke oren en ogen open gaan voor de geestelijke werkelijkheid. Zoals Christus opstond uit de dood, zo mag de mens, die dit offer aanvaardt, opstaan uit zijn eigen geestelijke doodsslaap en zijn geestelijke zintuigen aanscherpen. Geestelijk alert en actief worden. Dankzij Jezus’ opstanding geldt voor hem de uitdaging: ‘Ontwaak, u die slaapt en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten’. Voortaan is hij in de hemel thuis. Zijn gedachten zijn op de hemelse werkelijkheid gericht. Vanwege Jezus’ opstanding geldt voor hem nu: ‘Als u nu met Christus ten leven bent gewekt, zoek dan ook wat boven is, daar waar Christus zit aan de rechterhand van God’ (Col.3:1).

Door het geloof in Jezus’ opstanding deelt hij ook in de gezagspositie die Jezus Christus zich verworven heeft. Hij is immers niet alleen opgestaan, maar ook als gevolg van zijn opstanding ‘door de rechterhand van God verhoogd’. Zijn positie is nu ‘boven alle overheid en macht’ en dit mag de ware christen zich eigen maken. Hij heeft hem immers ‘ook een plaats gegeven in de hemelse gewesten’. De opgestane Heer heeft hem alles toevertrouwd wat noodzakelijk is, zodat hij mag delen in Zijn macht en autoriteit over het rijk van de duisternis: ‘Alles heeft Hij onder zijn voeten gelegd en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als hoofd gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die het al in alles vervult’ (Ef.1:22,23).

Geloof in Jezus’ opstanding schept de verwachting dat dezelfde kracht van Gods Geest, die bij Zijn opstanding vrij kwam, ook in ons werkzaam zal worden. Zijn opstanding mag voor ons de meest grootse openbaring van de kracht van Gods Geest betekenen. Het wonder van Jezus’ opstanding is een reden om bewust te gaan zoeken Gods kracht in ons eigen leven. Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij laten zien in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de doden’ (Ef.1:19,20). De Geest die Jezus uit de doden opwekte, is ook in ons. Dat betekent perspectief op levensvernieuwing – van binnenuit, van dag tot dag. Immers:  ‘Als de Geest van Hem die Jezus heeft opgewekt uit de doden in u woont, zal Hij, die Christus uit de doden heeft laten opstaan, ook uw sterfelijk lichaam levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u woont’ (Rom.8:11).

Geloof in Jezus’ opstanding geeft kracht om te vertrouwen dat het volgen van Jezus niet alleen lijden, maar ook heerlijkheid met zich meebrengt. Jezus zelf is het voorbeeld van de graankorrel die – in gehoorzaamheid aan Gods plan – ‘in de aarde valt en sterft’. Maar ook, als het ware, opstaat tot nieuw leven en vrucht draagt. Voor ons betekent dit: Hem volgen in zijn sterven voor een wereld in nood. Maar ook delen in het nieuwe leven dat zich openbaart. Zo wist Paulus wat het betekende om zich zonder terughoudendheid voor het welzijn van de gemeente in te zetten, daarbij bijna aan zijn leven te wanhopen en uit de overgave toch nieuwe levenskrachten te putten: ‘Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, zodat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbaart’ (2 Cor.4:10).  Dankzij de opstanding van Jezus mag men perspectief hebben op de toekomst die er voor Gods volk is weggelegd:

  • Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden (1 Petr.1:3-5).