Een verwijt tegengesproken
- ‘Jullie moeten eens wat minder over demonen en de duivel schrijven en wat meer over Jezus! Dat continu bezig zijn met de boze geesten is helemaal niet liefelijk. Nee, dan zingen wij liever: ‘Ik wens te zijn als Jezus, zo nederig en zo goed. Zijn woorden waren vriendelijk, zijn stem was altijd zoet’. Jullie overdrijven zo vaak. Natuurlijk zijn er demonen, maar jullie geven ze teveel eer door zoveel over hen te spreken…!’
Dit soort uitspraken krijgen wij vaak te horen. Is dit verwijt terecht of geeft de Bijbel een andere visie? Vanuit de Bijbel weten wij dat in de hemelse gewesten een ontzettende oorlog woedt. Er zijn machten, overheden, wereldbeheersers, demonen, die tegenstanders van God zijn en zijn plannen tegen werken. Satan en zijn engelen hebben het zover weten te brengen dat zij van de mens, die God geschapen had tot heerser over deze wereld, het koningschap hebben afgepakt. De duivel heet niet voor niets de overste van deze wereld en de hele aarde ligt in het kwaad. Wij zijn bezet gebied.
Wij willen in vrede leven, een harmonisch contact met de Heer hebben. Wij willen door Hem groeien, maar we zien tegelijkertijd dat de demonen ons van de weg van de gerechtigheid willen afbrengen. Innerlijk breken wij met iedere vorm van ongerechtigheid, we willen Jezus volgen, maar de weg van de redding wordt zo vaak geblokkeerd.
Wij zien een strijd, die wij niet willen. Zo zien wij hoe satan de mensen geestelijk onder druk zet. En daar willen we zoveel mogelijk tegen waarschuwen. Want de machtige Schepper laat zijn plan met de schepping niet los. Zijn doel is om zijn volk te verlossen van deze onderdrukking en ondanks alles hen een plaats op zijn troon te geven. Hij wil dit rechtvaardig doen door Jezus, de Hersteller van alle dingen.
Het is logisch dat de duivel wil verhinderen dat mensen uit de duisternis komen en zich gaan richten op het Koninkrijk van God. Hij gaat in de wereld rond om tot zonde te verleiden en aan te zetten tot rebellie tegen God. Hij gaat zelfs zover dat zijn trawanten in miljarden levens dringen en deze op één of op alle sectoren overheersen. Daarom zal, als het evangelie van Jezus Christus, dat van behoud en herstel spreekt, gebracht wordt, de duivel op allerlei manieren proberen de mensen tegen te houden. Hij wil niet dat ze naar Hem luisteren en Hem gehoorzamen. Hij wil niet dat ze zich bekeren en Jezus aannemen. Veel mensen heeft hij zo beïnvloed dat het voor hun bijna onmogelijk is om zich nog tot Jezus te keren, vergeving van zonden te ontvangen en een kind van God te worden.
Tegen wie moet gestreden worden? Niet tegen vlees en bloed. Hier begint dus de worsteling met de duivel om een mensenziel al. Wanneer de macht van de gevallen engelen niet onderkend en verbroken wordt, zal men niet in staat zijn de smalle deur binnen te gaan en de eerste stappen te zetten op de smalle weg die naar het leven leidt. Dan wordt vervuld:
- ‘Velen zullen proberen naar binnen te gaan maar zij slagen er niet in’ (Lucas 13:24).
Drijf duivelen uit!
Moeten wij dan maar niet over de duivel praten en de mensen in de duisternis laten zitten? Dit terwijl Jezus gekomen is om de werken van de duivel te verbreken en ons opgedragen heeft dezelfde werken te doen als Hij? Wanneer de demon, die de zondaar in zijn macht houdt, gebroken is en deze zijn hart aan de Heer kan geven (wij hebben daarvan frappante voorbeelden gezien), is hij een kind van God geworden. Hij mag dan in geloof naar de doop in Gods Geest verlangen. Vooral de geesten, die langs de weg van het occultisme binnengedrongen zijn, laten nooit uit zichzelf iemand vrij. Soms verhinderen zij de doop met Gods Geest en het spreken in talen. Het geestelijke leven blijft arm, vol struikelingen en depressies. Moeten wij dan maar niet over duivelen spreken? Moeten wij dan maar zeggen: ‘Je doet je best maar; het blijft echter een vallen en opstaan…?’
Dit wordt wel in de meeste kerken geleerd, maar is dat de juiste veronderstelling? Blijft de mens een zondaar, een nederig en nietswaardig schepsel? Of is ook aan de kinderen van God groei beloofd en een verder gaan van kracht tot kracht en van heerlijkheid tot heerlijkheid? Hebben ze geen deel aan de vrede, de gerechtigheid en de blijdschap van het Koninkrijk van God? Zijn ook zij niet een nieuwe schepping geworden om in goede werken te leven? Daarom dreef Jezus boze geesten uit en gaf Hij ons de opdracht: ‘Drijf duivelen uit!’ Jezus zei: ‘Als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen’ (Luc.11:20). Gods vinger wijst de veroorzakers van het kwaad aan en geeft de kracht om hen te bestrijden en terug te drijven.
- Wanneer de Heer ons tot een harde strijd tegen een felle tegenstander roept, zodat de wil van God, het goede en volkomene, geopenbaard wordt, zullen wij dan niet zoveel mogelijk van hem moeten afweten?
In de eerste plaats moeten wij het doel van God met de mens kennen, dat is het volkomene en in de tweede plaats ook zoveel mogelijk op de hoogte zijn van het wezen en de strategie van de vijand, waardoor deze Gods plan probeert te torpederen. Ook hierin zijn wij medewerkers van God. Wij moeten weten hoe het de duivel telkens weer lukt een mens onder zijn invloed te krijgen èn hoe en door welke kracht wij in staat gesteld worden een mens te verlossen.
De smalle weg
De enige weg tot behoud is Jezus Christus. Jezus heeft de zonde in de wereld weggenomen en daarnaast de methode gegeven, die het mogelijk maakt de deur die door Hem geopend werd, binnen te gaan en de smalle weg te bewandelen. Hij zei: ‘Doe alles wat mogelijk is om door de smalle deur naar binnen te gaan.’ Omdat Jezus het exclusieve voorbeeld gaf en de enige manier aanwees om gered te worden, is Hij niet alleen de smalle deur, maar ook de smalle weg. Jezus sprak veel over duivelen. Hij dreef ze uit en verbrak hun werken. Wie zegt dat dit nu niet meer nodig is, tast zijn methode aan en weigert daarmee de smalle weg te gaan. Dit is een geraffineerde list van satan om het behoud bij de mensen weg te houden.
Jezus is één met zijn werken. Hij maakt ons tot zijn medewerkers, want Hij zegt:
- ‘Zie, Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden’ (Lucas 10:19).
Deze woorden golden niet voor een korte periode of voor het duizendjarig rijk, maar ze zijn fundamenteel voor het evangelie en voor alle tijden. De werken van Jezus zijn met zijn wezen, als Redder en Verlosser, verbonden. Na zijn verhoging openbaart Hij zich aan zijn volk op dezelfde manier als Hij dit in het verleden deed, toen Hij rondging om allen te genezen, die door de duivel overweldigd waren (Hand.10:38). Denk niet dat het Koninkrijk van God zich in de levens van de mensen openbaren kan, als zij deze waarheden minachten, er niet naar leven en de werken van Jezus verloochenen. Het Koninkrijk van God komt langs de weg die Jezus getoond en afgebakend heeft.
Wanneer men geen rekening houdt met de tegenstander die Gods plan tegenwerkt, komt men nooit tot de volkomenheid en moet men als einddoel hier op aarde zich tevreden stellen met een surrogaat, met wat vroom en dierbaar gezwets over vallen en opstaan, over een zondaar blijven tot de dood en een droom van bevrijding in het hiernamaals.
Herstel van geest, ziel en lichaam
Jezus sprak echter niet alleen over het uitwerpen van duivelen, maar ook over het genezen van mensen (Luc.13:32). Wanneer een macht van de duisternis een mens aantast en invloed krijgt op zijn geest, ziel of lichaam, volgen daarop altijd beschadigingen. Wanneer iemand een kind van God geworden is, gedoopt in Gods Geest en verlost van de boze geesten, moet hij nog genezen van al zijn wonden en littekens. Zo behandelde Jezus een dochter van Abraham, die 18 jaar een geest van zwakheid had en vergroeid was. Hij verloste haar van deze geest van zwakheid. Daarna legde Hij haar de handen op; de genezende kracht doorstroomde haar en meteen stond zij rechtop (Luc.13:10-17). Pas wanneer geest, ziel en lichaam hersteld (geheeld) zijn, kan het waarachtige leven in een mens volkomen doorwerken. Pas dan kan de mens zich geheel ontplooien.
Denk niet dat de machten van de duisternis dan afzien van de strijd. Petrus waarschuwde dat de duivel onder Gods kinderen rond gaat als een brullende leeuw. Een telkens terugkerende vermaning is dat men alert moet zijn. Waarop moet men dan letten? Dat de duivel ons niet in de strik laat vallen door verleiding, door omstandigheden of door druk uit te oefenen. De gemeente wordt voorgehouden om te volharden, om te bewaren wat zij heeft en op elkaar toe te zien. Dit alles om satan buiten de deur te houden van haar, die Jezus bezig is toe te bereiden als een bruid die voor haar man versierd is. Daarvoor is inzicht in de onzienlijke wereld nodig. Daarvoor is onderscheidingsvermogen nodig en kennis van de werkwijze van de demonen. Het evangelie van het Koninkrijk met zijn verlossing, genezing en volkomen herstel reikt de sleutels daarvoor aan.
Het is de tijd van de openbaring van de zonen van God. Deze zijn veranderd naar het beeld van Jezus en verspreiden zijn Woord en doen zijn werken. In de naam van Jezus is weer herstel voor de mens. Er is geen ander evangelie dan wat Jezus gebracht heeft. Wilt u ook bij de leerlingen van Jezus horen, die doen wat de Meester hen opdroeg en daarom de verlossing en redding doorgeven en zijn zegen verspreiden? Wilt u ook Jezus hierin volgen?




