Ik hou ook van jou!

Ze is zeven pond als ze geboren wordt en ze komt zó snel dat ik het amper kan bijhouden. Een mooi, gaaf baby’tje is ze met blond haar en daaronder een prachtig glad snuitje. Reuzetrots ben ik op onze tweede dochter. Naarmate ze opgroeit, wordt ze leuker om te zien. Haar heldere blauwe ogen kijken vastberaden de wereld in en ze vertedert heel wat mensen. Hoe steviger haar beide beentjes worden, hoe krachtiger haar willetje en daarmee komen de moeilijkheden tussen ons. Ze is lastig om me heen. Lastiger dan onze eerste dochter.

Als ze haar zinnen op iets heeft gezet en ze mij als een hinderpaal op haar weg vindt, wordt ze onbereikbaar voor me. Met een strak gezicht en harde ogen staat ze me dan aan te kijken en geeft geen antwoord als ik tegen haar praat. Dat brengt me uit m’n evenwicht. Vijanden die ik allang onder de categorie ‘overwonnen’ had geboekt, blijken toch weer vat op me te kunnen krijgen. Daardoor verander ik soms van een ‘lieve’, in een ‘boze’ moeder. Ik ben eerlijk genoeg om te zien dat wij in sommige opzichten veel op elkaar ‘lijken’. Háár vrij krijgen betekent dan ook in de eerste plaats overwinning voor mezelf. En dat is nodig, omdat de satan druk bezig is tussen ons een wig te drijven.

De band met haar is vanaf het begin al niet zo vanzelfsprekend geweest. Ook in dat opzicht is het anders dan met de eerste. Met haar was dat innerlijke contact er direct. Gelukkig heeft ze die band wél met haar vader. Hij begrijpt haar goed en kan haar dan ook beter opvangen dan ik. Satan klaagt me daar wel eens op aan. ‘Denk je heus dat ze niet merkt dat je met haar meer moeite hebt dan met de oudste? En je maakt het altijd wel goed als je boos bent geweest, maar ondertussen…’ Gelukkig herken ik de tactiek! Proberen tussen mij en m’n dochter scheiding te maken en nu ook nog tussen de Heer en mij! In de volle zekerheid dat ik mijn rechtvaardigheid niet hoef prijs te geven ga ik door. Jezus is ten volle mijn vrijspraak en de overwinning is aan onze kant. Het kan lang of kort duren maar dát staat vast!

Met haar vierde verjaardag gaat ze naar de basisschool. Een hele belevenis voor haar maar ook voor ons. Hoe zal het gaan op school? Zal ze zich goed aanpassen in de klas? Na korte tijd horen we van de leerkracht hoe het gaat. Ze is nogal agressief. Zodra een van de kinderen naar haar toegaat om met haar te spelen, zet ze de stekels op. Ook is het haar opgevallen dat ze nogal bang is als er nieuwe dingen gedaan of geleerd moeten worden. Of het nu een spelletje is of materiaal, het schrikt haar af. Daardoor wil ze vaak niet meedoen. Ik ga meer tijd nemen om met haar te praten en ontdek zodoende heel wat onvermoede positieve dingen maar ook minder positieve dingen. Van dat laatste schrik ik een beetje. Ik heb altijd geloofd dat de strijd tussen ons of liever: tussen de geesten van de duisternis, in haar geen schade zou kunnen geven.

Nu ga ik ontdekken dat er wel degelijk het een en ander dreigt scheef te groeien in haar. Ik zie haar onzekerheid en het tekort aan zelfvertrouwen, waardoor ze nogal bang reageert in sommige situaties. Ook de oorzaak van haar angst voor het ‘nieuwe’ op school komt er al vragende en pratende uit: ze is bang om het fout te doen. We gaan ervoor bidden en vragen heel eenvoudig of de Heer Jezus haar helpen wil om nieuwe dingen leuk te vinden. Ook leggen we haar uit dat het helemaal niet erg is als je een fout maakt. Als je iets aan het leren bent kan je het toch niet gelijk helemaal goed doen? Je moet het toch leren? Dus eigenlijk doe je het dan niet fout. Ze luistert en begrijpt.

De onvermoede positieve dingen, die al observerend naar voren komen, verrassen me. Nu besef ik pas hoe krampachtig ik bezig ben geweest haar vanuit de onzienlijke wereld te benaderen. Daardoor is er heel wat ‘natuurlijks’ voor me verborgen gebleven. Haar gevoel voor humor; haar waarnemingsvermogen; haar logisch denken waardoor ze scherpe conclusies weet te trekken en haar aanhankelijkheid die ze vooral naar haar vader toe toont. Ik ga leren om al die positieve eigenschappen te gebruiken in de strijd. Naast de geestelijke, komen er nu ook natuurlijke wapens in mijn handen. Haar gevoel voor humor leer ik bespelen om een boze ‘bui’ buiten de deur te houden; het logisch denken waartoe ze in staat is wordt ingezet om samen al pratende tot goede oplossingen te komen. Oplossingen zonder boosheid en zónder harde woorden. En nu niet lachen, maar doordat ik zo bezig ben krijgt satan bij mij ook minder kans en kan hij ons niet meer zo gemakkelijk uitspelen tegenover elkaar.

Ja, het gaat goed. Er groeit warmte in me voor haar en het knuffelen kost geen moeite meer. Integendeel. Gevolg? Véél te vroeg getuigen in de gemeente! Diezelfde middag breekt de hel los. De boosheid, onverzettelijkheid en harde ogen zijn er weer. Ik kom er niet doorheen. Niet met een grap en niet met iets anders. Inwendig wapen ik me. Het zal de satan niet meer lukken ons tegen elkaar op te zetten. Ik zal niet boos worden! Het wordt maandag – geen verandering. Dinsdag – toestand ongewijzigd. Woensdag breekt aan. Nukkig staat ze op, doet boos tegen haar zusje en schreeuwt brutaal tegen mij. Ze is onwillig van toppie tot teentje en dan .. gebeurt het toch. Ik word boos, goed boos. En wat nog nooit gebeurt is, gebeurt nu: ze gaat naar school en het is niet goedgemaakt. Haar vader brengt haar weg en vermaant mij als hij weer thuiskomt. Nou, dat heb ik net nodig. Alsof ik zelf niet veel te goed weet dat het fout is.

Er is strijd van binnen. Knap veel strijd. De boosheid moet weg en dan de aanklagers die me de weg naar de Heer versperren. Moedeloosheid moet plaats maken voor hoop en geloof. Een miserabel gevoel moet ruim baan maken voor de vreugde die hoort bij het staan op de belofte dat wij in Jezus zijn vrijgekocht van elke vijand. Of het nou een hardnekkige is of niet. Wat een strijd! Wat een overwinning! Als dochterlief thuiskomt is de weg vrij en kan er gepraat worden. Samen gaan we naar de Heer en vertellen alles. Dan komen de dingen van alledag. Ze is wat stil die middag en ’s avonds heeft ze niet zoveel trek in eten. De andere morgen staat ze hangerig op, wil geen pap en wil niet naar school. ‘Heb je buikpijn?’ vraag ik. Ze schudt. ‘Keelpijn dan?’, informeer ik opnieuw. Weer een ontkennend schudden. Stilletjes ligt ze op de bank naar me te kijken terwijl ik de ontbijtboel in de vaatwasser stop. Een ongewoon verschijnsel voor m’n drukke dochter. Vanuit de keuken kijk ik naar haar zoals ze daar ligt. Wat zal er toch met haar zijn? Zal het van gisteren komen? Zal ze het zich allemaal meer hebben aangetrokken dan ik heb gedacht? Het was ook een hele tijd zó goed gegaan tussen ons.

En dan weet ik het! Als in een flits herinner ik me scherp de kloof die er tussen mij en m’n moeder altijd is geweest. Inwendig hongerde ik naar een stuk liefde van haar kant. Omdat ik die niet kreeg, ging ik me afzetten omdat ik niet wilde laten merken hoeveel verdriet ik had. Dat opende de deur voor agressie, boosheid en hardheid. Maar het gaf ook schade, overgevoeligheid, onzekerheid en angst. Precies zoals bij haar! Het verschil is echter dat ik een kind van God ben en mijn hart wijd heb opengezet voor de liefde van God. En die liefde zal in haar een helend werk gaan doen, daar ben ik van overtuigd. In de geestelijke wereld sta ik tegenover de demonen uit de voorgeslachten die hun spel opnieuw willen spelen zoals ze dat in mijn jeugd ook hebben gedaan. Daarnaast zie ik een andere vijand: een leugengeest die haar logisch denkvermogen heeft misbruikt! Onlangs heeft ze een nieuw zusje gekregen. Op zich natuurlijk een blijde zaak, maar wat ze met haar fijngevoeligheid óók heeft gemerkt is dat ik met die derde dochter wél een innerlijke band heb. Daar hoef ik niets voor te doen. Die is er gewoon, net zoals met de eerste. De conclusie die ze nu heeft getrokken is dat ik niet van haar houd. En dát is een leugen!

Ik proef nu ook voor het eerst hóe sterk ze verlangt naar die band met mij. De ware oorzaak van haar onzekerheid, haar angst en haar agressie is dat ze niet zeker is van mij. Niet zeker van mijn liefde voor haar. Daardoor voelt ze zich onveilig en dat kan ze alleen maar uiten in haar gedrag. Het tere dat tussen ons begon te groeien, heeft satan willen vernietigen en mijn uitbarsting van gisteren moet dan ook een groot succes zijn geweest voor hem. Terwijl ik naar haar stille snuitje kijk, komt er een geweldige boosheid, maar ook bewogenheid in me op. Boosheid op de demonen van satan en bewogenheid over haar. Wat is het werk van de ploert satan gemeen! In stilte prijs ik de Heer voor het heldere licht.

Maar nu? Er moet er een brug komen tussen haar en mij. Een sterke brug! Ik ga naar haar toe en bid om de juiste woorden. ‘Ben je weleens bang dat mamma niet van je houdt?’, vraag ik zachtjes. Ze kijkt me aan met grote ernstige ogen en knikt. Ik stop haar hoofd weg in m’n armen en aai haar zachtjes over haar dikke haardos. Dan komen bij haar de bevrijdende tranen. De spanning die ze al die tijd heeft gehad, komt er uit. ‘Mamma houdt van jou net zoals van je zusjes en van pappa’, zeg ik met eerlijke overtuiging. ‘Ik heb het soms helemaal verkeerd gedaan door zo boos op je te worden en daarom denk jij misschien dat ik niet van je houd, maar dat is niet zo, hoor. Mamma begrijpt je ook weleens niet zo en als er iets is moet ik nog beter leren het samen met jou goed op te lossen, maar ik houd wel van je. Geloof je dat?’

Ze voelt dat het waar is. Ze hoort het aan mijn stem en ziet het in mijn ogen. In haar blauwe kijkers zie ik het effect daarvan. Het lusteloze trekt weg. Leugen moet wijken voor waarheid. En dan doen we wat we al zo vaak gedaan hebben: we vertellen alles aan de Heer Jezus. Toch is het nu anders. We danken ook. Danken Hem omdat we veel van elkaar mogen houden; omdat we het fijn en gezellig mogen hebben; omdat Hij ons gaat helpen elkaar héél goed te begrijpen. Ja, daar danken we voor en tijdens dat eenvoudige bidden wordt de breuk met de demonenwereld een feit. Ik wil niets, maar dan ook niets meer te maken hebben met welke geest uit de voorgeslachten ook. Ik ben uit God geboren en hoor bij zijn geslacht. En zij? Zij zal opgroeien en ontwikkelen in onze bescherming, de bescherming van het Koninkrijk van God. En die zal ze vinden in een goede relatie met mij en haar vader.

Ze is nu vijf jaar. Wat ze met haar vierde verjaardag niet durfde, deed ze nu wel. Ze heeft vriendinnetjes gevraagd om samen met haar feest te vieren. We hebben clowntje gespeeld, compleet met getekende zonnetjes op het gezicht. En zij? Ze bracht iedereen aan het lachen door de originele dingen die ze bedacht en deed. O ja, er gebeurt nog weleens iets dat minder positief is, maar de verandering is er. Bij haar en bij mij. Die verandering is ook zichtbaar op school waar ze niet meer buiten het groepsgebeuren staat. Ze doet volop mee, neemt speelkameraadjes mee naar huis en gaat zelf vaak ergens spelen. Hoe dat komt? Omdat m’n man en ik geleerd hebben de bescherming van het Koninkrijk van God voor haar te ‘vertalen’ in een wijze, dagelijkse omgang. Omdat we wandelen op de hoge weg maar óók .. op de weg waar onze kleine zich bevindt: de natuurlijke. De vrucht daarvan zien we in haar ontwikkeling. De beschermende muur om haar heen wordt met de dag iets dikker en steviger!