De Koning komt!

Jezus heeft een lijdensweg ondergaan van smaad en bespotting. Maar Hij ging vooral de kruisweg naar Golgotha. Zijn kroon was gevlochten van doornen en zijn dood was die van een vervloekte. God heeft Hem  echter uit de doden doen opstaan als eerste van een nieuwe mensheid en Hij ging voor het oog van zijn leerlingen naar de hemel. Uit deze hemelse gewesten komt Hij terug voor allen die naar zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen. Dit is door de Heer zelf aan allen die in Hem geloven toegezegd.

  • ‘Wie oren heeft om te horen, die hoort wat de Geest tot de gemeenten zegt.’

Wie ogen heeft om te zien, merkt de tekens van deze tijd op. Deze heerlijke verwachting leeft in ons en ieder die deze hoop heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is (1 Joh.3:3).

Wat krijgen de ware gelovigen dan te zien bij deze terugkomst? Is Jezus een gestalte zoals kunstenaars gereproduceerd hebben en die voldoet aan de smaak van deze tijd? Is Hij een koning in een of ander uniform van een of andere richting? Herkennen zij Hem omdat Hij overeenkomt met machtige en invloedrijke theologen, bisschoppen of predikanten? Nee, zij zullen Hem zien zoals Hij is. Het is de Heer wiens beeld zij in het hart dragen en naar wie zij veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid. Hij zal voor de tweede keer, maar nu zonder met de zonde te doen te hebben, gezien worden door hen, die Hem tot hun redding verwachten (Hebr.9:28).

Naar wie zien ware gelovigen uit?

Naar Hem, die bij zijn tweede komst dezelfde in wezen is als bij zijn eerste, naar Hem die is, die was en die komen zal. Naar de onveranderlijke Heer, die gisteren en vandaag dezelfde is en tot in eeuwigheid. Johannes de Doper stelde eens de vraag: ‘Bent U het, die komen zou of hebben wij een ander te verwachten?’ (Matth.11:2). Johannes had in de gevangenis gehoord van de werken van Jezus Christus. Jezus van Nazareth ging het land door, goeddoende en allen genezende die door de duivel overweldigd waren. Deze wonderen brachten Johannes van streek, want zijn Messiasbeeld was anders. Zo waren de profeten en de gezalfden van de oude bedeling nooit geweest. Ook Johannes zelf was niet zo geweest.

Het optreden van mannen als zowel Elia op de Karmel, als Mozes bij de Rode Zee, als David tegenover Goliath, als de richters van vroeger lag op een ander vlak. Het leek wel of Jezus’ optreden alleen maar genezingen van verlamden, blinden, melaatsen en bezetenen liet zien. Hij bemoeide  zich intens met die zelfkant van de maatschappij en welke koningen, profeten of priesters hadden zich zo omringd met zondaren, zondaressen, armen en verschoppelingen? Het antwoord van Jezus laat niets aan duidelijkheid te wensen over:

  • ‘Blinden gaan zien en verlamden gaan lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie. En gelukkig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.’

Hij toonde de barmhartigheid van God (Luc. 1:54). Jezus is gekomen voor zieken en niet voor gezonde mensen, want de laatsten hebben geen dokter nodig. Hij is gekomen voor de verloren schapen van het huis van Israël. Hij is niet gekomen voor rechtvaardigen, maar voor zondaren tot bekering. Dat is zijn wezen. Zo is onze Jezus. Hij bracht het leven en de gezondheid. Zijn leer was niet dogmatisch. Hij formuleerde geen geloofsbelijdenissen, Hij schreef geen moeilijke documenten die Hij liet ondertekenen, maar Hij toonde aan hoe men in deze slechte wereld kan leven als kinderen van het licht.

Jezus schonk een methode om te leven voor ziel, geest en lichaam. Wie naar Hem toeging, werd verlost. Wie Hem als Meester aanvaardde, werd bevrijd van geldzucht en zelfzucht, hoogmoed en jaloezie, maar ook van demonen en ziektegeesten. Dit beeld van Christus konden de leerlingen drie jaar lang in zich opnemen. Deze Jezus, die van hen opgenomen werd naar de hemel, zal ook terug komen.

  • Verwacht u een ander? Hebt u een ander Christusbeeld dan de apostelen? Of hebt u misschien een historische Christus en geen levende? Hebt u een Christus die aangepast is aan de mogelijkheden van een verbasterd christendom?

Zoals de Vader Hem gezonden had, zo zond Hij ook zijn leerlingen. Vergelijk het boek van de werken van apostelen maar met de evangeliën. Zijn opdracht werd hun opdracht; zijn methode werd hun methode; de Geest die Hem geleid had, was ook voor hen de Gids. Johannes en Paulus schrijven:

  • ‘Als Hij geopenbaard zal zijn, zullen wij aan Hem gelijk zijn. Daarom streven we naar de heiligmaking, zodat wij Hem zullen zien’ (1 Joh.3:2). ‘Wij zijn voorbestemd om aan het beeld van zijn Zoon gelijk te zijn, opdat Hij de eerstgeborene is onder veel broers’ (8:29).

En er is geen ander beeld van Christus dan wat de Bijbel leert. De Bijbel is geschreven om te onderwijzen. Er is geen andere weg om Hem te ontmoeten in de lucht bij zijn terugkomst, dan door op aarde de voetsporen van deze Christus te volgen. Als iemand Hem wil volgen, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis op zich nemen. Het kruis opnemen betekent een stervensproces van de oude mens. Het betekent: geen waarde hechten aan de dingen die de natuurlijke mens groot maken in deze wereld; het is afstand doen van de wereldse verlangens en een manier van werelds leven, die anderen jaloers maakt. Zo was Hij in deze wereld en zo horen ware gelovigen ook te zijn. Hij was gekomen om de werken van de duivel te verbreken en Hij roept ook zijn volgelingen tot deze taak. Hij genas zieken en Hij gaf de opdracht:

  • ‘Op zieken zult u de handen leggen en zij zullen genezen worden.’

Is deze Jezus uw voorbeeld? Wilt u zijn zoals Hij was? Als u aan Hem gelijk wilt zijn, zal Hij zich ook aan u openbaren bij zijn terugkomst. ‘Want de Christus in ons is de hoop van de heerlijkheid’ (Col.3:4). Streef daarom ook op bevel van God naar de geestelijke gaven (1 Cor.14:1). U leeft dan naar het Woord van God en de Heer zal u ervoor belonen. Paulus schrijft: ‘Geen enkele genadegave ontbreekt u, en u ziet vol verwachting uit naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus’ (1 Cor.1:7). Geen enkele genadegave mag ontbreken, dus ook niet de geestelijke gavenWat een geweldig werk had God in Corinthe verricht door de prediking van Paulus. Deze slaven waren ooit hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, dieven, op zoek naar geld, dronkaards, lasteraars en oplichters. Maar zij hadden zich laten wassen door het bloed van Jezus Christus en zij waren geheiligd en gerechtvaardigd door de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van God (1 Cor.6:10,11). Wie het anders zegt, maakt Paulus tot een leugenaar. Paulus dankte God altijd over deze gemeente (1 Cor.1:4). Hij schrijft tot hen:

  • ‘U munt al in zo veel opzichten uit, in geloof, welsprekendheid, kennis, in ijver op allerlei gebied, in de liefde’ (2 Cor.8:7).

In enkele jaren waren zij zo geworden en van welke kerk met misschien een honderdjarig jubileum achter de rug in dit zogenaamd christelijk land kan zoiets geschreven worden? Jezus is dezelfde, gisteren en vandaag! De Koning komt. Dat was de groet en de prediking van de eerste gemeente. En vandaag, waar deze gemeente van Jezus Christus in de eindtijd staat, klinkt opnieuw de roep: ‘Kom, Heer Jezus!’

Voor wie zal Hij komen?

Wie zal die grote Koning tegemoet gaan in de lucht? Dwaze vraag. Hij zal voor de tweede keer, maar dan zonder met de zonde te doen te hebben, verschijnen aan de Zijnen. Dat zijn de nieuwe koningen van de aarde. Koningen zullen de grote Koning ontmoeten en zij zullen aan Hem gelijk zijn. Want Jezus noemt zich de overste van de koningen van de aarde. Zij hebben geloofd in de overwinning over zonde, ziekte en dood! Het is de nieuwgeboren schepping die het nieuwe Jeruzalem binnengaat. Deze koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid in haar. Het is de heerlijkheid die de Meester hun gaf en die Hijzelf van de Vader ontvangen had (Joh.17:22). Zij hebben de demonen in hen en om hen overwonnen:

  • ‘En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood (12:11).

En daarom zijn zij aan Hem gelijk geworden, omdat zij zijn wezen gezien hebben en het doel van zijn komst. De geweldhebbers van deze wereld bezitten in Gods ogen geen heerlijkheid. In de hemelstad zullen zij niet komen, want er zal daar niets binnengaan dat ontheiligt en gruwelijke dingen doet en leugen spreekt, maar alleen zij die geschreven zijn in het Levensboek van het Lam (Op.21:27). Halleluja, voor zo’n Koning.

Is dit ook uw Koning?