De geboorte van Jezus

Veel kerstboodschappen zijn tegenwoordig kort vanwege alle poespas die de kerstfeestvieringen met zich meebrengen. Het brengen van het eeuwig evangelie moet niet al te lang duren want het ‘beleven en doen’ staan voorop. Het ware kerstverhaal wordt ondergesneeuwd door randverschijnsels tijdens de vieringen en daarmee wordt zelfs Jezus vergeten.

De geboorte van Jezus wordt beschreven in Lucas 2:1-20:

  • ‘En het gebeurde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het hele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië voerde. En zij gingen allen op reis om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad. Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was. En het gebeurde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.
  • En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde. En opeens stond een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen en ze werden verschrikkelijk bang, maar de engel zei: ‘Wees niet bang! Want luister, ik breng u een blijde boodschap, die voor het hele volk bestemd is. Vandaag is in de stad van David uw Redder geboren: Christus, de Heer. Dit zal voor u het teken zijn: u zult een kind vinden dat in doeken gewikkeld is en in een voederbak ligt.’
  • En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: Eer zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde voor de mensen die hem lief zijn!’ En het gebeurde, toen de engelen van hen heengegaan waren naar de hemel, dat de herders tot elkaar zeiden: Laten wij nu naar Bethlehem gaan en dat Woord zien dat er gebeurd is, dat de Heer ons bekendgemaakt heeft. En zij gingen snel en vonden Maria en Jozef en het kind liggende in de kribbe. En toen zij het gezien hadden, maakten zij bekend wat tot hen gesproken was over dit kind. En allen, die ervan hoorden, verbaasden zich over wat door de herders tot hen gezegd werd. Maar Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart. En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, zoals het hun gezegd was’.

En in Johannes 1:14 staat:

  • ‘En het Woord (Gods Woord, Zijn Logos) is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.’

Als mensen weer gaan de kerstdagen gaan ‘aankleden’ zie je het dennengroen verschijnen, de stalletjes, de engeltjes met hun lieflijke gezichtjes, de (al dan niet digitale) kerstwensen versierd met kerstballen met de tekst: Prettige kerstdagen en gelukkig nieuwjaar! De sfeer is bij iedereen wel bekend, een sprookjesachtige en toverachtige sfeer. Schijnbaar hebben mensen behoefte aan zo’n sfeer in de harde tijden van vandaag. Kerstliedjes worden (sporadisch nog getolereerd door de nieuwste ‘deugmens’) weer gezongen, of je er wel of niet in gelooft, er is altijd wel een muzikaal spektakel en we worden weer overspoeld met allerhande zoetsappige kerstfilms. Kerkgangers doen daar vrolijk aan mee. Daarnaast zijn er ook orthodoxe, wettische kerkgangers die moeite hebben met Kerst, omdat het een heidens gewoonte betreft. Ze zijn tegen de kerstboom en alle versieringen.

De leegte moét gevuld worden

Rond de kerstdagen gaan er ook altijd weer massa’s mensen naar de geboortekerk in Bethlehem. Als je daar bent rond die tijd, moet je een speciale toegangskaart hebben om de kerk te bezoeken. Van dichtbij proef je ook de strijd tussen Armeense christenen en Rooms Katholieken, die beiden vlakbij de geboortekerk hun kerken hebben. Je kunt ook met de bus langs de drie met elkaar concurrerende(!) herdersvelden rijden. Allemaal toeristische trekpleisters rond de persoon Jezus  (niet in de verkeerde bus stappen, dat scheelt weer een paar Shekels).  

Er zijn ook nog mensen, die met Kerst echt aan Jezus denken en daarover zingen. De liedjes die daarbij gezongen worden, zijn zeer divers. Zo gaan er velen over Jezus die zijn koninklijke waardigheid heeft afgelegd om mens te worden…. Dat Hij de hemel verliet om als arm kind op de aarde te komen:

  • ‘Wordt arm en hulploos, draagt een kruis’
  • ‘Voor wie verlaat u uw troon en rijk?’
  • ‘Wat deed uit ‘s hemels zalen, o Heer der heerlijkheden, op aarde U neerdalen? Uw grote liefde alleen’.

Ook deze liedjes zijn een sprookje, waar veel kerkmensen door misleid worden. Alsof Jezus als parachutist uit de hemel is neergedaald. Dat botst met de geboorte van Jezus. Als men spreekt over Jezus die het huis van Zijn vader, Zijn troon en Zijn rijk verlaat, is men eigenlijk gelijk aan een boeddhist, die in reïncarnatie gelooft.

Maar zo is het niet: Jezus is geboren op Gods tijd (Gr: eu kairos). Hij is de eerste van veel broers (en zusters) en Hij is een mens zoals ieder ander mens. Alleen Zijn afkomst is anders. Hij is Gods Enig geboren Zoon. Jezus was in de gedachten van de Vader als Lam van God dat de zondeschuld van Adam zou gaan betalen aan satan. God is immers Geest. Jezus was niet letterlijk bij de Vader als Zoon in het heelal (en speelde daar ook niet als baby in de box). We moeten dit in de geestelijke wereld plaatsen. Hij is geboren zoals alle baby’s geboren worden. Gods Geest verwekte Hem bij Maria, die haar volledige toestemming daarvoor gaf: ‘Laat Uw Woord aan mij gebeuren’ (Joh.1:1).

Er staat in 2 Corinthe 8:9: ‘U kent immers de genade van onze Heer Jezus (Christus), dat Hij vanwege u arm is geworden, terwijl Hij rijk was’. Dit slaat echter niet op de geboorte van Jezus, alsof hij als schatrijke 1/3e god, ineens arm werd. Nee ook dit moet men geestelijk verstaan. Jezus was geestelijk rijk. Hij droeg de Koningsmantel in de hemelse gewesten. Alles wat zijn Vader Hem gaf heeft Hij vrijwillig prijsgegeven. Hij heeft het kruis gedragen en is arm geworden. Hij heeft Zichzelf voor alle mensen geofferd waardoor men juist rijk kan worden in Hem. Dat rijk zijn slaat niet op de natuurlijke wereld, maar is juist geestelijk bedoeld.

De Heer is niet als parachutist neergedaald, maar als mens geboren. Hij was arm omdat Hij geen aanzien had. ‘Geen gedaante noch heerlijkheid’ zegt de profeet Jesaja. Jezus kende de rijkdom en de luxe van het natuurlijke leven niet. Hij werd niet geboren in een paleis, maar in een stal met een voerbak. Hij had een geweldige heerlijkheid, maar die heeft Hij prijsgegeven toen Hij voor ons stierf. Hij heeft alles (op)gegeven voor ons.

Zoon van de Vader

God is Geest. Hij had eerst geen natuurlijke Zoon maar Hij had gedachten en een plan. God heeft een woord gesproken, daarom staat er: ‘Het Woord is vlees geworden’. Jezus is geen vlees geworden, Jezus is Zijn naam naar Zijn mensheid. Jezus als eerste mens met een verheerlijkt lichaam, is op dit moment al ruim 2000 jaar oud. Jezus is de mens, maar het Woord (Gods Logos) is vleesgeworden en een woord is niet een gestalte, maar een gedachte die uittreedt. Vergelijk het met het Lam dat geslacht is vanaf het ontstaan van de wereld. Er was geen lam in het heelal, maar het was de gedachte van God dat Hij altijd de val van de mens zou opvangen. Op die manier was Jezus het Woord van God vanaf het begin.

Bij de schepping zei God: Laat er licht zijn. Er was geen luisteraar (buiten de engelen) die Hem dat hoorde zeggen, maar op dat moment werd Gods gedachte uitgesproken en het kreeg gestalte en werd het realiteit, het licht was ontstaan. Het spreken heeft niet te maken met oren, met luisteren, maar Gods gedachten komen naar buiten door Zijn woord. Het woord is een beeld van Gods gedachten en door het uit te spreken wordt het realiteit. ‘Hij spreekt en het is er’. Hij heeft daar geen klanken voor nodig. De engelen waren de enige ‘luisteraars’ en zij hebben samen gejuicht toen God de aarde ophing aan het niets (Job 26:7; 38:7). Zij hebben geen handen om te klappen, geen mond om te juichen, geen oren om te horen, zij hebben geestelijk verstaan wat God bedoelde. Zo namen de profeten later de woorden van God in zich op, ook zij hadden daar geen natuurlijk oor voor nodig, maar een geestelijk oor. Mozes zag de brandende braambos in een visioen, maar wat belangrijker is: hij hoorde de stem van God in zijn binnenste. Dat is het wonder van profetie.

Een opnieuw geboren en Geestvervulde christen verstaat bij een profetie wat er gezegd wordt. Daar is onderscheiding van geesten voor nodig, ofwel contact met de Geest van de eeuwige God. Op die manier sprak God tot Maria, waarop zij in geloof antwoordde: ‘Mij geschiede naar Uw woord’. Dat woord van God – die gedachte van God – gaat uit in de volheid van de tijd en krijgt gestalte in de schoot van de Maria. Zij werd daarbij niet de moeder van God, want God heeft geen moeder! Dat Woord van God wordt menselijk leven, het wordt een nieuwe schepping. Doordat het in Maria ontstaat is er een verbinding met het menselijke geslacht; er is een doorgaande lijn in de geslachten. Zij is daarna niet maagd gebleven. Jezus kreeg nog broers en zusters, iets waar Rome tot aan vandaag helemaal gek van wordt.

Een nieuwe schepping

Toch is er sprake van een nieuwe schepping door de Woorden van God. Hij had ook Jezus kunnen scheppen uit elementen, maar Hij schept zijn Zoon door zijn Woord, wat gestalte krijgt in een eicel. De eicel ontwikkelt zich tot mens. Gods Logos (Woord) begint te groeien en heeft de gedachten van herstel, vernieuwing, verandering, verbetering en genezing in zich. ‘Hij zond Zijn Woord en Hij genas hen’. Dat Woord doet wat God wil en volbrengt waartoe Hij het uitgezonden heeft.

Het is een minutieus begin wat met kerst herdacht wordt. God bewaart dat Woord in de schoot van Maria en het krijgt zo gestalte in een baby, een mens. God bewaart het voor invloeden van buitenaf zoals zonde, ziekte en demonische leugengeesten. Als Jezus als 12-jarige in de tempel zijn vragen stelt en antwoorden geeft, staan de Schriftgeleerden versteld over zijn scherpzinnigheid. Elke vraag en elk antwoord was verbonden met de waarheid, zoals God het bedoeld heeft. Jezus was groter in zijn denken dan alle mensen in de tempel samen, omdat God Hem geheiligd en bewaard had, zoals een vader dat altijd moet doen. Het Woord, de nieuwe schepping ontwikkelt zich. Het leven begint altijd in een zaadje, minimaal in iets kleins, onzichtbaars. Het Woord groeit door en krijgt gestalte. Het Woord geneest en herstelt. Er komen vervolgens meer mensen die ook dat woord van God in zich hebben, zoals Johannes schrijft:

  • ‘Wie gelooft dat Jezus komende is in vlees’.

Zo breidt dat Woord zich uit tot er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is. De kracht van het Woord dat vleesgeworden is in Bethlehem gaat over de aarde, overwinnende en om te overwinnen:

  • ‘En Zijn naam was het Woord van God’ (Openb.19:13).

Als alles voltooid en de schepping vervuld is met de woorden en de gedachten van God en de Geest van God, keert het Woord weer terug naar de Vader, zodat God alles in allen zal zijn (1 Cor.15:24; Op.22:13).

Met Kerst kan men ook denken aan de geboorte van een grote verandering in de schepping. God neemt Zijn tijd, Hij heeft geen haast. Er gaan miljoenen jaren overheen, maar God bereikt Zijn doel. De duivel kan tegenstribbelen en doen wat hij wil, maar God bereikt wat Hij in gedachten had: een nieuwe hemel, een nieuwe aarde en een nieuwe mensheid. Het Woord keert dan terug naar God die Hem gezonden heeft, want het Woord is voldaan, voldragen en uitgewerkt. Dan komt er een nieuw tijdperk waar de Bijbel niet over spreekt, dan pas begint het echte eeuwige leven zonder einde.

Nu zijn alle voorbereidingen aan de gang om dat te bereiken. Wat dat betreft heeft Paulus gelijk als hij zegt dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt t.o.v. de heerlijkheid die ons geschonken wordt. Als je er goed over nadenkt, raak je enorm onder de indruk van de gedachten van God. Dat kan niet in een mensenbrein opkomen, want wat geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien, dat alles heeft God weggelegd voor degenen die dat Woord aanvaarden, want aan hen – die dat Woord aanvaard hebben – geeft Hij macht om zonen van God te worden.

Engelen

Bij de geboorte van de nieuwe schepping, Jezus Christus (en in Christus is het Israël van God inbegrepen) juichen de engelen: ‘Eer aan God, in de mensen van goede wil’. Dat is heel wat anders dan wat de demonen zeggen. God heeft ons niet afgeschreven, Hij heeft de demonen afgeschreven. Bij de eerste schepping juichten de zonen van God, maar bij de tweede schepping juichte een deel van hen niet meer. Ze staan er verbeten bij te kijken. De goede engelen juichten wel: God gaat door met de mens. Zo komt de vrede in het hart van de mensen. De verstoorde vrede wordt hersteld. God is bezig om zijn plan te realiseren, dat geloofden de engelen toen zij dit zongen. Jacobus zegt dat de demonen ook geloven, maar zij sidderen. De goede engelen geloven ook als ze dit kind in de voerbak zien liggen. Zij zien een nieuwe schepping.

En wat zien ware christenen? Zij zien meer dan de engelen, zij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Zij weten dat Hij de eerste is van veel broers en zusters, dat Hij voor hen een weg baant tot de troon en tot heerlijkheid. De engelen geloofden dat nu gaat gebeuren wat God gezegd heeft, ook al begrepen zij het niet. Net zoals de profeten het niet begrepen. De engelen hebben net als de profeten ook gesproken over deze tijd. Zij zagen dat die scheut kwam uit de afgehouwen tronk van Isaï. De man wiens naam ‘Spruit’ zou zijn. Zacharia wist dit, omdat een engel hem dat gezegd had (Zach.6:12). Engelen wisten en weten dus wel wat, maar ze begrijpen niet wat het betekent. Van de profeten zegt Petrus dat zij bezig waren om te onderzoeken op welke tijd (wanneer) en hoe dat zou gebeuren (1 Petrus 1:12).

Wat dat ‘hoe’ betreft, de profeten wisten dus dat er een volkomen andere, nieuwe tijd zou aanbreken. Er zou dus iets anders in de plaats komen van hun natuurlijke godsdienst met hun aardse tempel en aardse priesters, namelijk de tijd van het Koninkrijk van God dat gebracht zou worden door Jezus Christus. De engelen hebben dat ook onderzocht, ze zijn verlangend om het plan van God in te zien. Ze gingen parallel op met de profeten, ze waren de dienende engelen van de profeten. Zacharia spreekt over Jezus als de Spruit die de gevelsteen zal voortbrengen. Een prachtig beeld, want de gevelsteen wordt aan het eind van de bouw boven aan het huis geplaatst. Jezus Christus is ook de hoesteen (het fundament van het huis) en de gevelsteen, als die geplaatst wordt is het huis bijna klaar, Jezus Christus met zijn gemeente.

De engelen hebben veel gedaan en doen nog veel. Zo wisten ze ook dat zij in Efratha moesten zijn. Ze zijn niet bij de wijzen uit het Verre Oosten geweest, ze hebben geen verbinding gehad met deze occulte mannen die met astrologie bezig waren. Ze gingen rechtstreeks naar de velden van Efratha en hadden geen ster nodig. Je moet niet in het oosten zijn, zegt de Bijbel (Openb.16:12). Jesaja 2:6 zegt: ‘Voorwaar, U hebt uw volk, het huis van Jacob, verworpen, omdat het geheel beïnvloed is door het Oosten en toverij pleegt als de Filistijnen’. Het oosten is altijd verbonden met het occultisme.

De engelen gaan dus rechtstreeks naar Bethlehem in Efratha. Hun komst veroorzaakt geen nationale ramp met afgeslachte kindertjes. Hun komst brengt alleen maar heerlijkheid, genade en waarheid. Als zij komen, zijn de velden vol met licht en licht is leven en blijdschap. Op kerstkaarten worden engelen vaak uitgebeeld als kleine, mollige baby’s met vleugeltjes. Ook worden engelen wel uitgebeeld als knappe vrouwen die met hun lamp zich verheffen boven alles. Maar lees maar eens over de engelen in de Openbaring van Johannes. De zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel. Als dat gebeurt gaat de hemel open, Johannes beschrijft deze taferelen. Zoiets kan echt niet veroorzaakt worden door kleine mollig baby-engeltjes. De engelen roepen: ‘Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en aan zijn Gezalfde (dat is de gemeente van Jezus Christus) en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden’.

Stel engelen niet te lief voor, het zijn strijdbare helden

Gabriël zegt: ‘Ik ben Gabriël, die voor God staat’. Het is majesteitsschennis als je Gabriël voorstelt als een kleine, onvolwassen baby. Jezus zegt: ‘Ik zal mijn Vader bidden en Hij zal me 12 legioenen engelen zenden’. Als Elisa bang is en denkt dat hij en Elia om zullen komen, dan vraagt Elia of God aan Elisa de bescherming van de duizenden engelen wil laten zien. Verbindt dus engelen nooit met een sentimentele sfeer, want dan zit je er ver naast.

De engelen openbaarden zich aan de herders in de velden. De herders waren gewone mensen en niet, zoals wel eens beweerd wordt, mannen die de Bijbel aan het napluizen waren en met elkaar over de eindtijd spraken. Nee, het waren gewone mensen, die trouwens later nooit meer genoemd worden. God sprak niet in hen zoals bij de profeten Simeon en Anna, maar aan de herders kregen een openbaring (1 Cor.14). Zij hebben wat dat betreft ‘geluk’ gehad, zij waren op dat moment in de velden van Efratha. Als er andere mensen op dat moment in de velden waren geweest, was de openbaring aan die mensen doorgegeven. Op deze manier wordt de (ongelovige) wereld erbij betrokken. Vergelijk hoe God grote wonderen deed bij het volk Israël toen het uit Egypte trok. Toen was er ook ‘veel vreemd volk’ bij. De herders zagen de wonderen die er in de hemel gebeurden.

Die manifestatie markeerde een omslagpunt in de verlossingsgeschiedenis. Er is in de eerste plaats niet iets op aarde gebeurd, nee er is allereerst iets in de hemel gebeurd. Er is een volheid van de tijd voor Gods troon geweest. Van bovenaf gezien was het de grootste beweging in de hemelse gewesten tot op dat moment. Op aarde mag het een eenvoudig tafereel geweest zijn en vergeten zijn, maar in de hemel was het een revolutie, opgetekend in het Levensboek. De woordvoerder van de engelen zegt: ‘Wees niet bang, want ik kondig grote blijdschap aan voor heel het volk’. Heel het volk, denk daarbij aan Simeon die in de tempel zegt:

  • ‘Want mijn ogen hebben uw redding gezien, dat U bereid hebt voor het oog van alle volken’ (Lucas 2:30-32).

Dat reikt dus veel verder dan alleen het land Palestina, hoewel het daar op een onbetekenende plaats gebeurde. Want wat stelt Judea nu voor in de rij van de volken en wat is Efratha onder de plaatsen van de wereld? Toch begint God in die onbetekenende omgeving Zijn grote plan uit te werken.

Het kind ligt in doeken gewikkeld, een nederige zaak. Hij ligt niet in een koninklijke kamer in een landhuis te Wassenaar en in een goed verzorgd bed, omdat de geboorte van Jezus een geestelijke, een hemelse zaak is. De hemel heeft de grootheid van deze wereld niet nodig. Ook niet de show, de rijkdom of de kennis van deze wereld. Ook nu is dat precies zo. Opnieuw geboren en Geestvervulde christenen hebben geen mooi, glazen gebouw, eersteklas musici of grote aantallen koorleden in soepjurken met UFO’s en zwarte pakken nodig. Dit heeft in wezen niets te maken met de hemelse gewesten. Over Jezus werd gezegd: ‘Hij had geen gedaante, noch heerlijkheid’ en ‘Wie gelooft onze prediking?’ (Jes.53). God heeft geweigerd iets zichtbaars en groteskst te openbaren. Er was geen sprake van aardse, natuurlijke grootheid bij de geboorte van Jezus, terwijl er toch heerlijke, grote dingen aan Hem verbonden waren. In die onaanzienlijke gemeente, in die onaanzienlijke man of vrouw zit het geweldige van het koninkrijk van God.

  • ‘Hij heeft de rijken leeg terug gezonden en de armen heeft Hij aangenomen’.

Dat is het evangelie van Jezus Christus, misschien wel totaal iets anders dan u verwacht had, want het is niets natuurlijks, alleen maar geestelijk. En dat zoeken ware christenen telkens weer, alles wat te maken heeft met de hemelse gewesten. Die grootse dingen die verbonden zijn met de hemel. Als wij roemen, zegt Paulus, roemen we niet in de verdrukking en alle narigheid, maar hij roemt over de mens in Christus, dat hij is opgetrokken tot in de derde hemel. Bij mensen is Paulus een onaanzienlijk iemand, maar dat is niet belangrijk voor hem. Hij is thuis in de hemelse gewesten.

Jeugd

Het kind Jezus groeit als een gewoon kind op, geheiligd door zijn aardse ouders Jozef en Maria. Maar het menselijk vermogen schiet tekort, ze waren niet verbonden met Gods Geest. Daarom heeft Zijn Vader Hem ook geheiligd (Joh.10:36). In de gemeente worden de kinderen ook geheiligd, tekorten worden aangevuld door Gods Geest. Ouders doen daarin de Vader na, Hij heiligt Zijn Zoon in de natuurlijke en geestelijk wereld. Jezus is beschermd door Zijn Vader zodat Hij geen zonde gedaan heeft, na Zijn doop met Gods Geest kan Hij de zonde zèlf weerstaan. Opnieuw geborenen hebben – om de zonde te kunnen weerstaan – Gods Geest met zijn wijsheid, kennis en onderscheiding van geesten nodig. Zij proberen ook hun kinderen te beschermen, want dat gaat niet vanzelf. In de natuurlijke wereld zal dat nog wel meevallen, maar kunnen zij ze ook bewaren voor het contact dat ze maken als ze buiten zijn, op school of waar dan ook? Het heiligen komt helaas wel vaak te laat, als het contact met de demonen al gelegd is en de zonden al gedaan hebben.

Kinderen zijn geen lid van de gemeente, maar hun ouders wel. De voorganger en oudsten, de gemeenteleden hebben dan ook niets te zeggen over de kinderen, zijn er ook niet verantwoordelijk voor. De ouders van de kinderen echter wel. Zij kunnen dus niet zeggen dat de gemeente voor de kinderen moet zorgen. Ze kunnen wel de gemeente(leden) om hulp vragen, voor advies of ondersteuning. Maar de taak van de ouders kan niet op anderen afgeschoven worden, hoe zwaar de taak ook is. De duivel maakt die taak zwaar en valt daarbij de kinderen aan, met als doel dat hij over het kind kan heersen, waardoor de ouders het niet aankunnen. Dan geven de ouders de moed op en kunnen hun kinderen alleen maar in een kwaad daglicht zien.

Satans demonen zijn vooral in de thuissituatie actief, om de basisveiligheid in het gezin aan te pakken. In andere situaties worden de kinderen met rust gelaten. Dan is het moeilijk om de kinderen te blijven heiligen, omdat de duivel de ouders in wezen ook in zijn macht heeft. Men heeft niet meer de rust en de kalmte om de kinderen te zien zoals ze echt zijn. Hun blik is verduisterd waardoor ze de demonen achter het kind niet meer zien. Als ze (samen) de geestelijke werking weer ontdekken, kunnen ze zich wapenen tegen de aanvallen. Dan kunnen ze de strijd wettelijk strijden samen met de Heer. Als iemand in de kracht van God staat en de boze geesten overwint, moet de duivel het loodje leggen. Dan kan men zich weer positief opstellen in het gezin en de kinderen een veilige plek geven. Dan is er weer vrede in huis. Vrede is het ontbreken van levensstoornissen.

Vrede op aarde

Het kerstgebeuren geeft een sfeer van rust in het koninkrijk van de hemelen. Dat koninkrijk is dichtbij gekomen. Het kind Jezus moet nog opgroeien en het gordijn van dat koninkrijk moest nog weggeschoven worden, maar dat heeft Hij uiteindelijk gedaan. Hij heeft de poorten van dat koninkrijk geopend, Gods kinderen vervuld met Heilige Geest en hen sterk en krachtig gemaakt. En die sfeer van het koninkrijk nemen ze mee. Zij zijn burgers van het koninkrijk van de hemelen. Wie een hemelburger is, is niet burgerlijk, klein of bekrompen in denken, niet argwanend, maar heeft de vrede in zich. Men ziet het plan van God, die geweldige toekomst. Wie dat in zich meedraagt, bouwt, herstelt, verlost, redt en vermaant met de liefde van God in zijn hart. Dan is men niet meer negatief, maar dan straalt men de sfeer van het koninkrijk van de hemelen uit. Dit geldt ook voor het huisgezin van God. Ook daar is wel eens wat aan de hand. Maar als men blijft vasthouden aan het vleesgeworden Woord van God, is er leven in de gemeente.

Het kleine kind Jezus gaat groeien en zich ontwikkelen. Veel mensen zijn helemaal idolaat van de Kerstdagen, omdat ze het kleine baby’tje zien en willen vasthouden. Zij houden graag dat kind klein en zo komen ze nooit tot de volwassenheid. Zo houden ze Jezus elk jaar in de sprookjessfeer, met een kribbe in een stalletje, net zoals de Rooms-katholiek de volwassen Jezus het liefst eeuwig voor dood aan het kruis ziet hangen. Ze willen niet dat Hij opgroeit tot een man die de dood overwonnen heeft en hen leert strijden in de hemelse gewesten. Daar willen ze niet aan, ze willen zelf niet groeien en ontwikkelen, ze willen niet geloven in een vervuld worden met Gods Geest. Daarom, zegt Paulus in 1 Cor.1:10-17, zijn er zoveel ruzies en partijvormingen. Ze zijn net als kleine kinderen die overal ruzie om kunnen maken.

Mattheüs en Lucas beschrijven de voorgeschiedenis, maar ook Marcus is een prachtig boek. Hij begint al in hoofdstuk 1:20 met de beschrijving van Jezus in de synagoge. Het is daar heel stil, ieder is onder de indruk van de leer die Jezus brengt. Dat is dan al meteen bij een volwassen Jezus, net zoals Johannes in hoofdstuk 1:14 zegt: ‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien’. Hij heeft het hier niet over de heerlijkheid van de pasgeboren Jezus als baby, maar de heerlijkheid die Hij heeft als volwassen Man van God.

Zo willen ware christenen verder kijken dan dat kindje in de voerbak of als voor eeuwig gestorven aan een kruis; deze beelden zijn inspiraties van satan. Zij willen zien naar het offensief dat God begonnen is met Jezus. ‘Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U sterkte gegrondvest, Uw tegenstander ten spijt’. Dat is het offensief van God. Als Mozes geboren wordt, zien zij hem als degene die later de Rode Zee met zijn staf door midden klieft. Als Jezus geboren wordt, zien zij Hem als degene die de duivel onttroont, hem in de afgrond werpt en Gods zonen op de troon zet.