De leer van Jezus

  • ‘Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag!’ (Marcus 1:27).

Er zijn bij veel naamchristenen twee opvallend foutieve gedachten te constateren m.b.t. het doel van het optreden van Jezus. Ten eerste meent men dat de wonderen die Hij deed, nodig waren om Zich als de Christus aan zijn tijdgenoten te kunnen presenteren en ten tweede dat Hij alleen op aarde gekomen is om de zondeschuld weg te nemen. Men beschouwt de wonderen en tekens van de Heer dus als iets bijkomstig, als iets dat nu niet meer van belang zou zijn. De betekenis van zijn komst wordt dus beperkt tot de verzoening van de zonde. Voor de meeste christenen is het leven van Jezus zo ver van hen verwijderd dat het als voorbeeld voor hen inderdaad geen betekenis meer heeft. Zijn vrijwillige offer om de mensheid terug te kopen is immers een gratis levensverzekering die de christen veilig stelt. Een belijdenis op 18 jarige leeftijd en een verzonnen verbond met Abraham en klaar is Kees. Toch schrijft Petrus dat Jezus ons een voorbeeld nagelaten heeft, zodat men in zijn voetsporen zou treden en Paulus vermaant: ‘Wordt mijn navolgers, zoals ook ik Christus navolg’ (1 Petrus 2:21; 1 Cor.11:1).

Zijn optreden, zijn spreken, zijn handelen en wandelen hier op aarde zijn van het allergrootste belang als aanwijzing om het juiste spoor te houden. Jezus kwam niet alleen om de schuld van de hele wereld schuld te verzoenen voor hen die zijn offer aannemen, maar ook om de hele schepping te herstellen. Daarom gaf Hij Gods Heilige Geest aan hen die daarom bidden zodat zij als verlosten naar zijn beeld zouden kunnen leven. Het schijnchristendom moet leren zien, dat de wonderen en tekens die de Heer deed en vandaag nog steeds doet door zijn nieuw geboren en Geestvervulde volgelingen, in direct verband staan met zijn taak en met zijn leer. Deze zijn daarom ook nu nog van belang. Zijn prediking richtte zich erop de mens te brengen binnen de grenzen van het Koninkrijk van God, dat resulteert in vrede, gerechtigheid en blijdschap. Zijn evangelie beoogt in de eerste plaats het hele herstel van de mens. Daarom waren genezingen en bevrijdingen onafscheidelijk met zijn woorden verbonden: zij waren de realisatie van zijn leer.

Ook vandaag

Zijn woorden en werken scheppen ook nu nog de mogelijkheid voor de mens om God te dienen met zijn hele hart, met heel zijn ziel en met al zijn kracht. Maar dan moet de gelovige niet meer afgeremd of innerlijk verdeeld zijn en een gedeelte van zijn levenskracht willens of onwillens in dienst stellen van de demonen. De ziekte rooft de levenskracht, zodat de christen geen volwaardige werker van God kan zijn; de zonde steelt zijn gerechtigheid, zijn geluk en zijn gemeenschap met God; de leugen brengt zijn geest op dwaalwegen, zodat hij niet naar het gestelde doel gevoerd wordt, maar in verwarring en onvrede terechtkomt. Het is dus noodzakelijk dat na de prediking van de leer van Jezus dezelfde manifestaties zich voordoen: duivelen zullen uitgeworpen worden, zieken genezen en gebondenen bevrijd. Door de leer van het Koninkrijk der hemelen ontvangt de christen inzicht tot herstel, zodat hij zich in dienst kan stellen van Jezus Christus en als medewerker ook diens werken kan verrichten.

Geen Jetsetprediker

In Mattheüs 12:15 wordt verhaald dat allen die Jezus volgden door Hem genezen werden en dat Hij ten strengste verbood Hem bekend te maken (Matth.12:15,16). Hij wilde dus niet dat men reclame met Hem maakte als genezer. Waarom niet? Omdat zijn optreden principieel verschilde met dat van de geestelijke leiders in zijn tijd. Deze dekten hun leer door hun imponerende verschijning. Iedereen moest opmerken dat zij mannen van God waren. Hun houding, hun kleding, hun manier van gaan, hun ernst en hun eerbiedwaardig voorkomen moesten de gedachte opwekken, dat zij vrome gasten waren, die gemeenschap hadden met God. Jezus trok echter geen aandacht en Hijzelf hechtte geen waarde aan zijn status. Alleen zijn boodschap achtte Hij groot. Voor Hem golden de woorden: ‘Wie gelooft mijn prediking?’ Wie van allen die Hem hoorden aanvaardden zijn leer over het Koninkrijk der hemelen? Wie volgden Hem in zijn denkwereld? Zijn verschijning als leraar was zonder gestalte en zonder luister. Om zijn eerbiedwaardig uiterlijk zou men Hem niet begeerd hebben, maar zijn leer ging gepaard met een enorm gezag in de onzienlijke wereld. Tot zijn volgelingen zegt Hij ook nu: ‘Ik heb u macht gegeven!’ (Luc.10:19).

Wanneer men Hem in de zichtbare wereld als mens omhoog wilde stuwen en hem koning maken, onttrok Hij Zich daarvan en ontweek de enthousiaste menigte. Hij wilde het niet dat men de aandacht op zijn persoon vestigde. Hij was nederig; Hij was gekomen om te dienen en niet om gediend te worden. Hij liet zijn stem niet horen op de pleinen en liet Zich daar niet aanprijzen. Hij liet zelfs geen enkele persoonsbeschrijving voor ons na, maar zijn volgelingen waren gegrepen door de grootheid van zijn innerlijke mens en zij bleven bij Hem, omdat Hij de woorden had van het eeuwige leven (Joh.6:68,69). Zij hadden zijn heerlijkheid gezien: ‘een heerlijkheid als van de enig geborene van de Vader, vol van genade en waarheid’ (Joh.1:14). Hij bracht geen leer van de aarde, maar van de hemel, een prediking over het Koninkrijk der hemelen. Hij gaf inzichten in het Koninkrijk van de Vader, maar ook in het koninkrijk van satan. Hij gebood zijn leerlingen eraan te denken tijdens zijn leven niets over zijn wonderen te vertellen; die waren niet primair. Dit was alleen zijn prediking. Zijn wonderen volgden echter noodzakelijkerwijze op zijn evangelie. De menigten die tot geloof in Hem kwamen, zeiden daarom: ‘Zal de Christus, wanneer Hij komt, soms meer tekens doen dan deze gedaan heeft?’ (Joh.7:31).

Bij het begin van diens optreden probeerde de duivel Jezus te verleiden om Zich door een stunt bij het volk te introduceren. Er zou een opzienbarend wonder gebeuren, als Hij Zich van de dakrand van de tempel zou storten. Deze gedachtegang neemt men over, als men gelooft dat de Heer zulke manifestaties nodig had om Zich als de Christus te openbaren. Op deze manier zal zich echter de antichrist aandienen door allerlei krachten en tekens. Jezus vermeed echter alles wat de aandacht trok. Hij was alleen een prediker van de nieuwe boodschap, het evangelie van de onzienlijke wereld. Hij hield Zich ook niet bezig met openbare discussies, want ‘Hij zou niet twisten of schreeuwen’. Jezus ontsluierde door zijn leer het wezen van de dingen en toonde de achtergronden van goed en van kwaad. Hij brak de onzienlijke wereld voor de mens open en bracht ‘het oordeel uit tot overwinning’, dit wil zeggen dat Hij een scheiding tussen goed en kwaad in de innerlijke mens teweegbracht, want Hij verdreef de boze geesten. Op deze manier genas Hij ook de zieken, want Hij bande de ziektemachten uit die het organisme van de mens onder druk zetten en beschadigden. Hij doofde de walmende vlaspit niet uit, maar blies het sprankje leven dat de mens nog gebleven was, weer aan. Hij verbrijzelde het ‘verbroken riet’ niet, maar richtte het op, want God heeft immers geen vreugde in wat verbroken is, maar herstelt juist alles.

Ook ging de boodschap van onze Heer vergezeld van wonderen. Deze gingen echter niet vooraf, maar volgden op zijn prediking. Zij toonden aan dat zijn leer over het herstel van de mens ook werkte. Jezus leerde de mens niet alleen zijn vijand in de onzienlijke wereld kennen, maar Hij openbaarde ook de kracht van de Heilige Geest die in Gods Koninkrijk werkzaam is en die tot overwinning voert. Het volk dat Hem hoorde en bezig zag begreep deze volgorde wel, want toen het de wonderen zag, vroeg het: ‘Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag!’ (Marcus 1:27).

Eerst bezat Jezus als enige deze onzichtbare, inwonende Geest, maar nu zijn er ware christenen met Gods Heilige Geest gedoopt. Ook nu geloven die christenen in de leer die Jezus bracht, die van het Koninkrijk der hemelen. Ook nu wordt waar dat de tekens die Hem volgden, zijn volgelingen vergezellen. De Heer stelt geen speciale duivel uitdrijvers aan, zoals Hij dit wel doet met apostelen, profeten, herders, leraars en evangelisten. Waar zijn evangelie naar waarheid gepredikt en aanvaard wordt, zal het resultaat bij iedereen zijn, dat de demonen wegvluchten, aangezien de kracht van Gods Geest in allen aanwezig is en omdat de gelovigen hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad. Iedere christen zal daarbij moeten meewerken aan het herstel van hen, wier leven de Heer aan hem toevertrouwt. Zelf bezit hij weliswaar geen paranormale kracht, maar in hem woont de Heilige Geest. Daarom kon bijvoorbeeld Petrus zeggen: ‘En op het geloof in zijn Naam heeft zijn Naam deze, die u ziet en kent, sterk gemaakt en het geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven’ (Hand.3:16). Wees daarom alleen gericht op Jezus, op zijn Naam en op zijn Geest in hen, die het uit het zijne neemt. Als de inzichten over de geestelijke wereld toenemen, zal er ook een groei zijn van tekens die het herstel van de mens beogen.

Geheimenissen van het Koninkrijk

Het was een zeer moeilijke opgave voor de Heer om de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te openbaren en om de gedachten van God over de mens bekend te maken. Jezus toonde de onzienlijke wereld en hoe het daar toegaat, wie daar ware vrienden zijn en wie de tegenstanders. Hij sprak dat God niet wil dat er een mens verloren gaat, dus door de boze geesten overweldigd wordt en ook dat men volmaakt zou zijn zoals de Vader in de hemel volmaakt is. Hij leerde zijn luisteraars bidden, dat is bezig zijn in de hemelse gewesten en daar te wandelen, te strijden en te overwinnen. Hij vertelde over de wedergeboorte of de vernieuwing van het denken, door het eeuwige woord van God. Hij toonde dat godsdienstige leiders ondanks hun orthodoxie de duivel tot vader kunnen hebben, maar Hij liet ook de weg zien, waarlangs degenen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, kinderen van de hemelse Vader kunnen worden. Hij leerde hoe zieken en gebondenen verlost kunnen worden van de machten van de duisternis en hoe zij die in de leugen verstrikt zijn, door de waarheid vrijgemaakt kunnen worden. Jezus heeft als eerste in de geschiedenis de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen ontsluierd. Hij deed dit door het vertellen van gelijkenissen. Dit was zijn opdracht. Hij bracht een nieuwe leer:

  • ‘Zodat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zei: ik zal mijn mond open doen met gelijkenissen, Ik zal vertellenen wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen gebleven is’ (Matth.13:35).

In het oude verbond wist men niet dat God nog een hoger doel met de mens had dan alleen zijn ontwikkeling op het aardse niveau. Toen zong men: ‘De hemel is de hemel van de Heer, maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven’ (Psalm 115:16). God had vreugde in allen die op aarde rechtvaardig en onberispelijk leefden en in hen die zijn geboden en eisen nakwamen. Maar Jezus Christus bracht de volle waarheid, het eeuwig evangelie, waarin geleerd werd dat de mens ook voor een wandel in de geestelijke wereld bestemd was. Hij stelde ook de mens schuldig die wel uiterlijk rechtvaardig was, maar onrechtvaardig dacht (Matth.5:22,28). Hij openbaarde het geheim van de zonen van God, want Hij sprak: ‘Zodat u zonen mag zijn van uw Vader, die in de hemelen is’ (Matth.5:45). Hij beloofde dat de Heilige Geest in zijn gemeente zou zijn. God zou woning in de mens maken en Zich verbinden met diens geest, omdat deze bij Hem paste. Voortaan zou zo’n mens ook zijn waar God is en zijn plaats innemen in het Koninkrijk van God, de lichtzijde van het Koninkrijk der hemelen. In Johannes 3:12-14 zei de Heer:

  • ‘Als ik jullie van het aardse gesproken heb, zonder dat u gelooft, hoe zullen jullie geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel neergedaald is, de Mensenzoon. En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Mensenzoon verhoogd worden, zodat ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft’.

Jezus sprak hier van zijn lijden en sterven, zaken van de zienlijke wereld. Zijn leerlingen begrepen die woorden niet en geloofden er niet in. Toen zij realiteit werden, gaven zijn volgelingen alle hoop op. Zij geloofden wel in God, maar niet in alles wat hun Meester sprak: ‘Hoe zouden zij dan inzicht kunnen hebben in de hemelse zaken, die nog veel hogere gedachten van God zouden openbaren?’ (Joh.14:1). Wat begrepen zij van de uitdrukking, dat Jezus – en Hij alleen – opgevaren was naar de onzienlijke wereld? De Heer sprak hier over een gebeurtenis die plaatsvond, toen Hij gedoopt werd in Heilige Geest. Voor die tijd had Hij als kind en jongeman rechtvaardig op deze aarde geleefd, maar toen werd Hij overgezet in het Koninkrijk van God. Voortaan had Hij daar zijn burgerschap, zijn wandel en zijn strijd. Wanneer ook de christen gedoopt is met deze Geest, mag hij ook dezelfde plaats innemen, waar Hij is. Dan worden ook hij of zij burgers van een onzienlijk rijk in de hemel. Dan worden zij ook geestelijke christenen.

Niet begrijpen of willen begrijpen

Merk op hoe voor velen uit het ‘christendom’ deze onzienlijke wereld nog ongrijpbaar is. Zij missen het geloof om in dit geestelijke klimaat te leven en hun plaats in te nemen en hun roeping te vervullen. Ook van hen kan helaas gezegd worden, ondanks alle inspanningen die zij zich getroosten en geen olie hebben in het nachtelijke uur, omdat:

  • ‘Een ongeestelijk mens niet aanvaardt wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is’ (1 Cor.2:14).