Het evangelie geloven

  • ‘Hij die u de Geest verleent en onder u machtige daden verricht, doet Hij dat omdat u de wet onderhoudt of door het evangelie wat u is gebracht en waarin u gelooft?’ (Galaten 3:5)

Paulus stelt zijn lezers uit Galatië een vraag. Hij verwacht echter geen antwoord. Naar de gewoonte van zijn dagen vraagt hij dit alleen maar om zijn uitspraak te benadrukken. Wat hij zegt is immers heel belangrijk: Doordat mensen het evangelie aanvaarden schenkt God zijn Geest en verricht Hij machtige daden onder Zijn kinderen. Wie verlangt niet naar Gods Geest? En wie ziet niet uit naar het moment dat de Heer krachten en tekens onder Zijn volk gaat werken?

Wat is geloof?

Wanneer Paulus zegt dat Gods kracht zich zal openbaren door het brengen van het geloof, is de vraag: wat is dan dat geloof waar Paulus over spreekt? Bij geloof zijn er twee zaken aan de orde. In de eerste plaats moet men zich afvragen: wàt geloof ik? Het geloof moet inhoud hebben. Men moet weten waarin men gelooft. Geloven is weten! Geloven is: een innerlijke zekerheid hebben over de feiten. Het is: bepaalde zaken voor waar houden. Maar geloven is meer dan dat. Het gaat er ook om hóe dat gedaan wordt. Hóe men innerlijk met dat feitenmateriaal omspringt. Hoe men het geloof, dat gebaseerd is op verstandelijke kennis, tot realiteit brengt. De Hebreeënschrijver brengt deze twee kanten van het geloof duidelijk naar voren als hij schrijft: ‘Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen en het bewijs van wat wij niet zien’ (Hebreeën 11:1).

‘Het bewijs van wat wij niet zien’, heeft te maken met concrete zaken. Met dingen die reëel zijn, hoewel men ze met natuurlijke ogen niet kan zien. Geloof is: weten wat de geestelijke werkelijkheid is. Het houdt verband met de inhoud van het geloof. Geloof kent echter ook een subjectieve factor. Daarom spreekt de Hebreeënschrijver over de vaste grond voor wat men hoopt! Deze hoop spreekt over het ‘klimaat’ waarmee de objectieve prediking gepaard gaat. Wanneer het woord van God gebracht wordt, mag dat gebeuren in een sfeer van verwachting. Hoop is meer dan een verstandelijk weten. Het is het zekere vertrouwen dat de vertelde woorden ook werkelijkheid gaan worden.

Oorzaak en gevolg

Als er in de gebrachte woorden rijke geloofswaarheden worden neergelegd, kan het resultaat niet uitblijven. Er zal iets moeten gebeuren. Het is een wet van oorzaak en gevolg. Als het woord gebracht wordt, ontstaat er geloof. Een geloof dat zich niet alleen uit in een verstandelijk accepteren van de verlossingswaarheden, maar dat ook een sfeer van verwachting tot gevolg heeft. Door dit geloof en in die sfeer van verwachting kan God zijn Geest uitstorten. En als mensen werkelijk vol zijn van Gods Geest, kan Hij zijn kracht openbaar maken in tekens en wonderen. Dit klimaat van geloof is niet iets individualistisch. Het is niet het privébezit van iedere gelovige voor zich. Het wordt gezamenlijk beleefd als Gods kinderen bij elkaar zijn.

Moet u Gods Geest nog ontvangen?

Wanneer Paulus nu zegt dat God ons zijn Geest geeft, kunt u misschien denken: ‘Die fase ben ik allang voorbij. Ik heb immers de Geest al ontvangen!’ Wanneer deze gedachte bij u opkomt, denkt u waarschijnlijk aan uw beginervaring van de doop in Heilige Geest. U kunt daarbij misschien zelfs wel een datum noemen. Zo’n eerste ervaring staat immers diep in het geheugen gegrift. Paulus heeft het echter niet alleen over die allereerste ervaring. Dan zou, als iedereen in de gemeente gedoopt was met Gods Geest, het verhaal af zijn. Paulus bedoelt te zeggen: ‘Het is dankzij het brengen van het evangelie – week in, week uit, jaar in, jaar uit – dat God onder u zijn Geest geeft’. Gods Geest is een gave, die u iedere keer opnieuw nodig heeft en die zich in elke samenkomst weer zal uiten. Gods Geest is geen statussymbool dat u hebt of niet hebt. Het gaat om de vraag of u Gods Geest als een realiteit ervaart in uw persoonlijk leven en in de gemeente – iedere dag weer.

Het gaat niet om het ‘bezit’ van Gods Geest. Belangrijk is de ervaring van zijn werking. Als er gesproken wordt over ‘vol’ zijn met Heilige Geest, wordt daarmee niet de kwantiteit bedoeld, niet de hoeveelheid van Gods Geest die in u is, maar de manier waarop de Geest werkzaam is en de mate waarin u zich daarvan bewust bent. Het gaat om de actie van de Heer in de gemeente en in uw eigen leven. Om de dynamiek die tot ontplooiing komt. Bij onze beginervaring van de doop in Heilige Geest hebt u van God de mogelijkheid tot deze ontwikkeling ontvangen. Sinds die tijd hebt u de goddelijke potentie van zijn Geest in u. U mag verwachten en geloven dat die Geest op bepaalde ogenblikken met grote kracht gaat werken. Paulus verklaart nu dat we Gods Geest ontvangen hebben als gevolg van het brengen van het evangelie. Daarmee bedoelt hij dat kinderen van God iedere keer als zij het woord van God horen, daardoor daadwerkelijk aangeraakt worden, zodat Gods Geest kan gaan werken in het midden van de gemeente. In Efeze 5:18 zegt de apostel Paulus tegen mensen die Gods Geest al eerder ontvangen hebben: ‘Wordt vervuld met de Geest’. Deze vervulling zou zich steeds weer moeten herhalen. Dat blijkt ook wel uit het Griekse werkwoord dat voor ‘wordt vervuld’ is gebruikt. ‘Laat Gods Geest je telkens weer aangrijpen’, bedoelt Paulus eigenlijk te zeggen. ‘Laat zijn kracht telkens maar weer actief worden in je leven, in je gemeente’.

Hoe werkt Gods Geest?

Kinderen van God ontvangen Zijn Geest niet als een automatisme na het horen van Gods woord. Zij zullen zelf moeten ingaan op het plan van God met de mens. Zij moeten niet passief afwachten tot er iets gebeuren gaat in de gemeente of in hun persoonlijke leven. Gods woord houdt steeds weer een opdracht in. Zij zullen zich daarom open moeten stellen voor de Geest die in hen is, om die opdracht te kunnen uitvoeren. Ze zullen allen positief mee bouwen aan het klimaat van hoop en verwachting dat nodig is voor de openbaring van Gods Geest in hun midden. Hierbij zullen zij de gesproken woorden en beloften uit Gods Woord vasthouden als basis van het geloof. Dan zal er een moment komen waarop zij kunnen gaan handelen. Daarom is het zo belangrijk dat kinderen van God hun hart open stellen voor de leiding van Zijn Geest. Velen denken dat ze alles wel aan zullen kunnen als ze maar eenmaal de kracht van Gods Geest ontvangen hebben; maar het vervuld zijn met Zijn Geest is geen vrijbrief om maar van alles te gaan doen. Het is vóór alles: leren luisteren naar de stem van Gods Geest, die duidelijk maakt op hoe Hij onder, in en door opnieuw geboren christenen heen wil gaan werken.

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten’. Daarmee doelde Hij op de zorg en de leiding die Hij hun tijdens de jaren die Hij met hen rondwandelde, gegeven had. Die zouden niet ophouden als Hij naar de Vader zou gaan. Gods Geest zou voortaan die taak overnemen. Petrus had tijdens Jezus’ aanwezigheid op aarde al blijk gegeven dat hij alleen kon handelen op bevel van zijn Heer. Toen hij Jezus op de golven zag lopen tijdens een storm op het meer, wist hij dat hij in principe wel hetzelfde zou kunnen. Toch was hij er zich heel goed van bewust dat hij nooit uit de boot moest stappen als Jezus daar niet zijn goedkeuring aan hechtte. Daarom riep hij tot de gedaante op het water: ‘Heer, als U het bent, geef mij dan de opdracht naar U toe te komen over het water’. En Jezus zei: ‘Kom!’ Toen brak het moment aan van de ontwikkeling van Gods kracht in Petrus’ leven. Hij stapte uit de boot en liep op de golven en daarmee doorbrak hij in Gods kracht de wetten van de natuur. Ook nu zijn er mensen die in geloof vaak ‘uit willen stappen’. Net als Petrus zullen zij echter moeten wachten op de stem van Gods Geest die zegt: ‘Kom, de tijd is rijp. Nu mag je handelen’.

De krachten die Hij werkt

Door de aanwezigheid van Gods Geest onder opnieuw geboren christenen, kan de Heer machtige daden gaan doen. Wat bedoelt Paulus met deze ‘daden’, die men mag ervaren? De duivel heeft, als ‘wereldbeheerser van deze duisternis’, zijn macht in deze wereld gevestigd. Met zonde, ziekte, gebondenheid, dwang, vernieling en vernietiging onderdrukt hij Gods schepping. Ook het leven van gelovigen wordt maar al te vaak onder druk gezet door satan en zijn onderdanen. Jezus Christus is echter begonnen zijn Koninkrijk in deze wereld te openbaren. Het begon als de kleine steen van Daniël. Dit Godsrijk zal echter steeds grotere vormen aan gaan nemen. Dan zal satan uiteindelijk de greep over de schepping meer en meer verliezen. Zonde, druk en overheersing van de demonen zullen steeds verder teruggedrongen worden, naar de mate waarin Gods Koninkrijk groter wordt.

Men heeft nog altijd te maken met de twee machtsgebieden. Met het machtsgebied van de duivel, maar ook met het machtsgebied van God. Dit rijk van God zal uiteindelijk steeds groter worden, niet in aantallen christenen, maar in volwassen zonen van Hem. De macht van Jezus Christus wordt openbaar. Het is nog steeds niet tot volheid gekomen, maar het is komende. Het is al begonnen in de harten van de gelovigen. En het begint zich al te openbaren in deze wereld. In de krachtmeting tussen beide koninkrijken zal de Heer steeds meer zijn heerlijkheid gaan openbaren, zodat de macht van satan in groeiende mate verbroken zal worden en het Koninkrijk van God werkelijkheid zal worden.

Door het geloven in het evangelie zal de verwachting van de openbaring van die werkelijkheid telkens aangewakkerd worden. Al luisterend naar het evangelie en lettend op Gods kracht en heerlijkheid, zal men zijn hart openstellen voor Gods Koninkrijk dat heel reëel aanwezig is. Dan hoeft men alleen maar Gods tegenwoordigheid te aanvaarden, in geloof. Dan kan men ook gehoorzaam ingaan op de uitdagingen die gesteld worden. De stem van Gods Geest zal hen leiden en leren hoe te handelen. Zo wordt het rijk van God zichtbaar door de levens heen. Zo zullen de krachten ‘van de toekomende eeuw’ werkzaam worden, zodat het rijk van satan afgebroken wordt. Zo zullen de gelovigen de claims die de duivel over mensenlevens, ja, over heel de schepping heeft, verbreken in zijn Naam.