Eer aan God

  • ‘Eer aan God in de hoogste hemel…’

…juichten de engelen, toen de aarde geschapen werd. Onder het gejubel van de morgensterren, de zonen van God, werden de onzichtbare zuilen onder de aarde geplaatst, vermeldt het boek Job. De engelen keken verwonderd toe, hoe door onzichtbare krachten de kosmos aan een ‘niets’ werd opgehangen. Zij waren aanwezig toen de dageraad aanbrak, waarop de mens in gerechtigheid en met blijdschap aan zijn ontdekkingstocht in dit nieuwe koninkrijk begon. De geestelijke wereld zag toe hoe door Gods kracht de stof gevormd en verbonden werd aan het leven. Zij merkte met verbazing op hoe de aarde groen en de zee vol van leven werd en de dieren zowel in de lucht als op het land zich vermenigvuldigde. Toen hoorden zij Gods machtwoord:

  • ‘Laten Wij mensen maken naar Ons beeld en Onze gelijkenis’

en zij begrepen dat zij, die God dienden als krachtige helden en als vuurvlammen, nu ook aan de mens als beelddrager van God, onderworpen waren. In Genesis staat dat God de mens als heerser over de aarde aangesteld had, maar in de hemel was bekend wat de Hebreeënschrijver aanhaalde: ‘Alle dingen hebt U onder zijn voeten gesteld’.

Veel engelen rebelleerden om dit eeuwige besluit en Lucifer, een grootvorst onder hen, zei: ‘Ik stijg op de toppen van de wolken omhoog en stel mij aan de Allerhoogste gelijk’ (Jesaja 14:14). Gods plan was echter niet om de heerschappij in toekomende wereld aan de engelen toe te vertrouwen, maar aan de mens. Opnieuw geboren mensen mogen verwachten dat zij Hem gelijk zullen zijn, want zij zullen Hem zien zoals Hij is. De gehoorzame engelen conformeerden zich echter volledig aan de wil van God. Zo wordt van de aartsengel Michaël opgemerkt, dat hij de zonen van Gods volk bij staat in hun strijd om het doel van God te bereiken (Op.12:7,8).

  • ‘Eer aan God in de hoogste hemel….’

…jubelden de hemelse legers, toen – bij de schepping van de mens – de gedachten van God gerealiseerd werden. Het is ook de hymne van de heilige engelen bij de geboorte van Jezus Christus, die het begin is van de herschepping. Na de zondeval had God lange tijd schijnbaar alles laten geworden, tenminste zonder regenererend in te grijpen. De mens kreeg steeds meer gemeenschap met de boze geesten en hij gehoorzaamde deze. Zelfs het uitverkoren volk werd ontrouw. De heilige engelen werden toen in hun werk afgeremd, want het is voor hen een onmogelijke zaak om twee heren te dienen. Zij kunnen de mens alleen helpen, als hij zich in gerechtigheid richt op zijn eeuwige bestemming. Zij konden maar voor enkele rechtvaardigen ingezet worden.

Als Jezus geboren is, breekt echter de tijd aan dat door Hem velen tot gerechtigheid gebracht worden. De engelenwereld zou als nooit tevoren worden ingeschakeld. Zij zijn geestelijke krachten en werkeloosheid is voor hen de grootste beproeving. In de nieuwe bedeling mogen zij nu in dienst van de kinderen van God hun hoogste activiteiten ontplooien. Iedere zondaar die het contact met de duivel zou verbreken en de weg van de redding kiezen, geeft hun oorzaak tot blijdschap, want zij mogen hen voortaan dienen om het doel van God te bereiken.

  • ‘Eer aan God in de hoogste hemel….’

… klinkt het uit de mond van de engelen, want zij weten dat het Woord van God neergedaald is op de aarde. Dit vleesgeworden Woord zal de dingen die niet zijn, roepen alsof ze waren. Met de geboorte van het kind in de voerbak begint het herstel. Hij is de eerste die als koning over de hele schepping gesteld zal worden. Hij zou veel zonen tot heerlijkheid leiden. De engelen spreken het geloof uit dat het Woord van God niet vruchteloos zal terugkeren. In deze Kerstnacht getuigen zij van grote blijdschap, die bedoeld was voor alle mensen. Dit kind zou doen, wat God wil en waartoe Hij het had gezonden. Hij is de verlosser, de redder, de geneesheer, de bevrijder en de verlosser van de mensen. Hij is de Christus, de gezalfde, die ook de doper is met Heilige Geest. Hij zal zijn volk maken tot koningen en tot priesters. Zo wordt Hij de Koning van de koningen en de Heer van de heren.

  • ‘Eer aan God in de hoogste hemel….’

… is het altijd durende spreekkoor van de heilige engelen. Zij zien waarnaar dit alles leidt: de eer van God zal op het hoogst geopenbaard worden, wanneer de mens het gestelde doel heeft bereikt, de schepping is verlost van zijn zuchten en wordt hersteld. De eer van God wordt door de vernieuwde schepping geopenbaard. ‘In de hoge’ of ‘in de hoogste hemelen’ heeft God de eerste plaats. Dit Koninkrijk van God is het edelste, het belangrijkste van alle onzienlijke gewesten. De engelen zetten daar hun jubel voort als zij voor de troon in aanbidding zeggen: ‘Amen, de lof en de heerlijkheid, en de wijsheid en de dankzegging en de eer en de macht en de sterkte is voor onze God tot in alle eeuwigheden! Amen’ (Op.7:12).

  • ‘Eer aan God in de hoogste hemel….’

… is het refrein van het nieuwe verbond. Het kind in de voerbak wordt immers de boodschapper van de onzienlijke wereld. Hij zou zeggen: ‘Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is dichtbij jullie gekomen’. In het oude verbond was er een scheiding, als een gordijn, tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld. Mozes erkende dat het verborgene voor de Heer was en het geopenbaarde, het zichtbare, voor ons en onze kinderen. Maar Jezus zou dit gordijn wegschuiven. Hij zou de sleutels van het Koninkrijk der hemelen aan zijn volgelingen overhandigen en deze zouden kennis kunnen nemen van de onzienlijke wereld. Hij zou Gods volk voorgaan op de ‘hoge weg’, die door de geestelijke wereld tot de troon van God voert. Hij zou hen ‘mede een plaats geven in de hemelse gewesten’, waar God en zijn Zoon nu zijn met de heilige engelen. Hun burgerschap en hun wandel zouden daar zijn.

Bij de nieuwe schepping wordt de gééstelijke mens geschapen, want ‘de eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel’ (1 Cor.15:47). De nieuwe mens nadert daar ‘tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen’ (Hebr.12:22). In zijn strijd tegen de boze geesten in de hemelse gewesten vormen de heilige engelen de lijfwacht van deze troonverwervers. In hun verbondenheid op aarde ontvangen zij nog ‘de engel van de gemeente’, een aartsengel die voor God staat en in zijn directe nabijheid verkeert.

  • ‘En vrede op aarde voor alle mensen die Hem liefhebben….’ 

Door Jezus was God bezig vrede te maken, want het nam als Lam van God de schuld weg. Velen zouden dit goddelijke offer aanvaarden. De vrede van God zou de grond zijn, waarin hun gerechtigheid zou worden gezaaid en deze zou opgroeien naar het welbehagen van God. De rechtvaardigen gaan binnen in het Koninkrijk van God en ervaren daar: vrede, gerechtigheid en blijdschap. Zij zijn ‘mensen die Hij liefheeft’ want zij zullen, gesterkt door Heilige Geest, opgroeien tot zonen van God, die met de heilige engelen de Vader voor altijd zullen aanbidden in geest en in waarheid, zeggend:

  • ‘Eer aan God in de hoogste hemel!’