Doop en vervulling met Gods Geest

Wat is Gods Geest?

Eén van de artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis luidt: ‘Ik geloof in de Heilige Geest’. Veel kerkmensen belijden dit zondag aan zondag en hebben daarmee een 3e Persoon in gedachten. Zij geloven namelijk in een Drie-eenheid, waarbij ze belijden te geloven in God, de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Deze verwerpelijke dwaling wordt vandaag in alle kerken geleerd. En zo is het mogelijk dat men gelooft in ‘een Heilige Geest’ en dat men toch als onveranderd mens voortleeft. Ja, het gebeurt dat men spreekt over de gave en de vervulling met de Geest en toch met broers en zussen in de gemeente niet door één deur kan of kwaadspreekt over hen. Het is dan vrijwel zeker dat men niet vervuld is met Gods Geest en dat men aards denkt en leeft als een onveranderd mens (1 Cor.3:3).

Gods Geest is de Geest van God. Deze Geest heeft de Goddelijke natuur en draagt zijn Wezen. Het is God zelf die zich in de Geest manifesteert en door deze Geest zijn eigen goddelijke natuur meedeelt, naar de mate van het geloof. Vervuld worden met Gods Geest betekent vol worden met Gods natuur en de tegenwoordigheid van God ervaren in zichzelf. Omdat God liefde, waarheid, heiligheid, rechtvaardigheid en vrede is, betekent het dat ook ware, opnieuw geboren christenen, mèt het gelegde Bijbels Fundament, al deze kentekens dragen. Als wettische Bijbelbeltbewoners dit willen begrijpen, zou er heel wat arrogantie en trotsheid verdwijnen en zouden zij worden gedwongen tot een heilige levenswandel en een serieus zoeken naar de vervulling met Gods Geest.

In Efeze 5:18 vermaant Paulus de christenen, die allen met Gods Geest gedoopt waren: ‘Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest.’ Blijkbaar was het toen, zoals in deze dagen: er waren gelovigen, die zelfs gedoopt waren met Gods Geest, maar hun levenswijze niet radicaal hadden veranderd. Zij legden de oude mens niet af en zij deden de nieuwe mens niet aan. Zij moesten gewaarschuwd worden om alle bitterheid, vijandschap, boosheid, getier, gevloek en kwaadaardigheid uit hun midden te verbannen en t.o.v. elkaar vriendelijk en barmhartig te zijn (Ef.4:30-32).

Men kan niet met Gods Geest vervuld zijn, zonder te breken met het oude leven en vervolgens als nieuwe schepping Jezus te volgen. Daarom overwinnen veel mensen niet hun slechte humeur, hun levenszorgen, hun toorn, hun vijandschappen, omdat zij nooit met Gods Geest vervuld worden. Als men niet vervuld is met de Goddelijke Geest, is men het met een andere, dat is de eigen geest of een antichristelijke geest. Mensen die liegen, roddelen, zich met onzuivere dingen bezig houden en in de zonde leven, zijn niet vol van Gods Geest.

De doop met Gods Geest

Wie het Koninkrijk van God wil binnengaan, zal de weg moeten bewandelen die God hem voorhoudt. Menselijke traditie en overlevering zijn hier dikwijls het grote struikelblok. Men is bang voor de reactie van de mensen en daarom durft men de goddelijke woorden niet in vertrouwen op te volgen. Wie streeft naar de volmaaktheid (Fill.3:12) kan alleen resultaat verwachten, als hij dit op Bijbelse wijze doet. Petrus geeft in één zin de weg aan: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van Gods Geest ontvangen’ (Hand.2:38). De bekering is de verandering van het hart; het is de nieuwe gezindheid die strijd voert tegen het vlees. Jezus sprak: ‘Gelukkig zij die honger en dorst hebben naar de gerechtigheid.’ Voor zulke mensen is Jezus gekomen; deze zijn bij Hem uitverkoren.

De doop IN water die na het geloof in God daarop volgt, is het gelovig aanvaarden van de vergeving van de zonden: het is een verzoek aan God om een zuiver geweten (1 Petr.3:21). Dan volgt de belofte van God: als u zich bekeert en laat dopen, zult u de gave van Gods Geest ontvangen. Gods bedoeling is om u verder te leiden tot de totale volheid, om herschapen te worden tot een steeds heerlijker gelijkenis met Hem, door de Geest van de Heer (2 Cor.3:18).

De gave van Gods Geest is het ontvangen van de kracht die nodig is om te leven en te groeien in het Koninkrijk van de hemelen. ‘U zult kracht ontvangen, wanneer Gods Geest over u komt’ (Hand.1:8). Met zijn komst deelt Gods Geest gaven uit, die alle bedoeld zijn tot opbouw, zowel van de christenen zelf als van de gemeente als tot uitbreiding van het Koninkrijk. Wie met Gods Geest gedoopt is, heeft doorgaans vrijmoedigheid om in de wereld voor Jezus Christus uit te komen. Deze doop met de Geest is voller, rijker en machtiger dan de doop met water, zoals Johannes zei:

  • ‘Die na mij komt is sterker dan ik; hij zal u met Gods Geest dopen.’

Deze doop is even zintuiglijk waarneembaar als de doop in water. Het is een ervaring die gehoord of gezien wordt (Hand.8:18, 10:16). Deze doop is een plotselinge onderdompeling in de stroom van levend water. Het begrip doop sluit een beweging in, het is niet iets statisch. Het maakt plotseling krachten los, die ter beschikking van de gelovige komen, die hem verder omhoog voeren en dichter bij de volmaaktheid brengen en hem tot een zegen stellen voor zijn naaste.

Een grote uitstorting van Gods Geest verwachten

Petrus zegt dat opnieuw geboren en Geestvervulde christenen in de laatste dagen een grote uitstorting van Gods Geest te wachten hebben. Deze apostel schrijft later:

  • ‘Gezegend is God, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden’ (1 Peter 1:3-5).

Men kan een erfenis direct ontvangen bij de dood van de erflater en Jezus Christus is gestorven! Die redding is alles wat de mens terugvoert tot zijn oorspronkelijke staat, tot het beeld van God. Daarom is Jezus gekomen om te redden en gelukkig te maken.

Het beest uit de aarde – De antichrist

De duivel probeert de mens ook te maken naar zijn beeld en zijn gelijkenis. In de laatste dagen zal hij het zodanig doen dat dè mens van de zonde zal verschijnen, de eerste onder de mensen in boosheid, topprestaties van satanische macht en onreinheid. Maar in de laatste dagen zal ook God van zijn Geest uitstorten en zal de openbaring van Gods zonen en dochters gezien worden. God maakt de mens tot koning, tot priester en tot overwinnaar: Hij geeft hem macht om schorpioenen en slangen te vertrappen en het hele leger van de vijand (Lukas 10:19).

In de kerken is in dit opzicht steeds verkeerd onderwijs gegeven. Men wordt geleerd te zien op eigen zwakheid, op zonden; men heeft de kerkmens leren geloven in eigen onmacht en onbekwaamheid en men heeft vooral niét gewezen op Jezus, die de belofte van de Vader heeft: door Jezus’ offer zijn de opnieuw geborenen bevrijd. De Vader heeft beloofd dat degenen die in Christus geloven Hem zullen toebehoren om zijn wil op deze aarde te doen. De Vader heeft alle macht in de hemel en op aarde aan de Zoon gegeven om dit te kunnen uitvoeren. Dit is de vreugde die Christus voorgesteld was, waarvoor hij het lijden heeft gedragen en de schande veracht.

‘Een klein beginsel…?’

Het is daarom een geraffineerde vorm van ongeloof om te spreken over ‘het kleine beginsel’ dat men hier altijd op aarde slechts ‘kan hebben.’ Dit is een tekort doen aan Christus willen en werken. Men zegt daarmee dus dat Hij niet meer kan geven of wil geven. Met een ongelovig ‘ja maar,’ heeft men in de kerkhistorie het loon van Christus werk en de redding van de gelovigen met zachte drang geschoven achter het ondoordringbare doodsgordijn. Men heeft de goddelijke beloften voor deze tijd krachteloos gemaakt en als alleen geldend voor het hiernamaals aanvaard. Maar de Woorden van God zeggen: ‘Nu is het de aangename tijd, vandaag wordt deze Schrift in uw oren vervuld’.

Opnieuw geboren christenen zijn kinderen van God die uitgroeien tot het zoonschap. Zij leven in de tijd om zoals de apostel zegt alle last en de zonde af te leggen, ziende op de overste Leider van het geloof, Jezus Christus. De kerken hebben de mens onthouden wat God direct geven wil en dit verschoven naar een verre eeuwigheid (Op.6:5,6). Aan de zich christelijk noemenden is gebeurd wat hun geleerd is en wat zij geloofd hebben, nl. een volk van God zonder overwinning, zonder krachten, slapend en veelal met een minderwaardigheidscomplex in de strijd tegen de zonde en de zwakte.

Maar… in de laatste tijd zal het klinken: ‘Wie overwint zal Ik belonen met alles wat Ik bezit, met mijn eer, met mijn macht en mijn rijkdom.’ Dit wordt aan de zonen van God geopenbaard, zij zijn het koninklijk geslacht, een volk dat van God is. Christus wil door hen de wereld overwinnen:

  • ‘Door de overtreding van één mens begon de dood te heersen, als gevolg van zijn val. Hoeveel heerlijker zullen zij die de overvloed van de genade en de gave van de gerechtigheid ontvangen, leven en heersen, dankzij de ene mens Jezus Christus’ (Rom.5:17).

Gelooft u alles wat in de Bijbel geschreven is? In Christus Jezus is alles ja en amen!

In de laatste tijden een doop met Gods Geest op alles wat (voor Hem) leeft

De Heer gaat in waterstromen uitgieten. Op de Pinksterdag schonk God de vroege regen, maar deze waterstromen zijn sinds eeuwen opgedroogd. ‘De waterkanalen staan droog en vuur heeft het groen in de steppe verteerd’ (Joël 1:20). Maar er is ook een late regen! God gaat van zijn Geest uitstorten op alles wat (voor Hem) leeft (Joël 2:28). De zegen van God houdt nog niet in dat de ontvanger tot de rechtvaardigen gerekend kan worden. Men kan verlicht zijn geweest, van de hemelse gaven genoten hebben en deel gekregen hebben aan Gods Geest en het goede woord van God en de krachten van de toekomende eeuw geproefd hebben en toch buiten de gemeenschap zijn met Jezus Christus (Hebr.6:4). Men kan een steen onder een waterval houden; hij wordt wel van buiten nat, maar van binnen blijft hij hard en droog. Men kan onder een douche staan en mond en neus gesloten houden, zodat men geen druppel water naar binnen krijgt. Als iemand dorst heeft naar Gods Geest, moet hij niet alleen de uitstorting over zich heen laten gaan, maar ook drinken van dit Levenswater. Hij wordt anders toch niet vervuld!

De leerlingen werden niet alleen gedoopt met Gods Geest, maar zij werden ook vervuld met Deze Geest. Men kan door de Rode Zee trekken, men kan onder een wolkkolom of vuurkolom zitten en toch omkomen vanwege ongeloof. Maar voor degene die gelooft staat geschreven: ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien!’ Hij is als een spons helemaal doordrenkt met water en bij beweging of verdrukking vloeit geen ongerechtigheid, maar er komt levend water als een stroom tevoorschijn.

Hoe laat is het?

Men spreekt er graag over, hoe laat het op de klok is van een aards Israël. Dit is goed, maar deze klok wijst niet het kritieke uur aan, want eerst zal de gemeente ontwaakt moeten zijn. Het helpt niet boeken over de eindtijd te lezen, waarin alles verteld wordt over het land Israël met zijn bewoners en over de antichrist en het duizendjarig rijk, als niet boven alles en allereerst de weg gewezen wordt, die de gemeente tot haar doel voert. Er is geen opname zonder toebereiding! Er is geen toebereiding zonder een doop met Gods Geest. Open uw ogen voor deze nieuwe tijd. Laat u niet alleen met Deze Geest dopen, maar raak ook doordrenkt met Gods Geest (1 Cor.12).