Slapen en waken

‘Laten wij dan niet, net als de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ‘s nachts en zij die dronken zijn, zijn ‘s nachts dronken. Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde en met de hoop op de redding als helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het ontvangen van de redding, door onze Heer Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, zodat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. Bemoedig elkaar daarom en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet’ (1 Thess.5:6-11).

Wanneer opnieuw geboren christenen Avondmaal vieren, denken ze aan de woorden van Paulus: ‘Vertel van de dood van de Heer, totdat Hij komt’. In de brief aan Paulus aan de Thessalonicenzen wordt veel gesproken over de komst van de Heer, denk aan 1 Thess.4:13-18. In bovengenoemd gedeelte wordt hier ook over geschreven. Paulus vindt het niet nodig om over de tijden en gelegenheden te schrijven. Tijden en gelegenheden in het meervoud. Het gaat hier over de eerste en tweede komst van Jezus Christus. Bovendien zullen er nog meer dingen gebeuren in het koninkrijk van de hemelen waarvan het niet nodig is om over te schrijven, omdat deze dingen allen liggen in de hand van God (Hand.1:7). God heeft geen agenda waarin aan te wijzen is wat en wanneer er iets gaat gebeuren. Ook niet voor de ‘tijdperkenknippers‘ met hun 70 jaarweken sprookje.

In Daniël 2, waar Daniël het beeld van Nebukadnezar zag, staat beschreven dat God de tijden en gelegenheden verandert. Hij heeft de macht om tijden te veranderen. Niet aan de hand van kalenders e.d., maar God kijkt naar de ontwikkeling. Als de gemeente er voor rijp is, is er een volgende stap mogelijk. Er wordt gezegd dat de dag van de Heer onverwacht komt. Maar voor wie komt het onverwachts? Voor wie zal dit een verschrikking of een zegen zijn? Jezus zegt in zijn toespraak op de Olijfberg:

  • ‘Maar weet dit: Als de heer van het huis geweten had, in welke nachtelijk uur de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en in zijn huis niet hebben laten inbreken. Daarom, wees ook u bereid, want op een uur, dat u het niet verwacht, komt de Mensenzoon’ (Matth.24:43,44).

De terugkomst van Jezus – Opgenomen of achtergelaten?

Het gaat hier over de komst van de Mensenzoon op de dag van de Heer. Hiermee wordt de terugkomst bedoeld. Er is sprake van een samengestelde dag, want er is duisternis èn licht; er is vrolijkheid en leven èn angst en bezorgdheid. Als de Heer terugkomt met de ontslapenen, gaan we een nieuw tijdperk in. Paulus waarschuwt mensen, die roepen: ‘Vrede, vrede en geen gevaar’, maar er zal toch een plotseling verderf over hen komen. Wie zijn zij? Het zijn de afvalligen, zij die gevallen zijn uit de hemelse gewesten (Op.6:13; 8:6-11).

Horen opnieuw geboren christenen bij de afvalligen of zijn zij als gemeente, samen en ieder persoonlijk, bezig met de dingen van de Heer? Denk aan de gemeente te Efeze. In Openbaring 2:4,5 staat dat ze hun eerste liefde hebben verlaten en zijn gevallen van de hemel op de aarde. Als christenen dat ook doen, zijn zij niet voorbereid op de dag van de Heer, de dag van Zijn terugkomst. Dan gaat het met de gemeente als het volk Israël. Dat volk sliep.

In 1 Thess.5 wordt veel gesproken over slapen: Mensen die ’s nachts slapen, mensen die in de duisternis slapen; hetzij wij slapen, hetzij wij waken. Wat bedoelt Paulus met dat slapen? Opnieuw geboren christenen willen niet in slaap vallen, zij willen wandelen met Jezus. De vertaling van het woord ‘wandelen’ wordt in het Engels weergegeven als ‘conversation’. Er is sprake van converseren met Jezus als men zich openstelt voor het Woord van God, zodat men inzicht krijgt in Gods gedachten. Als iemand slaapt, kan men niet met hem communiceren, dat heeft geen zin. Zo is het volk Israël in slaap gevallen, God kon niet meer met hen communiceren. Ze luisterden niet meer, ze leefden niet meer.

De Heer altijd verwachten

De mens is gemaakt om te leven, te waken. Maar Israël sliep, daarom waren ze blind en doof voor de dingen van God. Ze konden geen signalen meer uit de hemel opvangen. Simeon kon dat nog wel, hij wist dat er een bijzondere tijd aan zou breken. Ook Anna kon dat: toen Jezus in de tempel gebracht werd, wist ze dat ze daar al die tijd naar toe had geleefd. Zij hadden beiden een toekomstverwachting over de verlossing van Israël, zij waren er dag en nacht mee bezig. Zo roept Paulus op om bezig te zijn met de komst van de Heer. Als men er niet mee bezig is, komt de dag onverwacht. Maar wij moeten letten op de signalen uit de hemel en luisteren naar de stem van God. Dat betekent niet dat men stilzwijgend omhoog moet gaan staren, maar dat men bezig moet zijn met de woorden van God. ‘Hij zal het uit het Mijne nemen en het u vertellen’ zei Jezus. Als men dan een deel uit de Bijbel leest, wil men horen wat God wil zeggen. Daarbij verstaan we ook wat we lezen en lezen niet alleen wat er staat. De zonde van Israël was dat ze deze signalen van de geestelijke wereld niet op wilden vangen:

  • ‘Hij kwam tot het zijne, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen’ (Joh.1:11). Zij roepen wel steeds dat het vrede is, maar Jezus zegt zelf: ‘Och, zag u op deze dag maar de weg naar de vrede; maar die is verborgen voor uw ogen’ (Lucas 19:42).

Er gebeuren genoeg (aardse) dingen die bang kunnen maken en die erop wijzen dat er een nieuwe tijd is aangebroken. Maar kan men door het luisteren naar Gods stem, ook signaleren dat er een andere tijd is aangebroken? Of dat de Heer terug komt? Vangen kinderen van God die signalen op die hen blij maken? Jezus zegt in de synagoge n.a.v. Jesaja:

  • ‘Vandaag is dit voor uw oren vervuld, het aangename jaar van de Heer’ (Lucas 4:19). Paulus spreekt over ‘de dag van het welbehagen van de Heer’.

Om dat te kunnen zeggen, moet men wel luisteren naar de signalen. Dan is de dag van de komst tegelijk duisternis en licht. Als men luistert naar wat de Geest tot de gemeente zegt, is het licht voor hen. De vrede, die Jezus brengt, bestaat uit rust in het hart, het leven in gemeenschap met de Heer, het afwezig zijn van stoornissen. Alles heeft te maken met de onzienlijke wereld, maar er zijn velen die dat niet begrijpen of willen zien.

Het slapende Israël

Jezus zegt daarom over het Jeruzalem van het slapende Israël:

  • ‘Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen en zij zullen u en uw kinderen in u vertrappen en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat u de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag’ (Lucas 19:43,44).

De tweede komst van Christus is een gegeven, maar het is geen statisch iets. God heeft geen kalender waarop aangegeven wordt, wanneer die dag komt. Kinderen van God hebben de opdracht gekregen om van de dood van de Heer te getuigen, het Avondmaal te vieren totdat Hij komt. Zij vertellen daarmee dat Jezus voor hun zondeschuld is gestorven en dat zij daardoor kunnen leven.

In de gemeente zijn helaas ook mensen die in slaap gevallen zijn. Ze voelen zich er niet meer thuis, ze communiceren niet meer omdat er geen contact meer is in de geestelijke wereld. De blijdschap en vrede verdwijnt, zij leven verder in de duisternis. Zo ontstaat er een scheiding, die er niet moet zijn als men samen Avondmaal viert. Bij het Avondmaal wordt duidelijk gemaakt dat men met elkaar communiceert en met elkaar geestelijk gemeenschap heeft. Vanwege de slapende gemeenteleden schreef Paulus daarom ook aan de Thessalonicenzen:

  • Wij verzoeken u broers, hen die onder u moeite doen, die u leiden in de Heer en u terechtwijzen, te erkennen en hen zeer hoog te schatten in liefde, om hun werk’ (hfdst.5:12).

Ware gelovigen willen niet ’s nachts slapen, d.w.z. leven in het rijk van de duisternis, zij willen niet dronken zijn, verward door satans demonen die grip op hen proberen te krijgen.

Ontwaak uit uw slaap!

Wat doet u? Slaapt of waakt u? Geeft u zich geheel aan de gemeente? Het slapen of waken heeft alles te maken met de terugkomst van de Heer. Paulus benadrukt het ‘samen’ leven met Hem. Vaak wordt dit in de natuurlijke wereld ingevuld door bijvoorbeeld een familiegraf te kopen, zodat de hele familie ‘samen’ zal zijn als de Heer terug komt. Maar de graven zullen niet letterlijk opengaan bij Jezus terugkomst. Paulus heeft het over de geestelijke wereld, waar het natuurlijke lichaam wordt gezaaid en het geestelijke lichaam wordt opgewekt. Daarom roept hij op: ‘Ontwaak, u die slaapt en sta op uit de doden, want de dag is nabij!’ Als je slaapt, overvalt de komst van de Heer je als een dief in de nacht, waarbij je zo overrompeld wordt door alles, dat je de Heer zelf niet eens opmerkt. U wilt toch ook niet in slaap vallen, u wilt toch ook waken, u wilt toch horen bij de zonen van het licht en zonen van de dag zijn?

Geen ‘kinderen’ maar zonen 

Het woord ‘kinderen’ had niet in deze tekst moeten staan, dat is een heel ander woord, het gaat hier over ‘zonen’. Zonen van het licht, daar gaat leven, blijdschap en kracht van uit. Zonen van de dag van de Heer, als de Heer terugkomt, zijn opnieuw geboren christenen, de zonen en dochters van God die dan geopenbaard en verheerlijkt zullen worden. De dag van de Heer is voor de slapenden een dag vol zorg en angst, omdat zij niet de dag van de redding en verlossing zien. Zij kunnen niet ontkomen omdat zij geen uitweg hebben. Zij kennen alleen een weg in de natuurlijke wereld, terwijl de weg in de hemelse gewesten de weg tot eeuwige verlossing is. Op die weg ontvangen zonen van God kracht om door te gaan. Wees nuchter in 2 werelden, zowel op aarde als in de hemel. Sta met beide benen op de grond en wees bedachtzaam op de satan die rond gaat, zoekend wie hij kan verslinden.

De goede strijd

Rust je toe met de harnas van het geloof, omdat je aangevallen wordt door satans demonen in de geestelijke wereld (Ef.6:10-24). Stel tegenover die aanvallen het evangelie van het Koninkrijk van de Hemelen. Rust je toe met de waarheid, stel je positief op in de gemeente, bid voor je broers en zussen, zodat je samen de strijd kunt aangaan. Hanteer ook de helm van de hoop van het geluk. Dan wordt u niet overgeleverd aan de demonen van de duisternis (de toorn), maar dan houdt u de Heer Jezus Christus vast.

Hetzij wij waken, hetzij wij slapen

Dit woord slapen heeft een andere betekenis dan eerder in deze tekst. Het Nederlandse woord ‘ontslapen’ komt niet in de andere vertalingen voor, men kan het ook vertalen als ‘in slaap gevallen’. Bij dit slapen bedoelt Paulus de broers en zussen die gestorven zijn. Zij kunnen niet meer communiceren, maar ware gelovigen doen dat ook niet meer met hen. Zij nemen geen contact meer met hen op, omdat hen dat ook met andere, duistere geesten in contact zal brengen. Zij die gestorven zijn, zijn onttrokken aan de natuurlijke wereld. Ook zijn zij niet meer te beïnvloeden in de luchtsfeer, door de machten van de duisternis, want het koninkrijk van God was in hen. Zij hebben hun intrek genomen bij Jezus en wachten op de komst van de Heer (1 Thess.4). Paulus wil de kinderen van God daar niet onkundig in laten, omdat zij met hen verenigd zullen worden. Zij zullen samen met de Heer leven. Het Avondmaal wordt gevierd tot de Heer terugkomt. Als Jezus met zijn leerlingen het laatste Avondmaal gevierd heeft, zegt Hij:

  • ‘Voorzeker, Ik zeg u, Ik zal voorzeker niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken, in het Koninkrijk van Mijn Vader’.

Die dag (de dag van de terugkomst en nieuw) betekent op een nieuwe wijze, wel bekend maar in een andere situatie. Jezus komt terug met zij die ontslapen zijn, met hun geestelijk lichaam in de lucht, het terrein waar Jezus ook was, in het bastion van de vijand. Bij de opstanding was Jezus in de lucht, in de onzichtbare wereld die bij de aarde hoort en waar de vorst van de duisternis nog de baas is. Ook zij, die ontslapen zijn, waren in de lucht: de dood en het dodenrijk hebben (een deel van) de doden teruggegeven en zij verschenen aan velen (Ef.4:8). Paulus zegt: dit zal opnieuw gebeuren. De dag van de Heer komt, voor velen een moment van angst, maar als men in de geestelijke wereld leeft, verwacht men de komst van de Heer. Dan vieren de ware christenen weer Avondmaal met Hem.

Laodicea was een lauwe gemeente (Op.3). Maar de Heer zegt: ‘Ik klop aan de deur en als je opent, zullen we samen eten’. Dat is de laatste oproep aan de gemeente: Als de gemeente weer gaat wandelen in de hemelse gewesten, zullen ze met de Heer eten. Zo zal Hij met zijn leerlingen ook de vrucht van de wijnstok opnieuw drinken. Petrus zegt in Handelingen 10:40,41:

  • ‘Maar God heeft Hem opgewekt op de derde dag en Hem laten verschijnen, niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die tevoren door God waren aangewezen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben na zijn opstanding uit de doden’.

Jezus heeft opnieuw Avondmaal gevierd, nadat Hij was opgestaan. Op een nieuwe wijze, in een andere situatie want toen was Hij al in het Koninkrijk van Zijn Vader. Zo zullen de opnieuw geboren christenen op een gegeven ogenblik, samen met Hem zijn en opnieuw Avondmaal vieren. Toen Jezus het Avondmaal gevierd had, zongen ze de lofzang en ging hij naar Gethsémane. Het Avondmaal houdt niet op, het wordt een heel groot feest. Dan is de Heer aanwezig net als de in de Heer ontslapenen. Dan wordt men gevoed door brood en wijn.

Is het te wonderlijk? Klinkt het te mooi om waar te zijn? Was het verschijnen van Jezus en de heiligen na Zijn opstanding ook niet een groot wonder? Maar het is echt gebeurd, Petrus heeft ervan getuigd. Daarom wil de gemeente van Jezus Christus leven in die geestelijke realiteit, het natuurlijke leven is daarbij veel minder belangrijk. Daarom kan men Avondmaal vieren totdat Hij komt. Daarna zal men het met Hem vieren op een nieuwe manier. Wij zullen, als wij het signaal van Jezus’ komst horen, in een ondeelbaar ogenblik veranderen in een geestelijk lichaam. Daarna zijn wij in de lucht, waar de vijand is, de plaats waar Jezus geleden en gestreden heeft. Wij verschijnen met Hem in heerlijkheid en dan zal Hij de vijand machteloos maken door zijn verschijning’ (2 Thess.2:8).

De vijand, dat zijn alle demonen van de duisternis samen, zien opeens de verschijning van Jezus Christus en Zijn gemeente. Dàt volgt op het Avondmaal. Ze zien wie de zonen van God zijn: aan het beeld van de Zoon gelijkvormig, naar het beeld van God. Er is dan geen strijd meer, maar totale overwinning!