Baby’s besprenkelen: Een on-Bijbelse handeling!
Jonge mensen horen erbij in de gemeente van Jezus Christus, waar het eeuwig evangelie gebracht wordt. Dat kunnen tieners zijn, maar ook de nog jongere kinderen uit de gezinnen. Zij worden heel bewust bij het gemeentegebeuren betrokken. De samenkomsten zijn, mede door hun aanwezigheid en actieve deelname, beeld van het ‘huisgezin van God’.
Maar hoe valt dit te rijmen met de waterdoop in de kerken? In de gemeente van Christus worden immers alleen volwassenen gedoopt. Alleen zij komen voor de doop in aanmerking, die bewust een persoonlijke keus voor de Heer kunnen maken. Jezus en zijn apostelen doopte geen kinderen; nergens! Kinderen (en zeker baby’s) zijn daar duidelijk nog niet aan toe. Daarom is in de gemeente de zogenaamde ‘verbondsgedachte’ van zoveel kerken een totaal verkeerde gedachte (je hoort erbij, omdat je ouders je hebben laten besprenkelen). En toch worden de kinderen bij het gemeenteleven betrokken. In de gemeente van Jezus Christus is dus geen plaats voor de babybesprenkeling, maar wél voor de kinderen zelf!
Er zijn veel volwassen leden van de gemeente van Jezus Christus, die in hun verleden als kind besprenkeld zijn. Zij hebben zich hiervan gedistantieerd voordat zij zich Bijbels lieten dopen IN water. Heel bewust en niet alleen vanwege een valse ‘Roomse mystiek‘ rond dit gebeuren Karl Barth). Deze theoloog heeft naar ons weten nooit afscheid van de kerk genomen en heeft ook nooit het hele Bijbelse Fundament in zijn leven gelegd. Maar de volwassen leden van de gemeente namen afstand van de babybesprenkeling vanuit Bijbelse overwegingen. Deze Bijbelse stap bracht en brengt hen veel haat en tegenwerking. Veel dagelijkse verbanden met mensen werden verbroken, maar zij zijn daarin trouw aan God en Jezus.
Besprenkelen komt niet voor in het Nieuwe Testament – Ook niet via Abraham!
Er zijn genoeg argumenten op grond waarvan men de babybesprenkeling onmogelijk als een Bijbels gegeven kan aanvaarden:
- Johannes de Doper doopte geen baby’s. Hij drong aan op bekering vóór men zich kon laten dopen. Baby’s kunnen zich nog niet bekeren.
- De babybesprenkeling berooft het kind van het voorrecht om later – door persoonlijke gehoorzaamheid – zijn eigen doop te ondergaan.
- De doop wordt in de Bijbel een ‘gebed van een goed geweten’ genoemd. Bij een baby is er geen sprake van een geweten. Ook kan het kind geen gebed bedenken of uitspreken.
- Jezus doopte de kinderen niet, maar Hij legde hun de handen op en zegende hen. Hij zei: ‘Want voor hen – voor ongedoopte kinderen – is het Koninkrijk van God’. Uit het feit dat de leerlingen wilden verhinderen dat de kleinen tot Jezus gebracht werden, blijkt dat zij zeker niet gewend waren hen te dopen.
- God vraagt geloof voor er gedoopt kan worden: ‘Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden’. Een baby heeft nog niet het vermogen om Gods beloften te geloven.
- Aan de doop moeten de woorden van Jezus en onderwijs vooraf gaan. Jezus’ opdracht aan zijn apostelen was: ‘Maak al de volken tot mijn leerlingen en doop hen’. Wat voor onderwijs heeft een baby gehad?
- Ook de apostelen doopten geen baby’s. Van de eerste gemeente wordt gezegd: ‘Zij die het woord aanvaardden, lieten zich dopen’.
- De babybesprenkeling staat haaks op het voorbeeld dat Jezus zelf gaf. Er staat dat Hij Zich door Johannes in de Jordaan liet dopen ‘omdat daar veel water was’. Bij de babybesprenkeling gebruikt men weinig water en wordt er in feite niet gedoopt – dopen betekent ‘onderdompelen’.
Gezinsdoop?
In het Nieuwe Testament is soms sprake van ‘groepsbekeringen’, dat zijn gelegenheden waarbij hele groepen in hun totaliteit na het horen van het evangelie tot geloof komen. De Bijbel noemt daarbij doorgaans de naam van de leidende figuur van die groep ‘en zijn huis’. Wordt hiermee nu een ‘huisgezin’, een familie-eenheid naar westerse maatstaven, bedoeld? En zo ja, zouden daar dan kinderen bij geweest kunnen zijn?
Voorstanders van de babybesprenkeling stellen graag dat dit inderdaad het geval geweest ‘moet’ zijn. Door deductie komt men dan tot de slotsom, dat deze kinderen dan ook wel gedoopt zullen zijn. Maar deze veronderstelling mist elke grond. Het blijkt duidelijk uit de omstandigheden waar deze ‘gezinsdoop’ gebeurde:
- Als er gesproken wordt van de doop van Cornelius ‘en zijn huis’, staat er uitdrukkelijk bij vermeld dat alleen zij gedoopt werden die het woord hadden gehoord en blijkbaar Gods Geest ontvangen hadden, gezien het feit dat zij in talen spraken. Daar kunnen géén baby’s en kleuters bij geweest zijn.
- Lydia, de eerste gelovige op het Europese continent, die met haar huis tot geloof kwam en gedoopt werd, kwam oorspronkelijk uit Thyatira, honderden kilometers van haar woonplaats verwijderd. Zij sprak over ‘mijn huis’, wat kan betekenen dat zij geen man had. Het ligt ook niet voor de hand dat een jonge vrouw met kinderen zo ver van haar geboorteplaats al zo’n belangrijke zaak beheerde. Als verkoopster van purperen gewaden bezat zij ongetwijfeld personeel: haar huis. Deze huishouding wordt later aangeduid als ‘de broers’, die Paulus bemoedigend toesprak.
- Waren er baby’s en kinderen in ‘het huis’ van de gevangenisbewaarder van Filippi? Zulke gevangenbewaarders werden gerekruteerd uit oude oorlogsveteranen. Er wordt gezegd dat allen in zijn huis het woord van God hoorden. Allen waren oud genoeg om gelovigen genoemd te worden. ‘En hij was blij dat hij met zijn hele huis tot geloof in God gekomen was’. Dit sluit baby’s en kinderen uit.
- Ook Crispus, de overste van de synagoge in Corinthe, kwam tot geloof in de Heer ‘met zijn hele huis’, waarop zijn hele huis ook gedoopt werd: ‘En velen van de Corinthiërs die hem (Paulus) hoorden, geloofden en lieten zich dopen’. ‘Horen’ en ‘geloven’ waren de twee voorwaarden waaraan ook de leden van het huis van Crispus moesten voldoen om de doop te kunnen ondergaan.
- Het huis van Stefanus in Corinthe dat door Paulus gedoopt was, had zich helemaal in dienst van de heiligen gesteld. Aan de Corinthiërs werd gezegd zich onder zulke mensen te stellen; dit weerlegt duidelijk de gissingen die de voorstanders van de babybesprenkeling bij de zogenaamde gezinsdoop maken.
Heiligen
De baby’s en kinderen in de gemeente hoeven niet besprenkeld te worden. Gods methode om hen binnen de invloedssfeer van zijn Koninkrijk met de daaraan verbonden vrede, gerechtigheid en blijdschap te krijgen, is een totaal andere. De kinderen komen op een duistere aarde, waar de duivel macht heeft – niet voor niets noemt de Bijbel hem de ‘overste van deze wereld’. Zij worden vanaf hun geboorte door de duivel en zijn demonen, de ontrouwe engelen, bedreigd. Dezen proberen hen ziek en tot een prooi van de zonde te maken en hun zielenleven te misvormen.
Zoals vader en moeder voor kleding en voeding zorgen en op het natuurlijke vlak de beschermers van het kind zijn, zo zijn zij dit ook in geestelijk opzicht. Wanneer demonen van zonde en ziekte hun kind aanvallen, staan zij daarvoor op de bres. Hun taak is om door geloof en gebed bij het weerloze kind deze demonen te bestrijden. Via de gelovige ouders ontvangt het kind genezing, bevrijding, rust en blijdschap. De gemeente heiligt de ouders voor hun kinderen, zoals de Heer dit voor zijn leerlingen deed. Hij zei:
- ‘Ik heilig Mijzelf voor hen, zodat ook zij geheiligd mogen zijn’.
Daarom kunnen deze ouders zich geen enkele binding met het rijk van de duisternis permitteren. Als zij zelf liegen, kunnen zij de leugenmacht die hun kind aanvalt, niet weerstaan. Als zijzelf onreine gedachten koesteren, kunnen zij geen machten van onreinheid in Jezus’ naam uit de levens van hun kinderen verdrijven. Het geluk van de kinderen hangt af van de geestelijke positie en activiteit van hun ouders in de hemelse gewesten.
Opdragen aan God
Baby’s worden in de gemeente niet besprenkeld, maar aan God opgedragen, zoals Maria en Jozef de kleine Jezus aan God voorstelden in de tempel. Zij worden ook voorgesteld aan het hoofd van de gemeente, Jezus Christus. De gemeente wil de baby’s zegenen op dezelfde manier als Jezus dit deed. Er staat dat Hij de kleine (ongedoopte) kinderen omarmde, hun de handen oplegde en zegende. Hij deed dit om ze te claimen voor Gods Koninkrijk met zijn vrede, gerechtigheid en blijdschap. Zo staan de ouders in het midden van de gemeente, terwijl de voorganger hun kind onder gebed voor de Heer opheft. In naam van de gemeente wijdt de voorganger het kind aan de Heer, zodat deze zijn verlossing en zijn heerlijkheid in het kind zal openbaren. Daarom zegent hij het onder oplegging van de handen in de naam van Jezus Christus. Daarna wordt het kind aan de ouders teruggegeven, zodat zij het zullen leiden, beschermen en heiligen, totdat het zélf door zijn waterdoop kan getuigen dat het zich ingevoegd weet in het lichaam van Christus en een eigen plaats in de gemeente heeft.
De gemeente blijft zich als huisgezin van God medeverantwoordelijk weten voor het wel en wee van de kleine die in haar midden werd opgedragen. Wanneer ouders zelf de overwinning voor hun kind niet kunnen behalen, vragen zij om geestelijke steun van hun broers en zussen in de gemeente. De geestelijke gaven worden in het midden van de gemeente immers gegeven tot herstel en genezing – ook van de kinderen. Wanneer een klein kind vlak bij een gevaarlijke sloot speelt, zullen ouders er de wacht bij houden. Als het echter als tienjarige in die sloot valt, is dat zijn eigen schuld. Het is nu zo groot geworden dat het zelf het gevaar moet onderkennen. Toch zullen ouders het bij zijn thuiskomst wel van schone kleren voorzien. Zo is het ook in het geestelijke.
Bij het groter worden moeten de kinderen zélf hun keuze tussen goed en kwaad bepalen. Natuurlijk maken de kinderen wel eens een foute keuze, maar ouders zullen hen niet wegsturen als zij met hun moeilijkheden bij hen komen, maar samen met hen naar de Heer gaan. Wanneer zij zóver opgegroeid zijn dat ze zich met vol bewustzijn tot God kunnen en willen keren en een vaste keus gemaakt hebben, zullen zij zich ook laten dopen.
************
Gerelateerd:
Waarom de babybesprenkeling verworpen moet worden >>>>>


