Het wezenlijke verschil

  • ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’ (Mattheüs 16:16).

De beste van de leiders van het volk achtten Jezus een leraar van God gezonden (Joh.3:2). Zij moesten erkennen dat God met Hem was vanwege de tekens en de wonderen die Hij deed. Sommigen hielden Hem voor Johannes de Doper; anderen voor Elia en anderen voor Jeremia of een van de profeten. Zij vergeleken Jezus dus met historische personen, die als profeten grote invloed hadden uitgeoefend op het volk. Het lijkt misschien een grote eer voor Jezus om met Elia of Johannes de Doper te worden vergeleken, maar in feite waardeerden zij Hem niet hoger dan deze grote profeten. Elia werd weggenomen; Jeremia, Johannes de Doper en de andere profeten stierven. Zij leefden slechts verder door hun woord en getuigenis, maar niet door hun levende tegenwoordigheid. Achter hun daden en woorden had de dood een punt gezet.

De belijdenis van Petrus

Nu stelt de Heer zijn leerlingen de vraag: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’ En dan volgt de spontane belijdenis van Petrus: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’ Hiermee houden alle vergelijkingen met historische personen op. Voor Petrus is Jezus de totaal andere. Jezus heeft het leven in zichzelf. Wat Hij doet, zal Hij blijven doen, want Hij is gisteren en vandaag dezelfde tot in alle eeuwigheden. Petrus heeft met Jezus Christus het tijdelijke verlaten en zijn voeten gezet in het eeuwige. Nee, Deze met wie hij omgaat is meer dan Elia; Johannes is zelfs niet waard zijn schoenriem los te maken. Petrus ziet de heerlijkheid van Jezus. Deze woont onder mensenkinderen, maar in Hem is de heerlijkheid als van de Eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid. Jezus is niet de voorbijgaande en daarom zal ervan Hem getuigd worden: ‘over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin’ (Hand.1:1). Hij eindigt niet met zijn werk, maar Hij zegt: ‘Ik zelf ben met u tot aan de voleinding van de wereld.’

Wie geloofde in zijn dagen deze prediking? En hoe klopte dit met de aankondiging van zijn lijden en sterven enige verzen later? Zelfs Petrus kon dit niet meer verwerken. ‘Heer, dit zal U geenszins overkomen.’ Is het een wonder dat Jezus het de leerlingen verbood om deze boodschap uit te dragen? (vers 20). Want het zou alleen oorzaak zijn van bittere hoon en laster. Als Petrus dit niet kon verwerken, hoe zou dan het volk het kunnen? Velen geloofden in zijn Naam, maar Jezus vertrouwde hun zichzelf niet toe. Hij wist immers wat in de mens was (Joh.2:23,24).

Een stuk papier als wegwijzer?

De kerk in Jezus’ dagen had Mozes en de profeten. Zij hadden het Woord dat hun toevertrouwd was, maar zij hadden geen levende Heer. Velen vandaag verkeren in dezelfde armoede. Zij hebben de Bijbel, zij geloven letterlijk wat er in staat, het is hun wegwijzer, maar zij missen de gemeenschap met en de tegenwoordigheid van een levende Redder en Verlosser. Een lamp voor de voet kan het leven wel verlichten, maar het kan de mens niet veranderen. Alleen de levende God kan van een onreine een reine maken door de inwoning van zijn Heilige Geest en Jezus Christus, zijn Zoon, als Voleinder van het geloof. Daarom komen de duizenden in deze tijd ook niet verder. Men weet het goede, men weet hoe men leven moet: maar men kan het niet, omdat men het zelf moet uitvoeren. Daarom spreekt men liever van: ‘wij struikelen allen in vele’, dan over: ‘nooit meer struikelen’. Men spreekt liever over: ‘wij zijn allen zondaars’, dan over: ‘dat de Geest die Jezus uit de doden opgewekt heeft ook in ons woont’ en daarom gelooft men ook niet, dat ‘onze sterfelijke lichamen levend gemaakt worden door deze Geest’.

Men mist de heerlijkheid van God, omdat men niet gelooft in de verlossing die in Christus Jezus is (Rom.3:23,24). Men beperkt de macht van de levende Christus in het leven van een zondaar. Men komt niet verder dan de maat van de gemiddelde christen en niet tot ‘een volkomen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus’ (Ef.4:13). Als de Heilige Geest erop aandringt te getuigen dat Jezus de Christus is: ‘weerstonden zij en spraken lasterlijke taal’ (Hand.18:5,6). De kerk in Jezus’ dagen wilde Hem wel accepteren als profeet, maar Kajafas zag dat Jezus niet te classificeren was onder historische Godsmannen. Daarom klinkt het uit zijn mond: ‘Ik bezweer u bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God.’ Jezus zei tot hem: ‘U hebt het gezegd.’ Kajafas wist het: deze mens was óf de grootste bedrieger, een duivel in mensengedaante óf hij was de Zoon van God. Het eerste kon niet en Kajafas wist: deze Mens is geen leugenaar, want God was met Hem. Hij en de andere leiders hoorden daarom niet bij hen die in hun onwetendheid Jezus veroordeelden. Voor hen gold niet: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’.

Hoe kwam Petrus aan zijn belijdenis?

Wie de heerlijkheid van Jezus gezien heeft, moet contact hebben met God zelf. Het is immers voor verstandigen verborgen, want de rede en het verstand kunnen het hem niet openbaren. Hoe wist de oude Simeon dat hij de Christus als Heer zou zien? Door de Heilige Geest. Hoe wist Anna het? En Zacharias? En zovele anderen? Vlees en bloed hadden het hun niet geopenbaard, maar de Vader die in de hemelen is. Men leert dit niet op scholen, catechisatie of via allerlei dogma’s en belijdenisgeschriften. Men leert dit niet van mensen, maar alleen van Gods Heilige Geest. Het gordijn moet eerst weggeschoven worden om de heerlijkheid van God te zien: ‘En zij allen zullen van God geleerd zijn!’ (Joh.6:45).

Kinderen van God kennen de stem van de Vader. Zij weten dat zij Gods kinderen zijn, niet omdat vlees en bloed hun dit openbaarden, maar omdat God tot hen sprak door zijn Geest. ‘De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn’ (Rom.8:16). God zelf is hun Leider. Dit evangelie moet in ons land gepredikt worden, dat God weer spreekt en handelt met de mens door zijn Heilige Geest: ‘De Geest van de Waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle Waarheid. Hij zal niet namens Zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat’ (Joh.16:13). Wie in oprechtheid bidt om Gods Heilige Geest, aan hem zal de Vader geen stenen voor brood of een schorpioen voor een vis geven; maar de oprechten zullen het licht zien. Wanneer Mozes in onze dagen geleefd had, zou men wellicht van zijn wonderen en tekens en van zijn verborgen omgang met God ook gezegd hebben: ‘Je kunt wel zien dat hij groot geworden is aan het hof van die spiritistische Farao. God werkt zo niet meer. Tekens en wonderen zijn al vierhonderd jaar voorbij en vertrouwelijke omgang met God hadden Abraham, Izak en Jacob, maar zo handelt God niet meer.’ De Heer volgen en door zijn Geest geleid worden is een weg waar het verstand en het gevoel dikwijls gekruisigd moeten worden.

De belofte van de Heer is: ‘Op deze Petra zal Ik mijn gemeente bouwen’. Op deze onzichtbare, maar toch zo wezenlijke band tussen de hemel en de aarde bouw Ik mijn gemeente, zegt Jezus. Geen aardse middelen, geen menselijk organisatietalent, geen leerstuk of formulier zal deze gemeente kunnen omtuinen. Deze gemeente hangt essentieel af van wat Petrus bezat en waarvan hij getuigde: de aanwezigheid van de levende God. De natuurlijke mens heeft daar echter geen houvast aan; hij gaat de weg van het vlees en dat is uiteindelijk de weg die het oude Israël gegaan is, dat tenslotte uitriep: ‘Hij is schuldig en verdient de doodstraf!’ (Matth.26:66). Wee degene wiens leven niet gebaseerd is op de belijdenis: ‘U bent de Zoon van de levende God’ en die zegt: wij hebben het Woord, net als ‘het Israël van Christus’ dagen, maar nooit zegt: wij hebben de levende Christus in ons en met ons. Als het stervensuur komt, kan alleen de tegenwoordigheid van een levende Christus de mens voor overweldiging bewaren, want Jezus alleen heeft de sleutels van dood en dodenrijk. Christendom is geen leer, maar Christendom is leven in gemeenschap met de levende Zoon van God!

De sleutelmacht

Wat moeten wij doen om dit evangelie op aarde uit te dragen? Alleen maar prediken dat in deze Jezus, de Zoon van God, bekering, vergeving van zonden en het eeuwige leven is, in zijn Naam. Wij zullen zijn Naam in deze wereld openbaar maken, zoals Hij de Naam van zijn Vader geopenbaard heeft. Wij mogen op deze wijze de deur van het Koninkrijk van God openen. Verder kunnen wij niet gaan, want Hij is de weg en niet wij; Hij is de deur en niet wij. Wij moeten wijzen, wij moeten getuigen van Gods grote daden aan ons bewezen, van wat wij gezien en gehoord hebben, van wat wij getast hebben van het Levende Woord. Zo mogen wij de mensen bewegen tot geloof. Wij zijn geen leider, maar hebben de Geest van God. Wij hebben alleen een sleutel om de deur open te draaien, want hoe zullen zij geloven, als het hun niet gepredikt wordt? Zo mogen wij naast het roepen tot bekering, de daden verkondigen van Hem die ons geroepen heeft uit de duisternis tot het licht.

Binden en ontbinden

Jezus zegt: ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u.’ Jezus heeft het evangelie van het Koninkrijk gepredikt. Hij heeft dit Koninkrijk geopenbaard door woord en getuigenis. Maar er waren er, die niet konden ingaan, omdat zij gebonden waren. Mensen, zo overweldigd door de vorst van de duisternis, dat zij onmachtig waren om in vrijheid Jezus te volgen. Daarom ging Jezus eerst de sterke binden, om dan zijn huis te beroven (Matth12:28).

In Lucas 13:11-16 lezen wij, dat Jezus een vrouw geneest die achttien jaar een geest van zwakheid had en krom liep. Dit had haar belet om in vrijheid de Heer te dienen. Zij had door haar ziekte nooit God kunnen loven en prijzen. Wanneer men Hem aanvalt over haar genezing op de sabbat, zegt de Heer tot hen: ‘Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken?’ (vers 15). Hoe duidelijk! Eerst de os of de ezel ontbinden en dan kan deze drinken. Dat doet de boer met een dier. En wat doen de leraars in Jezus’ dagen? Zij wijzen op water om te drinken, maar zij maken niet los. Zij konden het niet, zoals men het nu ook niet kan. Maar de Heer zegt: ‘Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag?’ (vers 16).

Het evangelie van Jezus Christus is een heerlijk evangelie voor alle gebondenen. Maar het is een aanklacht geworden voor velen die in zijn Naam gepredikt hebben. Jezus zegt: ‘Wat u binden zult op aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.’ Wanneer Jezus zijn leerlingen uitzendt en opdracht geeft om het Koninkrijk te prediken, geeft Hij hun daarbij altijd de macht ‘om zieken te genezen en duivelen uit te werpen.’ De ziektegeesten en de duivelen zullen door degenen die geloven, gebonden worden en de zieken zullen ontbonden worden. Want er is een levende Jezus! Hij zet voort wat hij begonnen is, beide te doen en te leren.

Wij bidden dat God zijn kinderen grote vrijmoedigheid mag geven om de boodschap van de vrede uit te dragen en dat Hijzelf mede getuigen zal door tekens en wonderen, waardoor velen vrijgemaakt worden van de banden van satan, banden van zonden en ziekten. Om in vrijheid Hem te volgen en in zijn voetstappen treden op de levensweg!