Wat is uw vermogen?
Job had niet gezondigd. Niemand op aarde was zo vroom en oprecht en hatende het kwaad, als deze rechtvaardige. Job was in zijn tijd Gods beste leerling en daarom kreeg hij een boekje te verwerken met de allerzwaarste opgaven. De apostel Paulus schreef over het lijden: ‘De Heer niet zal toestaan dat men boven vermogen wordt verzocht, want Hij zal met de verzoeking ook zorgen voor de uitkomst, zodat men ertegen bestand is (1 Cor.10:13).
God wist wat Job bezat. Job was in de natuurlijke wereld een vermogend man, maar van groter belang was, dat hij ook een groot vermogen in de geestelijke wereld had. De Sabeeërs roofden zijn runderen. Het vuur van de hemel verteerde zijn schapen en zijn herders. Later stalen de Chaldeeën zijn kamelen en doodden zijn knechten. Steeds feller werden de aanvallen van de satan, maar de Heer wist dat Hij met Job nog verder kon. Toen verongelukten zijn zonen en dochters bij een zware storm.
Tenslotte viel de satan Job in zijn lichaam aan. Hij werd bedekt met zweren ‘van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe’. Hij nam een potscherf om zich ermee te kunnen krabben. Wat een geraffineerde aanval van satan, want hoe kan iemand bij zo’n irriterende ziekte in de rust van het geloof blijven? Job had geen enkel kwaad gedaan en er was geen enkele reden waarom de Heer hem zou prijsgeven aan de machten van de duisternis. Ook zondigde hij niet met zijn lippen en schreef God niets ongerijmds toe, toen het vuur van de beproeving over hem kwam. Hij bleef volharden in zijn vertrouwen op een goede God. Jacobus merkte hierover op: ‘U hebt gehoord hoe standvastig Job was en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig’ (Jac.5:11).
Gods bedoeling is om Zijn zonen en dochters door lijden heen innerlijk onbewogen te maken, zodat zij met Hem door een vijandelijke bende kunnen lopen. Natuurlijk is het gemakkelijker om over het lijden van Job te spreken dan in de praktijk te leren ook in eigen leven de onverdiende pijn te aanvaarden.
Paulus en Silas in de gevangenis aan boeien gebonden

Paulus en Silas zaten in de gevangenis te Filippi. Door de geselingen van de vijand werden zij niet zwak, maar sterk. God verheugde Zich daarom, toen beide gevangenen in de cel lofzangen zongen. Dat was een overwinning van binnenuit, een hoog cijfer voor het proefwerk! Toen greep God machtig in door middel van een zware aardbeving, ‘zodat de grondvesten van de gevangenis schudden’, beeld van de vijand die sidderde: ‘en meteen gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los’ (Handelingen 16:26).
Het is een eer om door de duivel verzocht te worden, zoals de broer van de Heer zijn lezers troostte:
- ‘Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broers en zussen, als u allerlei beproevingen ondergaat. Want u weet: ‘Wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid. Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming’ (Jac.1:2-4).
De vijand wil angst veroorzaken en zegt: ‘Ik pak je kind, of nu gaat je vrouw eraan, of ik maak je ongeneeslijk ziek’. Bid dan tot de Heer net als de leerlingen: ‘Let op hun dreiging!’ (Hand.4:23-31). Zonder zijn toelating zal geen haar op het hoofd gekrenkt worden. De Heer ziet het wél. Bij ziekte willen de demonen de mens scheiden van God. Door hun leugens willen zij infiltreren en intimideren om zo hun klimaat van angst, pijn, ellende en depressie op te leggen. Maar kinderen van God zullen deze vijanden in het geloof weerstaan en zij hebben de belofte dat zij zullen wegvluchten.

Vanuit zijn gevangenis schreef Paulus: ‘Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft’ (Fil.4:13). ‘Door Hem’ betekent ‘in Hem zijnde’, dit wil zeggen vasthoudende aan zijn woord, geleid door zijn Geest en levend in zijn klimaat. Gods Geest maakte door het woord zijn sterfelijk lichaam levend in zijn strijd tegen de zonde en de ziekte. De apostel zegt: ‘Ik heb het vermogen, ik kan het volhouden, anders zou de Heer het niet toelaten. Ik steun op de wijsheid en de kracht van God’. Het is juist iets voor deze apostel om te schrijven dat men niet boven vermogen verzocht wordt, om dan later zelf toch op te merken:
- ‘We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt’ (2 Cor.1:8,9).
Gods Geest maakt in de strijd tegen de ziekte het sterfelijk lichaam levend. Als de geest van de christen het dreigt op te geven, komt de inwonende Geest van God te hulp. Zijn gaven lopen parallel met die van de menselijke geest, maar zij zijn oneindig sterker en rijker. Door deze Geest putten christenen nieuwe kracht, vermeerderen zij hun geloof en onderscheiden zij de geestenwereld. In de naam van Jezus mogen ze de wetteloze en ontbindende machten naar de afgrond verwijzen. Zij zullen in principe nooit mensen vervloeken, dit wil zeggen overgeven aan de demonen, maar wel de ziektegeesten gebieden de zieke los te laten en zich te voegen bij de andere boze geesten. Zij geven de demonen van ziekte over aan het dodenrijk, om ze krachteloos te maken, maar de zieke zegenen zij in de naam van Jezus, dit wil zeggen: brengen zij in verbinding met het rijk van God en zijn sfeer.
Waarom zouden zij in hun samenkomsten wel mogen zegenen en het rijk van de duisternis niet mogen vervloeken? Als zij geloven in de realiteit van het eerste, mogen zij ook vertrouwen dat dit overgeven van de demonen werkelijkheid is in de onzichtbare wereld. Op deze manier heersen zij over hun vijanden in de hemelse gewesten waar hun strijd is en maken zij onder de machten van de duisternis en onder de heilige engelen de veelkleurige wijsheid en kracht van God bekend.
Bidden
Wanneer een christen ziek is, moet hij de demonen van ziekte verdrijven in de naam van Jezus en vertrouwen op de herstellende kracht van Gods Geest die in hem is. Deze Geest die kennis heeft van alle dingen, is net als de menselijke geest in staat om het leven in de stof op de juiste manier te laten functioneren. Het lichaam is immers een tempel van Gods Geest, zoals het een woning is voor de eigen geest. Het lichaam en de ziel ervaren de levendmakende werking van Gods Geest. Wie de weg van de Heer wil gaan, zal zich intens bezig moeten houden met de eeuwige, positieve gedachten van God met de mens. Hij zal moeten leren bidden, dat is bezig zijn in de hemelse gewesten. Dit betekent dat men zich losmaakt van het natuurlijke denken dat vanuit de situatie in de zichtbare wereld redeneert. Men zal moeten geloven dat de vervulling van Gods beloften niet afhangt van wat men ziet, maar van wat God geopenbaard heeft.
- Het geloof legt immers de grondslag voor alles waarop men hoopt, het overtuigt van de waarheid van wat men niet ziet. Het geloof is een middel om iets in de onzienlijke wereld vast te grijpen en dit zich als kennis of hoop toe te eigenen. God realiseert zijn beloften over het herstel alleen langs deze weg.
Wanneer een christen in zijn geloofsstrijd om de beloften van God vast te houden gewikkeld is, doet hij er verstandig aan gesprekken met ongelovigen over zijn moeilijkheden te vermijden, ook met hen die zich wel christelijk noemen, maar die blind zijn voor de goddelijke weg tot genezing. De christen, die door demonen aangevallen wordt, zal moeten ‘vasten’, dat wil zeggen zich zoveel mogelijk moeten losmaken van de natuurlijke overleggingen, om zijn stem in de hoge te laten horen, dat is dus om te kunnen bidden (Jes.58:4). Ook Jacobus schrijft: ‘Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden’. Laat een zieke zijn hart ‘verheffen’, zijn innerlijke mens doen opstijgen voor de troon van God. Van Abraham staat geschreven: ‘En niet verzwakt in het geloof, heeft hij er niet op gelet dat zijn eigen lichaam al verstorven was’ (Rom.4:19). Het geheim van de geloofsgenezing is, dat de christen zijn lichaam (het natuurlijke leven) niet het belangrijkste vindt, maar bezig is met zijn situatie in de hemelse gewesten waar hij aangevallen wordt en dat hij vasthoudt aan de beloften van zijn Heer.
Metamorfose, de vernieuwing van denken

De mens wordt door het geloof in het verzoenend bloed van Jezus tot een rechtvaardige. Maar door het aanvaarden van deze genadegave raakt hij noch zijn gebondenheden noch zijn ziekte kwijt. Het bloed van de Heer bevrijdt hem van zijn schuld, maar dit wil echter niet zeggen dat de geest van zo’n gelovige ook zijn genezing grijpt. Men kan dus wel een kind van God zijn, maar toch geen deel hebben aan de ‘rijkdom van de genade’, bijvoorbeeld aan de doop met Gods Geest, de bevrijding of de genezing. Alleen door op Jezus te zien, dat is dus door zich bezig te houden met zijn Woorden, door zijn gedachten over te nemen, komt men tot vernieuwing van het denken. Dan wordt vervuld wat staat in Psalm 107:20: ‘Hij zond zijn woord en genas hen, ontrukte hen aan het graf’.
‘Bidden zonder ophouden’ betekent continu bezig zijn met de gedachten van God over de mens. God wil een natuurlijk mens, die volkomen hersteld is, omzetten in een geestelijk mens. Het doel van de Schepper gaat verder dan de natuurlijke mens in zijn volledige ontplooiing. Hij beoogt de geestelijke mens die leeft, wandelt en volwassen wordt in de hemelse gewesten. Dit was ook het doel van Jezus: het ontwikkelen van mensen van God tot alle goede werken volmaakt toegerust (2 Tim.3:16). Daarom is Hij de Doper met Gods Geest. Als laatste Adam is Hij een levendmakende geest (1 Cor.15:45). Wanneer de apostel spreekt over de overgang van een natuurlijk mens tot een geestelijk, gebruikt hij hiervoor het woord ‘metamorfose’, in Romeinen 12:2 vertaald door ‘hervormd’, dus opnieuw gevormd door de vernieuwing van het denken. In 2 Corinthe 3:18 vertaald door ‘veranderen’.
Het is duidelijk dat ziekte en wetteloosheid van ziel en lichaam de doorbraak, de verandering van het Koninkrijk van God in de mens tegenhouden. Het klimaat van Gods Geest is: vrede, gerechtigheid en blijdschap. De sfeer van de wetteloze ziektemachten is pijn, onrust, angst en depressie. Wie bijvoorbeeld bij het ouder worden zich minder snel bewegen kan, een bril moet dragen, meer rust nodig heeft, hoeft hierdoor het Koninkrijk van God in zich niet te verliezen. Wie echter aan aderverkalking gaat lijden of aan dementie, kan zijn leven moeilijk meer stellen in dienst van de gerechtigheid. Jezus is daarom gekomen om allen, die door de duivel overweldigd waren, te genezen (Hand.10:38). Hij is de Redder en de Hersteller. Zijn woorden zijn geest en leven.
Wanneer de apostel Paulus over totale heiliging spreekt, de eindfase van de geestelijke mens, noemt hij niet alleen geest en ziel, maar ook het lichaam, dat ‘in alle opzichten zuiver bewaard’ zal moeten zijn (1 Thess.5:23). Wanneer de ziektemachten verdreven zijn, volgt de genezing meestal niet met een schokeffect, maar ook hier is sprake van ‘van dag tot dag vernieuwd worden’. In Marcus 16:18 staat van de zieken op wie de gelovigen zegenend de handen legden:
- ‘Zij zullen genezen wórden’. Jacobus belooft: ’En het gelovige gebed zál de zieke gezond maken en de Heer zál hem laten opstaan’ (Jacobus 5:15).
************

Een rivier met water dat leven geeft >>>>>

