De leer van Christus

De herder met zijn kudde

Ergens aan de Spaanse ‘Costa Dorada’ loopt een herder met zijn kudde. De schapen moeten genoegen nemen met het droge, dorre, door de hitte verschroeide gras en wat karige plantjes. Dan ontdekt de herder van de kudde een zojuist gerooid aardappelveld, waar het loof met wat kleine aardappeltjes zijn achtergebleven. Hij laat zijn kudde even onder het toezicht van zijn twee hondjes achter en gaat naar het aardappelveld waar hij nauwkeurig onderzoekend rondkijkt. Hij ‘proeft’ letterlijk enkele knollen en gewassen om te zien of er niets schadelijks bij was. Pas als hij er echt van overtuigd is dat het voedsel zijn kudde geen kwaad kan doen, roept hij de kudde om zich er te goed aan te doen. Is het voor Gods kinderen ook niet van groot belang om te beseffen dat het voedsel dat de gemeente geboden wordt ook werkelijk uit de prediking van het getuigenis van het evangelie voort moet komen, uit het evangelie dat Jezus zelf gepredikt heeft?

Een andere leer

Sinds het ontstaan van het christendom heeft de tegenstander, de inspirator van de leugen, alles op alles gezet om ‘onkruid op de akker van het Koninkrijk van God te zaaien’ – door altijd maar weer te proberen waarheid met leugen te vermengen in de prediking. Zo was binnen de Joods-christelijke gemeente het Judaïsme de haard van verzet tegen de prediking van Paulus en Barnabas. Men zond zelfs broeders vanuit Judea naar Antiochië om daar te leren: ‘Als jullie je niet laten besnijden overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, kunnen jullie niet gered worden’ (Hand.15:1). Tegenover de gemeenten in Galatië die op de misleidende prediking van de judaïserende broeders ingingen, verzuchtte de apostel Paulus:

  • ‘Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van Hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij!’ (Gal.1:6-8).

Als Paulus zegt ‘dat is geen evangelie’, doelt hij op de valse leringen, die niet overeenkwamen met wat hij ‘overal in elke gemeente leerde’ (1 Cor.4:17), de ‘gezonde leer’, de leer van Christus die in een geleidelijk groeiproces de mens tot het licht brengt. Op hoge leeftijd gekomen zag ook Johannes hoe allerlei ‘valse leringen’ de gemeente tegen de klippen dreigde te werpen. Onder de zalving van de Heilige Geest, liet deze apostel ‘die Jezus liefhad’ een duidelijk waarschuwend geluid horen: ‘Wie niet bij de leer van Christus blijft maar verder wil gaan, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon’ (2 Joh.9-11).

De waarheid

Mensen zullen verschrikt uitroepen: ‘Een leer? Wij willen geen leer volgen, daar komt alleen maar narigheid van! Wij hebben het verlossend werk van Christus en wij wandelen in de liefde dat is toch voldoende’. En dan citeren zij vaak graag de belijdenis in de formules die veel generaties geleden door de voorvaders zijn opgesteld, zoals:

  • ‘Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige Schepper van de hemel en de aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus’

… zodat aan Jezus geen ander werk wordt toegedacht dan het lijden op deze wereld! Zei Jezus niet terwijl Hij rondging om het overwinnend evangelie te verkondigen: ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat Ik zeg’ (Joh.18:37)? Jezus getuigde voor de waarheid, die door de Vader werd geopenbaard en Hij kon zeggen: ‘Wat Ik onderwijs heb Ik niet van mijzelf, maar van Hem die Mij gezonden heeft. Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of Mijn leer van God komt’ (Joh.7:16-18).  De stadhouder van Cyprus, Sergius Paulus zag, hoe Paulus, de apostel ‘vervuld met de Heilige Geest’ de tegenstander in Elymas de magiër bestrafte. Sergius Paulus zag hoe Paulus de ‘schorpioen vertrapte’. Zeer getroffen kwam hij tot geloof door de leer van de Heer (Hand.13:4-12).

Wie ‘de leer van God, onze Redder’ (Titus 2:10), met name de prediking van het evangelie van het Koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus (Hand.8:12) niet aanvaardt, niet in alle volheid wil beleven, zal ‘onmondig, stuurloos rond dobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen’ (Ef.4:14).

De Heer richtte zijn woord tot de gemeente Philadelphia, het type van de ware gemeente van Jezus Christus. Tot haar kon Hij zeggen: ‘u hebt Mijn woord bewaard en Mijn naam niet verloochend’. Zij hadden het door de Vader gegeven en door Jezus verkondigde evangelie van het Koninkrijk van God bewaard. Zij hadden hun verwachtingen gericht op het hemelse. Ze hadden zijn woord gesproken en zijn naam verbonden aan de ‘blijde boodschap om de verslagenen van hart te verbinden, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor getekenden opening van de gevangenis, om te troosten, te genezen en te herstellen’ (Jes.61:1-11). Philadelphia had geen andere naam beleden dan de naam van Jezus. Zij hadden zich gericht op het Koninkrijk dat niet van deze aarde is. Blijf dan in de leer van Christus!:

  • ‘Hou vast aan wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans kunnen afnemen!’ (Openb.3:7-13).