Vervuld zijn met Gods Geest

Over ‘het vervuld zijn met Gods Geest’ zijn veel misverstanden. Een groot deel van het kerkvolk weet niet wat het is en hoe het leven in de kracht van Gods Geest eruit ziet. Velen denken dat als men vervuld is met Gods Geest, men dan vol is van hemelse krachten, die dan gebruikt kunnen worden, op elk gewenst moment. Niets is minder waar. Hij beschikt niet over een grote voorraad hemelse kracht in zichzelf, maar is afhankelijk van wat God wil.

In het leven van Jezus Christus is dit goed te zien. Toen Hij geroepen werd om naar de zieke Lazarus te gaan, bleef Hij nog twee dagen en pas tóen kreeg Hij de vrijmoedigheid om naar Bethanië te gaan. Jezus Christus, die vervuld was met Gods Geest kon van zichzelf niets doen en moest wachten totdat zijn Vader in de hemel Hem toestond te gaan. Ook in het genezen van zieken is dit op te merken. Velen denken dat Jezus Christus op iedere zieke de handen legde en hen gezond maakte. Niets is minder waar dan dat. Wel staat er geschreven, dat allen genezen werden die tot Hem kwamen, maar er is één geval, dat een ander licht werpt op deze zaak. Dat staat in Johannes 5:1-9.

De Heer Jezus komt in Bethesda, waar veel zieken liggen te wachten op de beweging van het water, om daarin af te dalen en genezen te worden. Ook ligt daar iemand, die al 38 jaar ziek is. Deze man alleen wordt daar door Christus genezen en toch waren er vijf zalen vol met zieken, die ook op genezing wachtten. Deze zieken zullen toch ook geroepen en om genezing gevraagd hebben, toen zij zagen, dat deze zieke genezen werd. Hoe valt dat te verklaren? De Heer had de vrijmoedigheid om tot deze ene zieke te spreken en tot niemand anders.

In Johannes 4:4 wordt gezegd dat de Heer Jezus door Samaria moest gaan. Dit woord ‘moest’ zegt al dat zijn leven onder de leiding van Gods Geest stond en dat Hij door Samaria geleid werd. In Lucas 4:2 staat dat de Heer Jezus, vol van Heilige Geest, in de woestijn werd geleid om verzocht te worden. Na 40 dagen vasten, toen Hij honger had, zei satan tot Hem, dat Hij macht had om uit stenen brood te maken. Dit was waar. Op diezelfde plaats moet het wonder gebeurd zijn, dat de Heer de menigte van eten voorzag met vijf broden en twee vissen. Toch maakt de Heer geen gebruik van deze macht en ook ontloopt Hij het kruis niet. Hier ziet men dus weer dat iemand, die vervuld is met Gods Geest, niet kan doen wat hij wil, maar alleen wat God wil.

Eens kwam iemand naar me toe vroeg me of ik voor de genezing van zijn vrouw wilde bidden. Toen ik dat niet deed, omdat ik daarvoor geen vrijmoedigheid had, werd hij boos en vroeg of hij daarvoor in de gemeente was gekomen. Ook hier is weer sprake van een misvatting. Iemand die niet vervuld is met Gods Geest vraagt alles aan God wat hij wil. Iemand die vervuld is met Gods Geest, vraagt alleen wat God wil. Vol van Gods Geest wil zeggen dat men leeft in afhankelijkheid van God. Men is rijk in God, omdat men arm is geworden van geest. Men heeft niets meer, men kan niets meer, men wil niets meer, men weet niets meer. En wie wil dit? Bijna niemand. Men is altijd aan de verliezende kant, maar men wint alles in Christus. Dwaas in de ogen van de wereld en in de ogen van kerkmensen, die daar geen oog voor hebben, maar men is wijs in de ogen van God.

Toen Christus aan het kruis hing, was Hij vol van Gods Geest en verstandelijk gezien zou men zeggen, dat Hij daar alles verloren had. Toch behaalde Hij juist toen de grootste overwinning. Paulus erkende dat hij zelf niets kon, want als hij zwak was, dan was hij machtig. Door Gods Geest was hij als een niets hebbende en toch alles bezittende, arm en toch velen rijk makende. Iemand, die vervuld is met de Geest van God, is als een dorstige, die altijd drinkt van het levende water en een hongerige, die altijd verzadigd wordt. Als iemand, die alles verloren heeft en alles heeft gevonden in Christus Jezus. Iemand die vol is van Gods Geest, leeft uit het geloof van Jezus Christus en uit alle woorden, die zijn mond uitgaan. Vol van Heilige Geest wil zeggen een kind te zijn, die zijn zwakke hand heeft gelegd in die van zijn Vader en gedragen wordt door de goede Herder van de schapen, de Heer Jezus.