‘Maar het einde is het nog niet…’ (Mattheüs 24:6)
‘Wees niet bang.’ Met deze woorden probeerde Jezus zijn leerlingen gerust te stellen toen ze met Hem in gesprek waren over het ‘einde van de wereld’. Hij had tot hen gesproken over oorlogen, hongersnoden, aardbevingen, epidemieën en tekens aan de hemel. Maar geen van deze dingen zou hen bang mogen maken. De beloften van de Meester in verband met de eindtijd waren: ‘Maar geen haar van uw hoofd zal verloren gaan. Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij’ (Lucas 21:18,28). De bedoeling van Jezus’ profetische toespraak in Mattheüs 24 was inderdaad niet om zijn volgelingen bang te maken. In feite was heel zijn onderwijs er juist op gericht om zijn leerlingen ervan te weerhouden om al te veel aandacht aan de ‘tekens van de tijd’ te besteden. Wereldcrises, catastrofen en vervolgingen zouden héél de geschiedenis kenmerken. Zelfs wanneer deze zaken gaan toenemen zoals vandaag, zullen de opnieuw geboren christenen mogen weten: ‘Dat moét gebeuren, maar het einde is het nog niet.’
Eindtijdcatastrofes
In plaats van de nieuwsgierigheid over de toekomst bij zijn leerlingen te prikkelen, probeerde Jezus juist hun overdreven belangstelling voor de dingen, die nog komen zouden, weg te nemen. Goddank hoeft geen enkele ontwikkeling in de wereld de ware volgelingen van Jezus Christus bang te maken. ‘Het einde van de wereld is nabij’ schreeuwt de media de mensen toe. Alsof allerlei eindtijdcatastrofes het motief zouden zijn voor het verlangen bij Gods kinderen naar de openbaring van hun Heer. De hoop van de gelovige voor de toekomst wordt echter niet geboren uit angst of uit een goedkoop soort ‘opname’ die de moeilijkheden in deze wereld probeert te ontlopen. De grondgedachte van de Bijbelse toekomstleer is niet de schrik voor tekens in hemel en op aarde, maar het verlangen naar de openbaring van de verheerlijkte Heer. Wie wérkelijk uit wil zien naar Jezus’ komst, moet juist leren naar Hem te zien die op de troon zit en breken met een ‘evangelisch’ bijgeloof dat gebaseerd is op allerlei verontrustende verschijnsels in de zichtbare wereld.
De planeten in één lijn…
In de jaren zeventig was men nog druk bezig met allerlei speculaties over het zogenaamde ‘Jupiter-effect’. In 1982 zouden diverse planeten in een zodanige lijn ten opzichte van elkaar komen te staan, dat hun gezamenlijke aantrekkingskracht wereldwijde catastrofen over de mensheid zou brengen. Met deze conjunctie zouden dan de rampen van de eindtijd worden ingeluid. Honderdduizenden goedgelovigen keken bezorgd naar sterren en planeten. Maar de voorspelde ‘tekens van de eindtijd’ kwamen niet uit. Ook de keren dat ze daarna weer in een rijtje lagen, gebeurde er niets. Ook niet bij de jehova’s getuigen of William Bramhan. Hoe dwaas om zich door de aandacht voor de constellatie van hemellichamen te laten vangen.
Hebben de sterren zeggenschap over uw leven?
Uw dagen staan niet geschreven in de sterren, maar in de hand van God, die de beschikking over tijden en gelegenheden volkomen aan Zichzelf heeft gehouden. Zelfs Jezus weet het niet exact (Hand.1:7). De fantasierijke speculaties die vandaag aan de dag in de kerken en daarbuiten gedaan worden, hebben geen ander doel dan onder Gods volk een nieuw soort bijgeloof wakker te roepen. Men loopt het gevaar de eschatologie te verwarren met astrologie, Gods Woord laat hierover echter duidelijke waarschuwingen horen: ‘Dit zegt de Heer: ‘Volg andere volken niet na, raak niet van slag door tekens aan de hemel, ook al jagen die de hele wereld schrik aan’ (Jer.10:2). De Geestvervulde christen kijkt inderdaad naar ‘de hemel’. Maar niet om zijn aandacht op sterren en planeten te vestigen. Hij richt zijn blik naar boven, naar de hemelse gewesten, om Jezus te zien en Jezus alleen, met eer en heerlijkheid gekroond.
Ooggetuigen van zijn majesteit
De apostel Petrus was nogal duidelijk over deze zaak. Zijn visie op de komst van Christus ontving hij op de berg van de verheerlijking en niet door allerlei speculaties over het einde van de wereld. ‘Toen wij u over de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus vertelden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien’ (2 Petr.1:16). Het zijn niet de politieke ontwikkelingen of de natuurverschijnsels die de bevestiging van het profetische woord vormen. Ook de ontwikkelingen rond het land Israël hebben hier niets mee te maken, al zijn er duizenden door betoverd via de bedelingenleer, vooral in de U.S.
De basis van de toekomstvisie van de opnieuw geboren christen is de openbaring die hij heeft ontvangen van de verheerlijkte Christus en van zijn majesteit, aan wie engelen en machten en krachten onderworpen zijn. De hoop op de komst van Christus en zijn majestueuze Koninkrijk wordt in het hart van de gelovige geboren, wanneer Gods Geest hem de verheerlijkte Christus openbaart met een gezicht dat straalt zoals de zon en kleren wit als het licht. Dit – en niet de valse tekens in de hemel en op aarde – is het centrale thema van de leer over de laatste dingen: Jezus, de gekroonde Koning van de koningen, die alle dingen onder zijn controle houdt en zegt: ‘Wees niet bang, Ik ben de Eerste en de Laatste van de nieuwe schepping’ (Op.22:12,13). (Zie de Pre-existentieleer). Uit de interpretatie van allerlei uiterlijke tekens kan alleen maar bijgeloof voortkomen. Het is echter uit de openbaring van de majesteit van Jezus Christus, dat de waarachtige hoop voor de toekomst geboren wordt.



