- ‘De zee stond de doden die ze in zich had, af en ook Dood (hemzelf) met zijn doodengelen stonden hun doden af en iedere dode werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden Dood, zijn doodengelen en zijn dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het levensboek bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid’ (Openb.20:13-15).
De vuurpoel
Het laatste oordeel gaat over de scheiding die in het dodenrijk gebeurt. Daar zijn geen doden die opnieuw geboren waren en in Christus waren ontslapen. Dezen stonden immers op bij de eerste opstanding tijdens de terugkomst van de Mensenzoon vóór de slag van Armageddon (Op.11:12; 16:16). Het gaat hier in de tekst over de gestorvenen van alle eeuwen. Miljarden mensen vanaf Adam tot en met hen die met Gog en Magog ten onder gingen (Op.20:7-10). Onder hen zijn goede en kwade mensen die óf als rechtvaardigen hadden geleefd, óf zonder God hebben geleefd. Er zijn er die honger en dorst hadden naar de gerechtigheid, maar het evangelie van Jezus Christus nooit hoorden. Maar ook zijn er die tijdens hun aardse bestaan de duisternis van de demonenwereld liever hadden dan het licht van de ingeschapen wetten van God, dus de door God ingeschapen stem van het eigen geweten. Dit hadden zijn bewust zelf dichtgeschroeid met brandijzers.
De rijke man en de arme Lazarus
In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus zei Jezus dat er een absolute scheiding is in het dodenrijk. Er is sprake van een onoverkomelijke kloof tussen ‘de gezegenden van de Vader’ en ‘de vervloekten’. Lazarus (God is mijn hulp) is beeld van de zuchtende schepping, die al op aarde reikhalzend uitzag naar het openbaar worden van de zonen van God. Daarom werd Lazarus in de Hades getroost met de zekerheid van een opstanding ten leven. De rijke man leed echter helse pijnen omdat hij tijdens zijn leven op aarde alleen maar voor zichzelf geleefd had. Hij was niet bewogen met de mensen om zich heen die het veel moeilijker hadden. Hij leefde dus niet naar het evangelie van Jezus Christus, waarnaar alle mensen zullen worden geoordeeld. De onoverbrugbare kloof betekent dus een eeuwige scheiding, die bij het laatste oordeel gehandhaafd zal blijven. Het gaat er dan om of de mens in zijn wezen één is geworden met de satan of niet.
De rechtvaardigen en barmhartigen
Onder de goeddoende heidenen die Jezus niet kenden, was bijvoorbeeld de Romein Cornelius, een hoofdman van de zogenaamde ‘Italiaanse afdeling’. Van deze militair van hoge rang werd gezegd dat hij geloofde in God. Hij vereerde Hem met heel zijn huis, gaf veel giften en bad geregeld tot God. Ook de kapitein te Kapernaüm was het waard, dat Jezus hem een gunst bewees (verg. Rom.2:14,15). Duidelijk wordt in het laatste gedeelte van de Toespraak op de Olijfberg gesproken over de eindbestemming van zulke rechtvaardigen en barmhartigen. Zij ontvangen eeuwig leven.
Een eeuwige scheiding

De onrechtvaardigen en onbarmhartigen ondergaan echter de eeuwige straf:
- ‘Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet. Dan zullen ook zij antwoorden: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd? En Hij zal hun antwoorden: Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijksten niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor Mij niet gedaan’ (Matth.25:42-45).
Alle zonden vinden hun oorsprong in de gemeenschap met de satan en zijn demonen. Er zijn echter twee categorieën zondaars:
- Zij die het kwade doen hoewel zij dit niét willen.
- Zij die graag onschuldige mensen bij massa’s vermoorden, zoals o.a. vandaag op wereldschaal gebeurd.
Wanneer goedwillende mensen sterven, gaan de demonen niet met hen mee naar het dodenrijk. De bestemming van de demonen is immers het eeuwige vuur. Daarom zeggen de goedwillende tot de Heer: ‘Bent U gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd door ons in het dodenrijk te werpen?’ Het antwoord is nee! Wanneer de goedwillende mens sterft, laten de demonen hem graag los. Zo’n gestorvene komt dan aan de lichtzijde van de kloof, waar ook Lazarus is. Daar is nog een vorm van genade, een overblijfsel van leven, want daar is ‘water’; beeld van verkwikking en leven (Lucas 16:24), verg. Openb.6:11.
De zee – Beeld van het dodenrijk met haar drie regionen

Een ander beeld van het dodenrijk is de zee. In vers 13 staat: ‘En de zee gaf de doden, die in haar waren’. Het bovenste gedeelte van de zee heeft nog licht en lucht. De doden daar hebben nog leven in zichzelf. Er zijn echter ook mensen die bewust en opzettelijk zondigen. Zij hebben de duisternis liever dan het licht. Voor hen geldt: ‘wie zich aan de duivel hecht, is één geest met hem.’ Wanneer zij sterven, weigeren zij de demonen die mét hen waren verbonden los te laten. Zij nemen ze tegen hun wil mee naar het dodenrijk. Zo werd van Judas gezegd, dat hij een duivel was. Toen hij stierf, ging hij met zijn demon ‘naar zijn eigen plaats’ in de diepte van het dodenrijk (Hand.1:25). Hij kwam dus aan de lichtloze zijde van de onoverbrugbare kloof, waar de zondemachten de eeuwige scheiding met God vormen:
- ‘want uw ongerechtigheden (uw demonische machten) zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God’ (Jes.59:2).
Jezus sprak over een man bij wie een molensteen om zijn hals was gehangen en die in de duistere diepten van de zee werd verzwolgen (de afgrond). Een treffend beeld van een mens die in het dodenrijk met satans demonen verbonden is. De onoverkomelijke kloof is dus de scheiding in het dodenrijk tussen de zielen die met hun demonen zijn verbonden en hen die bij hun sterven bevrijd werden van de demonen.
Wat gebeurt er nu bij het laatste oordeel? De zonen van God staan wat de bevrijding van de zuchtende schepping betreft, nu voor hun laatste en grootste opdracht, want ‘de laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood’. In deze oorlog tegen de Dood zelf en zijn ondergeschikte cipiers, de gevallen serafs (doodsengelen), gaf Jezus weer het voorbeeld. Tijdens zijn leven op aarde overwon Hij de demonenlegers, maar na zijn sterven drong Hij de Hades binnen om de dood van zijn kracht te ontroven (2 Tim.1:10). De dood moest Hem loslaten en Jezus werd ‘het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is’ (Col.1:18). Bij deze nieuwe geboorte werden de weeën van de dood ontbonden, of hielden ze op (Hand.2:24). Allen die in Hem zijn, hebben deel aan zijn opstanding en komen niet in de dood, want ze zijn in zekere zin mede eerstelingen onder Gods schepsels (Jac.1:18).
Overwinning over Armageddon, Gog en Magog en het hele dodenrijk

Bij het laatste oordeel doen de zonen van God iets wat zij tot dan nooit hadden gedaan en hun ook niet was geoorloofd. Zij dringen, net als hun Meester dit eenmaal deed, als overwinnaars het dodenrijk binnen om de zuchtende schepping aldaar te bevrijden.
- Zij overwinnen de antichrist en zijn legers in het hemelse Armageddon met als gevolg dat zij met het beest uit de afgrond in de vuurpoel wordt geworpen.
- Zij overwinnen over Gog en Magog waarna de duivel met zijn engelen ook in de hel worden gesmeten.
- Nu gaan zij het dodenrijk ‘binnen’ en breken daar alle banden en machten, zodat alle banden van de dood worden overwonnen.
Hoe lang dit werk zal duren is onbekend. Het gaat immers over een eeuwige en absolute scheiding tussen miljarden vrijgekomen gevangenen. Duizenden jaren heeft het dodenrijk gezegd: ‘Geef, geef en nooit was het genoeg, maar nu breekt de ‘dag’ aan, dat het zijn bewaarden moet teruggeven.
De massa’s satanaanbidders (slechte mensen) vluchten naar de vuurpoel
De exodus van de gestorven mensheid is begonnen. Dood en zijn serafengelen (cipiers van het dodenrijk), zullen dan als laatste vijanden in de buitenste duisternis worden toegevoegd aan het rebelse, geïsoleerde, satanische complot dat hen wacht. Mensen die ook vandaag nog de duisternis lief hebben, komen ook in het eeuwige verderf dat voor hen niet bedoeld was. Zij hebben God en zijn Zoon Jezus altijd gehaat via hun smerige werken en krijgen van hun werkgever (de satan) ook hun volledige loon uitbetaald! Deze satanaanbidders hebben daar immers recht op:
- ‘U bent rechtvaardig, Heer, Die is en Die was en Die zal zijn, dat U dit oordeel geveld hebt. Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het! En ik hoorde een ander bij het altaar vandaan zeggen: Ja Heer, almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig’ (Op.16:5-7).
Eilanden en bergen vluchten weg
Er staat dat de aarde en de hemel vluchtten. Veel letterknechten die de Bijbel en de kaft letterlijk nemen en hem niet willen vergeestelijken, stuiten bij hun verklaringen op onoverkomelijke bezwaren, nog groter dan ze al hadden met hoofdstuk 6:14 en 16:20. Daar staat dat bergen en eilanden van hun plaats werden gerukt, dat eilanden wegvluchten en bergen niet meer werden gevonden. Deze exegeten zetten daarom ‘aarde en hemel’ tussen aanhalingstekens, waarmee ze bedoelen dat die woorden figuurlijk moeten worden opgevat. Wat dit ‘vluchten’ dan wel betekenen moet, wordt er niet duidelijker op.
Het zijn echter beelden van mensen en gevallen engelen, die letterlijk wegvluchten. Wanneer de cipiers van de ‘gevangenis’ zijn uitgeschakeld, dus de doodsengelen van hun kracht zijn beroofd, beginnen de vrijgekomen geesten ogenblikkelijk te vluchten voor het licht dat van de grote witte troon afstraalt. Dit beeld kan men vergelijken met een man, die met een sterke lamp in een donkere kelder schijnt. Het ongedierte raakt daar in paniek en vlucht naar alle kanten om beschutting te zoeken.
Gadara als voorbeeld

Voor de demonen, die met de slechte mensen verbonden zijn, is echter geen plaats meer in de hele schepping van God. Zij vluchten daarom samen naar de buitenste duisternis of het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Denk hierbij aan wat in Gadara gebeurde, toen de demonen buiten ‘het land’ werden gezonden. Zij voeren in een kudde van ongeveer tweeduizend zwijnen, die volkomen bezeten langs de helling in de zee stormden. God werpt de mensen niet in de hel, maar door hun verbinding met de onreine demonen zijn ze niet meer in staat om te staan voor de Mensenzoon. Zij komen met de vluchtende demonen in het eeuwige vuur, waar de antichrist met het beest uit de afgrond en de duivel met zijn engelen hen al voorgingen:
- ‘De lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars, met de wreedaards, de hardvochtigen, de occultisten, de despoten en de gierigaards – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood’ (Openbaring 21:8).

