Het geloof vàn God

Wat is geloof?

Geloof is een gave van de geest. Die geest kan dingen in zich opnemen en vasthouden die niet zintuiglijk kunnen worden waargenomen. Het geloof gaat werken als men iets hoort of leest. Hoe meer men hoort en leest, hoe meer men kan geloven. Het geloof hecht zich namelijk aan het woord als uiting van een gedachte. Het kan iets grijpen in de toekomst of uit het verleden of het kan informatie geven, bijvoorbeeld over landen en volken waar men nooit geweest is. Wil de mens zich boven het natuurlijke leven verheffen en met zijn onzichtbare geest en ziel zijn plaats innemen in de geestenwereld, dan kan hij dit alleen bereiken door zijn geloof. Het horen van het evangelie van Jezus Christus openbaart hem dan de waarheden en de situatie van de onzienlijke wereld.

De apostel Paulus bracht, via rondreizen en brieven, het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen net als Jezus dit had gedaan. Hij schreef dat kinderen van God niet te worstelen hebben tegen mensen van vlees en bloed, maar tegen de demonen in de hemelse gewesten (Ef.6:10-12). Om op dit ‘terrein’ te kunnen overwinnen, zullen ze een geloofsstrijd moeten voeren. Daar is kennis en inzicht voor nodig, m.a.w. geloof in het bestaan van een geestelijke wereld, die praktisch onbekend is voor het massachristendom. Hebt ù er wel eens aan gedacht dat Jezus de weg wees om zonde, ziekte en gebondenheden te overwinnen door dit evangelie?

Het geloof van God en van de satan

God is geest, onthulde Jezus in zijn gesprek met een Samaritaanse vrouw. Daarom kan ook van God gezegd worden dat Hij geloof heeft. Voor Hem zijn de dingen die nog moeten gebeuren, die er dus nog niet zijn, zo zeker alsof ze er al waren. Men kan zeggen dat God een groot geloof heeft in Zichzelf en in zijn schepping. Hij heeft de absolute zekerheid: wat Ik doe, is goed en wat Ik mij voorgenomen heb, zál gebeuren. Toen Hij na de schepping zijn werk overzag, zei Hij dat ze goed was, ja zeer goed. Dit gold dan wel zeer speciaal voor de koning en de kroon van de schepping, de mens. God schiep hem om met diens geest contact te hebben en zich een woning in hem te maken, waardoor Hij zich ook in stoffelijke zin zou kunnen openbaren. Wanneer de apostel Johannes de toekomst van de mensheid beschrijft, in wie de Schepper zijn woning heeft, profeteert hij: ’Zie, de woonplaats van God is bij de mensen: Hij zal zijn Tent bij hen spannen’ (Openb.21:3).

Het Lam van God, geslacht sinds de grondvesting van de wereld

Toen het bij de zondeval van de mens fout ging, raakte God niet in paniek en verloor Hij zijn vertrouwen in de mens niet. Hoewel de mens aangetast, verminkt, vernederd en verdrukt is onder het regime van de duivel, kan hij zich toch herstellen en blijft hij geschikt als partner van God. Deze heeft immers de mogelijkheid en het middel tot herstel en vernieuwing ingeschapen, zoals het Lam van God, ‘dat geslacht is, sinds de grondvesting van de wereld.’

De val van de verzegelaar van de som (P.C. Vert.)

Ook van satan en zijn demonen wordt gezegd dat zij geloof hebben. De duivel gelooft ook in zichzelf en in zijn vernielend en afbrekend werk. Hij gelooft stellig dat er van de mens niets meer terecht kan komen. Hij heeft geen enkel vertrouwen in hem, maar heeft hem volkomen afgeschreven als koning en toekomstige heerser over al de werken van Gods handen. Daarom is de verschrikkelijke strijd tussen God en satan een geloofsstrijd, die zich om de mens afspeelt. Hierbij staan Geest tegenover geest en positief geloof tegenover negatief geloof. De duivel valt God aan op diens geloof in de mens. Daar gaat de hele strijd over, want de duivel wil niet dat de mens eenmaal met God op diens troon zal zitten en verheven zal zijn boven alle schepsels, zelfs boven alle krachten en machten en tronen in de hemelse gewesten. De vijandschap van satan tegen de mens vindt haar oorzaak in zijn verlangen om zélf de plaats te bezetten (Jes.14:12-14) die God voor ons heeft bestemd (Ez.28:15-19). 

God heeft een zeer groot geloof in de mens

Al in het Oude Testament kan men lezen dat God een onbeperkt vertrouwen stelde in zijn knecht Job. Hij getuigde van hem dat niemand op aarde zo vroom en godvrezend was en er een enorme hekel aan had om iets kwaads te doen. De satan stelde zijn ongeloof tegenover dit positieve geloof en zei: ‘Laat hij maar eens in moeilijkheden komen. Dan zult U eens zien hoe snel hij U loslaat’. De duivel wilde het geloof van God effectloos maken, dus beschamen. Hij is hier altijd mee bezig en hij wordt niet voor niets de aanklager van de broers genoemd. God heeft echter een zeer groot geloof in de mens. Al bij diens val bleek dit vertrouwen, want de Heer zei tot de slang, die een beeld van de duivel was:

  • ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal uw kop vermorzelen en u zult het de hiel vermorzelen’ (Genesis 3:15).

Zo zal het gaan en God heeft nooit aan de vervulling van deze uitspraak getwijfeld. De kop van de slang wordt door de mens verpletterd. De apostel Paulus schreef bemoedigend: ‘De God van de vrede zal satan nu snel vertrappen en aan u onderwerpen’ (Rom.16:20). De duivel is echter alle eeuwen door een hielbijter geweest. Hij bemoeilijkt en stagneert de gang van de mens en zijn ontwikkeling. Het lijkt of hij aan de winnende hand is, maar uiteindelijk zal het geloof dat God in de mens heeft, overwinnen. God heeft in de mens genoegen en God gelooft in de mens!

Het geloof van Jezus

De aarde met de mens erop zal nooit verdwijnen. De aarde zal niet vergaan, maar altijd blijven functioneren. Nooit zal gezegd kunnen worden: ‘De planeet die aarde heette’, want God heeft de aarde niet als chaos geschapen, maar om te bewonen heeft hij haar gevormd (Jes.45:18). Het geloof van God blijkt duidelijk uit het feit dat Hij zijn herstelplan, dat ‘alle dingen’ inhoudt, toevertrouwt aan de mens Jezus Christus. Deze heeft het geloof van God in zijn schepping overgenomen, want Hij dacht en sprak zoals zijn hemelse Vader dit deed. Jezus ontving alle volheid van God, dus ook diens wijsheid, kracht en geloof. Hij wordt zelfs de hoogste Leider en Voltooier van het geloof genoemd. Daarom heet hij ook ‘het Woord van God’, omdat hij de uitdrukking is van Gods gedachten. Jezus geloofde zo stellig in de toekomstige heerlijkheid van de mens, dat Hij, ‘denkend aan de blijdschap die voor Hem lag, zich niet liet afschrikken door de schande van het kruis’ (Hebr.12:2).

In de zware omstandigheden tijdens ‘het uur van de duisternis’ beleed Hij voor de hogepriester Kajafas zijn onwankelbaar geloof in de overwinning van de mens: ‘Maar Ik zeg u, vanaf nu zult u de Mensenzoon zien, die zit aan de rechterhand van de Machtige en komende op de wolken van de hemel’ dat wil zeggen komen met zijn gemeente, wiens hoge positie vergeleken wordt met wolken. Door zijn geloof in een toekomstig herstel gaf Jezus Zichzelf als losprijs voor alle mensen op alle plaatsen en in alle tijden en deze losprijs bestond uit zijn volmaakte leven.

Slaven van de duivel

De mens was door de zonde een slaaf van de duivel geworden. Toch bleef de hemelse Vader in de mens geloven. Hij haalde hem niet ruwweg onder het juk van satan vandaan, want Hij is rechtvaardig en haat geweld. God deed de duivel een aanbod. Hij voorzag Zichzelf – om een Oud Testamentisch beeld te gebruiken – van een brandoffer, dat Hij aan het vuur, dit wil zeggen aan de boze geesten, prijsgaf. In de zichtbare wereld gaf Gods Zoon zijn leven vrijwillig in de handen van moordenaars en in de onzichtbare wereld aan de demonen om de mensheid voor zijn Vader terug te kopen. Eén volmaakt mens in de plaats van alle beschadigde en aangetaste mensen. Jezus Christus gaf zijn leven voor de mensheid. In de gebeden van de heiligen klinkt daarom het nieuwe lied:

  • ‘Want U bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal’ (Openbaring 5:9).

De duivel geloofde dat Jezus aan het kruis tijdens de stormloop van zijn demonen zou bezwijken. God had immers zijn Geest van zijn Zoon weggenomen, zodat deze van God was verlaten. Jezus was toen in dezelfde positie als Adam vóór de val, namelijk zonder zonde en zonder Gods Geest. Zijn situatie was echter veel moeilijker. Maar Hij had het geloof ván God ín Zich. Door zijn geloof overwon Jezus en daarom kon Hij als volmaakt geestelijk mens staande blijven tot de dood, ja tot de dood aan het kruis. Het ongeloof van de duivel werd beschaamd. Nadat Jezus de strijd had gestreden en alles ‘volbracht’ had, daalde Hij – opnieuw verbonden met Gods Geest – als overwinnaar in het dodenrijk. Alle mensen van alle tijden konden voortaan worden behouden door hèt geloof in het herstelplan van God.

Hèt geloof met de gaven van Gods Geest

Wanneer een christen net als zijn Heer (!) met Gods Geest gedoopt wordt, woont in beginsel ‘al de volheid van God (en niet God zelf) in hem (Col.2:10). De gaven van Gods Geest zullen zich dan in hem moeten ontwikkelen, ook die van geloof. Wanneer het geloof van God in de mens is, zal hij de demonen overwinnen. Paulus schreef dat hij eenmaal een godslasteraar was, een vervolger van de gemeente en een geweldenaar. Jezus had echter geloof in deze wettische ijveraar en toen kwam ‘het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn, ook in hem’ (1 Tim.1:14). Zo groot is het geloof van Jezus, dat Hij de gelovigen het herstel van de totale schepping toevertrouwt. In Openbaring 2:13 zegt de Heer: ‘U hebt Mijn geloof niet verloochend’. Neem dus niet het ongeloof van de duivel over, want deze zegt: ‘Er komt niets meer van je terecht. Je bent te slecht, te ziek of te beschadigd’. God zegt echter: ‘Ik zie een koning en een priester in je. Je hoort bij een heilige natie’.

In Habakuk 2:4 staat er in de Septuagint:

  • ‘De rechtvaardige zegt God, zal door Mijn geloof leven’.

Paulus schreef in Galaten 2:20 volgens de Statenvertaling:

  • ‘Wat ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God’.

In Marcus 11:20 staat volgens de kanttekeningen van de Statenvertaling:

  • ‘Heb het geloof Gods’. De Canisiusvertaling luidt: ‘Heb Godsgeloof’.

Voor wie het geloof vàn God heeft, gelden dan ook deze teksten:

  • ‘Als je tot een berg (beeld van een verschrikkelijke demon van de duisternis) zegt: ‘Hef u op en werp u in de zee (beeld van het dodenrijk) gebeurt er wat u zegt!’ ‘Hét geloof is de zekerheid van de dingen, die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet’ (Hebr.11:1).

Het openbaar worden van de zonen van god

Wanneer Jezus in Lucas 18:8 de vraag stelt: ‘Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan hét geloof vinden op aarde?’ antwoorden de kinderen van God op grond van hun geestesgesteldheid: ‘Ja Heer!’ Zij belijden met de apostel Paulus in Romeinen 8:19, dat de hele schepping met reikhalzend verlangen wacht op het openbaar worden van de zonen van God, die het geloof in het herstel hebben overgenomen. Net als Paulus willen zij de goede strijd strijden en hét geloof behouden. Dit houdt hun hoop levend.

Armageddon

Het boek Openbaring beschrijft de eindslag van de strijd in de hemelse gewesten. Deze vindt plaats in het hemelse Armageddon. Waarom verliest de antichrist daar de oorlog? Omdat de zonen van God hetzelfde geloof bezitten als Jezus hun Heer aan het kruis op Golgotha. Verlies daarom nooit het geloof in de mens en zeker niet in hen die vlak naast u leven. Zeg nooit: van dit kind, van deze vrouw of van deze man komt niets terecht, want zo denkt satan. Alle dingen zijn echter mogelijk voor degene die het geloof van Jezus, bewaren en dit in praktijk brengen!