Het gebeurt nogal eens, dat José van Dalen ‘s morgens om 10 uur al buiten aan de wandel is met de baby. Niet, dat ze dat altijd leuk vindt. Ze moet wel vanwege de baby, die zoveel huilt. Ze heeft ontdekt dat het kind stil wordt en rustig inslaapt als ze met hem gaat wandelen. Zodoende.
Toen Peter geboren werd, waren ze dolgelukkig met hem. En ze hadden de beste voornemens. Een goed gezin wilden ze opbouwen. Met geduld en aandacht en gezelligheid en lekker veel lachen met elkaar. Maar nu dat gehuil. Uren per dag, uren per nacht. Ze hebben van alles geprobeerd. Dokter geraadpleegd, voeding gewijzigd, bedje verzet, matrasje veranderd, kamertje lichter gemaakt, kamertje donker gemaakt. Het kind blijft huilen. Een gehuil, dat langzaam slopend begint te werken op de ouders.
Goed begrijpen: puur natuur zijn deze ouders. Nooit gehoord van een geestelijke wereld, van waaruit kinderen kunnen worden geplaagd en aangevallen. Als je daar nooit van gehoord hebt, hoe gaat het dan? Het kind wordt prooi en als de rustverstoorder maar lang genoeg aanhoudt, worden ook de ouders prooi. Want met goede voornemens en een natuurlijke portie geduld, redt een mens het niet tegen het soort krachten, dat hier aan het werk is.
Het vele huilen van haar kind heeft José over de toppen van haar uithoudingsvermogen heen gejaagd. Het heeft gevoelens in haar opgeroepen, die ze niet voor mogelijk heeft gehouden. Waar ze van schrikt en zich later hopeloos schuldig door voelt. Ze heeft opwellingen als: wat denk jij wel wurm, dat jij mijn leven kunt regeren? En vlak daarop dan weer: wat ben ik voor een moeder om zo negatief over mijn kind te denken? Ik moet me schamen om dit hummeltje te zien als een veeleisende tiran, die m’n dagen en m’n nachten bederft. Waar blijf ik nou met m’n goeie voornemens, geduld en gezelligheid, weet je wel… En dan probeert ze ‘t weer: rustig blijven, geduldig blijven. En dan mislukt het weer…
Hoog tijd hè, dat José eens iemand ontmoet, die een gordijntje wegschuift. Zodat ze in de onzichtbare wereld kan kijken. Zodat ze de ware schuldige ontdekt en ophoudt zichzelf of het kind te beschuldigen. Ik kan u geruststellen. Zo iemand woont bij haar in de buurt. En kortgeleden zijn die twee elkaar tegen het lijf gelopen. Ieder achter de kinderwagen. Bij welke ontmoeting José al snel vertelde van het vele huilen. Waarop die ander peilde, dat José en haar kind al een beroerd eind waren meegesleurd en zij (die ander) formidabel veel zin kreeg om het werk van de duisternis, waar ze hier tegenaan liep te gaan ontmaskeren.
