2. Volg de oude weg naar het goede!

<<<<<

In de meeste kerken komt de Bijbel eigenlijk nauwelijks ter sprake. Er worden uiteenzettingen gegeven over het leven door de Geest; de vrucht van de Geest (die hopeloos met de uitingen van de Geest worden verward), over de rechtvaardiging, over de doopformule, babybesprenkeling, de Geest- en de kinderdoop, de overdoop, enz. Een uitgebreid terrein, maar de Bijbelteksten zijn op één hand te tellen. Jezus zegt: ‘Laat de kinderen tot Mij komen en hou ze niet tegen, want voor hen is het Koninkrijk van God’ (Marc.10:14). Men moet wel goed kunnen manipuleren om hieruit de babybesprenkeling te rechtvaardigen! Jezus besprenkelde deze baby’s niet. Bovendien ligt de nadruk op ‘hen’, d.i. ‘zodanigen’. Hij doelt op de gezindheid van de kinderen. Vervolgens komt dan de tekst ter verdediging van de babybesprenkeling uit Mattheüs 21:16: ‘Uit de mond van jonge kinderen en van zuigelingen hebt U Zich lof toebereid’. Als hierom baby’s gedoopt moeten worden, kan men zich afvragen wat er met de Tabor en Hermon (Psalm 89:13) en de bomen van het woud (Psalm 96:12) moet gebeuren. Zij immers jubelen ook tot eer van God. Op hun gejuich en hosanna geroep werden de kinderen echter niet gedoopt. De Heer omarmde ze en zegende ze.

‘Als baby de verdoemenis deelachtig…’

Overigens zijn deze kinderen, die God eren, volgens het doopformulier ‘aan de verdoemenis deelachtig’. Zij gaan dus niet verloren, maar zijn als kleine verdoemelingen verloren! Om dit alles maar aan elkaar vast te breien, worden woorden en zinnen gebruikt, die geen mens kan begrijpen en alle helderheid missen. De doop (babybesprenkeling) moet volgens de kerk in verband gebracht worden met al de werken van God. Met schepping en verlossing, verbond en verkiezing, zonde en vernieuwing. Op zichzelf staan al deze woorden in de Bijbel. Maar ook deze samenhang kunnen ze dit niet bevestigen met Bijbelteksten. Het zijn alleen volwassenen, die hierover lastige vragen zouden kunnen stellen. Alleen denkende mensen kunnen zich hiervan een beeld vormen. Helaas, in de kerk zijn maar weinig mensen te vinden die zelf nadenken. Om toch de kinderbesprenkeling mogelijk te maken eindigt men met de opmerking: ‘En dat gaat alle weten en bewustzijn ver te boven…’ Dit moet dan inhouden dat je ook onbewust en onwetend hieraan deel kunt hebben. Dit is de reinste ketterij.

De Bijbel spreekt over andere dingen. Waar hier de onkunde en het onbegrip hoog geprezen wordt, zegt Paulus in 1 Corinthe 2:11-13: ‘Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest van God. Wij nu hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest uit God, zodat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door God geleerd zijn’.

Valse leringen

Het is niet vreemd dat wanneer men de doop met Gods Geest verwerpt, men ook niet de diepten van God kan doorgronden. Zij belijden dat de wil van God ondoorgrondelijk is, terwijl de Bijbel zegt: ‘Zodat u met de juiste kennis van Zijn wil vervuld mag worden’ (Col.1:9). Geestelijk onbegrip staat gelijk met dwaasheid. In Lucas 1:77 profeteert Zacharia al van Jezus, dat Hij gekomen is ‘om aan zijn volk te geven kennis van geluk in de vergeving van hun zonden’. De zondevergeving is de basis, waarop de kennis van het behoud gebouwd wordt. In veel kerken is men al tevreden met deze basis en spreekt men over niets anders.

Vergeving van zonden? Nutteloos…!

Voor velen is de zondevergeving nutteloos, omdat er geen kennis van het gelukkige leven uit voortvloeit. Wee de verantwoordelijke leiders, de herders die geen herders zijn, maar die de kudde dom houden! Zij gaan zelfs zo ver in hun afkeer van inzicht en helderheid, dat ze zeggen ‘van verwondering op verwondering’ te gaan over dingen die ze niet zien. Wie het vatten kan, die vatte het! Het vindt allemaal zijn wortel in de zo veel geroemde belijdenisgeschriften. Men is misleid door leringen uit voorbij gegleden eeuwen. Het vastgevroren zitten op de basis van de zondevergeving vloeit voort uit de dwaling van zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus. Er wordt in vraag 115 gezegd, waarom God (?) zo dwingend de tien geboden voorhoudt. Het antwoord luidt: ‘Allereerst, opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen…’ Er wordt hierbij verwezen naar Romeinen 3:20, waarin staat dat door de wet geen vlees gerechtvaardigd wordt, want wet doet zonde kennen. Ieder weldenkend mens ziet dat hieruit beslist niet mag worden geconcludeerd, dat je je leven lang steeds meer onze zondige aard moet leren kennen. De Bijbel leert anders: ‘Laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water’ (Hebr.10:22).

Hier spoort de Hebreeënschrijver aan tot het omgekeerde van wat de Heidelbergse Catechismus leert. Door deze valse leringen komt men tot de belijdenis dat men als kind van God dagelijks de schuld groter maakt en zo begint de zondelast steeds zwaarder te drukken. Paulus zegt echter dat allen die in Christus zijn, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid (2 Cor.3:18). De dagelijkse schuldvermeerdering van hen, die in Christus zijn, is een lering van de Satan. Zij moet het volk van God onderdrukken met angst en schuldcomplexen. Zij is ook een verloochening van de Naam van Jezus Christus, want van Hem zegt de engel dat Hij zijn volk verlossen zal van hun zonden (Matth.1:21).

Het verbond voor volwassen, bekeerde gelovigen en geen baby’s

Een van de meest gehanteerde argumenten voor de verdediging van de babybesprenkeling is de verbondsgedachte. Het formulier van de doop in de gereformeerde kerken wijst hierbij op twee teksten: Genesis 17:7: ‘Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u.’ En verder Handelingen 2:39: ‘Want u komt de belofte toe en uw kinderen en allen die veraf zijn, zoveel als de Heer onze God ertoe roepen zal’. Deze laatste tekst heeft de twee woorden doop en belofte aan elkaar gekoppeld, waardoor zo’n verbijsterende misvatting is ontstaan. De doop is namelijk geen belofte, maar een getuigenis. Handelingen 2:39 is door het doopformulier totaal uit het verband gerukt. Het gaat immers over de belofte van Gods Geest! Deze tekst heeft dus niets met de babybesprenkeling te maken. Doop en belofte horen niet bij elkaar. Wel roeping en belofte. En dat staat in deze tekst. De belofte van Gods Geest geldt voor geroepenen en treedt in werking, wordt verwezenlijkt, wanneer op deze roeping van God wordt geantwoord met geloof (Gal.3:14). Zonder geloof is er geen sprake van ontvangen van de Geest. Baby’s en kleine kinderen kunnen nog niet geloven.

Wat de belofte aan Abraham betreft: Paulus legt er in Galaten 3:16 de nadruk op dat de belofte aan Abraham ook voor zijn zaad gold, niet in het meervoud: zaden, maar in het enkelvoud: zaad. Dit wil zeggen: Christus. De belofte was dus niet voor alle natuurlijke kinderen van Abraham, maar voor zijn geestelijk nageslacht. Het geestelijke nageslacht zijn de gelovigen, want hij is de vader van de gelovigen (Rom.4:11,12). Jezus was de eerste van Abrahams nageslacht. Wie in Jezus gelooft, die doet de werken van Abraham, want Abraham geloofde ook. Daarom zegt Galaten 3:29: ‘Wanneer u nu van Christus bent, dan bent u zaad van Abraham en naar de belofte erfgenamen’. Om zaad van Abraham te zijn moet men ‘in Christus’ zijn, dus geloven! Het verbond met Abraham Zijn kind, bevestigd Hij van (geestelijk!) kind tot (geestelijk!) kind. Dit is het nieuwe verbond. Het oude verbond was naar de letter. Daar rekende men met de natuurlijke nakomelingen. Dit verbond heeft afgedaan: ‘Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard’ (Hebr.8:13).

Het doopformulier zegt van de tekst uit Genesis 17, dat God tot Abraham spreekt, de vader van alle gelovigen en daarom ook tot alle gelovigen vandaag en dan voegt het er vrolijk aan toe: en onze kinderen…’ Hier wordt het nieuwe verbond weer in het oude terug geprojecteerd. In wezen wordt hierdoor de noodzaak van bekering en opnieuw geboren worden vernietigd. Sommigen dwalen dan verder en zeggen dat de doop al bekering en nieuwe geboorte inhoudt. Men valt van de ene leugen in de andere.

De dwalingen van dit formulier hebben tot kerkscheuringen geleid en doen dit nog steeds. Onze baby’s zijn niet automatisch opnieuw geboren, vervuld met Gods Geest en in het verbond opgenomen. Men wordt door het geloof in het verbond opgenomen en het geloof is door het gebrachte woord (Rom.10:14,17). Baby’s kunnen niet geloven, omdat ze het woord niet kunnen horen, laat staan lezen! Het nieuwe verbond zegt de Heer, is een verbond in zijn bloed. Alleen wanneer men deel heeft aan het bloed van Christus – dat is aan zijn leven – dan is men in het verbond opgenomen. Je krijgt deel aan het leven van Jezus door geloof. De doop is de gebed van een goed geweten tot God, zegt 1 Petrus 3:21. Een baby weet hier niets van.

De besnijdenis van Christus

Men gelooft dat de doop in plaats van de besnijdenis gekomen is. Ook weer door een zoveelste formulier. Paulus zegt heel duidelijk, dat Abraham besneden is, nadat hij geloofde. Hij ontving het teken van de besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van het geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Aannemende, dat de doop in plaats van de besnijdenis is gekomen, zou deze toch nog moeten worden toegepast nadat men tot geloof gekomen is (Rom.4:11). Maar de doop is niet in plaats van de besnijdenis gekomen. Dit leert de Bijbel nergens. In het oude verbond was de zichtbare besnijdenis het teken van het verbond. In het nieuwe testament is de onzichtbare besnijdenis het teken van het Verbond. Dit onzichtbare teken is niet met mensenhanden aangebracht, maar door God. Het is de besnijdenis (vernieuwing van het hart). Het hart is het innerlijke van de mens, zijn geest. Het teken van het nieuwe verbond is de vernieuwing van de geest! Dáárom staat er in Colossenzen 2:11 en 12: ‘In Hem bent u ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, omdat u met Hem begraven bent in de doop’.

De doop is wel werk van mensenhanden, het is namelijk het getuigenis van wat God gedaan heeft. In Hem bent u ook mede opgewekt door het geloof aan de werking van God, die Jezus uit de doden heeft opgewekt. Overal en altijd is geloof het scharnier waar alles om draait. Vrijwel alle kerken zijn door een andere deur naar binnen gegaan en men zit met de brokstukken. Daar wordt niet naar geloof gevraagd, maar zonder bekering en zonder geloof wordt men daarin het verbond opgenomen…’ Men is daar teruggekeerd naar het oude verbond, dat door Paulus de bediening van de dood genoemd wordt (2 Cor.3:7). Het oude verbond ging tot Johannes. Daarna heeft het afgedaan, want het is tot volheid gekomen in Jezus Christus. Hij is het eind(doel) van de wet (Rom.10:4). De wet was gegeven met het oog op het nieuwe verbond. In de historische kerken worden deze twee verbonden finaal door elkaar gegooid. Men heeft geen enkel onderscheid.

Welke weg gaat u volgen?

  • ‘Dit zegt de Heer: Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in en vindt rust. Maar zij zeggen: Dat doen wij niet’ (Jeremia 6:16).

U zult moeten toegeven dat er maar één Bijbelse doop is, de geloofsdoop door onderdompeling. Zet u de stap en laat u zich nu Bijbels dopen? Er zijn nog steeds kerkmensen die, na dit alles gelezen te hebben, zich niet laten dopen, ‘omdat ze als baby ‘besprenkeld’ zijn en God hun hart toch kent’. Maar God vraagt gehoorzaamheid. Laat uw doop getuigen van uw geloof en gehoorzaamheid aan God. De babybesprenkeling is geen getuigenis van uw geloof. In het gunstigste geval van het geloof van uw ouders…

‘Sta op, laat u dopen!’ (Handelingen 22:16)!