De moordenaar aan het kruis

De drie kruisen – Peter Paul Rubens – (1577-1640)

  • ‘En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’ Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn’ (Lucas 23:43).

Pilatus hoefde niet lang te zoeken naar een spottend opschrift boven het kruis. De soldaten hadden de tegenstelling allang gevoeld tussen hun keizer en deze koning. Ze hadden Hem spottend een kroon van dorens op zijn hoofd en een rietstok als koningsstaf in de hand gedrukt. Niemand neemt – als Jezus aan het kruis hangt – zijn koningschap nog serieus. Zelfs voor de leerlingen wordt het een onoplosbaar probleem. En dan juist gebeurt het wonderlijke, dat één van de medegekruisigde dwars tegen alles in, gaat geloven in Jezus’ koningschap. Dit is de Goddelijke paradox, het wonder van de Redding. Als er één plaats ongeschikt was om in Jezus’ koningschap te gaan geloven, was het toch wel Golgotha! Maar dit laat ons juist zien hoe God door zijn Zoon, een mens die ten dode is afgeschreven, redt als eerste vrucht van het verzoenend lijden.

Het begint zo klein: deze man hoort hoe Jezus bidt. En verbaasd gaat hij zien wat niemand toen nog zag: Jezus’ zachtmoedigheid en volharding, zijn liefde tot zijn moeder en tot de romeinse soldaten. Zelf heeft hij gevloekt, misschien zijn beulen in het gezicht gespuugd toen ze hem met spijkers vast sloegen aan het hout. Maar Jezus bad. Deze man gaat partij kiezen voor Jezus (vers 42). Beide moordenaars, die met Jezus gekruisigd zijn, zien en horen precies hetzelfde, beide zijn in dezelfde toestand, maar wat een diepgaand verschil: de één kiest vóór, de ander tégen Jezus.

“Dank U God voor mijn oudste Broer, voor de mogelijkheid van de bekering, zelfs in de meest ongunstige omstandigheden. Al zegt het verstand: onmogelijk, U doet telkens en telkens weer en ook nu, het wonder dat U zielen brengt tot belijdenis en geloof in wat niemand ziet of bewijzen kan.”

Geen andere weg tot Gods Vaderhart dan door berouw

Wie iets van Christus’ grootheid en liefde gaat zien, leert ook zijn eigen rampen inzien. Er zijn dan geen verontschuldigingen meer. Hoewel deze man Jezus heeft horen zeggen: ‘Vader, zij weten niet wat zij doen’, verschuilt hij zich niet achter zijn zogenaamde ‘onwetendheid’. Hij geeft de schuld van zijn veroordeling niet aan zijn zwaar gesubsidieerde opvoeding, scholing, huisvesting en een levenslange uitkering. Ook niet aan zijn culturele achtergrond, huidskleur en ingebeelde discriminatie. Zelfs niet aan zijn lange tenen, het steeds-maar-weer geen respect krijgen en zijn eindeloos gekrenkt zijn; nee, hij belijdt schuld. En nog steeds is dit de enige weg ten leven: ‘Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving’ (Spreuken 28:13).

Belijdenis van schuld lijdt nooit tot een duister wegzinken in wanhoop, nee, het is de poort naar het leven. Want omdat deze man zich berouwvol schaart onder de moordenaars, geldt voor hem de volle kracht van Christus’ gebed om genade voor moordenaars met berouw over hun daden. Nog steeds is dit dè enige weg. Voor iedereen en eeuwig. Pleit u dus nooit vrij als uw hart u overtuigt van haat, onreinheid, bedrog of hoogmoed. Belijdt het als zonde, dan juist is het volle aanbod van Gods genade voor u. Hoewel deze moordenaar zich niet op de borst kon slaan, was in hem toch hetzelfde gebed van de tollenaar: ’O God wees mij zondaar genadig.’ Dit gebed dringt dwars door de duisternis van de wereldbeheersers door tot in Gods Vaderhart. En van stap tot stap wordt de moordenaar aan het kruis verder geleid. Want berouw alleen is niet voldoende, het moet komen tot geloof; geloof in de onzienlijke werkelijkheid van de goddelijke vergeving.

Is er een duidelijker voorbeeld van dit machtig mooie proces dan hier? Deze man gaat iets zien van het onzichtbare koninkrijk van Gods genade dat komend is op deze wereld. Hij gaat geloven in de macht en in de liefde van Christus om te behouden. Nu, aan het kruis, terwijl iedereen spot en lacht. God zij dank voor dit wonder dat ook nu nog en steeds weer, jonge en oude mensen, ondanks alle tegenstand en verachting, brengt tot aanbidding van wat ze niet zien. Dit schuldbesef en geloof nodigt uit tot gebed. Hoe kan het ook anders? Bij zo’n persoonlijke ontmoeting voelt de ziel het eeuwige verlangen naar vrede en gemeenschap met deze Geliefde Zoon van God, die voor zondaars sterft. De moordenaar kan zich niet aan de voeten van Jezus werpen, hij kan Hem slechts naast zich zien, genageld aan net zo’n kruis als hij en stamelend vragen:

  • ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’

Dit is een gebed recht op het doel af. Geen overbodige vraag. Geen gebed om redding van de dood om nog een kans een beter leven te beginnen. Nee, deze moordenaar had het oneindige verschil gezien tussen de eeuwigheid en het aardse bestaan. Hij had dit leven verloren, hij wilde de eeuwigheid winnen. Daarom vraagt hij, daarom heeft hij de moed om de dwaasheid van het koninkrijk van Jezus openlijk te belijden. Hij vraagt één gedachte van liefde van de Verlosser. Hij weet wat genade is en zie hoe in het bittere lijden van de Redder een diepe blijdschap geboren wordt. De eerste vrucht van zijn lijden groeit en rijpt.

Hoewel de zwakke kreet van de stervende verloren gaat in het gejoel en geschreeuw, hoort Jezus ieder woord en het is muziek in zijn oren, zoals het muziek is voor de hemel die luistert. Eén zondaar die zich bekeert …. De eerste vrucht van de rijke oogst die komen zal. Christus vindt kracht om te antwoorden. Hij, die weigerde Herodes te antwoorden, antwoordt nu. Nooit heeft Hij één zondaar afgewezen. Hiervoor stierf Hij immers. Dit is de waarachtige troost voor iedereen, hoe slecht hij ook is, die Christus vraagt om genade: Hij zal u zeker antwoorden. Christus pleit hartstochtelijk bij de Vader voor iedere man of vrouw, die tot Hem komt. Voor de hoogmoedige, zelfvoldane spotter, of hij hogepriester of Schriftgeleerde heet, is geen uitzicht. Maar voor deze man, die in zijn berouw en kinderlijk geloof alle theologen voorbij snelt, is de rijke belofte:

  • ‘Nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn.’

Wat een voorrecht! Wat heeft deze man gedaan? Niets kon hij voor de Meester doen. Hij kon alleen maar geloven. Hij is het treffend bewijs van Gods belofte: ‘Geloof in Jezus Christus en u zult worden gered’. Deze moordenaar is één van degenen voor wie Jezus bad:

  • ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij zullen zijn, die U Mij gegeven hebt.’

Deze moordenaar zal aan de avond van deze dag met Jezus wandelen in het paradijs. Het paradijs, dat de mens verloren heeft door Adam, heeft God bestemd voor berouwvolle moordenaars, hoeren en zondaars. De zekerheid van de vergeving brengt blijdschap. Hoewel zijn spieren verscheurd zijn en zijn tong verdroogt, weet deze man op Golgotha wat het is: ‘vrede op aarde in mensen van goede wil.’ Deze blijheid is verborgen voor ieder die spottend hier staat of onverschillig voorbij loopt. Dit is hemelvreugde.

Nog steeds is Christus een val en een opstanding. Beide moordenaars hoorden dezelfde woorden, beiden zagen hetzelfde gebeuren. De één was blind en doof voor het diepe geheim van Christus koningschap, de ander zag en hoorde en geloofde. In de avond van die dag stierf de moordenaar die geloofde. In diezelfde avond stierf ook een man die gekozen was als apostel. Judas èn de moordenaar zijn beiden gekomen in het dodenrijk. De één had dagelijks Jezus gehoord, had het woord gebracht en zieken in Jezus’ naam genezen èn had zich aan Jezus geërgerd. De ander had het geloof gevonden onder de meest duistere omstandigheden. De één ging verloren – de ander werd gered.

Wat gaat u doen met Jezus offer?

Doe als de moordenaar: belijdt uw zonden, geloof in zijn liefde, aanvaardt de genade die U wordt aangeboden. Velen stellen uit en zeggen – misschien juist met het oog op deze moordenaar:

  • ‘Men kan zich aan het eind van zijn leven nog wel bekeren…..’

De Satan is blij met zo’n beslissing! Morgen zal worden: nooit! Want zeker, een mens kan zich op het laatste ogenblik bekeren en berouw hebben vlak voor het sterven. Het ware berouw komt nooit te laat. Maar het uitgestelde berouw is nooit een echt berouw. Wilt u zo lang mogelijk genieten van de zonde, waarvoor Christus stierf? U wilt niets missen van deze wereld? U zult straks alles missen: én de wereld én de hemel.

Geef u aan deze grote liefde van Christus over. Geef Hem het loon van zijn lijden op Golgotha. Ook voor u stierf Hij aan het kruis. Belijdt Hem uw zonden en zeg: ‘Heer ik kom zoals ik ben, ik geloof in U, redt mij door Uw bloed.’ Jezus antwoordt iedereen die zo tot Hem komt. Hij zal u welkom heten in het paradijs, waar de moordenaar u is voorgegaan. Dit is de rijkdom van Goede Vrijdag!