Een serieuze waarschuwing

Hoe het was

Elke gelovige die oprecht bidt om vervuld te worden met Gods Geest, ontvangt op dat moment die Geest als onderpand. De apostelen ontvingen dit ook tijdens Pinksteren. Dit is geen opnieuw geboren worden, maar een huwelijkssluiting. Voortaan wonen de Geest van God en de geest van de mens samen in hetzelfde huis en beschikken zij samen over dezelfde ziel: ‘Want je maker neemt je tot vrouw, Heer van de hemelse machten is zijn naam’ (Jes.54:5). Dan is het gebed of dit samenzijn harmonieus en blijvend mag zijn, zodat de andere partij niet teleurgesteld wordt en zich terugtrekt (Ef.4:30). Wat God door Jezus samengevoegd heeft, zal de mens niet scheiden. Dit geldt in het natuurlijke leven en ook in het geestelijke.

Het gaat op Pinksteren niet om tastbare en zichtbare zaken, maar om geestelijke realiteiten. Op de pinksterdag werd vanuit de onzienlijke wereld een geluid vernomen als van een windvlaag. De leerlingen van Jezus werden overstroomd met en doortrokken van Gods Geest. Jezus noemde dit ‘met kracht uit de hemel zijn bekleed’, dat wil zeggen met potentieel (vol van kracht) leven uit de bovennatuurlijke wereld. Bij hun nieuwe geboorte hadden zij de aardse sfeer verlaten en de voet in het hemelse Kanaän gezet. Nu werden zij toegerust om daar te wandelen, te leven en te strijden. Op dat ogenblik werden de gedachten in andere talen en woorden vertaald, die niet meer door het menselijke verstand gevormd of gecontroleerd werden, maar door de Geest van God.

Met dit teken van de talen begon een nieuwe periode. Het Koninkrijk van God was dichtbij gekomen en het lag voortaan onder het bereik van elke gelovige. De gemeente van Jezus Christus was door deze doop in staat op de hoge weg te wandelen, dat is de geestelijke weg in de hemelse gewesten. Wat een wereld ging toen open! Er was sprake van visioenen, van dromen en van profetieën. Op bedden en matrassen droeg men zieken naar de leerlingen en in de schaduw van deze mannen kwam volledig herstel. De krachten van de toekomende of de onzienlijke wereld werden openbaar. De hemel was geopend en de engelen stegen op en daalden neer op de kinderen van God. De gelovigen ontvingen redding, goedheid en blijdschap. De Mensenzoon was met Gods Geest teruggekomen en openbaarde zijn goddelijke en bevrijdende krachten door zijn volk heen tot redding voor ieder.

Ballingschap en uittocht

Dit tijdperk heeft niet lang geduurd. De gemeente van Jezus Christus viel uit de hemel, dat wil zeggen dat zij de geestelijke waarden en wetten losliet. Over opnieuw geboren worden en besnijdenis van het hart werd weinig meer gesproken. Deze werden tot dorre theologische begrippen. De doop in Gods Geest werd niet meer gezocht, de kerken maakten een karikatuur van de Heilige Geest door Hem als 1/3e persoon van God te maken. En zo verdwenen ook de geestelijke gaven. Hoewel de Geest van God uitdrukkelijk getuigd had dat men naar deze gaven moest streven, werden zij als overbodig en in strijd met de moderne wetenschap uitgebannen. Omdat men ook geen demonen uitdreef, bleven de miljoenen een prooi van satan. Het godsdienstige leven speelde zich voortaan op aarde af.

De woorden die Jezus tot het volk van de Joden sprak: ‘U bent van beneden, maar Ik ben van boven’, gelden ook voor de kerkmensen van wie het religieus leven zich alleen afspeelt in de natuurlijke en zichtbare wereld. Deze kennen alleen een historisch, maar geen persoonlijk Pinksteren. Zij zoeken daarom niet de dingen die boven zijn, maar die op de aarde zijn. Zij begrijpen zelfs niet meer wat er met dit ‘boven’ bedoeld wordt. Zij menen dat zij daar pas na hun dood kennis mee zullen maken. In het Oude Testament is de illustratie van deze wegvoering van het volk van God uit het hemelse Kanaän naar de natuurlijke wereld terug te vinden. In Jesaja 41:1 is sprake van een volk, dat verbannen was ‘van eigen bodem’, ‘van eigen plaats’ en ‘van de grond van de Heer’. Israël woonde een mensenleeftijd niet in Sion, maar in Babel. Het ware Israël treurde daar bij de wilgen en hunkerde naar eigen land.

Zo zien veel gelovigen uit naar de tijd, dat zij uit Babel mochten trekken en hun plaats innemen in het hemelse Sion en Jeruzalem dat boven is. Zij verlangen naar een pinksterbeleving, omdat Pinksteren tegenover Babel staat, zoals de hemel tegenover de aarde en de onzichtbare wereld tegenover de zichtbare. Zij weten immers dat het Koninkrijk van Christus niet van deze wereld is. Zij realiseren zich niet dat de ware christenen bij hun opnieuw geboren worden, direct overgezet worden in het Koninkrijk van Christus. En daardoor gaan velen uitzien naar het leven na de dood en dit op alle mogelijke manieren idealiseren. Zoals er eenmaal een einde kwam aan de Babylonische wegvoering, zo is er een einde gekomen aan het tijdperk van geestelijke slavernij en gebondenheid en klinkt de oproep: ‘Ga weg uit die stad, mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar zonden en ontkomt aan de plagen die haar zullen treffen’ (Openb.18:4).

Uit Babel trekken betekent voor de kerken een leven van wetticisme loslaten, waarbij men geen overwinningen boekt, om voortaan te wandelen, te strijden en te overwinnen in de hemelse gewesten. Gods volk heeft eeuwenlang in ballingschap geleefd en het was onderworpen aan de demonen van de duisternis, die zich openbaarden door ziekte, zonde en gebondenheid. De voorvaders dreven geen demonen uit, en ook nu legt men de handen nooit ter genezing op zieken, kent men geen geestelijke gaven. Daarom zit men nu bij de overoude puinhopen en de verwoeste plaatsen in het Koninkrijk van God. De vrede, de gerechtigheid en de blijdschap is van hen geweken. Men leeft geestelijk in een land van de schaduw van de dood, ondanks de vele kerken en organisaties, wetenschappelijke opleidingen, de titels en predicaten, de leerstukken en formulieren, de kathedralen en mooie kerken en alles wat nog meer indruk maken kan op de natuurlijke mens.

De tragiek van de terugkeer

Het verloop van de geschiedenis van het volk dat uit Babel terugkeerde, is diep tragisch. De stad en de tempel werden herbouwd en de tijd van de Babylonische ballingschap was al snel vergeten. Uiterlijk had men met de afgoderij van de voorvaders gebroken en de tempelceremonieën in ere hersteld, maar innerlijk hadden de leiders geen verbinding met God. Hun religieus leven was helemaal op uiterlijkheden gebaseerd en had tot doel bij de mensen in aanzien te zijn en elkaar te plezieren en niet God. Toen kwam Jezus Christus tot zijn volk. Hij kwam tot hen, die nu weer op eigen bodem leefden. Hij kwam tot de zijnen, maar dezen namen Hem niet aan. Hij moest zelfs zeggen: ‘Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol!’ Het volk dat in Jeruzalem woonde, heeft Jezus gekruisigd. Daarom zei de Heer tot zijn leerlingen, dat zij uit Jeruzalem moesten trekken.

Ieder oprecht gelovige zal deze les zeer zeker ter harte moeten nemen. Trek uit Babel en zie de geestelijke wereld. Streef naar de hemelse gaven. Stel u daarbij de vraag of u het oude systeem ook loslaat of blijft u het vasthouden? Bent u losgemaakt van eerzucht, van gedachten aan geld, van zonden en van eer van mensen? Begin niet weer met kerkje te spelen. Laat u niet verleiden tot het officieel ondertekenen van leerstukken om lid van een gemeenschap te worden. Als men dat doet gaat men samen een leer over de Geest vaststellen, maar daarmee zullen Gods gaven wijken. Zo kan het gebeuren dat men de naam pinkstergemeente draagt en uiterlijk de leer vasthoudt, terwijl het innerlijk niet meer beleefd wordt. In de praktijk is er dan alleen nog maar een verschil van dogma met andere kerken. De zieken worden niet meer genezen, gebondenen niet meer bevrijd, er wordt niemand meer gedoopt in Gods Geest en de Heer spreekt niet meer in de gemeente door profetieën en openbaringen. Dan kan gezegd worden, wat wij van Simson lezen: ‘De Heer was van hem geweken, maar hij wist het niet!’ Het gevolg is de desolate en droefgeestige sfeer in de kerken.

Zonen van God

De mensen bidden jaren om de doop in Gods Geest, maar ontvangen niet. Er wordt luidruchtig om een opwekking gebeden, maar men merkt niet op dat ‘de late regen’ al aan het vallen is en richt zich daar ook niet op. De geest is zo ingesteld op verbreking, boete, verootmoediging, kermen, zuchten en klagen, dat het hart niet open is voor de opwekking die God geeft in blijdschap, hernieuwing, vrede en gerechtigheid. Zij zullen vernieuwd moeten worden in hun denken en hun ogen en oren zullen geopend moeten worden.

Lezer, open uw ogen, zodat wanneer het oordeel of scheiding over de aarde gaat, u niet aan de verkeerde kant zult staan. Waar geen wandel is in de hemelse gewesten, in eenheid van de Geest, in een band van liefde verbonden met God en de broers en zussen, waar niet in de hemelse gewesten gestreden wordt, leeft men op aards niveau. Waar in samenkomsten ruzie, jaloersheid en tweedracht aanwezig zijn, daar is Babel (verwarring). Wie in de onzienlijke wereld oorlog voert, heeft geen behoefte meer aan ruzies met broers en zussen. Wanneer in kerken ruzies zijn, werkt daar niet de Geest van God, maar de duivel. Daarom: ga weg uit Babel en trek uit Jeruzalem! Maak u ook los van een imitatiepinksteren, dat wel de uiterlijke vorm heeft, maar geen innerlijke kracht of blijdschap.

God laat zijn plan met de mens niet los. Het doel van zijn schepping is immers de volmaakte gemeente. Daarom profeteerde Joël dat er in de laatste dagen de grote opwekking komen zou. Jezus zei: ‘Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gebracht worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn’ (Matth.24:14). De tekens van bloed, vuur en rookzuilen komen niet voordat het evangelie van het Koninkrijk van God over de hele wereld verteld zal zijn.

De boodschap van de onzienlijke wereld is nog niet gebracht, maar er is een begin. De openbaring van de zonen van God is aanstaande en alleen mensen die door Gods Geest streven naar het volkomene en toegerust zijn tot de geestelijke strijd, kunnen standhouden tot de eindoverwinning.