Onze hoop op de eeuwige heerlijkheid

De komst van het Koninkrijk

Met Jezus’ komst breekt een nieuwe tijd aan. Gods beloften over een zegenrijke toekomst zullen in vervulling gaan. God begint zijn heerschappij in deze wereld te vestigen, zoals ooit door de profeten werd beloofd: ‘Maar nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea de goede boodschap van God verkondigen en zei: De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap’ (Marc.1:14,15). Voor alles begint dit Koninkrijk gestalte te krijgen in mensen. Satans heerschappij over hen wordt verbroken. Bezetenen en zieken ontvangen bevrijding. Gods heerschappij komt in mensenlevens openbaar: ‘Maar als Ik met de hulp van de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God over u gekomen’ (Matth.12:28). Het Koninkrijk dat Jezus komt vestigen, is in eerste instantie geestelijk van aard. Tegenover Pilatus getuigt de Heer: ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld. Als mijn koningschap van deze wereld was, zouden mijn dienaars er wel voor gevochten hebben dat Ik niet aan de Joden werd overgeleverd. Mijn koningschap is echter niet van deze wereld’ (Joh.18:36).

De verheerlijkte Koning

Door dood en opstanding heen kan Jezus als rechtmatige Koning zijn plaats op Gods troon innemen. Vandaar dat de Heer vlak voor zijn kruisiging getuigt: ‘Van nu af aan zal de Mensenzoon zitten aan Gods machtige rechterhand’ (Luc.22:69). Als opgestane en verheerlijkte Heer ontvangt Jezus een koningschap dat uiteindelijk in de hele schepping uitgewerkt zal worden: ‘Daarom ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen staat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: de Heer, dat is Jezus Christus!’ (Fil.2:9-11). Dankzij de uitstorting van Gods Heilige Geest over de onderdanen van Jezus’ Koninkrijk, zou ook de wereld de realiteit van zijn koningschap beginnen te zien: ‘Verhoogd aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten; en dat is wat u ziet en hoort’ (Hand.2:33). Dankzij deze uitstorting van Gods Geest zouden Jezus’ volgelingen de aanwezigheid en de kracht van het Koninkrijk van God mogen ervaren: ‘Ook zei Hij hun: ‘Ik verzeker u, er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze hebben gezien dat Gods koninkrijk met kracht gekomen is’ (Marc.9:1).

Het herstel van alle dingen

Bij persoonlijke bevrijding en herstel van de mens zou het echter niet blijven. Er rest nog een volgende fase in Gods plan: God heeft de hele wereld op het oog. Hij laat zijn schepping niet in de steek. Hij is nu bezig zich een volk toe te bereiden dat bij het herstel van de schepping ingezet kan worden. Dat is het motief waarom mensen zich tot Hem keren: ‘Kom daarom tot inkeer en bekeer u, zodat uw zonden worden uitgewist. Dan komen er van Godswege tijden van verademing en zendt Hij de Messias, die Hij u tevoren al had aangewezen, Jezus, die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd van het herstel van alles, waarover God van oudsher heeft gesproken bij monde van zijn heilige profeten’ (Hand.3:19–21).

God wil niet alleen zijn Koninkrijk vestigen in individuele levens, Hij heeft wereldheerschappij op het oog: ‘Zonder te letten op die tijden van onwetendheid zegt God nu de mensen aan dat ze zich moeten bekeren, allemaal en overal. Want Hij heeft een dag vastgesteld waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen. Daar heeft Hij iemand voor aangewezen, en Hij heeft dit voor iedereen geloofwaardig gemaakt door Hem uit de doden te laten opstaan’ (Hand.17:30,31). De tijd waarin wij nu leven is een voorbereiding op de volgende periode die over heel de schepping aan zal breken. Gods volk heeft daar kennis van en bereidt zich daarop voor: ‘Want Hij heeft ons het geheim van zijn wil bekend gemaakt, overeenkomstig het besluit dat Hij in Christus had genomen, ter verwezenlijking van de volheid van de tijden: alles in Christus onder één hoofd samen te brengen, alles in de hemelse regionen en alles op aarde, in Hem’ (Ef.1:9,10).

Heersen met Christus

God heeft een nieuwe wereld op het oog, een ‘herstel van alle dingen’, een ‘kosmische nieuwe geboorte’, waarin de heiligen samen met Hem de wereld zullen herscheppen: ‘Ik verzeker jullie, bij de nieuwe geboorte, wanneer de Mensenzoon op de troon van zijn heerlijkheid zetelt, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn op twaalf tronen zitten, om te oordelen over de twaalf stammen van Israël’ (Matth.19:28). De profeet Daniël sprak al over deze positie van Gods volk in ‘de nieuwe geboorte’: ‘Dan zal het koningschap, de heerschappij en de pracht van al de rijken onder de hemel gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen’ (Dan.7:27).

Ook de apostel zag deze heerlijke toekomst al, die er voor Gods volk is weggelegd. De tijd breekt aan dat Jezus zijn koningschap in deze wereld volkomen uitwerkt, samen met zijn volk: ‘En de zevende engel blies op de trompet. In de hemel klonken luide stemmen, die riepen: Nu komt de heerschappij over de wereld toe aan onze Heer en zijn Messias; Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheid’ (Op.11:15). ‘Ik zag tronen en zij namen daarop plaats en aan hen werd het oordeel gegeven. Ik zag de zielen van hen die onthoofd waren vanwege het getuigenis van Jezus en het woord van God. Zij werden weer levend en heersten met Christus, duizend jaren lang’ (Op.20:4). Ook de apostel Paulus had duidelijk zicht op de taak die in Gods toekomstige wereldbestel voor Gods kinderen is weggelegd: ‘Weet u dan niet dat de heiligen over de wereld zullen oordelen? En als het oordeel over de wereld bij u berust, zou u dan niet bevoegd zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? Weet u niet dat wij over satan en zijn demonen zullen oordelen?’ (1 Cor.6:2,3).

Koningen in opleiding

Voor Gods volk is een koninklijke taak in deze wereld weggelegd. Het mag – nu al, en straks volledig – meewerken aan het herstel van de schepping, de onderwerping van elke ontwrichtende macht. De schepping wacht hierop: ‘Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaarmaking van de kinderen van God. Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat zij het zelf wil, maar door de wil van hem (Adam) die haar daaraan onderworpen heeft. Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij van de vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van Gods kinderen’ (Rom.8:19-21). Voordat Gods volk op wereldniveau de schepping kan herstellen, moet het echter in de strijd tegen het kwaad proberen te overwinnen. De demonische machten die de heidenen overheersen, moeten zij leren onderwerpen:

  • ‘Wie overwint, wie tot het einde blijft doen wat Ik wil, zal Ik macht geven over de heidenen – en hij zal hen weiden met een ijzeren staf en als aardewerk worden zij verbrijzeld – zoals ook Ik die macht van mijn Vader heb ontvangen. En Ik zal hem de morgenster geven’ (Op.2:26-28).

De Koning is in onze tijd bezig zijn toekomstige vrouw, die als Koningin met Hem heersen zal, op dit heerlijke moment voor te bereiden, door haar te reinigen en te vervolmaken: ‘Mannen, heb uw vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd om haar heilig en rein te maken, door het waterbad en het woord, om haar tot zich te voeren in haar luister, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en onbesmet’ (Ef.5:25-27). In training en groei naar geestelijke volwassenheid die nodig zijn voor het koningschap wordt nu door de Heer in het midden van de gemeente voorzien, door de bedieningen die Hij daarin geeft: ‘Hij ook heeft gaven uitgedeeld. Sommigen maakte Hij apostel, anderen profeet, anderen evangelist, weer anderen herder en leraar, om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen samen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte mens, tot de gehele omvang van de volkomenheid van Christus’ (Ef.4:11-13).

De openbaring van Jezus

Er komt een moment dat Jezus zich opnieuw in eigen persoon aan deze wereld openbaart. Zoals Jezus aan het oog onttrokken werd bij zijn ‘hemelvaart‘, zo zal Hij zich weer beginnen te manifesteren in de zichtbare wereld: ‘Deze Jezus, die van jullie is weggenomen en in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan’ (Hand.1:11). Bij zijn hernieuwde openbaring aan de wereld, zal Hij Zich echter manifesteren samen met zijn volk dat Hij daarop heeft voorbereid: ‘wanneer Hij op die dag komt om verheerlijkt te worden onder zijn heiligen en gevierd onder alle gelovigen; want bij u heeft ons getuigenis inderdaad geloof gevonden’ (2 Thess.1:10). ‘Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn het ook. De wereld kent ons niet, omdat zij Hem niet heeft erkend. Geliefden, nu al zijn wij kinderen van God, en wat wij zullen zijn is nog niet verschenen; maar wij weten dat, wanneer Hij zal verschijnen, wij aan Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. Wie dit van Hem verwacht, maakt zich rein, zoals Jezus rein is’ (1 Joh.3:1-3). Door druk en strijd heen is God bezig zijn volk toe te bereiden:

  • ‘Dit woord is betrouwbaar: Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen’ (2 Tim.2:11,12).