Zwak zijn en toch sterk

Paulus: wie was hij?

2 Corinthe 12:6-10

Zwak zijn en toch sterk! Deze ogenschijnlijke tegenstelling is gebaseerd op een uitspraak van Paulus in zijn tweede brief aan de gemeente te Corinthe. Paulus heeft het op een gegeven moment over een ‘doorn in het vlees’ waarmee hij te maken had. Paulus was zonder twijfel een bijzonder mens in Gods Koninkrijk. Niet alleen is er veel over hem bekend door wat Lucas in Handelingen over hem schrijft, maar vooral ook door wat hij zelf schrijft in zijn brieven. Daardoor is er veel bekend over hoe hij dacht, welke adviezen hij gaf, hoe hij midden in het gewone leven stond en hoe hij zich niet boven de mensen ging stellen, maar naast de mensen om hen te dienen en hen voort te helpen in hun geloofsleven.

Paulus was zeer zeker niet een of andere ‘geestelijke krachtpatser’, die zichzelf hoogmoedig op de borst sloeg en zijn belangrijkheid uitspeelde. Dat zou hij wel kunnen, want hij was, zoals hij zelf ook schreef, een ‘geroepen apostel’. Hij was zich bewust van zijn bijzondere taak en opdracht in dienst van Gods Koninkrijk. Maar hij wist dat hij deze belangrijke taak alleen productief kon vervullen, als hij zich afhankelijk van de levende God ging opstellen. Duidelijk is in ieder geval dat we veel van hem kunnen leren. Niet voor niets zei hij destijds al: ‘Word mijn navolgers, zoals ook ik Christus navolg’ (1 Cor.11:1; zie ook Ef.5:1; Fil.3:17). Wie een studie van zijn leven maakt, ontdekt dat hij niet alleen een echte zendeling/evangelist was, maar dat hij ook pastoraal bezig was: hij liet de christenen niet aan hun lot over, maar hij corrigeerde, bemoedigde en stimuleerde hen, zelfs vanuit de gevangenis.

Paulus’ onthulling

Paulus verhief zich niet boven de mensen, maar hij stond naast de mensen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit 2 Corinthe 12:6-10. Paulus onthult daar dat er iets in zijn leven was wat hem afremde, wat hem hinderde, iets waarvan hij zeker wist: dit hoort niet bij mij, want ik ben een nieuwe schepping in Christus, ik hoor nu bij het Koninkrijk van God. Hij sprak over een doorn in het vlees, ‘een engel van satan, die hem met vuisten sloeg’.

Wat is er in de loop van de eeuwen al veel gediscussieerd, gezegd en geschreven over wat dat nu precies geweest is. Verschillende schrijvers komen tot de conclusie dat het een ziekte is geweest. Maar dat kan bijna niet omdat Paulus, die altijd zeer openhartig was, dat zelf niet zegt. Terwijl hij bijvoorbeeld in Galaten 4:13 wél een keer schrijft dat hij ziek geworden was, maar desondanks toch het evangelie verkondigde. Hij schrijft er zelfs bij dat dat bij de Galaten toch niet als een verzoeking overkwam. Waarschijnlijk had dit te maken met een of andere oogziekte die hij toen had, want er wordt ook nog bij vermeld dat zij hun ogen wel aan Paulus hadden willen geven.

De doorn in het vlees

Wat die ‘doorn in het vlees’ geweest is, schrijft Paulus niet. In ieder geval geloofde hij in de volle verlossing door Jezus Christus. Hij wist dat zonde, ziekte, neerslachtigheid, angst en noem verder maar op niet van God afkomstig zijn, maar zijn oorsprong vinden in het rijk van de duisternis. Hoewel Jezus als eerste mens van een nieuwe generatie, de duivel volkomen heeft overwonnen, is deze duivel nog altijd de overste van deze wereld en men heeft er nog steeds mee te maken. Ook Paulus had er dus mee te maken. Tot tweemaal toe maakt hij de opmerking dat die ‘doorn in het vlees’ er was, opdat hij zich niet al te zeer zou verheffen. De bedoeling van de duivel was natuurlijk dat Paulus niet ‘hoog’ mocht leven van hem. Dus niet om Paulus’ zijn eventuele hoogmoed te onderdrukken, maar de tegenstander gunde hem niet dat deze ‘hogere gedachten’ overdacht. Hij wou niet dat Paulus de dingen bedacht die boven zijn. En ondanks deze tegenwerking was hij daar tóch mee bezig! Maar hij gaf, ondanks z’n tegenslagen, de moed niet op. Hij wist dat de duivel niet het laatste woord heeft. Integendeel: hij is al door Jezus overwonnen en net als Paulus, mogen ook wij meer en meer leren hem te overwinnen.

Leren is belangrijk

Dit ‘leren’ is dus erg belangrijk voor elk kind van God. In Christus zijn ware christenen een nieuwe schepping en stap voor stap leren zij, wat het betekent hoe God hen meer en meer van Zijn wezen, Zijn karakter, Zijn heerlijkheid toevertrouwt. Stel dat God ineens Zijn volle heerlijkheid zou hebben toevertrouwd. Kan men dat aan of zou men vol onbegrip naar God toe zitten? Een kind van vier jaar vertrouw je geen dingen toe die een volwassene wel zou kunnen begrijpen. Het is een groeiproces, tijdens de groei van het geloofsleven gaat men meer en meer beseffen wat dit werkelijk betekent, want Zijn woord ontwikkelt zich gaandeweg in de gelovige mens.

Een engel van satan

Wat Paulus hier beschrijft is erg belangrijk. Hij zegt namelijk in de eerste plaats dat deze ‘doorn in het vlees’ niet iets is wat van God afkomstig is. Hij noemt man en paard: het is een ‘engel van satan’. Heel duidelijk en radicaal. Dus: al het negatieve, alle ellende die er is in deze wereld, is niet van God afkomstig, maar van het rijk van de duisternis. Het valt op hoe vaak God de schuld krijgt en de narigheid in de schoenen wordt geschoven, van alles wat satan veroorzaakt. Midas Dekker, Nederlands meest bekende bioloog, noemde God in dit opzicht zelfs een sadist en stelde de vraag: Waarom heeft de Schepper zoveel ellende geschapen? Jezus prikte deze ballon door. Hij zei: ‘De dief (satan) komt om te stelen, te slachten en te vernietigen’ (Joh.10:10). Hij leverde het bewijs dat niet God de ellende geschapen heeft. Hij ging het land door, goeddoende en allen genezende die door de duivel overweldigd waren (Hand.10:38). Paulus had hierover dus ook geen enkele twijfel: hij wist, ik word door die engel van satan, deze boze geest, met vuisten geslagen, ik word door de satan gekweld in mijn lichaam.

Paulus’ reactie

En wat gaat iemand doen als nieuwe schepping in Christus? Hij gaat de confrontatie aan met het rijk van de duisternis. Hij gaat geestelijk strijden, hij gaat bidden. Dat deed ook Paulus. Hij bad, en nog eens en nog eens. En het mooie is: als iemand bidt, krijgt hij antwoord. Twijfel daar geen moment aan. Ook Paulus kreeg antwoord. Het was niet het antwoord dat hij verwachtte; hij verwachtte dat die ‘doorn in het vlees’ zou worden weggenomen. Het was echter wél het antwoord dat God op dat moment voor hem nodig achtte. God is een goede God, Hij geeft geen stenen voor brood. Maar het antwoord dat God geeft is soms anders dan men denkt of verwacht. Zo ook hier: God zei: ‘Je hebt genoeg aan mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen’. Paulus had verwacht dat God die ‘engel van satan’ bij hem zou hebben weggenomen. Dat was natuurlijk heel logisch geweest, maar het gebeurde niet. Integendeel, God gaf hem bij wijze van spreken een geschenk dat veel groter was dan hij in gedachten had.

Paulus wist daarna heel zeker: Gód heeft gesproken, Gods Geest maakt me dit duidelijk. Paulus wist: dít is het, dit is wat ik nodig heb! De kracht van de levende God, te midden van alle omstandigheden. Ook al voel ik me zelf zwak. Door Gods kracht in mij ben ik onoverwinnelijk. Wat een nederlaag voor de duivel, wat een afgang voor het rijk van de duisternis! Satan dacht: ik ga je net zo lang met vuisten slaan, tot je uiteindelijk geheel bent uitgeschakeld. Maar opnieuw blijkt dat hij niet het laatste woord heeft.

Geen afwachtende houding

Men moet dus geen afwachtende houding aannemen als men aangevallen wordt. Integendeel. Paulus ging tot actie over door te bidden. God gaf dat antwoord dat hij nodig had en wat op dat moment het beste voor hem was. In de zogenaamde ‘zwakheid van Paulus’ openbaarde zich de kracht van God. Daarom komt hij uiteindelijk ook tot de conclusie: ‘Want als ik zwak ben, dan ben ik sterk’. Is dit niet een onoverbrugbare tegenstelling: ‘Gods kracht’ en ‘onze zwakheid’? Met zwakheid wordt uitdrukkelijk niet bedoeld dat de mens slecht is en toch niets voorstelt. De mens is goed geschapen, bijna goddelijk gemaakt. En daarom werkt God niet buiten de mens om, maar schakelt de mens volledig in.

Denk aan wat er op de Pinksterdag gebeurde, toen Gods Geest op de leerlingen viel. Er ontstond grote beroering in de geestelijke wereld. Er waren bijzondere tekens, maar het ging uiteindelijk om wat er met de leerlingen gebeurde. Gods Geest werd niet naast de leerlingen uitgestort, maar op, dat wil zeggen in de leerlingen. Gods kracht werkt niet onafhankelijk van de mens, maar in en door de mens. En zelfs als men denkt dat iets onmogelijk is, komt er iets moois uit tevoorschijn. Door de onmogelijkheid van mensen, schept God de mogelijkheid. God is creatief. Zoals Hij hen op creatieve wijze geschapen heeft, zet hij deze creativiteit in werking.

Een geweldig voorbeeld

Daarom is dit een geweldig voorbeeld voor de ware christenen, die nu in deze tijd leven, die horen bij de eindtijdgemeente, waarvan Paulus zei dat het uiteindelijk een gemeente zal worden ‘stralend, zonder vlek en rimpel, zodat zij heilig is en onberispelijk’. De gemeente gaat zeker wel door de diepte heen. Maar elke oppervlakkigheid gaat verdwijnen. Het kaf verdwijnt, het koren blijft over. En dan gaat het wel eens anders dan men denkt of verwacht. Maar wat geeft dat? Dank God dat, als u Hem oprecht dient, alle dingen meewerken ten goede, als u met heel uw hart gelooft in de Overwinnaar van Golgotha en deelgenoot bent van Zijn overwinning. Dan kunt u met Paulus zeggen:

  • ‘Mijn genade is u genoeg, want kracht wordt juist in zwakheid volkomen. Dus zal ik het liefst van alles roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij zal wonen. Vanwege Christus zal ik daarom graag zwak zijn: in smaad, nood, vervolging en benauwdheid. Want als ik zwak ben, dan ben ik sterk.’