Opnieuw geboren christenen krijgen de opdracht om uit Babel te trekken en de stad helemaal los te laten. God kan niet werken met nooit bekeerde mensen en kerken. De weg naar de hemelse gewesten wordt juist door hen geblokkeerd. Denk o.a. aan de vreselijke erfzonde- en uitverkiezingsleer. De leer van het Koninkrijk van de Hemelen loochent men en de veroorzakers van dit alles, de satan en zijn demonen, negeert men bewust. Men spreekt niet over de strijd in de hemel en de losprijs die Jezus aan de duivel betaald heeft. Men spreekt liever over een straffende God, die genoegdoening eist. Op die manier wordt het fundament van het geloof in de overwinning weggeslagen.
Babylon wordt steeds groter met ontelbare denominaties. De zonde neemt hand over hand toe; we zien het elke dag om ons heen. Er worden dialogen gevoerd tussen christenen en islam, gereformeerden, katholieken en Rozenkruisers. Iedereen wordt geaccepteerd, men staat op gelijke voet. Men accepteert ook alles van elkaar en erkent elkaars geloofsrichting als gelijkwaardig. Men wil een vreedzame samenleving. De homoseksueel houdt toezicht op de Avondmaalsviering, de echtbreker mag predikant blijven, de pedofiele bisschop mag gewoon blijven functioneren op zomerkampen en de transgender neemt de biecht af. Het gebeurt allemaal.
Paulus waarschuwt: je kunt de komst van de Heer niet verengen tot een punt des tijds, tot een deel van een seconde. Paulus laat de strijd zien tussen licht en duisternis. Opnieuw geborenen moeten zich voorbereiden op de strijd die daarna komt, het Armageddon. Het is niet zoals in veel kringen wordt geleerd, dat de gemeente voor de verdrukking wordt opgenomen. Dat zou lijken op de absurde situatie, waarin een generaal zijn soldaten, vlak voordat de strijd losbrandt, naar de kantine stuurt om lekker te eten en te drinken. In deze dwaalleer zit geen enkel perspectief voor de gemeente, het lichaam van Christus. Het hoogtepunt voor de gemeente is dan, dat ze rustig boven op wolkjes toekijken hoe de joden op aarde voor twee derde worden afgeslacht en de rest door vuur wordt gelouterd.
- ‘Heb dus geduld, broers, tot de komst van de Heer. Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht van de aarde en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefen dus ook geduld, sterk uw harten, want de komst van de Heer is nabij’ (Jac.5:7).
Heb geduld en ga niet twijfelen, want de Heer komt. Ga niet bij de pakken neerzitten. De parousie komt als de vroege én de late regen gevallen is, dat is die kracht die toegevoegd wordt (Joël 2:23). De vroege regen is gevallen, de late regen is het wonder van de verandering in het denken. Als de late regen is gevallen is het koren rijp, maar ook het onkruid wordt rijp. Samen moeten ze opgroeien tot de oogst, waarbij de maaiers eerst het onkruid moeten maaien (Op.14:17-18). Het rijpingsproces is nodig, omdat het koren, het evangelie van Jezus Christus, uitgezaaid moet worden. Niemand zal onrijp koren zaaien, het graan moet eerst rijp geworden zijn. De zaaier hoort ook bij het rijpe graan. Jezus Christus is de Zaaier, het vleesgeworden Woord.
Het evangelie van Jezus Christus moet door zijn zaaiers gezaaid worden. Door het evangelie te verspreiden, worden zij vlees en bloed met dat evangelie, daarom worden zij het zaad: ‘Het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk, dat zaad is het evangelie, zonen van het Koninkrijk’. Men kan het Woord van God niet zaaien als het niet in zijn binnenste is, waardoor men veranderd is van denken. Het is binnengekomen in zijn hart. Er zijn mensen bij wie het alleen een verstandskwestie is, ze zeggen wel dat ze achter deze boodschap staan, maar op een gegeven moment laten ze het toch weer los. Alleen écht veranderde mensen, geestelijke mensen, kunnen het zendingsbevel mee helpen uitvoeren, ieder op zijn eigen manier. Het goede graan moet over de wereld gaan, het evangelie van het Koninkrijk zal verspreid worden over de hele aarde en dan zullen we het einde zien. Mooier kan het niet zijn, de woorden van eeuwig leven te brengen, waarna het einde komt. Zo staat er dat de 2 getuigen hun getuigenis voleindigd zullen hebben (Op.11:1-11). Het is een heerlijke tijd voor degenen die geloven en ermee bezig zijn.
- ‘De mens van de wetteloosheid zal zich openbaren, de zoon van het verderf, de tegenstander, die zich verheft tegen alles wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel van God zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is’ (2 Thess.2:3b,4).
Aan de andere kant is Babel, de grote stad, met de zoon van het verderf. De Verderver is Apollyon, een macht die uit de afrond van het dodenrijk opkomt. Hij wordt de Koning van de afgrond genoemd. Hij heeft volgelingen en onderdanen bij zich, een verdervend leger, zij zijn ook koningen. Op de koppen van hun paarden zijn kransen als van goud. Men kan zien welke krachten daar ontwikkeld worden: er komt een hels leger aan. Openbaring 13:11-18 spreekt ook over een koning, de antichrist, want de duivel geeft hem al zijn macht en kracht. Al zijn gezag draagt hij over aan die mens, de antichrist (Ez.28:1-10). Er is een overeenkomst met Apollyon, die ook uit de afgrond komt. Dat beest is er altijd geweest, op haar zit de hoer, Babylon. Dat beest was alleen nog in de zee; dat beest komt steeds verder naar boven omdat zeer slechte mensen deze demon bewust oproepen. Iets wat de laatste jaren duidelijk te zien is bij de miljoenen bewust vermoorde, onschuldige mensen.
Als dat beest helemaal tevoorschijn komt en zich verheft, is daar dè parousia van het rijk van de duisternis. Die macht zetelt zich in mensen en hij zal zitten in de tempel van God, de mens (en geen Jeruzalem op aarde!). De verschrikking van de eindtijd is dat die machten uit de afgrond – die altijd opgesloten zijn geweest – tevoorschijn komen:
- ‘Demonen, ‘engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten en die tot het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid bewaard zijn’ (Judas 6).
Zij hebben onnatuurlijke zonden gedaan door in de mens te gaan wonen (Gen:6:1,2) en ze zijn daarna in de afgrond geworpen. Denk hierbij aan de demonen die tijdens de zondvloed naar de afgrond zijn gegaan, de miljoenen demonen die Jezus heeft verwezen naar de afgrond. Ze worden bewaard tot de parousia van het rijk van de duisternis, het wordt een zondvloed van vuur genoemd. Deze situatie is er nog nooit eerder geweest. Er is een gigantische strijd in de geestelijke wereld en er is er maar één weerstand mogelijk: de gemeente van Jezus Christus, die een genadetijdperk ingaat zoals er nog nooit geweest is, de parousia van Jezus Christus.
Babel verandert
De mensen in deze aardse stad zijn tot nu toe alleen maar bezig geweest met dingen van de aarde. Babel wil bij elkaar blijven, daarom is er de oecumenische wens: één zijn in de Babylonische organisatie. Maar het is een schijneenheid, want ze denken allemaal anders. Ze missen het verbindende element in hun oecumene, er is grote verdeeldheid, waardoor het uit elkaar dreigt te vallen. Denk aan Babel in de oudheid, ook die stad dreigde opgedoekt te worden, doordat de mensen zich zouden verspreiden over de aarde. Men bouwde muren om de stad, zodat de mensen in die stad zouden blijven. Toen dat niet werkte, werd er een toren gebouwd, als een verbindend element. De toren was gericht naar de hemel, daar zaten de opperpriesters die gemeenschap hadden met het rijk van de duisternis.
Zo is het ook nu met het aardse Babel, zij hebben iets gemeenschappelijks nodig om de verdeeldheid te verbloemen. Men ‘werkt’ vandaag bewust samen met de meest God hatende partijen. Zij zoeken het daarom opnieuw in de hemelse gewesten, maar dit keer aan de donkere, verkeerde kant. Het beest uit de afgrond komt op, de machten van de duisternis (de zonen van het verderf) worden samengebundeld en zetten zich op die mensen. Babel is wetteloos, men blijft zich verzetten tegen God en tegen alles wat verering ontvangt.
‘De jongen zal op de oude en de verachte op de geëerde losstormen’ (Jes.3:5)
God is een voorwerp van verering, maar ook mensen kunnen dat zijn: lang geleden was het een burgemeester of koning. Vandaag zijn het de perverse en gewetenloze politieke heersers. Al het ‘normale’ zal verdwijnen: ‘De jongen zal op de oude en de verachte op de geëerde losstormen’ (Jes.3:5). Dat is heel duidelijk te zien in deze tijd. Het goede wordt massaal kwaad genoemd en het kwade, massaal goed. Het inmiddels enorm grote Babel is een ziek instituut in de allerslechtste vorm. En dat geldt ook voor de geestelijke wereld. Er is geen leiding meer, iedereen is gelijk. Babel erkent geen gezag meer. Het wetteloze beest houdt deze mensen onder zijn duim door de geestelijke kracht die hij heeft, zoals een hypnotiseur de mensen in zijn macht houdt. De mensen worden door de krachten van het rijk van de duisternis er onder gehouden. Ze zijn wetteloos op elk gebied, maar wel samengebundeld door de geestelijke kracht van dè mens van de wetteloosheid (de antichrist) en zijn vele voorlopers (1 Joh.2:18).
Babel is een aardse stad, maar er zitten veel geestelijke mensen in, mensen die weet hebben van het Koninkrijk van de hemelen, maar het weer hebben losgelaten: ‘Ze zijn van ons uitgegaan’. Zij vormen de antichristelijke gemeente, omdat zij zich verenigd hebben met Babel. Deze met het beest meewerkende gemeente, is bezig in de hemelse gewesten en vormt Babel om tot die toren, tot een geestelijke beweging. Dit is de wetteloosheid waar Paulus over spreekt.
Ook Judas was een zoon van het verderf, omdat de duivel in hem was gevaren: ‘niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon van het verderf’ (Joh.17:12). Deze zoon van het verderf komt uit de kring van Jezus’ leerlingen en smeedt plannen met het sanhedrin om Jezus over te leveren. In de eindtijd is er weer sprake van zonen van het verderf. Hun haat tegen de zonen van God is zo groot, dat zij Babel veranderen in een geestelijke organisatie, die zich tegen de zonen van God keert. Babel is een occult bolwerk geworden, zij slepen alle aardse instituten mee:
- ‘met allerlei krachten, tekens en bedrieglijke wonderen en met allerlei verleidende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden’ (2 Thess.2:9 en 10).
De stad van God
De waarheid is het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen. Het is de weg naar de volmaaktheid, zodat de mens van God volkomen is. Dan zal het tijdperk aanbreken waarover Jezus zei:
- ‘In de tijd van de oogst zal de heer tot de maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar breng het goede koren bijeen in mijn schuur’ (Matth.13:30).
Eerst het onkruid, dat wordt verzameld in Babel door de machten uit de afgrond. Het goede koren is de gemeente, ook een orgaan, een organisme. Zij worden verzameld in de schuur, in het lichaam van Christus, de tempel van God. In die tempel domineert de Geest van God en boekt de grootste overwinningen. Er is ook een tempel waar het beest domineert, het rijk van de duisternis in zijn allerdiepste en gruwelijkste vormen. Maar dan komt de Heer, dan komt de grote slag. De twee machten staan tegenover elkaar, Macht tegenover macht en Geest tegenover geest. Die tijd breekt aan.
Wat doet u? Zorgt u dat u erbij hoort? Bent u klaar voor de strijd in de hemelse gewesten? Gaat u achter het Woord van God aan, achter de ruiter op het witte paard? Bent u ook de woorden van God, hebt u die woorden in uw binnenste? Dan wordt het vijandelijke leger verslagen door de adem van Zijn mond en de geweldige heerlijkheid en zuiverheid en uitstraling van de parousie van Jezus Christus.







