Ze waren nog maar pas in de gemeente. En hun denken schommelde nog een beetje tussen oud en nieuw. Juist in die tijd kwam het telefoontje van de school. Of ze eens wilden komen praten ‘want het ging zo niet langer met Jeroen’. Hun Jeroen was altijd al een ‘moeilijk’ jongetje geweest (zo zeiden ze dat toen nog). Tijdens zijn kleuterjaren was er al vaak gepraat en gesust en gestraft omdat hij ongehoorzaam was, andere kinderen aftuigde, het spel verstoorde en dingen vernielde.
In de volgende klassen van de basisschool ging het niet veel beter. Groep 3 was hij doorgekomen dankzij veel tolerantie van de juf. In de vierde groep was hij bijna blijven zitten, maar omdat dat een klap zou zijn voor zijn wankel karaktertje, toch maar meegenomen naar de volgende groep. En nu dat telefoontje. En toen dat gesprek. De directeur van de school spaarde hen niet. Zijn woorden vielen als keistenen op hun hart. Onaangepast gedrag – slecht geconcentreerd – verkeerd woordbeeld – motorische onrust – moeilijk hanteerbaar.
Het ging over hun kind. De overredende stem, die het aanstuurde op maar één advies: laat hem eens grondig onderzoeken – zal er met de schoolarts over spreken – wordt waarschijnlijk een verwijzing naar een speciale school – inschakeling van bureau Jeugdzorg – onderzoek en behandeling – speltherapie – remedial teacher. Ze wisten er niet veel op te zeggen. ‘U hoort nog van ons’ zei de directeur. De enige met wie ze erover praatten, was een oudste van de gemeente waar ze kortgeleden waren gedoopt. Die zei alleen maar: leg het van je af, zo’n vaart zal ‘t niet lopen, er is een andere oplossing voor zo’n probleem. En hij begon iets te vertellen over kinderen-die-geheiligd-zijn-in-de-ouders en hoe ouders dat kunnen doen.
‘t Is de vraag of ze toen al precies begrepen wat er werd bedoeld. Deze dingen leert men niet even uit een gesprek. Deze dingen leert men langs ‘de weg van volharding en de vertroosting van de Schriften’. Men leert ze onder leiding van Gods Geest, men leert ze tussen en samen met mensen, die leren omgaan met de krachten van het Koninkrijk van God. Ook de ouders van Jeroen begonnen dat te leren. Elke dag de kinderen zegenen, elke dag de kinderen brengen voor de troon van God, ze losmaken van invloeden uit het rijk van de duisternis, zelf blijven binnen de lichtkring van het Koninkrijk van God en van daaruit met de kinderen omgaan. Zo werd Jeroen geheiligd in zijn ouders.
Dat is nu zo’n jaar of 6 aan de gang. Dat jongetje, over wie die dreigende woorden destijds zijn uitgesproken is nu dus 6 jaar ouder dan toen. Wat is er van hem geworden? Om te beginnen: die speciale school en bureau Jeugdzorg en zo is nooit meer ter sprake gekomen. Jeroen heeft gewoon de basisschool doorlopen. Niet schitterend, maar wel zonder zittenblijven. Er zijn met de school geen grote moeilijkheden meer geweest. Wel kleine, maar die konden in overleg met de leerkracht telkens worden opgelost. Bij de keus van het vervolgonderwijs is er nog wel even geaarzeld ‘gezien het karakter van dit kind’.
Jeroen is nu 3 jaar aan het middelbaar onderwijs bezig. Hoe doet hij het? ‘Talen kon beter’, zegt de mentor, ‘wiskunde prima, geschiedenis een uitblinker…’ ‘En in de klas’, vragen de ouders, ‘zijn houding, zijn omgang met de anderen, zijn inzet…?’ ‘O, dat,’ zegt de mentor met een brede lach, ‘een actief element in de klas en een van mijn meest geïnteresseerde leerlingen’.

