Wat is de doop in Gods Geest?

  • ‘Daarna zal het gebeuren, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op alles wat (voor God) leeft.’

Wat is de doop in Gods Geest? Het is een typisch nieuwtestamentische ervaring. Niet dat in het Oude Testament dit onderwerp niet zou voorkomen. In Joël 2:28 staan de oude en bekende woorden: ‘Daarna zal het gebeuren, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op alles wat (voor God) leeft.’ Weinig kerkmensen weten echter, dat Jezus Christus heel duidelijk in verband wordt gebracht met deze oude Joëlsprofetie. In alle vier evangeliën wordt Hij namelijk de Doper met de Heilige Geest genoemd. Zo staat er bijvoorbeeld in het evangelie van Johannes: ‘Als je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en op Hem blijft rusten, dan weet je: Hij is degene die doopt in Gods Geest’ (Joh.1:33,34). Jezus Christus is dus de Doper in of met Heilige Geest. Hier zijn dus twee opmerkelijke verschillen met de doop in water.

In de eerste plaats is daar degene die doopt, een mens, bijvoorbeeld een voorganger, maar bij de doop in Gods Geest is Jezus de Doper. In de tweede plaats wordt er nu niet gedoopt in water, maar in Gods Geest. In feite was Jezus Christus de eerste mens die deze doop in Heilige Geest mocht meemaken. Hij ontving, na in de rivier de Jordaan door onderdompeling gedoopt te zijn, van zijn hemelse Vader deze gave. Johannes de Doper, die als een heraut de weg en de komst van Jezus Christus had voorbereid en die Hem ook in de Jordaan gedoopt had, getuigde: ‘Ik heb gezien hoe de Geest als een duif uit de hemel neerdaalde en op Hem bleef rusten.’ Het geweldige is nu dat Jezus voor zijn sterven, opstanding en hemelvaart een belofte doet aan zijn volgelingen. Hij zegt dan met name: ‘En Ik zal de Vader vragen jullie een andere Helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid’ (Joh.14:16,17).

Op het Pinksterfeest (wie kent daar tegenwoordig nog de geestelijke betekenis van?), gedenken wij, dat deze beloofde Trooster ook inderdaad is gekomen. Ook deze belofte is als zoveel andere letterlijk vervuld. In het nieuwtestamentische boek Handelingen van de Apostelen staat in hoofdstuk 2 hoe op de Pinksterdag Gods Geest aan de leerlingen wordt geschonken. Het is een spectaculaire gebeurtenis, die met kleur wordt beschreven:

  • ‘Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van Gods Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf’ (Hand.2:2-4).

Sommigen menen dat dit een unieke, eenmalige gebeurtenis geweest is. Zij denken in de trant van: toen is de Heilige Geest (en zij denken dan aan 1/3e god) aan de kerk gegeven en nu is Hij dus bij ons. Maar de Geest werd niet aan de kerk gegeven, maar aan afzonderlijke gelovigen, die samen de jonge gemeente vormden. Wie de moeite wil nemen om het boek Handelingen door te lezen, zal zonder veel moeite ontdekken, dat deze geestelijke ervaring ook aan anderen gegeven wordt. De apostel Petrus zei op de bovengenoemde Pinksterdag: ‘De belofte geldt immers voor u en uw kinderen en voor allen ver weg, die de Heer onze God erbij zal roepen.’ Hij had het hier ondubbelzinnig over de belofte van de oude profeet Joël. Er is dus voor de kinderen van God een belofte om Gods gave, dat is Zijn Geest, te ontvangen. We mogen dus stellen, dat deze doop in de Geest niet een soort luxe is voor superchristenen, maar dat God deze gave voor al zijn kinderen gewild heeft.

Mensen voor wie dit alles nog nieuw is, zijn soms wat bang en op z’n minst verbaasd als ze horen over het spreken in talen. Maar in Handelingen 2 werd onder andere gezegd: ‘En zij werden allen vervuld met Gods Geest en begonnen met andere talen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken’. Hier staat dus dat de Geest hun iets gaf uit te spreken. Het is normaal wanneer we onze eigen gedachten onder woorden brengen. Het is duidelijk dat hier iets anders aan de hand is. Later zou de apostel Paulus een poging wagen om dit verschijnsel te verklaren. Hij schreef hierover in 1 Corinthiërs 14:14: ‘Want als ik bid in een taal, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar’.

De eerste conclusie die te trekken valt, is, dat spreken in talen eigenlijk bidden is. De tweede gedachte is, dat het menselijke verstand onvruchtbaar blijft. Soms wordt wel eens gesuggereerd, dat het verstand uitgeschakeld moet worden. Dat lijkt een ongezonde situatie, want de Schepper heeft ons niet van een verstand voorzien om het vervolgens, als we in zijn tegenwoordigheid komen, uit te schakelen. Het staat er dan ook niet. Er staat alleen, dat het onvruchtbaar blijft. Nu blijkt plotseling dat we wat te vertellen hebben buiten ons verstand om en onze inspiratiebron is niet onze eigen geest, maar de Heilige Geest, die nu in ons woont. Daarom zegt Paulus in 1 Cor.14:2:

  • ‘Wie in talen spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God; niemand begrijpt hem, onder invloed van de Geest uit hij Gods geheimen.’