Anneke

‘Kom je meteen uit school naar huis?’. ‘Ja hoor’, roept Anneke, terwijl ze haar fiets uit de schuur haalt. ‘Zou ze iets vermoeden?’, denkt ze als ze de straat uit fietst. ‘Zou ze weten dat ik een vriendje heb? Het kan haast niet. Ze heeft me nog nooit met hem gezien. En wat dan nog!’ Dit laatste zegt ze hardop en schudt haar haren in de wind en begint harder te fietsen. Toch blijft er onderweg een gevoel van onvrede in haar achter. Maar als ze even later de fiets in het hok zet en Peter op haar af ziet komen, verdwijnt elk vervelend gevoel. Peter… Ze was meteen verliefd geworden toen ze bij hem in de klas was gekomen – de vierde van het MBO – al bijna weer een maand geleden. Hij had haar ook meteen aardig gevonden, dat had ze wel gemerkt.

Het was gekomen, nadat ze verhuisd waren. Ze moesten ‘s zondags altijd een heel eind rijden om de samenkomst en de Bijbelstudies bij te wonen van de VEG-gemeente waar ze bij horen. Haar vader had nu een baan aangeboden gekregen in de plaats zelf. Voor haar was het ook fijn, want nu kon ze ook naar de avonden gaan, wanneer de jeugd bij elkaar kwam. Maar toen was Peter haar leven binnengekomen en dat had alles veranderd. Eerst had ze zich er nog wel tegen verzet, vooral ook omdat ze wist dat Peter niet geloofde. Tijdens een les Maatschappijleer had hij zich nogal negatief uitgelaten over God en gezegd dat iedere godsdienst opium was voor het volk. Nog meer van die wijsgerige opmerkingen had hij toen gemaakt. Ze was er eerst wel van geschrokken, maar het heeft haar er toch niet van kunnen weerhouden om met hem om te gaan, want ze mag hem erg graag. Hij is ook leuk, denkt ze nu, want er zijn meer meisjes die dat vinden.

Samen lopen ze nu de school binnen. Voordat de eerste les begint, vraagt Peter nog gauw of ze die middag na schooltijd samen een eind gaan fietsen. Zonder na te denken stemt ze hierin toe, maar als de les begonnen is, herinnert ze zich opeens wat ze haar moeder heeft beloofd. Ze zou toch meteen naar huis gaan uit school. Waarom heeft ze daar nou niet aan gedacht. Nu durft ze het hem niet meer te vertellen. Hij zal wei denken… Ze vindt het vervelend. ‘Hoe moet het nou’ denkt ze. ‘Peter zeggen dat ze haar moeder beloofd heeft meteen uit school naar huis te gaan, wat hij wel niet leuk zal vinden, of niets zeggen en gewoon met hem meegaan?’ Ze besluit tot het laatste. ‘Dan zie ik wel wat er van komt, want zo erg is het toch ook niet’. Ze probeert de stem in haar tot zwijgen te brengen. De stem die zegt dat ze moet doen wat ze haar moeder beloofd heeft.

Opeens schrikt ze, omdat haar naam genoemd wordt: ‘Anneke, ga jij eens verder’. Ze weet totaal niet aan welke zin ze toe zijn en aan het boek van haar buurmeisje ziet ze dat ze zelfs de verkeerde bladzijde voor zich heeft. Als ze met een rode kleur moet zeggen dat ze het niet weet, ziet ze behalve de afkeurende blik van de leraar ook een paar stiekem lachende meisjesgezichten. ‘Die zijn jaloers’ gaat het door haar heen, ‘omdat jij met Peter gaat’. Dan weet ze het helemaal zeker, ze gaat fietsen en niet naar huis… Wanneer ze dan eindelijk na schooltijd de stad uit fietsen, is Anneke druk en lacherig. Dat blijft ze, totdat het de hoogste tijd is om naar huis te gaan. Dan wordt ze stil en als onder het eten haar ouders vragen waar ze zolang geweest is, mompelt ze iets over huiswerk maken bij een vriendin. Als moeder dan zegt dat ze beloofd heeft meteen uit school naar huis te komen, vindt Anneke dat ze haar als een klein kind behandelen en vraagt ze of moeder haar soms in het vervolg uit school wil komen halen.

Ze windt zich zo op dat ze boos van tafel wegloopt en naar haar eigen kamer gaat. Daar aangekomen wil ze aan haar huiswerk beginnen, maar hoe ze ook haar best doet, steeds moet ze denken aan wat er is gebeurd. Je bent je belofte niet nagekomen. Je hebt gelogen. Je bent laf geweest. Zo gaat het maar door haar denken heen. Vooral dat laatste zit haar dwars. Sta ik niet bekend als het meisje dat overal rond voor uitkomt, thuis, op school en ook op de jeugdbijeenkomsten? Zeg ik niet altijd meteen wat er in mij naar boven komt? Hoe komt het dan dat ik nu zo stiekem ben? Heeft het iets met Peter te maken? Ik heb ook nog nooit met hem over het geloof gepraat. Wat heeft me dan altijd tegengehouden?’ Ze komt er niet uit en dat zit haar dwars. Als ze tenslotte toch wat tot rust komt, besluit ze zo gauw mogelijk met Peter te praten, want ze voelt wel dat het zoals het nu gaat ook niet kan doorgaan.

Haar ouders zitten intussen samen te praten. Ze hebben wel gemerkt dat hun dochter de laatste dagen anders dan anders is, maar dat ze zo doen zou, hadden ze niet verwacht. Beiden denken dat het komt door de verhuizing en de verandering van school. Ze willen haar nu ook niet meteen gaan ‘bepraten’, want dat dit niet het moment daarvoor is, voelen ze wel aan. ‘Laten we het de Heer voorleggen en Hem om wijsheid vragen; dan kiest Hij wel het moment waarop we kunnen praten,’ zo besluiten ze. Zo bidden ze of de Heer vooral ook op school hun dochter wil beschermen… Als moeder haar later op de avond nog iets te drinken geven wil, ziet ze dat Anneke naar bed is gegaan en in slaap is gevallen. Even streelt ze haar dochter over het voorhoofd en verlaat dan op haar tenen de kamer.

De volgende dag is er een onverwachte mogelijkheid om met Peter te praten. De leraar Engels is ziek geworden en ze hebben een uur vrij. Dan gaan ze met bijna de hele klas naar het stadspark. Anneke en Peter lopen achteraan – en wel zo langzaam dat ze tenslotte helemaal alleen zijn. Dan zegt Anneke dat ze met hem wil praten. Peter die wel merkt dat Anneke ergens mee zit, vraagt zich af wat haar bezighoudt. Dan begint Anneke te praten. Eerst verlegen, maar als ze merkt dat Peter aandachtig luistert, gaat het beter. Ze vertelt hem alles: dat ze verhuisd zijn, omdat haar ouders graag dichter bij de gemeente wilden wonen om wat meer contact te hebben met de mensen en dat ook zij daar blij mee was, omdat ze dan ook meer met de jongeren uit de gemeente kon omgaan. Als Peter dan vraagt wat die gemeente precies inhoudt, probeert Anneke hem uit te leggen waardoor de gemeente waar ze bij horen anders is dan de ‘gewone kerk’, waar ze eerst bij hoorden. ‘Wij geloven bijvoorbeeld niet dat God de mensen straft’, zegt ze dan, ‘maar dat Hij enkel goed is en dat van Hem alleen het goede komt en dat merken we in de gemeente, want daar komt zijn Wezen openbaar in de mensen, zoals dat ook in Jezus gebeurde toen Hij op aarde was, maar…’, eindigt ze dan, ‘ik weet niet of je dat begrijpt’.

‘Nee’, zegt Peter, ‘daar snap ik geen moer van, maar het interesseert me wel en weet je waarom .. omdat ik merk dat het jou interesseert. Waarom heb je me die dingen eigenlijk niet eerder gezegd?’ ‘Ik dacht’, zegt Anneke, ‘dat jij een hekel aan God had en ik durfde het ook niet te zeggen, omdat ik bang was dat je me uit zou lachen en niet meer met me om wilde gaan’. ‘Kom nou’, zegt Peter, ‘je moest eens weten hoe ik soms met deze dingen bezig ben, trouwens … de God waar jij het over hebt, ken ik helemaal niet. Ik heb wel veel boeken over allerlei godsdiensten gelezen, maar ik heb nooit geweten dat er een God is die Zich in de mens wil openen of hoe zei je het ook alweer?’ ‘Openbaren’, lacht Anneke. ‘Hij wil van de mens Zijn woning maken, betekent het eigenlijk, maar dan moet die mens zich eerst bekeren, dan zich laten dopen en dan zal hij wanneer hij erom bidt, vervuld worden met Gods Geest … zo zit het in elkaar’. ‘Goed begrijpen doe ik het nog niet’, zegt Peter, ‘en ik heb vragen zat’.

‘Weet je wat’, zegt Anneke dan opeens, ‘morgen is het zaterdag, dan hebben we vrij. Ik zal er vanavond met mijn ouders over praten en dan vraag ik of het goed is dat jij morgen bij ons komt, dan kun je niet alleen met m’n ouders kennis maken, maar dan kun je ze ook vragen stellen als je dat wilt tenminste’. ‘Ja nou’, zegt Peter, ‘maar het lijkt me dat jij er ook wel wat van weet, maar kom, nu moeten we nodig naar school, want als we te laat komen, heb je kans dat we morgen voor straf terug moeten komen’. ‘Dat nooit’, zegt Anneke en snel gaan ze terug naar school.

Als Anneke die avond gaat slapen, nadat ze alles aan haar ouders verteld heeft, dankt ze de Heer dat Hij zo goed is en ze bidt alvast voor de volgende dag. Ze hoopt dat ook een fijne dag mag worden als Peter er is.