Presteren!

In een gezin gaat het eerste kind naar het voortgezet onderwijs. Het kind moet wennen. De ouders misschien nog meer. Het kind: vreemde school, onbekende leraren, vreemde boeken. Boeken, waarmee je na een lange dag op school in je eentje op een kamertje moet gaan zitten. En dan maar zien hoe je de dingen die in die boeken staan in je hoofd krijgt staan.

Aanvankelijk tilt onze kersverse middelbare scholier nog niet zo zwaar aan deze taak. Maar wel de ouders. Zij kennen de ‘zwakke’ kant van dit kind: speeldrang. Dat maakt hen bezorgd. Dat maakt dat zij vol goede bedoelingen het kind begeleiden met raadgevingen en aansporingen. Bij vertrek naar school: Vooral goed opletten tijdens de lessen! Bij thuiskomst: Ga nou eerst je huiswerk maken. Heb je je huiswerk al af? Kom eens hier, zal ik je overhoren. Dit alles ongewild en onbedoeld met een ondertoon van: denk erom als… en geen onvoldoendes!

Als hij met zijn eerste cijfer, een 7 voor Engels, thuis komt, vinden de ouders dit eigenlijk een wat mager resultaat. En dat laten zij doorschemeren ook. Jij had best een 8 kunnen halen… De ouders begeleiden dit kind ook met gebed. Maar zelfs in hun woorden tijdens het bidden ontkomen zij niet aan het uiten van bezorgdheid. Wat zal er van hem worden als hij zo speels blijft?

De brugklasser? Hij hoort het, voelt het, weet het niet goed te plaatsen en niet goed te verwerken. Sluit het dus op. En zo wordt het – voorlopig onopgemerkt – een kweek voor een macht van de duisternis, die eraan begint dit kind te duwen in een hoek van angst-voor-straf in de vorm van afkeuring, angst om niet aan de verwachting van je ouders te voldoen, tegen te vallen, niet goed genoeg te zijn.

Dit zou een treurig verhaal worden als het zo jaren zou zijn doorgegaan. Dan had de macht van verwerping een kans gekregen zich te nestelen in dit leven. Een macht, die mensen ziekelijk afhankelijk maakt van het oordeel van anderen en altijd zegt: dat jij zeker zult tegenvallen, dat je daarom je mond maar moet houden of proberen je anders (beter) voor te doen dan deze macht jou laat denken dat je bent. Een leven met onechtheid en spanning kan het gevolg zijn.

Maar kijk, goddank, hierboven staat al dat de ouders dit kind begeleiden met gebed. Intens en oprecht. En dan gebeurt het volgende:

In het begin van een nacht staat opeens de scholier bij het bed van zijn ouders en zegt: Pap, heb ik mijn cijfer voor Frans wel verteld? En dan ziet deze vader: Hij heeft het niet durven vertellen. Hij is bang? Waarvoor? Voor onze reactie? Dat is toen een openhartig gesprek geworden daarop de rand van het bed. Waarbij bleek dat de jongen al drie dagen een cijfer verzwegen had, omdat hij aanvoelde dat een 6 niet in goede aarde zou vallen.

Waarna de ouders duidelijk zagen: ‘Van onze kant moet het anders. Angst en bezorgdheid wegdoen. Meer náást het kind staan en tégenover satans demonen. Waardering niet zo sterk laten afhangen van prestaties. Gericht blijven op: het komt goed met dit kind en hoe kunnen we geduldig en positief daaraan meewerken?

Een andere instelling dus. En van daaruit, in het zichtbare en in het onzichtbare een andere begeleiding en aansporing. Waarin een kind op een eerlijke manier stimulans, correctie en waardering ontvangt. En boze geesten geen kans meer krijgen om tegenvallende prestaties of gedragingen te gebruiken als landingsbaan voor afkeuring en angst voor straf c.q. verwerping.

Heer, deze houding, dat zal wel even zoeken zijn, even wennen. Maar het is te leren. Met zo’n Leermeester als U.