Naar uw persoonlijk Pinksteren

  • ‘Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak, waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten en allen werden vervuld met Gods Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven’ (Handelingen 2:1-4).

Er zijn mensen die met vragen over de doop met Gods Geest zitten maar zij krijgen er in hun eigen omgeving geen bevredigend antwoord op. Het antwoord kan alleen maar gevonden worden in de Bijbel. Ervaringen van mensen zijn vaak subjectief en kunnen niet altijd helpen. Niet het antwoord van een persoon, een kerk of groep, maar Gods antwoord is belangrijk. Meer dan tweeduizend jaar geleden werden op de pinksterdag 120 volgelingen van Jezus Christus gedoopt met Heilige Geest. Wij lezen hiervan in Handelingen 2 (zie tekst hierboven). Zo wordt deze gebeurtenis in een paar verzen beschreven. De rest van het hoofdstuk beschrijft de reacties van de mensen, die er op afgekomen waren vanwege het geluid, de toespraak van Petrus naar aanleiding ervan en de bekering van 3.000 mensen. Tenslotte laat dit hoofdstuk nog een glimp zien van het leven van de eerste christenen. De leerlingen waren bij elkaar en wachtten op de doop met Gods Geest. Juist voordat Hij naar de hemel ging, gebood Jezus hun in Jeruzalem te blijven wachten op de belofte van de Vader:

  • ‘Toen Hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van Mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met Heilige Geest’ (Hand.1:4,5).

Hieruit blijkt dat zij de doop met Heilige Geest verwachtten. Zij wisten echter niet precies wanneer de Geest uitgestort zou worden. Het is in dit verband belangrijk erop te wijzen, dat Jezus hen ook al op het spreken in talen gewezen had: ‘Als tekens zullen deze dingen de gelovigen volgen: in Mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe talen zullen zij spreken’ (Marcus 16:17). Zij hadden dus al enige kennis over de doop met Gods Geest. Als de Heer Jezus het zelf goed achtte om zijn leerlingen over deze ervaring in te lichten, is het ook juist dat u kennis verzamelt om deze doop met Heilige Geest te ontvangen. Open daarom uw hart voor het Woord van God. Uit de Bijbel blijkt duidelijk dat de leerlingen gered, bekeerd, opnieuw geboren en behouden waren voor de Pinksterdag aanbrak. Zij waren kinderen van God, toen zij de doop in Heilige Geest ontvingen. Dit valt te concluderen uit de volgende Bijbelteksten:

  • De leerlingen hadden al beleden dat Jezus de Christus is: ‘Hij zei tot hen: Maar u, wie zegt u, dat ik ben? Simon Petrus antwoordde: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God!’ (Matth.16:15,16). ‘Simon Petrus antwoordde Hem: ‘Heer, tot wie zullen wij gaan? U hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend dat U de Heilige van God bent’ (Joh.6:68,69).
  • Jezus verklaarde hen rein, met uitzondering van Judas: ‘U bent nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb’ (Joh.15:3). ‘Jezus zei tot hen: Wie gebaad heeft, hoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en jullie zijn rein, maar niet allen. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zei Hij; U bent niet allen rein’ (Joh.15:10,11).
  • Jezus verklaarde dat hun namen opgetekend stonden in de hemel: ‘Echter, verheug u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen’ (Luc.10:20).
  • Na de opstanding blies Jezus hun opstandingsleven in: ‘Jezus dan zei nogmaals tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: Ontvang Gods Geest’ (Johannes 20:21,22).

Zoals God in Adam blies en Adam een levende ziel werd, zo blies Jezus op de leerlingen en zij werden tot een nieuwe schepping. Deze punten moeten het toch voor iedere gelovige glashelder maken, dat de leerlingen in Jeruzalem niet wachtten om bekeerd of opnieuw geboren te worden, want dat waren zij al (Hebt u zich ook bekeerd?). De leerlingen zagen nu uit naar de doop in Heilige Geest. Deze hadden zij beslist nodig om krachtig te kunnen getuigen van de opgestane Heer. Deze zegen is zo belangrijk, dat zelfs de leerlingen, die Jezus toch na zijn opstanding gezien en drie jaar met Hem omgegaan hadden, in Jeruzalem moesten wachten totdat zij kracht ontvingen door de doop met de Geest (Hand.1:8). Vergis u dus niet: de doop met Heilige Geest is niet hetzelfde als opnieuw geboren worden!

De leerlingen kenden Jezus als hun Heer en Verlosser. Zij hadden een boodschap voor de wereld. Zij wisten genoeg om van het evangelie te vertellen. Toch mochten zij de blijde boodschap niet eerder doorgeven dan nadat zij kracht ontvingen door de doop in Heilige Geest. Zij hadden veel dingen ervaren, maar dit alles was niet voldoende. Zij moesten ook de ervaring kennen van de doop in Heilige Geest. Jezus leerde hun dat de wereld (onbekeerde mensen) Gods Geest niet kan ontvangen. Daarom is het duidelijk dat men opnieuw geboren moet zijn om deze doop wel te ontvangen:

  • ‘Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven’ (Joh.14:16,17).

Zo komt de vraag op u af: hebt u de doop met Gods Geest ontvangen na uw nieuwe geboorte? Hebt u deze noodzakelijke kracht om getuige te zijn van uw opgestane Verlosser? Misschien kunt u hier geen direct antwoord op geven, omdat u niet weet welke ervaring deze doop met Heilige Geest is. Misschien zegt u: ‘Hoe kan ik zeker weten dat ik deze doop ontvangen heb?’ Misschien zegt u: ‘Ik ben opnieuw geboren en kan dus van mijn Verlosser getuigen.’ Herinner dan dat de leerlingen genoeg wisten en ook ervaren hadden, om te kunnen getuigen. Christus zelf zei echter dat zij wachten moesten totdat zij de doop in Heilige Geest ontvangen zouden. Neem nu in uw hart voor om voor Gods Woord te buigen, want dat alleen is de voorwaarde om deze zegen te ontvangen. Eén ding is zeker: deze doop met Heilige Geest is voor iedere predikant, ouderling, diaken, ja voor ieder die Jezus echt kent als Redder en als zijn Verlosser. Ga verder met zoeken, want die zoekt, zal vinden!

De climax op de Pinksterdag

De toespraak van Petrus op de Pinksterdag eindigt in een climax. De toehoorders zijn overtuigd van zonde en hebben gehoord dat er vergeving en verlossing is door Jezus Christus. Dan komt Petrus met zijn alles omvattende conclusie, voor toen en ook voor nu. Petrus eindigt zijn preek op een zeer ongebruikelijke wijze. Eigenlijk krijgt hij de kans niet om zijn toespraak behoorlijk af te sluiten, want de mensen beginnen te roepen: ‘Wat moeten wij doen, mannen broers?’ Wat een vraag! Het is duidelijk dat ze dit riepen omdat ze van hun zonden bevrijd wilden worden. Zou u een antwoord klaar hebben? Denkt u zich eens in dat deze vraag in uw kerk of kring uitgeroepen wordt. In de Bijbelbelt en Rome is dit vrijwel ondenkbaar.

Kort geleden was er een man, die onder meer door een preek van een hervormd predikant tot bekering kwam. Deze dominee had een keurige catechismuspreek over de rechtvaardiging door het geloof. Toen hij uitgesproken was, sprong de jongeman naar voren en riep: ‘Dominee, wat u daar zegt, wil ik hebben. Hier en nu!’ Hij was tijdens de preek van zijn zonde overtuigd. Hij zag de mogelijkheid om verlost te worden en nam de beslissing. Hij zou en moest deze rechtvaardiging instantelijk bezitten. De predikant was verbaasd en keek verlegen. Dit had hij niet verwacht. De jongeman stond zo een tijdje op een antwoord te wachten. Toen hoorde hij zeggen:

  • Dat gaat zo maar niet… Zo eenvoudig is het niet…” 

Gelukkig ging de Heer wel met deze man door en enige tijd later vond hij een evangelist, die hem zei dat het wel eenvoudig is. Hij vond de rechtvaardiging door het geloof in Jezus Christus. Het is toch wel een serieuze zaak wanneer men als dominee op zo’n geweldig moment het antwoord moet schuldig blijven. Wat zou u gezegd hebben?

Het antwoord van Petrus

Petrus is helemaal niet met de zaak verlegen. Hij heeft zijn antwoord klaar. Hiervoor heeft hij immers gesproken. Hij weet wat er met een mens gebeuren moet. Per slot heeft hij het toch zelf ook ervaren. Met autoriteit en vastberadenheid geeft hij een helder, concreet en rechtstreeks antwoord op de belangrijke vraag. Er wordt op die dag niets gesuggereerd over het volgen van een belijdeniscatechisatie of iets dergelijks. Petrus zegt ronduit: Bekeer u en laat u dopen! Daar moet het mee beginnen. Er is geen andere boodschap voor niet opnieuw geboren mensen. Jezus heeft aan het kruis voor uw zonden betaald. Bekeer u en roep de naam van de Heer aan, want: ‘Allen wie de naam van de Heer aanroepen zullen behouden worden.’ Wat een heerlijke boodschap voor u.

Als u zich nog niet bekeerd hebt (en dat zijn er heel veel bij de zich christelijk noemenden) doe het dan nu en twijfel niet. God ontvangt u met open armen. Dit is de eerste stap naar uw persoonlijk Pinksteren. Bekeer u. Petrus zegt niet: ‘Dopen is niet zo belangrijk, laat dat maar zitten. Het is tenslotte maar water!’ Nee, op de pinksterdag en in een pinksterpreek is er geen compromis. Na de bekering volgt onmiddellijk het commando: ‘laat u dopen.’ Dit betekent: door onderdompeling en niet door besprenkeling. Petrus weet waar hij het over heeft. Hij is immers zelf gedoopt en zijn doop kwam niet op de plaats van de besnijdenis! Hij was al besneden, maar toen hij tot bekering kwam, liet hij zich dopen. Helemaal kopje onder. Men heeft het in de eerste gemeente nooit anders durven doen, want dopen is geen besprenkelen en besprenkelen is geen dopen. Gehoorzaam ook hierin en buig voor het Woord van God. Volg het bevel op en doe de tweede stap naar uw persoonlijk Pinksteren: laat u dopen!

Petrus geeft een duidelijk antwoord. Hij vertelt de menigte niet alleen hoe zij gered kan worden. Nee, hij geeft ook een geweldige belofte aan al deze duizenden. Allen die zich bekeren en zich laten dopen, zullen de gaven van Gods Geest ontvangen. Niet misschien, maar zij zullen deze ontvangen. Er zijn altijd nog mensen die geloven in een “gezegende twijfel.” Twijfelen is duur. Het kan zo, maar het zou ook anders kunnen zijn. Wanneer Petrus op die manier zou prediken, zou zijn boodschap waardeloos zijn. Zijn woorden zijn voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. Na hun geboden te hebben zich te bekeren en na zijn oproep tot gehoorzaamheid m.b.t. de doop door onderdompeling, bazuint hij de belofte uit: ‘U zult de gaven van de Heilige Geest ontvangen.’

De toehoorders staan verbaasd, want de apostel beklemtoont het nogmaals: ‘voor u is de belofte.’ Zij kunnen er niet onder uit en later kunnen zij er niet meer óver uit. Het is immers feest op de pinksterdag. De belofte van de Heilige Geest is voor allen. Duizenden staan voor Petrus en de apostel zondert niemand uit. De belofte is voor hen allen. Er zijn altijd mensen die proberen te bewijzen, dat het voor toen was en niet voor nu. Zij voelen zich geroepen om zoveel mogelijk de zegeningen van God weg te redeneren met de spreuk: “niet voor ons….” Wat een armzalige roeping hebben zij! Weiger daarom naar al die negatieve mensen te luisteren, die maar zeggen: ‘Dat was alleen voor die mensen op de pinksterdag.’ Luister nog eens naar Petrus: En voor uw kinderen. Het is duidelijk. De belofte is ook voor de kinderen van die duizenden. Dit betekent dat zij in ieder geval voor tienduizenden is. Petrus stalt de heerlijkheden van God uit en voegt erbij, dat het voor allen is. Het is ook voor het volgende geslacht.

Petrus is nog niet uitgesproken: De belofte is ook voor allen die veraf zijn. Dit betekent niet alleen Joden, die misschien ver weg zijn, maar het houdt veel en veel meer in. De belofte is voor alle heidenen, voor alle volken. De uitdrukking ‘veraf’ doelt op de grote groepen van heidenen. De Joden gebruikten deze term om de heidenen aan te duiden. Dit Griekse woord wordt ook in Efeze 2:13 en 17 gebruikt. Paulus schrijft daar:

  • ‘Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. Vrede kwam Hij brengen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren.’

Paulus maakt daarbij duidelijk dat de heidenen ook bij de gemeente horen en dat de ‘tussenmuur, die scheiding maakte’ tussen Jood en heiden weggebroken is door Christus. Als de Heer de heidenen niet alleen redt, maar ook met zijn Geest doopt, staan allen verbaasd. Het is duidelijk dat de Heilige Geest Petrus direct leiden moet om zo iets uit te spreken en daarom kunt u er zeker van zijn, dat de belofte van de Heilige Geest ook voor u is.

Voor zovelen als de Heer ertoe roepen zal

De belofte van de gaven van de Heilig Geest is voor zovelen ieder die tot bekering komt, waar ook ter wereld. Jezus zegt: ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken.’ Als u tot bekering gekomen bent en opnieuw geboren bent, dan is de belofte ook voor u. U mag dan ontvangen wat de leerlingen op de pinksterdag kregen. Het is voor u. Is dit niet heerlijk? Krijgt u geen dorst naar deze ‘stroom van levend water?’ Als u dorst heeft naar deze doop in Heilige Geest, mag u tot Jezus komen en drinken. De Heer staat op u te wachten. Hij wil graag dat u komt en neemt. De Heer belooft u niets minder dan een persoonlijk Pinksteren. Door het geloof – en niet door het gevoel – mag u zich voldrinken met Heilige Geest. Door het geloof mag u dan tot God in andere talen spreken. Dit is wat door Petrus aan de duizenden op de pinksterdag beloofd werd.

De eerste Pinkstergemeente

De eerste Pinksterdag eindigde in een indrukwekkende climax: 3.000 mensen werden in water gedoopt. Petrus zei niet: ‘Laat u inschrijven in een kerkregister’, maar: ‘Bekeer u en laat u dopen.’ De leerlingen hadden inderdaad kracht ontvangen nadat de Heilige Geest over hen gekomen was. Dit bleek uit de overtuigende prediking van Petrus. Het werd ook zichtbaar in de resultaten van zijn toespraak: mensen kwamen tot overtuiging van zonden en namen Jezus als Redder en Verlosser aan. Maar er gebeurde meer, want: ‘Veel wonderen en tekens gebeurden door de apostelen’ (Hand.2:43). Ook staat er: ‘De Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.’ Dit waren enige kenmerken van de eerste pinkstergemeente. Hoe staat het met de kerk waar u misschien lid van bent?

Petrus predikt zeer boeiend. Hij komt echter niet aan het einde van zijn toespraak. Niet dat die zo lang is, maar er gebeurt iets wat hem onmogelijk maakt zijn toespraak te beëindigen. Hij getuigt tot allen, die samengestroomd zijn vanwege dit genezingswonder, dat het Jezus was die de verlamde genas. Petrus was nog helemaal niet klaar of de verontwaardigde priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën doen een overval op beide apostelen. Waarom? Omdat zij een man genezen hebben? Nee, de duivel kan het niet verdragen als Petrus en Johannes getuigen dat Jezus dit wonder gedaan heeft en daarom wordt hij actief. Want dit is een bewijs dat Jezus opgestaan is uit de doden, dat Hij de Messias is en dat Hij leeft! Daar is de duivel tegen en hij zorgt ervoor dat beide mannen opgepakt worden. Het leek alsof satan alles in de war stuurde, maar het feest ging toch door. Er staat immers:

  • ‘Maar velen van hen, die het woord gehoord hadden, werden gelovig, en het getal van de mannen werd ongeveer 5.000.’

Op de Pinksterdag waren het er 3.000, maar nu groeide het aan tot 5.000. Men telde alleen de mannen; dus een zee van mensen volgde Jezus. Petrus en Johannes worden voor de Raad gesleept. De duivel dacht ze bang te kunnen maken. Alle hoge geestelijke autoriteiten worden uitgenodigd dit proces bij te wonen. Zelfs de hogepriester is er bij en ‘allen die bij het hogepriesterlijk geslacht hoorden.’ De leerlingen wachten tot de ondervraging begint. Zij zijn niet vol met angst, maar zijn vervuld met Heilige Geest. Nadat de eerste vraag op hen afgevuurd wordt, begint Petrus te prediken en te getuigen. De kracht, waarmee Petrus getuigt, is opvallend en de Raad merkt dat deze eenvoudige mensen een grote vrijmoedigheid hebben en zij herkennen dat zij met Jezus geweest waren. Bovendien staat de genezen man naast hen en zij weten eigenlijk met de zaak geen raad.

De Raad in beraad

De heersende elite van die dagen is met de zaak verlegen. Zij vragen niet: ‘Wat moeten wij doen, mannen broers?’, maar zij stellen elkaar de vraag: ‘Wat moeten wij met deze mannen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen en wij kunnen het niet loochenen’ (4:16). Hier ziet u dat God een paar vissers gebruikt om een heel leger van collaborerende, religieuze deugers schaakmat te zetten. De Raad weet geen raad. Men zit met de handen in het haar en besluit om de apostelen vrij te laten, onder verbod nog meer over Jezus te spreken. Als de apostelen dit vernemen, staan zij pal. Zij zullen God meer gehoorzamen dan de mensen. Zij kunnen niet nalaten te spreken van wat zij gehoord en gezien hebben: Wat een getuigenis.

Al de dreigementen van het elitaire bananenkartel (what is new?) laten hun koud. Zij zijn vastberaden om door te gaan. Daarna laat het kartel hen vrij, want men weet niets tegen beide leerlingen te vinden. Zodra de apostelen vrijgelaten zijn, gaan zij naar de broers en zussen van de gemeente om te vertellen wat allemaal gebeurd is. Toen dezen hoorden dat Petrus en Johannes zo bedreigd waren, hadden ze maar één reactie: De gemeente ging bidden:

  • ‘Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. Welnu, Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken, door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekens en wonderen gebeuren in de naam van Jezus, uw heilige dienaar’ (Hand.4:27-30).

Door een genezing waren de moeilijkheden gekomen en door de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes kwamen zij in botsing met de geestelijke autoriteiten. Nu bidden zij juist om tekens, wonderen en grote vrijmoedigheid om het woord te prediken. Dit is waarachtig Pinksteren. Geen angst voor iets of iemand, maar alleen liefde voor God alleen. Zij brengen de woorden in praktijk: ‘Als God voor ons is, wie kan tegen ons zijn?’

Ook vandaag zijn er mensen die menen van Pinksteren te zijn. Zij hebben namelijk tien, twintig of dertig jaar geleden de doop in Heilige Geest ontvangen. Maar van deze mensen gaat geen enkele kracht meer uit. Sommigen van hen hebben een keer in talen gesproken, maar willen dit nu niet meer of kunnen dit niet meer. Zij horen bij de pinksterbeweging, denken zij, omdat zij eenmaal in talen spraken bij de doop in Heilige Geest. Toen behaalden zij hun pinksterdiploma en dachten dat het verder wel in orde was. Nu zijn ze geestelijk droog en houden er alleen nog een pinksterschijn op na.

In die eerste Pinkstergemeente geloofde men niet in pinksterdiploma’s. Daar was je werkelijk van Pinksteren, als je steeds vol was van de Heilige Geest. Al de mensen die daar bij elkaar zijn, zijn zonen en dochters van God die gedoopt zijn met Heilige Geest. Toch gebeurt daar iets in die bidstond, wat voor opnieuw geboren christenen noodzakelijk is:

  • ‘Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven en allen werden vervuld met Gods Geest en spraken vrijmoedig over de boodschap van God’ (4:31).

De Heilige Geest werkte zo dat er als het ware een aardbeving ontstaat, die het huis, waarin zij zich bevinden, schudt. De christenen die al met Heilige Geest gedoopt waren, worden hier opnieuw vervuld. Er is één doop in de Geest, maar vele vervullingen moeten erop volgen. Blijf daarom vol van Gods Geest. Neem Petrus als voorbeeld. In Handelingen 2 wordt hij met Heilige Geest gedoopt, in hoofdstuk 3 doet hij dit geweldige wonder in hoofdstuk 4 wordt hij ‘vervuld met Heilige Geest’ en aan het einde van het verhaal wordt hij nog dezelfde dag in die bewogen bidstond vol van de Heilige Geest!