- ‘En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het dienen, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus’ (Ef.4:11-13).
Wanneer de Bijbel spreekt over de groei naar de volwassenheid, naar de ‘mannelijke rijpheid’ (NBG-vertaling), wordt hier een groei bedoeld vanuit de gemeente van God. In een goede gemeente leren we wat dienen inhoudt. Door te dienen leren wij de Zoon van God echt kennen. Dit is geen kennis die je krijgt door alleen maar te luisteren naar en het onderzoeken van de Bijbel. Deze kennis wordt ook vergroot door samen te werken met andere broers en zusters. Onderlinge eensgezindheid en liefde zijn daarbij de graadmeter van het niveau van volwassenheid. Voor we volwassen zijn, spelen evangelisten, herders, leraars en apostelen een grote rol. Zij zijn voorbeelden voor de opgroeiende leden van de gemeente. Zij zijn door God aangewezen om de leden volwassen te laten worden.
Jezus Christus kende God en heeft Zijn kennis aan ons doorgegeven. Wij kunnen God nog beter leren kennen als we gééstelijk leren verstaan wat er in de Bijbel staat. Als wij God kennen, kunnen we ons verstand volledig gebruiken en hierin volwassen (volmaakt – Statenvertaling) zijn. God wil dat wij ons met Zijn Woorden vereenzelvigen en elke andere gedachte, iedere vaak diep ingewortelde dwaling kritisch onder de loep nemen.
Erfelijkheid?
Een veel voorkomende gedachte, die het geestelijk leven afremt, is het idee dat allerlei zonden het gevolg zijn van overerving (erfzonde). Deze dwaling bestaat al eeuwen. De erfelijkheidsleer laat echter geen enkele ruimte voor deze door mensen gefantaseerde dwaling. Bij erfelijkheid gaat het steeds om de structuur van het lichaam en de biochemische processen die daaraan verbonden zijn. Deze processen worden zichtbaar in ons temperament, mogelijkheden en manier van beleven en reageren. Zonde is het beste te omschrijven als het overtreden van normen en wetten (Rom.5:17). De mens wordt daartoe verleid door de Satan.
Verschillende ziekten kunnen wèl gelieerd worden aan erfelijkheid; zo kan iemand aanleg hebben voor migraine, astma of suikerziekte. Deze aanleg ontstaat bij de bevruchting, de samenvoeging van de halve chromosomenparen van de zaadcel en de eicel. De genen, uiterst kleine deeltjes in deze chromosomen, bezitten hoogstwaarschijnlijk de erfelijke eigenschappen, zoals oogkleur, huidskleur, lichaamsbouw, muzikale begaafdheid of ziekelijke afwijkingen. Toch komt de erfelijke aanleg niet altijd naar voren: dit is onder meer afhankelijk van de invloed van allerlei gebeurtenissen uit de omgeving.
Degeneratie van het lichaam
We weten dat de veroorzaker van zo’n structuurverandering in het lichaam een demon is, die in dat lichaam een bepaald deel voor zich opeist, een deel waarin andere wetten gaan gelden die storend, ziekmakend en afbrekend werken op de rest van het lichaam. De oorzaak van zo’n wetteloze situatie ligt echter niet altijd alleen bij zo’n demon. Een mens die contact heeft met de Satan is er mede schuldig aan. Hij of zij zal duisternis en onrust ervaren, wetteloosheid en zonde. Deuteronomium 5:9 spreekt over de misdaad van de (voor)vaders. Het gaat hier over de haat tegen God en het aanbidden van afgoden. Het gevolg daarvan is dat hele generaties onder die misdaden gebukt gaan. We spreken in dit verband over degeneratie.
Ziekte komt ook bij opnieuw geboren kinderen voor. De erfelijke aanleg voor ziekte hoeft niet altijd naar voren te komen. Een kind – geheiligd in zijn ouders – is minder vatbaar voor familiekwalen, omdat er voor hem op de bres wordt gestaan. Is het kind eenmaal volwassen, dan kan het zelf ook de strijd aangaan.
Lang niet altijd is de zieke persoon mede verantwoordelijk voor zijn kwaal. De Satan is nu eenmaal een wetteloze en valt vaak juist hen aan die God oprecht willen dienen. Ondanks het opnieuw geboren zijn, leeft het natuurlijk lichaam nog steeds op deze aarde, in een natuurlijk klimaat. En de Satan is nog steeds de overste van deze wereld. Geleidelijk aan zal ook ons lichaam van vlees en bloed afsterven, net zoals een boom in het najaar uiterlijk vervalt. Wanneer we verbonden zijn met Christus, de Levensbron, mogen we innerlijk van dag tot dag vernieuwd worden. Vooral door de doop met Gods Geest zijn we in staat de ziektemachten te overwinnen en kunnen we de Satan weerstaan op elk terrein waar hij ons wil aanvallen.
Banden met het voorgeslacht moeten verbroken worden
Soms zegt men:
- ‘Ja, ons kind heeft typisch diezelfde moeilijke eigenschappen meegekregen die zijn opa ook had…’.
Wees voorzichtig met zulke uitdrukkingen. Dit ‘meekrijgen’ betekent in feite: er aanleg voor hebben, er gevoelig voor zijn. Pas wanneer de omstandigheden ‘gunstig’ zijn, zullen die nare eigenschappen zichtbaar worden. Ouders zullen moeten bedenken dat zij door hun houding en levenswijze veel kunnen bijdragen tot het voorkómen van moeilijkheden.
Opvoeden in een veilige omgeving
Erg drukke en luidruchtige kinderen zijn, net als opvallend stille kinderen, in verzet, hetzij actief of passief. Kinderen worden vaak blootgesteld aan allerlei inconsequente tegenstrijdigheden. Er zijn tegenwoordig zoveel volwassenen die zich met de opvoeding van de kinderen ‘bemoeien’ (denk alleen maar aan de massale voorschoolse en naschoolse opvang), dat er wel chaos moet ontstaan. Rust is voor elk kind dan ook heel belangrijk. In plaats van overal mee naar toe gesleept te worden, is het kind op zijn best in een veilige thuisomgeving. Wees thuis duidelijk, consequent en begrijpelijk. Praat met uw kinderen, maar ga niet met hen in discussie. Vooral jonge kinderen kunnen niet overzien wat er aan de hand is en wat zij nodig hebben. Op latere leeftijd is uitleg mogelijk, dan is er steeds meer ruimte om samen te bespreken wat het beste is. Maar blijf vooral leiding geven, iets wat tegenwoordig bijna niet meer gegeven wordt.
Laat het in de opvoeding gaan om een sfeer die past bij de kinderziel. Schep thuis een ‘paradijselijke’ sfeer. Het is een Bijbelse waarheid, die zelden benadrukt wordt, dat hoe meer een mens geestelijk volwassen wordt, hoe dichter hij bij de kinderziel komt te staan, of anders gezegd: hoe meer hij wordt als de kinderen (Matth.18:3). Dit betekent niet dat de opvoeder zich kinderlijk moet gaan gedragen, maar ontvankelijk is voor de leiding door Gods Geest. Zoals een kind luistert naar zijn ouders en daardoor op een goede manier volwassen wordt, zo wordt een kind van God geestelijk volwassen door te luisteren naar wat God zegt.
Onrijp – onrein
De ‘mannelijke rijpheid’ is niet mogelijk zonder lichamelijke en psychische rijpheid. Wanneer we geestelijk meer willen waarmaken dan we aan psychische gevormdheid bezitten, zijn we overgeestelijk en leven we in een kramp. Onze vorming komt het beste tot ontwikkeling in een sfeer van volkomen ontspannenheid, waar sprake is van wederzijds vertrouwen en openheid tussen broers en zusters. Waar de Bijbel ons als ‘een nieuwe schepping’ kwalificeert, willen wij dit met elkaar in praktijk gaan brengen.
Iemands zonden zijn niet als vanzelfsprekend te linken aan erfelijkheid. Wel is er een duidelijk verband tussen zonde en onrijpheid. Bepaalde aspecten kunnen achterblijven in de ontwikkeling en de oorzaak hiervan ligt niet in een of andere aanleg, maar in het gezin! Allerlei gevoeligheden, met name op de ontwikkeling van het lichaam in de puberteit, kunnen bij een verkeerde, autoritaire opvoeding sterk gefrustreerd worden. Als er binnen de veiligheid van het gezin niet gesproken kan worden over dit soort zaken, als met name de seksuele ontwikkeling nooit ter sprake komt, is de kans groot dat een puber zich afsluit en zelf op zoek gaat naar antwoorden.
Dit negeren, zelfs wegdrukken van dit belangrijke aspect van de ontwikkeling tot een volwassene, zal altijd invloed houden op het verdere leven van het kind. Volkomen normale verlangens worden beschouwd als slecht. Vanaf het moment dat een kind zich realiseert dat hij er niet over kan of mag spreken, verliest het kind zijn spontaniteit. In deze sfeer is het heel moeilijk om op een goede manier volwassen te worden. Het onderbewuste wordt geleidelijk aan gevormd, maar het kind komt hierdoor met zichzelf in conflict.
Het is een vaste wetenschappelijke wet dat allerlei verdrongen en daardoor onrijp gebleven verlangens er toch op een bepaald moment uitkomen; ze zoeken een uitweg, hoe dan ook. Hoe meer normale natuurlijke verlangens genegeerd worden, hoe meer men ze beleefd als een duistere kant van het bestaan, hoe meer de mens in zijn ontwikkeling afgeremd wordt en in een verkeerde richting gestuwd wordt en hoe verder het kind van zijn Schepper komt te staan!
De drang naar vrijheid kan zo veranderen in verlangen naar macht en de behoefte aan samenzijn in het altijd maar willen domineren. De innerlijke vrijheid in elk mens zorgt voor verbondenheid met de anderen in het gezin en de gemeente, waarbij men elkaar accepteert. Misvormde verlangens gaan altijd gepaard met schuldgevoelens, agressie en niet te vergeten: angst! Maar juist dat wordt vaak verbloemd. Allerlei scheefgroei in het zielenleven is er het gevolg van.
De oorspronkelijke drang naar erkenning en/of de behoefte om met anderen verbonden te zijn, kan op latere leeftijd naar voren komen als een ziekelijke lust tot veel eten, roken, drinken, onreine fantasieën, geldzucht en lichamelijke kwalen. We spreken dan over gebondenheden, omdat bepaalde gedeelten van onze persoonlijkheid achtergebleven zijn en een zelfstandig, onproductief en duister bestaan hebben geleid. Dergelijke onderontwikkelde gebieden kunnen plaatsen worden die door de vijand bezet worden. De mens merkt dan bij zichzelf neigingen, waarvan hij de afkomst niet of nauwelijks weet en die in strijd zijn met zijn eigen wil.
Soms kan een onrijp gebleven behoefte aan aandacht en verzorging de oorzaak zijn, dat betrokkene een bepaalde leefwijze of ziekte eigenlijk niet wil missen. In een goed functionerende gemeente zal het gemeenschapsleven zich echter op de juiste wijze ontwikkelen.
Vrijheid en vrijmoedigheid
Wanneer wij opnieuw geboren kinderen van God zijn en met Gods Geest vervuld, dan hebben we onze oude mens opgegeven en gekozen voor een nieuwe manier van leven. In dit nieuwe leven willen we ons niet meer laten leiden door verlangens, die bewust of onbewust geïnfiltreerd zijn door Satan en zijn demonen, maar we zijn steeds meer gericht op Jezus Christus.
Ook de weggedrukte, miskende en vaak verachte delen van ons zielenleven zullen door Zijn liefde voor ons en de liefde en openheid in de gemeente losgemaakt worden van verkeerde keuzeobjecten. Wanneer Gods Geest verder in ons gaat doorwerken, zullen ook deze achtergebleven gebieden in onze persoonlijkheid gaan groeien en vol worden van de glans van het goddelijke, vanwege hun nieuwe verbondenheid aan nieuwe, goede objecten. Het onvermijdelijke gevolg zal zijn, dat allerlei geremdheden steeds meer zullen verdwijnen, zodat er enorm veel lichamelijke, psychische en geestelijke energie vrijkomt die nodig is voor onze verdere groei en herstel.
Innerlijke ontspanning en verlossing worden binnen de gemeente steeds meer gerealiseerd. De opnieuw geboren mens gaat bewuster, extraverter en vrij van schuldgevoelens leven. Hij ontvangt in zijn goddelijk milieu, waar hij eigenlijk ook thuishoort en waar hij omgeven wordt door broers en zusters die waar nodig voor hem op de bres staan, steeds meer van zijn oorspronkelijke vrijheid en vrijmoedigheid terug. Hij of zij zal zo, stap voor stap, komen tot de door God bedoelde volwassenheid, waarin hij er voor de ander zal zijn. De weg naar de volmaaktheid ligt voor ons open!



