Het levensverhaal van een transseksuele vrouw die bevrijd werd

Al vanaf haar jeugd was zij overweldigd door een onreine leugengeest. Ik ken haar en ook haar omstandigheden. Vanwege de anonimiteit zijn enkele fasen uit haar leven weggelaten. In haar getuigenis wordt ook de leugen ontmaskerd dat een kind van God niet gebonden zou kunnen zijn. Het enige doel van deze vrouw is:

  • ‘dat anderen erdoor bemoedigd kunnen worden of dat er in hun levens een even radicale verandering zal zijn als in het mijne. Wat een voorrecht hebben wij – en ik in het bijzonder – om het evangelie van Jezus Christus te hebben leren kennen en te hebben meegemaakt dat het werkt!’

Vanaf haar vroegste kinderjaren is er iets misgegaan met haar geest. Niet dat iemand daar iets van merkt, integendeel, haar verstand is prima. Nee, daar zit de fout niet. Het ligt op een heel ander vlak: haar geest hoort niet bij haar lichaam (denkt ze zelf). Haar lichaam is dat van een meisje, maar haar hele verdere denken en doen is een jongen. Toen ze er nog geen idee van had, hoe bevruchting en geboorte tot stand kwamen, had ze haar moeder al verweten dat ze geen jongen was. Ze meende echt dat haar moeder daar een fout in gemaakt had. Hoe ouder ze wordt, hoe meer haar geest en ziel zich richten op alles wat mannelijk is. Ze klimt graag in de hoogste bomen en alles wat gevaarlijk is, trekt haar aan. Als ze – onder groot protest – toch eens een jurk aan moet, voelt ze dat als iets wat tegen haar natuur ingaat en schaamt ze zich.

Op de middelbare school ontmoet ze een ander meisje, dat precies is zo als zij. Ze worden ‘vrienden’, zoiets als van ‘wij jongens onder elkaar’. Nog steeds is het alleen haar geest die verleugend is, maar haar zielenleven gaat zich hoe langer hoe meer naar die verleugening richten. Seks speelt echter nog geen rol. Dan gaat ze naar de universiteit. Komt met een ander meisje samen op een kamer en als vanzelfsprekend begint ze een relatie met haar.

Schuldgevoelens zijn er op geen enkel punt. Hoe kan dat? Ze komt toch uit een christelijk gezin, is op de kinderclub geweest, naar catechisatie gegaan en heeft keurig, zoals alle andere leeftijdsgenoten, rond haar 18e jaar belijdenis van haar geloof afgelegd. Is er toen niets tot haar doorgedrongen over God, Jezus Christus, zonde en schuld… ?

Blijkbaar niet. Haar enige gedachte is: ‘Hoe kan het verkeerd zijn als ik zó ben?’ Er is geen oplossing. Ze wil ook niet anders. De gedachte aan een man vervult haar met afschuw. Wie haar op straat ziet met haar kamergenoot, denkt een jongen en een meisje te zien.

Door omstandigheden verandert de situatie. Ze maakt met haar ‘vriend’ van de middelbare school liftend een vakantietrip door Europa. Samen wisselen ze van gedachten. ‘Zou het maar niet beter zijn zich te laten opereren en daardoor helemaal ‘man’ te worden? Zoals het nu is, is het toch eigenlijk ook niks’. Gelukkig is het er nooit van gekomen! Is er toch in haar leven ondanks al het duister, dan ook al de kracht van Het Licht aan het werk? Is er dan die ene keer toen ze zo’n jaar of 21 was en in die bewuste samenkomst zogezegd: ‘haar hart aan de Heer gaf’, toch een tegenkracht gekomen tegen al het duister?

Ach, het was toen allemaal weer zo vlug weg. Toen ze met haar verhaal thuisgekomen was, in het degelijk gereformeerde gezin, hadden ze gevonden dat ze niet moest overdrijven. En toen ze de eerste dagen daarna niet meer rookte, was haar moeder degene die haar sigaretten opdrong. Opvang of begrip was er helemaal niet. Integendeel, uit de hoek waar de hulp vandaan had moeten komen zoals ze verwachtte, was alleen maar tegenstand geweest. Daardoor was ze terug gezogen in al het oude. Het moment in die samenkomst is geworden als een ideaal wat wel mooi is, maar onmogelijk om waar te maken.

Tijdens de tocht met haar ‘vriend’ ontmoet ze trouwens een ander meisje dat haar volkomen overrompelt. In de loop van de jaren zijn haar minderwaardigheidsgevoelens toegenomen, haar wil is verzwakt, ze laat gemakkelijk over zich heersen. Deze nieuwe vriendin kan haar heel goed manipuleren om haar eigen verkeerde verlangens en haar geldzucht te bevredigen. De jaren met haar samen, zijn een complete hel. Haar geest, die al die jaren door de leugens van de demonen van de duisternis misvormd is, kan deze nieuwe druk niet weerstaan. Ze wordt geslagen in de letterlijke zin van het woord, naar geest, ziel en lichaam. Op een avond vlucht ze bij haar vandaan met achterlating van alles, behalve de kleren die ze aanheeft. Een collega, met wie ze goed kan opschieten, ontfermt zich over haar. Zal het nu anders worden? In het begin lijkt het zo, maar na verloop van tijd is de situatie als de twee vorige keren.

De mensen die ze ontmoet accepteren het als normaal. De meeste van haar kennissen leven in dezelfde toestand. De jaren draaien door. Soms verafschuwt ze het leven dat ze lijdt, maar nooit doet ze moeite eruit te komen. Waarom zal ze? Heeft ze niet evengoed recht op een beetje geluk als ieder ander? Ze is toch zo?

Op een zaterdagmiddag als ze boodschappen doet, komt ze langs een groepje mensen die op straat staan te zingen. Ze blijft staan. Een jonge man begint te vertellen over de liefde van Jezus, spreekt over bekering en … ‘je hart aan de Heer geven’. Ineens ziet ze zichzelf weer heel lang geleden in die andere samenkomst. Zou er dan toch een ander leven mogelijk zijn dan zoals dat van haar nu is? Er wordt een folder met adres erop in haar handen gestopt. Ze grijpt het alsof ze zich ergens aan vast wil klemmen. Veertien dagen lang piekert ze er over en wordt heen en weer geslingerd. Dan op een avond draait ze het telefoonnummer wat op de folder staat gestempeld. Aan de andere kant is de stem van de jonge man, die ze op straat gehoord heeft. De eerstvolgende zondag zit ze in de samenkomst. Veel vrolijke gezichten om haar heen. Spontane opgewekte zang. Ze wordt met ‘zus’ aangesproken.

Het Is allemaal niet zo gemakkelijk op een rijtje te krijgen in het begin. Na een gesprek waarbij ze haar hart uitstort, maakt ze haar keuze. Ze gaat een ander leven beginnen. Hakkelend en naar woorden zoekend, vertelt ze het in haar gebed aan die Jezus die haar helpen zal. Ze stralen beiden, de jonge voorganger en zij, als ze opstaan na deze totale omslag. Het juicht in haar als ze naar buiten stapt. De hele wereld is veranderd. De liedjes die gezongen zijn, klinken nog zingend na in haar gedachten. Wat een blijdschap! Ze is nieuw geworden. Weg al dat oude, dat vieze, dat lelijke. De eerste tijd gaat het goed. Ze leest veel in haar nieuw gekochte Bijbel, zingt in haar eentje en luistert veel naar geestelijke muziek. Nieuwe kennissen krijgt ze, broers en zussen die haar vol liefde opnemen in hun hart. Zó moet het blijven!

Ja, maar zo blijft het niet. Haar geest is wel vernieuwd en zelfs is ze met Gods Geest gedoopt, maar die geest van haar zelf is zo zwak en niet bevrijd. En dan zitten daar ook nog steeds die demonen, waardoor ze vanaf haar kinderjaren verleugend is. Als zij de klappen te boven gekomen zijn, die hen toegebracht is, beginnen zij zich opnieuw te roeren. Verkeerde gedachten en verlangens komen terug en … ze duikelt. In haar nood zoekt ze raad bij de voorganger, die zeker een oplossing zal weten voor het oude venijn. Hij raadt haar aan ‘andere kleren en zó aan te trekken’ en hij bidt met haar om sterkte. Meer niet.

Ze blijft tobben, heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. Terug naar het oude leven gaat niet meer. De Heer is een te grote plaats in gaan nemen, maar vóór haar ligt een weg van vallen en opstaan zonder perspectief. Bovendien pikt de omgeving, waarin ze nog steeds leeft, het niet. Dat ze anders leven wil, moet zij weten, maar ze moet ophouden erover te praten. Het is zo belachelijk en irriterend. Wat een vroom gedoe ineens. De verhouding met degene met wie ze samenwoont, wordt steeds meer gespannen. Soms vlucht ze in paniek naar haar eigen kamer als er mannen komen om zich als vrouw om te laten kleden, opgemaakt te worden en zó de straat op te gaan.

In diezelfde tijd komt ze ook bij een vrouw uit de gemeente over de vloer, die haar attendeert op de artikelen van deze website. Als ze zich op een middag verveelt, zoekt ze de site eens op. De inhoud trekt haar aan. Ze leest en leest… en opnieuw begint er hoop te komen. Termen als Koninkrijk van de hemelen, geestelijke wereld, natuurlijke wereld, komen op haar af. Vreemd, ze hoort daar zo weinig over in haar gemeente.

Gebonden zijn in een gemeente

‘Gebonden zijn, zelfs al ben je een kind van God en gedoopt met Gods Geest’, wordt er geschreven. Ze begint vragen te stellen op de Bijbelstudies en in de gesprekken.

In het begin luisteren de anderen welwillend. Later worden ze wat geïrriteerd. Ze moet zich met ‘die richting’ liever niet bemoeien. Je moet voorzichtig zijn met die mensen, ze dwalen heel erg!! Maar haar verstand, wat prima in orde is, kan het niet als dwaling zien. Het is juist allemaal zo logisch.

Na verloop van tijd vindt ze dat ze eens naar een gemeente moet gaan, die het eeuwig evangelie brengt. Op een zondagmorgen gaat ze er dan ook naar toe. Terwijl de voorganger spreekt over die ‘hogere weg’, weet ze diep in haar hart dat ze die moet gaan. Ze moet bevrijd worden van de demonen die haar al jaren lang in hun greep houden.

Het worden moeilijke maanden! Haar hart en verstand trekken naar de gemeente met het eeuwig evangelie, maar in haar eigen gemeente zijn de broers en zussen, die haar zo liefdevol opgevangen en geholpen hebben. Die haar geleerd hebben om de eerste stappen te zetten op haar weg met de Heer. Natuurlijk laat de duivel haar juist nu niet met rust. Maar ze heeft ondertussen ook iets begrepen van ‘geestelijke strijd’ en van een God die sterker is dan al het duister.

De beslissing is moeilijk, maar ze verandert van gemeente. Nu zal de oplossing komen. Maar naar wie moet ze nu gaan met haar nood, ze kent nog niemand? Ja toch, een stel wat zelf nog niet zo lang op deze weg is, neemt haar mee voor een kopje koffie. Er zijn echter ook nog andere broers en zussen die ochtend. Ze durft niet.

Dan een week of wat later zit ze snikkend in haar radeloosheid bij dezelfde mensen. Vol compassie luisteren ze naar haar, willen graag helpen, brengen haar in contact met een andere vrouw die al langer op deze weg is. Opnieuw vertelt ze haar verhaal. De vrouw luistert en bidt in de geest, stelt af en toe een korte vraag en luistert weer. Alle nood en ellende van tientallen jaren komen op haar af. Als het verhaal klaar is, slaat ze haar arm om de jongere heen en laat haar uithuilen. Langzaamaan worden de tranen minder en dan zegt ze: ‘Kom we gaan samen bidden en we gaan het die satanische demonen aanzeggen dat het met hun macht afgelopen is’. Ze knielen neer en in de naam van Jezus wordt in de geestelijke wereld de strijd aangebonden.

Als ze naar huis gaat, is er een diepe vrede in haar. Er moet nog veel veranderen, heeft die vrouw gezegd, maar de overwinning is zeker. En … ze mag terugkomen. Er is nu een plekje waar ze terecht kan. Herhaaldelijk bezoekt ze haar nieuwe vriendin om van gedachten te wisselen en samen te bidden. Haar oude vijand zit echter ook niet stil. O nee, de demonen worden nu pas echt kwaad. Ze zien hun prooi ontglippen en vol venijn schotelen ze haar leugens en situaties voor waar ze nog niet tegen bestand is.

Nachtmerries

Er komen nachtmerries zo reëel als nooit tevoren. Vaak springt ze vechtend uit bed, trillend over haar hele lichaam. Ook zijn er verleidende dromen. Het oude leven wordt weer mooi voorgesteld. En… ze gelooft de leugens. Wanhopig denkt ze: ik ben niet veranderd en ik zal ook nooit veranderen. Ik ben zo. Het is beter om op te houden. Wat heeft het voor zin om zoveel tijd en aandacht van die vrouw te vragen. Het helpt toch niet. Die ander heeft genoeg tact en geduld en liefde opgebracht, ook op tijden dat het haar niet uitkwam.

Nee, ze geeft het op. Ze zal opbellen, haar bedanken en zeggen dat het verder geen zin heeft. Ze heeft immers weer gefaald. ‘O’, zegt de stem aan de andere kant, ‘geloof jij al die leugens?’ ‘Ja maar’, weerlegt ze wanhopig snikkend, ‘ik ben weer teruggezakt’. ‘Ach’, klinkt het vol begrip, ‘kom maar hier naar toe, wat zul je je ellendig voelen’. Verbaasd houdt ze op met snikken. Komt er geen verwijt over zoveel slapheid? Nee, geen enkele beschuldiging. Alleen maar hartelijkheid en liefde. Het lijkt op dat moment of er iets warms door haar heen golft. En ineens weet ze het. Zo is de Heer Zelf. Ditzelfde wat die ander nu zegt, zegt Hij tegen mij. En op datzelfde moment weet ze ook dat ze dóór zal gaan met Hem en het zal winnen. Maar nu moeten er ook beslissingen gaan vallen in haar natuurlijke leven. Haar baan verandert. Ze gaat alleen wonen. Ja inderdaad zijn dat natuurlijke dingen, maar ze zijn een uitvloeisel van iets geestelijks.

Van tijd tot tijd probeert de duivel haar nog wat wijs te maken. Dan bidden ze samen weer en vertellen opnieuw het rijk van de duisternis dat ze gekocht en betaald is en dat elke macht op kan hoepelen met zijn leugens. En ze wint. Ze begint te begrijpen dat de grootste overwinningen in haar denkwereld behaald moeten worden. Ze gaat de gedachten die God over haar heeft, overnemen. Ze laat ze op zich inwerken. En ze wil helemaal diegene worden, die Hij wil dat ze zijn zal. Als ze terugkijkt hoe het geweest is en zich realiseert hoe het nu is, vloeit haar hart over van dank en lof.

God herstelt door Jezus Christus en zijn gemeente de schepping. En zij hoort daarbij. Als van tijd tot tijd de gemeente zingt, staat ze vóóraan en heel haar gezicht zegt:

‘Praten en zingen over herstel is prima hoor, maar je moet het beleven zoals ik’.