Enige gedachten over het huwelijk

Veel mensen hebben moeite met het huwelijk. Moeite omdat in de praktijk blijkt dat het samengaan, het samen iets opbouwen en het samen verantwoording dragen voor velen gewoonlijk te moeilijk is. Moeilijk omdat men tegenwoordig anders denkt over het huwelijk dan hoe de Bijbel het leert. Daardoor gaat men de problemen binnen een relatie niet oplossen, maar blijkt een scheiding het meest voor de hand liggend. Anderen proberen alternatieve vormen van samenleving, want alleen-zijn is toch ook maar niks.

Niet alleen de wereld is bezig met het huwelijk, ook in gemeenten waar het eeuwig evangelie gebracht wordt, schenkt men er aandacht aan. Een voorganger – met zijn neus op de huwelijksproblemen gedrukt – vroeg zich af, waarom veel huwelijken mislukken, waarom het dikwijls zo moeilijk gaat en een bron van ergernis, strubbelingen en problemen kan zijn. Hij zegt: ‘Als kind van God ga je zoeken in het woord van God. Wat staat er in de Bijbel over het huwelijk, hoe is het van het begin af geweest, wat is Gods bedoeling ermee? Deze voorganger is samen met zijn vrouw gaan zoeken en praten en bidden:

  • ‘Ik heb er een paar keer over gepreekt. Dat maakte nogal wat los in de gemeente en zette velen aan het denken. Wij zijn er toen samen met de gemeente over gaan praten en hebben onze gedachten op papier gezet. Dat betekende niet alleen vernieuwing van denken, maar bleek voor diversen ook de oplossing te zijn voor de problemen waar men mee kampte.’

Enkele van deze gedachten volgen hier. Niet als dogma’s, maar meer als wegwijzers, als hulp bij het nog verder zoeken naar Gods gedachten over het huwelijk.

God is geest. Het begin van alle dingen, de zichtbare en de onzichtbare, de oorsprong. Ook van het huwelijk. Als kinderen van God interesseert het ons niet hoe de wereld het huwelijk ziet of hoe het bij de verschillende volken is ontstaan en zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld, maar hoe God het huwelijk ziet, wat zijn bedoeling ermee is. Wij weten uit het woord van God, dat de zichtbare dingen beelden zijn, afschaduwingen van de geestelijke werkelijkheden. Zo is de mens geschapen naar het ‘beeld’ van God en onderscheidt zich hiermee van de gewassen en alle levende wezens die uit de aarde zijn (Gen.1:11 en 24). De mens is van een hogere orde, omdat God persoonlijk de levensadem (geest) aan de mens geeft (Gen.2:7).

God zoekt en wil contact met de mens. Er staat zelfs, dat Hij onze geest met jaloersheid begeert (Jac.4:5). Het huwelijk van man en vrouw vormt het beeld van deze ‘werkelijkheid’, namelijk Gods verlangen om gemeenschap met de mens te hebben. De vrouw is uit de man (Gen.2:22). Mozes beschrijft dit lange proces, heel kort in het scheppingsverhaal: Adam gaf tijdens een diepe slaap leven aan de vrouw. Zo kreeg hij iemand van zijn niveau, aan hem gelijkwaardig. ‘Been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees’ (Gen.2:23). Een geweldig beeld van Jezus, de tweede Adam, die komen zou en die door zijn dood en opstanding leven geeft, geestelijk leven (Rom.5:14). God is geest en wie uit Hem geboren is, is geest(elijk). De laatste Adam zou kunnen zeggen: ‘Geest van Gods Geest’ (1 Cor.15:45). Aan God gelijkwaardig, van zijn niveau, waarmee de Vader en de Zoon gemeenschap kunnen hebben.

Het huwelijk is een beeld, een afschaduwing van een levend verbond. God is het ‘mannelijke’ en de mens het ‘vrouwelijke’. Deze verhouding geldt tussen haakjes ook met betrekking tot het optreden van satan, hoewel wij hierbij rustig van een ‘gedwongen’ huwelijk kunnen spreken (lees in dit verband eens Gen.6:1-4 en Jac.1:15). Met de uitstorting van Gods Heilige Geest na Jezus’ opstanding uit de doden is dit (werkelijke) huwelijk een feit geworden. Zo vormt Hij zijn gemeente, de vrouw en brengt haar tot hetzelfde niveau als waar Hij is. Het woord ‘U dan zult volmaakt zijn zoals(!) uw hemelse Vader is’, is niet zozeer een gebod als wel een belofte. Door zijn woord en door de kracht van zijn Geest herstelt Hij de mens om hem tot die volmaaktheid te brengen: ‘Een man zal zijn vrouw aanhangen en zij zullen tot een vlees zijn’ (Gen.2:24 NBG). Dat betekent niet alleen lichamelijke eenheid, maar een(s) zijn in alles, alle dingen samen doen. Het is een beeld van de werkelijke eenheid, want wie zich aan de Heer hecht, is één geest met Hem (Gen.2:24; Ef.5:31-32).

Man en vrouw zijn naakt (Gen.2:24), dat wil zeggen, dat zij niets voor elkaar te verbergen hebben, zij zijn argeloos. Zo ook de geestelijke mens die niets voor God en zijn broers en zusters te verbergen heeft en argeloos is (dit is zonder zonde). Dit grote geheim kan alleen binnen een zuivere gemeenschap bestaan en dat geldt dan zowel voor het beeld als voor de werkelijkheid. Innerlijk verdeeld kun je niet zijn, ook niet (in) de gemeente. Wees doorschijnend als glas (Op.21:21). Eén lichaam betekent dus een(s) zijn in alle dingen: een in de opvoeding, een in beslissingen, een in gebed (om er maar enkele te noemen, 1 Petr.3:7). Wat dat betreft horen opnieuw geboren christenen een geweldig aanpassingsvermogen ten opzichte van elkaar te hebben.

God zei tot Adam: ‘Wees vruchtbaar en wordt talrijk’ (teken van leven). Doel van het huwelijk is onder andere het gezinsleven, het scheppen van een goed klimaat om kinderen op te voeden tot zelfstandigheid. Ook geestelijk brengt de gemeenschap met God ‘vruchten’ voort, in je eigen leven, maar ook in dat van anderen. Ook in het huisgezin van God geldt de opvoeding tot zelfstandigheid. Als de man alleen het goede voor heeft met zijn vrouw, dan is het heerlijk om zo’n man ‘onderdanig’ te zijn en dan betekent dat niet een verlies van je eigen persoonlijkheid.

Zorg voor een goed huwelijk, want het natuurlijke komt eerst en daarna het geestelijke (1 Cor.15:46). Beeld en werkelijkheid zullen met elkaar in overeenstemming zijn. Daarom is het huwelijk van een man en een vrouw de enige door God ingestelde en voor Hem aanvaardbare vorm van samenleving. ‘De ware liefde zoekt niet zichzelf, maar de ander’ (1 Cor.13:5). Als je vrij (!) bent, ligt er een stevige basis voor een goed en gezond huwelijk.

God heeft de voorganger en de oudsten niet aangesteld tot rechter en scheidsrechters in natuurlijke zaken. Zij hebben geen gezag in natuurlijke dingen. Daarom interesseert ons het geestelijk leven van de gemeente. Zoek eerst het Koninkrijk van God in elkaar (het is binnen in ons), de rest volgt vanzelf. Het zichtbare ontstaat uit het niet­ waarneembare (Hebr.11:3). De ‘rest’ hoort bij de zichtbare dingen. Er zijn voorgangers en oudsten die liever (seksuele) problemen van anderen oplossen, dan er zelf naar streven een gaaf huwelijk te hebben. En in het ergste geval bemoeien dergelijke predikers zich nog liever met vrouwen dan met mannen… (2 Tim.3:6).

Leg niemand een juk met zware lasten op. ‘Je mag niet trouwen’ (celibaat). ‘Je moet trouwen, anders ben je niet volwaardig’. ‘Je moet kinderen krijgen’. Voorschriften m.b.t. de (lichamelijke) gemeenschap, het al of niet gebruiken van genees- en voorbehoedsmiddelen, enz. Vooral wettische geesten, die de schijn van godsvrucht als masker dragen, komen altijd met dergelijke voorschriften op het natuurlijke vlak. Al die dingen zijn zaken waarover man en vrouw beslissen in een zuiver geweten tegenover God. Of men zich nu periodiek onthoudt of misschien voorbehoedsmiddelen gebruikt, dit gebeurt met ‘onderling goedvinden’. Wees als man en vrouw eensgezind, ook in deze dingen. Dat ben je immers ook in andere zaken? En als er problemen zijn, zoek dan samen raad bij iemand die er verstand van heeft, iemand die je kunt vertrouwen en jullie kan helpen (huisarts, specialist, vrienden in de gemeente, goede boeken, enz.).

Het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, noch uit middelen, huisartsen, juristen en schoolmeesters, maar uit vrede, wijsheid en een goed geweten door de gerechtigheid van God. Daarom streven we naar gerechtigheid, dat wil zeggen Gods antwoord op alle problemen. Of beter nog, Gods bedoeling met ons, Zijn Wil. Als geestelijke bouwvakkers goed bouwen, voeden zij mensen op geestelijke zelfstandigen (net als in een gezin), die dan zeker in staat zullen zijn om in de zichtbare wereld hun eigen boontjes te doppen. ‘Beur de kleinmoedigen op, kom op voor de zwakken, heb geduld met iedereen’ (1 Thess.5:14).

Tot slot een paar belangrijke woorden van een deskundig gemeentebouwer, onze mededienstknecht Paulus, die geen enkel probleem uit de weg ging, maar die ernaar streefde om er achter te komen wat Gods bedoelingen met alles en allen was. Hij zegt onder meer:

  • ‘Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is toegestaan, maar niet alles bouwt op. Niemand zoekt het zijne, maar wat van anderen is’ (1 Cor.10:23,24).
  • Geef aan de gemeente van God geen aanstoot, zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden’ (1 Cor.10:33).
  • ‘Gelukkig zijn man en vrouw die zich geen verwijten maken bij wat zij samen goed achten’ (variatie op Rom.14:22).
  • ‘Niets is uit zichzelf onrein, alleen voor hem of haar die iets onrein acht is het onrein’ (Rom.14:14).
  • ‘Aanvaard de zwakken in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen. Wie bent u, dat u de knecht van een ander oordeelt?’ (Rom.14:1 en 4).

Het evangelie van Jezus is praktisch, ongecompliceerd, glashelder en rustgevend. De innerlijke gemeenschap van Christus en de zijnen is een diep en heerlijk geheim (Ef.5:32) en dat geldt ook voor de gemeenschap tussen man en vrouw, het huwelijk. Hou het zuiver!

Tot slot een paar Schriftgedeelten, die de moeite van het bestuderen waard zijn: 1 Cor.7:3-7 en 10-16, Ef.5:22-33; Matth.9:1-12; en Hooglied.