De tweede dag

Goede Vrijdag, een dag waarop meer nog dan anders stil gestaan wordt bij het lijden van onze Heer Jezus Christus. Een dag ook, waarop onwillekeurig uitgekeken wordt naar de derde dag, toen het lijden tot overwinning kwam in de opstanding. Vergeet echter niet dat er tussen die eerste en die derde dag ook een tweede dag gelegen heeft. Op die tweede dag was er bij Jezus’ leerlingen sprake van verslagenheid, hoop die verdwenen is en veel verdriet, omdat alles waarin ze geloofden, de bodem ingeslagen was. Ze herinnerden zich immers niet dat Jezus had gezegd dat Hij op de derde dag zou opstaan. Die tweede dag was voor hen een dag van donkerheid en diepe depressie. De Heer had geleden en nu leden zij. Weliswaar door ongeloof, maar lijden deden ze!

Ook nu zijn er kerkmensen die lijden aan allerlei ziekten of te maken hebben met bespottingen, vernederingen of verwerping. Vaak vragen ze naar de ‘waaroms’ en raken in een kramp als ze er niet uitkomen. Ze blijven zien wat voor ogen is, zonder zich te realiseren wat zich in de onzienlijke wereld afspeelt. Dan blijven ze steken bij de tweede dag en vergeten dat er op de tweede onherroepelijk een derde dag volgt.

Jozef, Job en Jona

Kijk nu eens naar het leven van Jozef. Figuurlijk gesproken ‘stierf hij’, toen zijn broers hem in de put gooiden, als slaaf verkochten en bij vader Jakob zijn dood suggereerden (de ‘eerste dag’). Hoe moeilijk moet hij het gehad hebben in het huis van Potifar. Hij werd vals beschuldigd, ten onrechte in de gevangenis geworpen en daar volkomen vergeten (de ‘tweede dag’). Toen Jozef tenslotte uit de gevangenis was en veel eer en macht kreeg, brak voor Jozef een stralende ‘derde dag’ aan.

En wat dacht u van Job? Op zijn ‘eerste dag’ verloor hij zijn bezit, zijn kinderen en zijn gezondheid. Toen kwam de periode van aanvallen uit het rijk van de duisternis: zijn ‘vrienden’ die hem beschuldigden van allerlei zonden die hij niet begaan had. Wat een hopeloze, uitzichtloze tijd was deze ‘tweede dag’ voor hem. Maar ook op deze periode volgde een ‘derde dag’.

En neem ook Jona eens. Ondanks het feit dat Jona in moeilijkheden kwam door eigen ongehoorzaamheid (in tegenstelling tot Jozef en Job), liet God hem niet los. In het gebed dat Jona bad vanuit de ingewanden van de grote vis, vergeleek hij zijn ‘tweede dag’ dan ook profetisch met ‘de schoot van het dodenrijk’ (2:2,6). En hoe machtig verhoorde de Heer zijn gebed, door hem op de ‘derde dag’ zijn leven en bediening terug te geven.

  • “Dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen???”

Deze feiten laten zien dat lijden niet altijd iets is, waar een gelovige aan kan ontkomen. Daarom zal de duivel ook steeds proberen de christenen hierover in de onrust te brengen. Hij doet dat door hen te verleiden tot de uitersten. Hij probeert hen te laten geloven dat lijden en verdrukkingen van God komen (Zondag 10 H.C.) – wat tot gevolg heeft dat zij óf God er de schuld van geven en zichzelf van Hem afkeren. Of dat ze ‘vroom in hun lot berusten’ – hoewel berusting eigenlijk ook een smeulende vijandschap tegen God is, maar dan met een vroom jasje. Wanneer men echter weet dat God enkel goed is en dat lijden niet van Hem komt, zal de satan proberen de mens zó te fixeren op dat lijden en de strijd die ermee gepaard gaat, dat hij er in een kramp van komt en meer ‘verbonden is’ met ziekten en problemen, dan met de Heer!

Lijden, waarom?

Paulus spreekt van ‘verdrukking van Christus’ en bedoelt dan niet het lijden van Jezus op Golgotha. Hij doelt hier op het hele pakket van verzoekingen, ongeloof, onbegrip, verwerping, roddel, farizese vroomheid, enzovoort, waar ook Jezus mee te lijden had tijdens zijn rondwandeling op aarde. Dat lijden herkent ook Paulus in zijn leven: vervolging, moordaanslagen, onbegrip bij collega-apostelen, dwalingen, gevangenistijd.

Over dat lijden spreekt ook Petrus en hij stelt dat gelovigen zich ‘blij moeten zijn, zodat we ook blij kunnen zijn bij de openbaring van zijn heerlijkheid’. Het doel is: zijn heerlijkheid te bereiken, een volwassen zoon te worden, tot alle goede werken volkomen toegerust, bestemd voor de troon. Dat is Gods voornemen en dit te dwarsbomen is dan ook satans aanvalsdoel.

Kijk nog eens even naar Jozef, Job en Jona. Als de satan Jozef klein had kunnen krijgen, dan was het begin van Gods natuurlijke volk Israël van honger omgekomen en had de Messias uit dat volk niet voort kunnen komen. Was Job ‘er onderdoor gegaan’, dan zou Gods positieve getuigenis over hem door de satan tot een leugen zijn gemaakt en ook Gods goede karakter zou begraven zijn gebleven onder de dwaalleringen van Jobs vrienden. En zelfs in de onwillige profeet Jona was voor de satan genoeg van het beeld van God te herkennen, om ook op zijn leven een aanslag te plegen.

Op weg naar de troon

Op zich is lijden iets negatiefs, maar het brengt een positieve vrucht voort, want God doet alle dingen meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben. Een diamant wordt door tijd, druk en hitte gevormd tot een zeer kostbare steen. En ook ware gelovigen zullen tot een grote geestelijke waarde komen door tijd (van vorming), druk (door lijden) en hitte (van de vuurgloed van de beproeving). Ja, deze kostbare mens van God is op weg naar de troon, waarop satan had willen zitten.

Krijgt u geen overwinning over een bepaald facet van lijden in uw leven? Maak er geen kramp van en berust er niet in; maar zorg ervoor dat de gestalte van de mens van God in u niet verduisterd wordt door zelfmedelijden of berusting. Uw lijden heeft niet het laatste woord. Op uw ‘tweede dag’ zal ook een ‘derde dag’ volgen!