Machtsontwikkeling

Vergiftigd in het denken

De hele Bijbel door spelen ‘macht’ en invloed een grote rol. Machten die mensen beïnvloeden en daarom laten zondigen, terwijl God in Genesis zegt, dat de mens over hen moet heersen. Maar uit zichzelf is geen mens sterk genoeg. Bij de komst van Jezus Christus verandert dit. Hij weet Gods Woord te gebruiken en als eerste mens laat Hij zijn ‘macht’ gelden. Een hele omschakeling in het denken van de mensen die hiermee geconfronteerd worden. Zo ontwikkelt zich een machtsstrijd in de geestelijke wereld, waarin uiteindelijk de gemeente, met Jezus Christus aan het hoofd, een belangrijke rol gaat spelen. Openbaring 9:19 zegt dat de macht van de slang, de duivel, in zijn kop zit. Hij richt daarmee schade toe. In zijn kop zit het gif waarmee hij de mens verleugend in diens denken. Jezus noemde hem daarom de mensenmoordenaar vanaf het begin. Hij staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen (Joh.8:44).

De leugen is een van de belangrijkste wapens van de duivel. In Genesis staat dat de mens in contact komt met deze aartsleugenaar. Het treurige gevolg is dat de mens vergiftigd wordt in zijn denken. Als God ‘s avonds in de avondkoelte na diens val tot de mens komt, is deze bang en verbergt zich. Zo verleugend is de mens, dat hij God niet meer onder ogen durft te komen. De verleugende mens ziet God als een bedreiging en durft de ontmoeting met Hem niet aan. En wat doet God? Hij keert Zich niet van de mens af, maar komt juist naar hem toe. Hij beschuldigt de mens niet, maar gaat op zoek naar de veroorzaker van dit kwaad, de duivelse slang. God maakt duidelijk wie de werkelijke schuldige is en laat zien dat Hijzelf geen bedreiging vormt, maar de slang die vol gif en venijn zit. De duivel is de tegenstander van de mens. Het is dan ook de slang die door God gestraft wordt en niet de mens. God gaat niet zoals Eva in discussie met de slang, maar zegt ronduit:

  • ‘Omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten. Op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, alle dagen van je leven. Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare. Het zal jouw kop bedreigen en jij zijn hiel’ (Gen.3:14,15).

De strijd is begonnen. De duivel is een lastige hielbijter maar God doet de belofte dat er Iemand zal komen die de duivel zijn macht, het leugenwoord, ontneemt. Eens zal de Mensenzoon de slangenkop vol gif en venijn vermorzelen.

De belager

God maakt ook van begin af aan duidelijk dat de mens moet heersen over de duivelse demonen: ‘handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij’ (Gen.4:7). Maar de (geestelijk naakte) Kaïn kan niet over de zondemacht die hem bedreigt, heersen en slaat zijn broeder Abel dood. Ook Eva ervaart de aanwezigheid van een macht, die vooral het leven in haar op het oog heeft. De duivel is er immers van op de hoogte dat het zaad van de vrouw zijn kop zal vermorzelen. Daarom vermeerdert hij de moeite van haar zwangerschap en zal hij haar vol pijn kinderen laten baren. De duivel wil met alle geweld dat het zaad van de vrouw niet op de wereld komt. De strijd is al in volle gang. Maar Eva kan, Goddank, getuigen: ‘Ik heb met hulp van de Heer een man verkregen’. God laat de mens niet in de steek, maar helpt en ondersteunt waar dat nodig is.

Jezus’ optreden

De machtsstrijd gaat echter door en tot Jezus komst staat ieder mens – niemand uitgezonderd – onder de macht en invloed van de beheerser van deze aarde. Bij de geboorte van Jezus dreigt alles mis te gaan. Herodes laat alle jongetjes beneden de 2 jaar ombrengen. Maar op Jezus heeft satan geen vat, want de Vader zelf heeft zijn Zoon geheiligd (Joh.10:36). Toch laat de duivel het bij deze ene keer niet zitten. Hij probeert Jezus in zijn verdere leven verschillende malen van het leven te beroven en probeert Hem in zijn invloedssfeer te krijgen. Een goed voorbeeld hiervan is het verhaal waarin Jezus verzocht wordt in de woestijn. Jezus – net gedoopt en vol van Gods Heilige Geest – wordt 40 dagen achter elkaar verzocht door de duivel. Of Jezus al die tijd aangevallen wordt, vertelt de Bijbel niet. Wat we wel weten is dat Jezus de duivel overwint door het wapen van Gods Woord en dat Hij gehoorzaam blijft aan de wil van zijn Vader.

Christus staat als Herschepper tegenover de verwoester vanaf het begin. De duivel brengt Jezus naar een hoger gelegen gedeelte en toont Hem al de koninkrijken van de wereld. Hij zegt tot Jezus: ‘Ik zal U al deze macht geven als U zich neerwerpt en mij aanbidt’ (Matth.4:9 en Luc.4:6). Maar Jezus weet dat Hij zich niet moet neerwerpen voor de satan, ook al geeft deze Hem al zijn macht (dat is zijn hele invloedssfeer) ervoor in de plaats. Waarom doet Jezus dat dan niet? Jezus weet, op grond van het Woord, dat Hij een andere weg moet gaan, een weg die zal uitlopen op een totale overwinning van het hele rijk van de duisternis. Jezus weet dat Hij de macht van satan niet moet ontnemen door voor hem te knielen, maar dat Hij zijn macht en invloed teniet zal doen door de duivelse slang te vermorzelen onder zijn voet. Dat is de enige en juiste verhouding.

Ook een boze geest is van oorsprong een dienende geest en dus onder de mens gesteld. Het was immers Gods belofte: Het zaad van de vrouw zal de kop van de slang vermorzelen. Jezus kent het Woord van God en weet hoe Hij er mee om moet gaan. Hij ontneemt de duivel de leugen door hem de waarheid uit Gods Woord voor te houden: ‘Er staat geschreven: U zult de Heer, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen’. Het woord geeft Jezus macht, omdat daarin de beloften staan die in Hem vervuld moeten worden.

De aanhouder wint

Maar ook de duivel beroept zich op Gods Woord. Hij leidt Jezus naar Jeruzalem, naar de rand van het dak van de tempel en zegt tot Hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.‘ Kent Jezus deze Psalm (91:11) niet? Jawel, maar Hij weet dat de duivel de dingen altijd uit hun verband rukt. In het vers daarop staat namelijk satans ondergang vermeld: ‘Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen!’ Dát verzwijgt de duivel; hij speelt ‘hoog spel’ en zet alles op alles. Maar Jezus is niet roekeloos en met het laatste vers in gedachten beroept Hij zich opnieuw op de Schrift: ‘Er is gezegd: U zult de Heer, uw God, niet verzoeken’ (Deut.6:16). De duistere machten hebben geen enkele invloed op Hem, want Hij heeft zich vereenzelvigd met het Woord van God. Zo staat in Marcus 1:13 dat Jezus verkeert met de wilde dieren. Zoals de eerste Adam moest heersen over de dieren, de natuurlijke schepsels, zo heerste Jezus, de tweede Adam, over de wilde dieren als beeld van de geestelijke schepsels (Jes.13:21). Invloeden van de vorst van de duisternis werken tevergeefs op Hem in; nu zullen de goede engelen Hem dienen: ‘Daarna liet de duivel Hem met rust en meteen kwamen er engelen om voor Hem te zorgen’ (Matth.4:11).

‘Wees gemuilkorfd!’

Jezus heeft de ‘vuurdoop‘ doorstaan en is als overwinnaar uit de strijd gekomen. Hij gaat nu openlijk aan het werk. Zo komt Hij eens te Kapernaüm en als het sabbat is, gaat Hij naar de synagoge om het volk te leren als een gezaghebbende (Marc.1:22). Eén is er die openlijk in verzet komt. Het is een mens met een onreine geest; letterlijk staat er ‘in’ een boze geest, dat wil zeggen in de sfeer, in de macht ervan. Zo spreekt bijvoorbeeld Paulus ook in zijn brieven 164 maal van ‘in’ Christus. De bezetene schreeuwt het uit: ‘Wat hebben wij met Jou te maken, Jezus van Nazareth? Ben Je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie Je bent, de heilige van God.’ De onreine geest voelt zich bedreigd, want hij weet dat Jezus de Heilige van God is. Jezus is gekomen om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh.3:8). Nu is het Jezus die zijn macht en invloed laat gelden. Hij bestraft de onreine geest met een machtswoord: ‘Zwijg stil en ga uit van hem!’ De mond wordt hem gesnoerd, want letterlijk staat er: ‘Wees gemuilkorfd!’ Gezegd tot een hond (een onrein dier) betekent het: ‘Koest!’ Jezus ontneemt de onreine geest het woord, want daar berust de macht en invloed van de machten van de duisternis op. En de mensen zien dat de nieuwe leer van Jezus een machtige uitwerking heeft. Ze komen dan ook tot de conclusie: ‘Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag!’

De kracht ontnomen

Zo heeft Jezus ook invloed op machten van de duisternis die de scheppingsorde aantasten. Op een dag als het laat is geworden, laten ze de menigte achter en steken ze – op Jezus’ bevel – het meer over. Hij legt zich neer op het achterschip en gaat slapen, vertrouwend op God. De duistere demonen zien hier een uitstekende gelegenheid om af te rekenen met de Heilige van God, die hen bedreigt. In de storm vallen ze het scheepje vol leerlingen en de slapende Jezus aan. Het water – de zee – heeft in de Bijbel een antigoddelijk karakter: ‘En ik zag uit de zee een beest opkomen’ (Op.13:1). ‘De zee was niet meer’ (Op.21:1). De macht van het water is een symbool van de satanische macht. Jezus laat in dit verhaal zien dat Hij sterker is dan welke macht ook. Jezus legt de zee het zwijgen op met hetzelfde woord, waarmee Hij het de onreine geest had gedaan. En de zee gehoorzaamt Hem. De wind gaat liggen, letterlijk staat er: ‘De wind werd moe’, want Jezus heeft hem zijn kracht ontnomen. Niet alleen de mens, maar heel de schepping ligt Hem aan het hart. Jezus herschept de schepping weer in haar oorspronkelijke staat.

Ontwikkeling

Deze leer met gezag moet over de hele wereld verspreid worden. Jezus stelt naast zijn leerlingen nog 72 volgelingen aan en geeft ook hen macht om slangen en schorpioenen te vertrappen en tegen het hele leger van de vijand. En niets zal hen kwaad doen (Luc.10:19). Ook de gemeente heeft deze macht gekregen:

  • ‘In mijn Naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen’ (Marcus 16:17,18).

De gemeente zet het werk van Jezus op aarde en in de hemel voort. Haar macht en invloed vermeerderen naarmate ze toeneemt in wijsheid, inzicht en kracht.

We lezen van Paulus, dat hij na zijn bekering steeds meer toeneemt aan invloed (Hand.9:22 Brouwer vert.) en de Joden, die in Damascus wonen, in verwarring brengt door te bewijzen dat Jezus de Christus is. Wij krijgen net als Paulus een steeds dieper inzicht in het Woord van God en daardoor neemt ook het gezag, de macht en invloed in de geestelijke wereld toe. Want de leugen wordt meer en meer door de volle waarheid ontmaskerd. In het gezag en in de macht van de gemeente zien we een ontwikkeling. Zij gaat toenemen in inzicht, in wijsheid en in kracht om te heersen over de machten van de duisternis.

Zo mogen we een begin maken met het oplossen van kleine, geestelijke problemen. Want als we het kleine al niet op een geestelijke manier tegemoet treden, hoe kunnen we dan wel straks in de naam van God de hele schepping herstellen? Het is dus een proces, een ontwikkeling die gepaard gaat met de verdieping van wijsheid en inzicht. De gemeente zal verwarring zaaien in de geestelijke wereld, want Jezus geeft ons de macht om te bewijzen dat Hij Heer en Koning is in hemel en op aarde!