1. Akker en parel

<<<<<

Jezus Christus was de Enige die de mensen voor God terug kon kopen. Hij had echter op aarde geen enkel bezit: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens neer leggen om te rusten’. In de onzienlijke wereld was Hij echter rijk. Hij kon echter het Koninkrijk van God, dat in de schepping lag verborgen, niet tevoorschijn brengen als de wereld niet zijn eigendom was. Dit Koninkrijk verzekert de zuchtende schepping rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door Gods Geest (Rom.14:17).

Jezus moest de akker kopen van de Satan die er de leiding over had (Mattheüs 13:44). Hij was niet alleen een gaaf en vlekkeloos Lam, maar was ook de enige die aan het doel van God beantwoordde. Alles wat Hij bezat, was dit kostbare leven, de parel van grote waarde en Hij bood zichzelf aan als losprijs voor de wereld (Matth.13:45). Voordat de tijd van Jezus’ lijden en sterven aangebroken was, stelde Hij Zich voor de Vader waar zijn leerlingen bij waren en zei Hij:

  • ‘Maar Jezus antwoordde hun: Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt zal worden. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven’ (Joh.12:22-25).

Jezus gaf zijn kostbaar leven over aan de Vader om te dienen als schuldoffer voor de hele wereld, anders zou Hij alleen moeten blijven als waar geestelijk mens. Door zijn sterven zou Hij velen tot gerechtigheid brengen. Wie van de gekochten Hem zou willen dienen, zou dan daar komen waar ook zijn Meester was en de Vader zou zo’n volgeling eren. Jezus wist dat dit een moeilijk uur zou worden, maar zijn overgave was absoluut, want Hij zei:

  • ‘Vader, laat nu zien hoe groot uw Naam is’. Toen klonk de stem van de hemelse Vader: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen’. Jezus concludeerde toen: ‘Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld buiten geworpen worden’, dus overwonnen (Joh.12:28-31).

Hieruit blijkt dat in dit gebeuren de duivel er heel nauw bij betrokken was. Van toen af aan wist Jezus ‘dat de Vader Hem alles in handen had gegeven’, dit wil zeggen dat Hij de plaats en de functie had ontvangen, die God bij de schepping aan de volmaakte mens had toegedacht. Jezus beeldde daarna uit aan zijn leerlingen dat Hij zijn leven ging uitstorten als dienstknecht voor allen.

Jezus wast de voeten van zijn leerlingen

Hij begon hun voeten te wassen. Daarna stelde Hij de vraag of zij de bedoeling ervan hadden verstaan (Joh.13:1-13). Jezus stond klaar om zijn leven in te zetten voor zijn vrienden en Hij had de hele wereld lief!

De akker is de wereld

Nu is het zo dat bij de gelijkenis van de schat in de akker, net als bij de meeste gelijkenissen, geen uitleg staat. Bij de verklaring ervan moet men dus de uitleg zoeken bij andere Bijbelgedeelten èn bij de kennis die men heeft van het Koninkrijk van de hemelen. Men moet dus geen verklaring zoeken in de natuurlijke wereld. De hoofdgedachte is dat de akker gekocht wordt om de schat te krijgen. Het is daarom logisch om de uitspraak van Jezus te gebruiken: ‘de akker is de wereld.’ Zij werd gekocht met zijn leven, om uiteindelijk de rijkdommen van het Koninkrijk van God aan hen die geloven en zich bekeren te geven. Deze verklaring wordt ondersteund door het nieuwe lied van de vertegenwoordigers van de gemeente in de hemel. Zij belijden:

  • ‘Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal’ (Openb.5:9).

Men kan dus lezen: Jezus heeft de mens voor God gekocht. Wanneer iemand een fiets voor zijn kind koopt, betaalt hij een geld aan degene die de fiets verkoopt. De fiets geeft hij dan aan zijn kind. Wanneer Jezus de wereld of de mensheid voor de Vader koopt, betaalt Hij de prijs ervan niet aan zijn Vader, maar aan Satan, die de mensheid in zijn bezit had gekregen. Na de prijs betaald te hebben is de Vader opnieuw de rechtmatige eigenaar van de wereld en alles wat hierbij hoort. Door zijn zonde had Adam zich onderworpen aan de duivel, hij verloor toen zijn koningschap over de aarde. Daarom kon de Satan tot Jezus zeggen:

  • Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil’ (Lucas 4:6b).

In Romeinen 8:20 staat: ‘Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem (Adam) die haar daaraan heeft onderworpen’. De Statenvertaling heeft ‘om diens wil, die het van de ijdelheid onderworpen heeft’.

De aarde is onder de leiding van de Satan gekomen. Wij worden allen in bezet gebied geboren, want Adam bleef geen heer en meester die de hof bewaakte, maar werd een medewerker van de vijand. Hij haalde de bezetter binnen en deze ontleent dus zijn rechten aan de overtreding van de eerste mens. Ieder mens bevindt zich dus in het domein van de overste van deze wereld. Wanneer hij bij het opgroeien begint te zondigen (en niet als zondaar geboren is!) wordt hij ook een slaaf van de zonde, dus het eigendom van Satan. Hij is dan een deel van zijn bezit. Alle mensen hebben door verleiding of onder druk van de duivel gezondigd en daarom moeten ook alle mensen worden vrijgekocht. Jezus zegt uitdrukkelijk: ‘Iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde’ (Joh.8:34). De Satan is dus de eigenaar van elke zondaar. Daarom moet ieder mens worden vrijgekocht. Er moet een losprijs voor de slaaf worden betaald aan zijn bezitter. Deze bezitter sluipt rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij kan verslinden, dus tot zijn eigendom kan maken (1 Petrus 5:8).

In de geschiedenis van Job verschijnt de satan voor God. God vraagt hem: ‘Waar kom je vandaan?’ Het antwoord is: ‘Ik heb rondgezworven op aarde’ (Job 1:7). Zo is het Koninkrijk van de hemelen ook gelijk aan een koopman, die schone parels zoekt, dus gelijk aan de vijand die op zijn kruistocht mensen zoekt. Dit is dus de gang van zaken in het Koninkrijk van de hemelen en daar hoort ook de innerlijke mens bij.

Losprijs betekent transactie

  • ‘Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef om het opnieuw te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht het te geven en heb macht het opnieuw te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen’ (Joh.10:17,18).

Vroeg of laat krijgt de duivel alle mensen onder zijn invloed. Voor Gods Koninkrijk worden zij dan ‘nutteloos’ (Rom.3:12). Jezus heeft de mensheid gekocht om haar aan de oorspronkelijke bezitter, God, terug te geven. Bij kopen en verkopen gaat meestal een onderhandeling vooraf, zoals Abraham deed, die de spelonk van Machpela kocht van Zofar de Hethiet (Gen.23). Toen de wereld voor God gekocht was met het bloed of het leven van zijn Zoon, stelde de Vader deze Zoon als zijn zaakwaarnemer aan. Hij werd de tweede of laatste Adam. Deze geestelijke mens werd koning in hemel en op aarde. Hij kreeg er alle macht. De mens wordt dus eerst gekocht en daarna vrijgemaakt. Deze onderhandeling van God met de duivel – het woord transactie – is een wederzijdse overeenkomst, waarbij een ‘uitwisseling van zaken of rechten plaatsvindt’ (van Dale). Daar waar in de gelijkenis sprake is van een koopman, is dit woord op zijn plaats.

Gekocht en betaald!

Wanneer iemand diep in de schuld zit, moet hij eerst iemand vinden die zijn schuld betaalt, dan pas kan hij een nieuw leven beginnen. Jezus verlost en herstelt de vrijgekochte mens door Gods Geest uit de hand van al zijn vijanden (Lucas 1:74,75). Paulus schreef aan mensen die vroeger diep in de zonden hadden geleefd: ‘U bent gekocht en betaald’ (1 Cor.6:19,20). Paulus gebruikte het woord ‘losprijs’, een uitdrukking die ontleend is aan de slavenhandel Hij schreef:

  • ‘De mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen’ (1 Tim.2:6).
  • Jezus zelf zei: ‘De Mensenzoon is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als een losprijs’.

De losprijs heeft Jezus natuurlijk niet betaald om de mens los te kopen van God, maar juist om hem bij God te brengen! Op de vraag waarom God bij alle leed en ellende die de Satan veroorzaakt, niet ingrijpt, is het antwoord dat God zijn Koningschap opnieuw overgedragen heeft aan de mens, de nieuwe Adam. God zoekt nu medewerkers, die opgevoed worden tot zonen van God. Zij zullen de zuchtende schepping bevrijden (Rom.8:19).

 

>>>>>