Het proces tegen Jezus

Het eigenaardige boek ‘Der Prozess’ van Franz Kafka (1883-1924) is wereldwijd bekend geworden door zijn typische beschrijving van verlatenheid, eenzaamheid, dodelijke angst en zware psychische druk. Neemt men daarbij nog de eigenaardige afkomst van deze schrijver (Joods-Tsjechisch), dan valt er een parallel te trekken met ‘Het proces aller tijden’ tegen Jezus. Ook de Heer Jezus begon immers in Gethsémané ‘dodelijk bang te worden’, werd door vrienden in de steek gelaten en kwam herhaaldelijk onder zware geestelijke druk te staan. En Zijn ‘afkomst’ was ook hoogst eigenaardig. Daarom is het niet vreemd dat de auteur van ‘Het Proces tegen Jezus van Nazareth’ een zin van Kafka op het schutblad vermeldt:

  • ‘Dit is alleen een proces, als u gelooft dat het een proces is’.

Alleen zijn er grote verschillen met Kafka. Zijn Prozess werd pas bekend in de twintigste eeuw en dan nog alleen in literaire kring. Tegenwoordig praat praktisch niemand er meer over, terwijl het voor de mensheid geen enkele theologische betekenis heeft. Maar ‘Het proces aller tijden’ van de (eerste) eeuw is ongeëvenaard en met geen ander te vergelijken. Dit ‘Proces’ roept immers nog steeds veel vragen op. Er zijn honderden boeken over verschenen. Alleen al in het hier besproken boek worden over dit ene onderwerp meer dan honderd publicaties aangehaald. Het is dan ook het meest opzienbarende proces van de hele wereldgeschiedenis.

Dit proces stelt de mensheid nog steeds voor grote raadsels. Hoe is het mogelijk dat het Sanhedrin Jezus veroordeelde? Dragen de Joden de schuld van de dood van Jezus? Hoe is het ter wereld mogelijk dat een Romeins procurator, die recht moest spreken volgens de toen al massieve Romeinse wetgeving, het ‘onschuldig’ uitsprak? Volgens het Romeinse recht, de ‘Lex lulia Maiestatis’ was Pilatus verplicht de doodstraf uit te spreken over iemand met een koningspretentie. Waarom was Pilatus niet bang dat het herhaaldelijk uitspreken: ‘Ik vind geen schuld in Hem’ en het daarna volgende volkomen ‘onterecht’ laten geselen van Jezus, gevolgen kon hebben voor zijn verhouding met Rome? Waar haalde de stadhouder letterlijk en figuurlijk het ‘recht’ vandaan Jezus te laten geselen, terwijl Pilatus nota bene nog niet eens tot een veroordeling was gekomen?

Als we verder kijken in de geestelijke wereld, dan zien we dat Pilatus en Herodes opeens vrienden werden. Niet voor niets staat dit vermeld. We zien hier duidelijk satan aan het werk:

  • ‘En op diezelfde dag werden Pilatus en Herodes vrienden van elkaar; voor die tijd leefden zij namelijk in vijandschap met elkaar’ (Luc.23:12).

De auteur toont ook aan, dat men niet lichtvaardig over het woordje ‘geseling’ mag heen lezen. ‘De geseling was een allesbehalve onschuldige behandeling. De auteur probeert op grond van zijn juridische achtergrond enige ordening in de chaotische gang van zaken te scheppen, zoals beschreven in de evangeliën. Maar hij doet dit ook als christen. Hij komt dan tot de conclusie dat de uiteindelijke veroordeling van Jezus niet het Messiasschap betrof, zoals sommigen menen, maar dat het ging om een veel fundamentelere reden. Hij toont dat op systematische wijze in duidelijke bewoordingen aan, in een taal die we van juristen nu juist niet gewend zijn. Hij analyseert de motieven van de hogepriester, de rol van het uitzinnige volk, de in verwarring geraakte Pilatus, die aan Jezus vertwijfeld vraagt: ‘Waar komt U vandaan?’ (van de hemel of van de aarde). Jezus had hem immers gezegd:

  • ‘Mijn Koninkrijk is niet van hier. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen’ (Joh.18:37).

De auteur probeert er dan opnieuw achter te komen wat Pilatus heeft bewogen om Jezus toch te laten kruisigen, terwijl elke juridische rechtsgrond ontbrak. In schril contrast staat daarmee zijn ondergeschikte, de Romeinse hoofdman bij het kruis, ook een heiden. Toen deze zag dat Jezus zo de geest gegeven had, zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was een Zoon van God’ (Marcus 15:39). Deze heiden bleek ook meer inzicht te hebben in de tragedie op Golgotha dan de ‘theologen’ in die tijd, inclusief de andere hooggeplaatste autoriteiten:

  • ‘want als zij van haar (het geheimenis, de verborgen wijsheid van God) geweten hadden, zouden zij de ‘Heer van de Heerlijkheid’ niet gekruisigd hebben’ (1 Cor.2:7,8).

Een boek ter bestudering en overdenking.

  • ‘Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef om het opnieuw te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht het te geven en heb macht het opnieuw te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen’ (Joh. 10:17,18).