Levend water uit het heiligdom

  • ‘Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel en Hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft’ zo zegt de Schrift’ (Johannes 7:37,38).

De laatste dag van het Loofhuttenfeest was de dag waarop de hogepriester in een plechtige processie afdaalde naar de beek Kedron. Het was de gewoonte dat daar een kruik gevuld werd met fris, helder beekwater. Deze kruik werd daarop in de processie weer mee teruggebracht naar de prachtige tempel van Jeruzalem, om daar in een symbolische handeling door de hogepriester te worden leeggegoten. Ongetwijfeld werd hierbij gedacht aan de zegen, die de almachtige God over zijn volk Israël zou uitgieten, zoals de profeet Jesaja uitgeroepen had:

  • ‘Ik zal water uitgieten op dorstige grond, waterstromen over het droge land. Ik zal mijn geest uitgieten over je nazaten en mijn zegen over je telgen. Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet. Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling’ (Jes.44:3 en 55:1).

En zo stond Jezus daar op die grote feestdag, toen het water werd uitgegoten en zijn stem weergalmde door de voorhof van de tempel met de woorden: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken!’ Hij stond Hij daar tussen de mensen als de Zoon van de Almachtige, die de diepste verlangens van de kinderen van Israël wilde bevredigen. Ook nu wil Jezus het levende water van Gods Geest uitstorten in de harten van ware christenen die verlangen hebben naar méér. Voor u, die dit leest, kan vandaag de grote dag van het feest zijn.

Er wordt veel gesproken en geschreven over de doop en vervulling met Gods Geest. Zoveel zelfs dat er onder kerkmensen verdeeldheid is over dit punt. Een grote meerderheid van het kerkvolk beweert:

  • ‘Op het ogenblik dat ik in het geloof Jezus als mijn Redder en Verlosser heb aanvaard en een kind van God ben geworden heb ik de gave van de Geest ontvangen. Meer is er niet. Ik heb alles al ontvangen. Het enige wat ik nu moet doen, is mijn leven in steeds vollere overgave aan de Heilige Geest ter beschikking stellen. Door dit groeien in de genade zal Hij dan steeds meer bezit van mij kunnen nemen en zo zal ik ook in ervaring leren kennen, wat ik al in het geloof aanvaard heb, namelijk dat ik vanaf mijn bekering vervuld bèn met de Heilige Geest.’

Maar deze redenering stemt niet overeen met de ervaring van opnieuw geboren christenen noch met het Woord van God. Ieder opnieuw geboren christen kan een getuigenis geven van zijn bekering. Misschien kent u wel iemand die vertelde hoe hij zijn knieën boog voor het kruis van Golgotha en hoe door persoonlijke aanvaarding van het kruis het historische feit van Golgotha op een bepaald moment in zijn leven realiteit werd. Opnieuw geborenen geloven en vertrouwen in Jezus en weten dat Golgotha niet alleen een historisch feit is, maar ook een geloofservaring voor alle mensen die zich gereinigd weten door het bloed van het Lam. Golgotha was echter niet het einde. Het werd gevolgd door Pinksteren en Pinksteren heeft net als Golgotha een tweeledige betekenis.

De historiciteit van beide wordt door niemand in twijfel getrokken, maar waarom zou Golgotha wèl, maar Pinksteren niét een weerspiegeling in het persoonlijke geloofsleven hebben? Wees Johannes de Doper niet op de Heer Jezus als het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt èn als Degene die met Heilige Geest en met vuur doopt? (Joh.1:29,33). Het laatste is niet minder dan het eerste, een persoonlijke ervaring. Hoewel Jezus aan het kruis van Golgotha voor de zonde van de hele wereld stierf, neemt Hij toch pas de zonde weg als men in geloof zijn verzoeningsdood aanvaardt. Hoe kan men dan denken dat men door het historische feit van Pinksteren zonder meer de doop in Gods Geest krijgt?

De Heer Jezus liet zijn leerlingen in Jeruzalem achter, na hun een duidelijk omschreven belofte gegeven te hebben: de belofte van een dynamische ervaring met Gods Geest. In die verwachting bleven de leerlingen eensgezind volharden in gebed, totdat de Pinksterdag aanbrak en de belofte in vervulling ging: 120 dorstige harten werden toen verzadigd door Gods Geest, die hun verheerlijkte Heer over hen uitstortte. Het werd een machtige ervaring en het nieuws hiervan verspreidde zich als een lopend vuurtje door Jeruzalem. Het pinkstervuur bereikte al die eerste dag drieduizend zielen en tot aan de dag van vandaag is Jezus nog dezelfde: Hij doopt in Heilige Geest en verzadigt dorstige harten met de verkwikkende stromen van levend water.

Deze zegen is niet alleen weggelegd voor een klein aantal uitverkoren, bijzondere mannen en vrouwen van God, die al veel jaren Jezus volgen en misschien de halve Bijbel uit hun hoofd kennen. Nee, de doop in Gods Geest is het geboorterecht van iedere christen. Deze ervaring is niet alleen voor predikanten, evangelisten of zendelingen, maar iedere christen heeft haar nodig. De kracht van Gods Geest is nodig om in de omstandigheden waarin hij geplaatst is het beeld van Jezus Christus te kunnen weerspiegelen. De apostel Petrus heeft zelf gezegd:

  • ‘Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die van ver zijn’, dus daar zijn wij ook bij inbegrepen. Wij èn alle heidenen, die tot geloof zullen komen, ‘zoveel als de Heer, onze God er toe roepen zal’ (Hand.2:39).

De Heer roept mensen op, niet alleen tot een persoonlijk ervaren van de schuldvergeving, maar ook tot een persoonlijk pinksterfeest, de doop in Gods Geest. Het Woord van God heeft eeuwigheidswaarde en Jezus zegt ook vandaag tot elk die naar Hem wil luisteren: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft (dat geloven komt er altijd aan te past), stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’ Het begint met een persoonlijke nood (dorst), die door een persoonlijke ervaring vervuld wordt. Maar daar blijft het niet bij. Dit drinken is nog maar het begin, want dan gaan de stromen van levend water vloeien en de dorst van anderen wordt erdoor gelest. Iedereen mag weten dat:

  • ‘Overal waar de beek komt, alles zal leven’ (Ezechiël 47:9).