De Eerstgeborene

‘De laatste Adam’

Jezus is ‘de laatste Adam’, die in volle gerechtigheid en heiligheid opgroeide. Zoals een kind door zijn ouders geheiligd wordt, zo werd Jezus door zijn Vader afgezonderd gehouden van de satan en kon Hij Zich als mens met een reine, zuivere geest volledig ontplooien. Jezus zei dat zijn Vader Hem, die in de wereld gezonden was, geheiligd had (Joh.10:36). Hij groeide tussen de mensen op en nam toe in wijsheid en grootte en genade zowel bij God als bij mensen. Als kind bezat Hij een enorme drang naar geestelijke kennis, die al op twaalfjarige leeftijd bij de godsdienstleraars in de tempel opviel. Hij was de eerste waarmee God volledig gemeenschap kon hebben, want op dertigjarige leeftijd werd de Heer in de Heilige Geest gedoopt en huwde zijn rijpe menselijke geest zich met de eeuwige Geest van God. Ook de geestelijke gaven kwamen daarna in Hem tot volle ontwikkeling. Daarom kon Hij als mens nauwkeurig zijn opdracht uitvoeren en het werk van God tot een einde brengen, dat de Vader Hem te doen gegeven had (Joh.17:4). Daarom verhief God deze Mensenzoon en gaf Hem de naam boven alle naam en plaatste Hem naast Zich op de troon. Zo werd Hij de eerste van veel broers en zusters die de hoge weg zouden gaan om dit doel ook te bereiken.

Het Woord van God in deze wereld gebracht

In het eeuwige raadsplan van God is deze met de Heilige Geest vervulde, volkomen mens; de eerste gedachte. Gedachten worden geboren en deze luisterrijke mens was ‘de eerstgeborene van alle creaturen’. De eerste maal dat God deze gedachte uitsprak, was, toen Hij zei (tot de engelen): ‘Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis’. In de ‘volheid van de tijd’ openbaarde God nogmaals die gedachte, toen Hij zijn Woord (Logos) in deze wereld bracht (Joh.1:1). Dit Woord werd vlees in de schoot van Maria en zijn naam is Jezus. Aan Hem werd het herstel opgedragen van de mens, waarin God ondanks alles zijn weerklank en vreugde had. De hele schepping en herschepping zijn om deze mens van God gegroepeerd. De eerste intentie van de Schepper was niet het formeren van een dier, een plant, een ster of zelfs een engel, maar een geestelijk mens, die de goddelijke natuur zou hebben, met wie Hij in gemeenschap leven kon en die met Hem regeren zou over al de werken van zijn handen.

De duivel, een van de grootste aartsengelen, kende dit verlangen van God naar gemeenschap. Hij wilde de plaats die God de mens toegedacht had, voor zichzelf opeisen. Hij zei: ‘Ik zal naar de hemel opstijgen, boven de sterren van God mijn troon oprichten, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen’ (Jes.14:13,14). Maar God verstootte hem en nu haat hij het plan van God en weerstaat het met al zijn kracht en intelligentie. Daarom is hij een mensenmoordenaar vanaf het begin. Daarom bracht hij de mens ten val en probeert deze steeds te overweldigen en te gebruiken als medewerker in de verstoring van Gods plan. Daarom haat hij Jezus en wilde deze vermoorden en tot zonde verleiden, maar de ‘Eerstgeborene van heel de schepping’ hield stand en groeide op en ontwikkelde zich.

Het doel van de schepping

Heel de schepping is verwezenlijkt met als uitgangspunt en als doel: de mens met wie God gemeenschap kan hebben en in wie Hij Zichzelf een woning maakt. God wil deze mens verheffen en naast Zich plaatsen op zijn troon, zodat hij medewerker van God zal zijn. De eerste mens, die aan dit doel beantwoordde, was Jezus, want God sprak: ‘Dit is mijn Zoon, in wie Ik mijn welgevallen heb’. Het woord eerstgeborene betekent hier ook de belangrijkste, de eerste in rangorde, zoals ook staat in Psalm 89:28: ‘Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen, tot de hoogste van de koningen van de aarde’.

Het is de grote liefde van God geweest, dat Hij die Ene, die geheel aan het doel beantwoordde, inzette om veel zonen tot heerlijkheid te leiden. De Vader bezit niet één woning, maar zijn huis telt veel woningen. De troon van God is zeer groot en er is plaats voor alle zonen van God. Om dit grote doel te bereiken: de mens van God volkomen en tot alle goed werk volkomen toegerust, zijn alle dingen geschapen, ook de onzichtbare engelenwereld met haar oversten of aartsengelen, haar legers, haar bepaalde opdrachten als strijders, beschermers, wachters en boodschappers. Al deze onzienlijke schepsels zijn uitgezonden om hen te dienen, die de verlossing en heerlijkheid erven en dus op weg zijn naar het einddoel. Vandaar de jubel van het engelenkoor op de velden van Efratha.

Jezus, de eerste onder veel broers en zusters

Het scheppingsplan en het vernieuwingsplan hebben hun bestaan te danken aan de wil van God om zijn eerste gedachte gestalte te geven. De eerste mens naar Gods plan was dus Jezus. Hém stelde God als eerste onder veel broers en zusters. Hij is het voorbeeld van het plan van God met ieders leven. Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is de eerste als Koning van de koningen, als Heer van de heren, als overste van de machten ‘die in de hemel zijn’ en daar wandelen, strijden en overwinnen, als hoeksteen in de tempel van God, die gebouwd is uit levende stenen. Hij is het begin van al degenen, waarin God zijn eeuwig voornemen tot werkelijkheid maakt, het begin van de schepping van God. Hij is de eerste van velen die dood waren en levend zijn geworden door de kracht van God. Hij is de eerste mens, die gedoopt werd met Gods Heilige Geest en daardoor de eerste in wie de krachten van de toekomende eeuw zich openbaarden. Hij was de eerste, die duivels uitwierp en die bezig was de overweldigden en geknechten te bevrijden en te herstellen. Hij is in alles de eerste geworden. Wanneer wij lezen dat David uittrok, versloeg en overwon, zijn in deze vorst al de overige helden begrepen. Zo ook zijn onder de naam Christus, Gezalfde, allen begrepen die bij Hem horen en die Hem volgen waar Hij ook heengaat. Daarom klinkt het in Openbaring 11:15:

  • ‘Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en aan zijn gezalfde en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.’