Zacharia 14:2-3
‘Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad’ Zach.14:2.
De Bijbel legt de verdrukkingen en benauwdheden niet allereerst op een natuurlijk volk Israël, maar de apostel schrijft: ‘Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis van God’ (1 Petr.4:17). Dit oordeel is de scheiding tussen goed en kwaad. Jezus is tot een oordeel in deze wereld gekomen en Hij zendt daarom Gods Geest uit om het werk van de heiligmaking in de met de Geest gedoopte christen te voltooien en zo het oordeel tot overwinning te brengen (Matth.12:20). In het huisgezin van God, de gemeente, wordt dus het oordeel het eerst voltrokken, want Christus wil aan zijn Vader een gemeente voorstellen zonder vlek en rimpel. De ware gemeente staat daarom bloot aan de aanvallen van het rijk van de duisternis, een grote verdrukking en God laat dit toe, om te laten zien, dat zij ertegen bestand is.
De doop met vuur
Ook in de eindtijd volgt er ná een machtige doop met Gods Geest een zware doop met vuur. Op een kerkvolk zonder de kracht van Gods Geest concentreren Satans demonen in de hemelse gewesten zich niet, maar zodra de gemeente weer als in het begin gaat functioneren, ontbrandt ook de geestelijke strijd ‘tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’ (Ef.6:12).
Armageddon
Deze strijd neemt toe, totdat hij zijn hoogtepunt vindt in het geestelijke Armageddon (Op.16:16). Zodra de gemeente dus weer op de juiste wijze gaat functioneren, komt ook de verdrukking. Dan worden ‘alle volken tegen Jeruzalem tot de strijd verzameld’ (verg. Ps.2:1-3). Deze ‘volken’ zijn beeld van de demonen en hun aanvallen concentreren zich vooral op hen die de volkomenheid najagen en de heerlijkheid van God zoeken. Deze demonen maken ook gebruik van ieder mens die zich daartoe beschikbaar stelt en dat zijn er vandaag heel veel. Zo wordt het geestelijke Jeruzalem verdrukt en gelouterd. Voor de inwoners van de stad geldt dan het beeld dat de psalmist gebruikt: ‘Alle volken omringden mij, zij omringden mij, ja zij omsingelden mij, zij omringden mij als bijen, zij werden als een doornenvuur uitgeblust’ (Ps.118:10-12). De Openbaring schildert deze verdrukking ‘als een zee van glas met vuur vermengd’, waar het volk van God moet doortrekken om, zoals eenmaal de kinderen van Israël, veilig de overkant te bereiken (Op.15:2).
In onze tekst staat: ‘De stad zal ingenomen worden’. Wie gelooft in de schuldvergeving, mag als rechtvaardig kind van God zich rekenen tot de burgers van het hemelse Jeruzalem, maar zij die gedoopt zijn met Gods Geest en die zich ook laten gebruiken ‘als levende stenen voor de bouw van een geestelijk huis’ (1 Petr.2:5), horen bij het koninklijke priesterschap; zij zijn verbonden aan de tempel van God. Satans demonen zullen dus in het bijzonder in de laatste dagen proberen de inwoners van het hemelse Jeruzalem door zonde krachteloos te maken en leeg te plunderen, of hen door ziekte te schenden. Jezus sprak m.b.t. deze demonische eindtijd, dat er een grote verdrukking zal zijn, zoals er niet geweest is van het begin van de wereld tot nu toe en ook nooit meer zijn zal (Matth.24:21). Deze grote verdrukking betreft niet het natuurlijke Israël, zoals het Maranatha sprookje verteld, maar de gemeente van Jezus. Deze verdrukking ligt allereerst en bovenal op het geestelijke terrein; daarin verschilt zij van alle voorgaande verdrukkingen en oordelen, zoals de zondvloed of de verwoesting van Jeruzalem.
De stad van God zal genomen worden, dit wil zeggen dat degenen die alleen de rechtvaardigmaking kennen door het geloof, in deze strijd niet kunnen overwinnen, maar het onderspit delven. ‘De huizen zullen geplunderd worden’, wil zeggen dat alles wat de inwoners van Jeruzalem geestelijk bezitten, geen bescherming en veiligheid zal geven tegen deze verschrikkelijke invasie van demonen, die vanuit de hemel of onzienlijke wereld geworpen zullen worden. ‘De vrouwen zullen verkracht worden’: dit beeld wijst erop dat de demonen met geweld zullen proberen gemeenschap te hebben met het volk van God. Wij hoorden zo’n aangevallene eens getuigen: ‘Het was of ik geestelijk aangerand werd’. Vooral de occulte demonen kunnen onverwacht op mensen vallen, die nauwgezet met de Heer leven. Deze kinderen van God komen dan in een sfeer van angst en depressie, die zij maar al te dikwijls niet verklaren kunnen, doordat hun geweten hen niet aanklaagt over een bepaalde zonde. Alleen zij die aangegord zijn met de kracht van Gods Geest en onderscheiding en kennis verkregen hebben van deze wetteloze demonen en hun streven, hebben ook inzicht in de methode om te overwinnen en te ontkomen.
De Voorhof prijsgegeven
Wij merken dus op dat alleen zij die horen bij ‘de rest’ of tot de tempel, gelegen op de berg Sion (beeld van Gods Geest), niet zullen worden ‘ingenomen’. Openbaring 11:1,2 zegt hierover: ‘Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, er buiten, en meet die niet, want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertrappen’. Het zal dus blijken dat velen niet bestand zullen zijn tegen deze loutering. Zo ontstaat een scheiding tussen het ware volk van God, dat ondanks verdrukking volhardt en staande blijft en een gedeelte dat de strijd te zwaar vindt, uit de stad wegtrekt en voor ballingschap kiest. Zij laten dan los wat zij hebben, omdat ze de strijd niet langer aandurven of schuwen. Dan worden zij weggevoerd uit de stad van God om als ballingen opnieuw te verblijven in het rijk van de duisternis. Hun overkomt dan, ‘wat een waar spreekwoord zegt: Een hond, die teruggekeerd is naar zijn uitbraaksel, of: een gewassen zeug naar de modderpoel’ (2 Petr.2:22).
Deze scheiding is nu al bezig zich te voltrekken. Velen verkopen hun eerstgeboorterecht (als ze die al hadden) voor de schotel linzenmoes die de invloedrijke en grote organisaties hun voorhouden. Wie Jezus echt volgen wil, wie het Koninkrijk van de hemelen zoekt en jaagt naar de volkomenheid, weet dat er een steeds grotere verwijdering en distantiëring komt met hen die de waarheid en de kracht van God niet volkomen accepteren. Terwijl een ‘rest’ steeds hoger de berg van God bestijgt, wordt een grote menigte voortdurend verder misleid en weggeleid van het geluk en de heerlijkheid van God. Onder hen die op Sions hoogte blijven wonen binnen de muren van Jeruzalem, zullen de gaven van de Geest als een buit verdeeld worden en deze zullen dan ten volle tot ontplooiing komen.
Een geestelijke oorlog
‘Dan zal de Heer uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd’ 3.
Ook hier gaat het bij de verklaring van de tekst tussen een natuurlijke interpretatie óf een geestelijke. Wordt hier geprofeteerd over een aardse strijd of over een oorlog in de hemelse gewesten? Is hier sprake van een aards Armageddon in de Emek, of van een beslissende fase van de ware gemeente in haar ‘worsteling tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’ (Ef.6:12)? De ‘natuurlijke’ exegese moet zich bezighouden met problemen over ‘de paarden, de muildieren, de kamelen, de ezels en alle dieren die in die legers zijn’ (vers 15) en met de ‘kleine en grote schilden, bogen en pijlen, knotsen en speren’ (Ez.39:9), dus met dieren en wapens die wel belangrijk waren in het stenen en bronzen tijdperk, maar die niet passen in een moderne kernoorlog. Talloze Amerikaanse en Europese eindtijdsites moeten dan dienen om het Bijbelwoord voor de ‘eenvoudige’ bezoeker waar te maken en hem doen geloven dat dit alles in de tijd van het einde zeer wel mogelijk is.
De ‘geestelijke’ verklaring gaat echter van het axioma uit dat het Oude Testament alleen begrepen kan worden bij het licht van het Nieuwe Testament. Het was juist de letterlijke, natuurlijke uitlegging van de profetieën door de Schriftgeleerden, die het joodse volk aanspoorde Jezus te verwerpen. Het is deze aardse exegese die elke vergeestelijking uitsluit en die parallel loopt met de ongeestelijke visie van de Maranathabeweging in onze tijd. Het Israël van God vindt ook de belofte dat de Heer dezelfde is die zijn voeten zal zetten op de Olijfberg, dus Jezus die op zal trekken tegen de demonen van de duisternis op dezelfde manier als Hij vroeger tegen hen streed. Wij worden hier dus bepaald bij de Mensenzoon die door de steden en dorpen trok ‘brengende het evangelie van het Koninkrijk en genezende alle kwalen onder het volk’ (Matth.4:23). Hij voerde daarbij geen oorlogen van de Heer zoals het Oude Testament deze beschrijft, maar Hij verdreef de vijanden van Gods volk in de hemelse gewesten. Wij horen de menigte zich verbaasd afvragen:
- ‘Wat is dit? Ook de onreine geesten geeft Hij bevelen en zij gehoorzamen Hem!’ (Marc.1:27). Overal zien wij hoe Hij de vijandelijke ‘volken’ overwint, wanneer Hij demonen uitwerpt en bezetenen bevrijdt.
- Mattheüs 4:24 luidt: ‘En zij brachten bij Hem allen die er slecht aan toe waren en door allerlei ziekten en pijnen bevangen waren, en die door demonen bezeten waren, lijders aan vallende ziekte en verlamden; en Hij genas hen.’ Hij was het ook die van ieder van zijn volgelingen getuigde: ‘De werken die Ik doe, zal Hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader’ (Joh.14:12).
- Ook lezen wij zijn uitspraak: ‘Als tekens zullen deze dingen de gelovigen volgen: In mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven’ (Marc.16:17).
- Wij zijn daarom blij dat wij in deze laatste dagen leven en ingeschakeld worden in dezelfde strijd: Het is immers het ‘het jaar van het welbehagen van de Heer en de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden te troosten; om over de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, zodat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting door de Heer, om Hem te verheerlijken’ (Jes.61:2,3).
De profeet geeft dan nog de heerlijke belofte met betrekking tot het herstel van de beschadigde en overweldigde mens, dat het geestelijk Israël de overoude puinhopen zal herbouwen en het verwoeste uit vroeger tijd zal doen herrijzen (Jes.61:2-4). Wij denken hierbij aan de aangevochten mensen, de geestelijk verminkten, de imbecielen en allen die zuchten onder de druk van de demonen. Al deze armen van geest zullen op dezelfde wijze door de zonen van God verlost worden zoals Jezus dit vroeger deed. Bij de openbaring van de zonen van God zal blijken dat Jezus dezelfde is, gisteren en vandaag. Zij dragen dan zijn beeld en de wereld wordt door hen opnieuw geconfronteerd met de Zoon van God. Deze laatste getuigen zijn aan Hem gelijkvormig en brengen het evangelie van het Koninkrijk. Zij doen tekens en wonderen in zijn Naam en herstellen allen die hun toevlucht zoeken bij Jezus Christus. De gemeente in de eindtijd brengt geen verwaterd en vervalst evangelie, maar de woorden die in de dorpen van Galiléa gehoord werden, klinken dan duizendvoud over de hele aarde. De eindtijdgemeente bestaat uit een menigte van overwinnaars, uit koningen en priesters.
Een voortijdige opname?
Bij deze laatste worsteling met de vijand is er geen sprake van dat de Heer zijn gemeente zal opnemen vóór het gevaarlijke uur, want dat zou desertie betekenen tijdens de strijd in de hemelse gewesten. Zij vormt echter een leger van God dat uittrekt ‘overwinnende en om te overwinnen’ (Op.6:2). De oorlog vindt zijn hoogtepunt in de slag bij Armageddon, die het einde betekent van de oorlogen van de Heer in dit tijdperk – vóór het duizendjarige rijk – van de strijd van Gods volk tegen Satans demonen. Dan zal ‘in die dagen’ het rijk van de antichrist instorten, wanneer deze vijand van de ware gemeente met zijn occulte legermacht met de zonen van God in de hemelse gewesten oorlog voert.
In de verklaring van de Openbaring in de serie: ‘De openbaring van Johannes’ beschrijven wij uitvoerig hoe de antichrist met zijn gemeente ten onder zal gaan. Vanuit deze voorstelling van zaken kan de lezer dan ook een begrip krijgen van de plaag die de volken zal treffen, zoals in vers 12 staat:
‘En dit zal de plaag zijn waarmee de Heer al de volken zal treffen die tegen Jeruzalem hebben gestreden: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren; de ogen van allen zullen wegteren in hun kassen en de tong van allen zal wegteren in hun mond’ (Zach.14:12).






