Zoek éérst Zijn koninkrijk

  • ‘Maar zoek eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maak u dan niet bezorgd’.

In Mattheüs 6:33, onderdeel van de Bergrede, staat deze voor veel mensen bekende tekst: Zoek eerst het Koninkrijk van God. Meteen vallen er twee dingen op: men moet het Koninkrijk van God zoeken, terwijl de rest, omschreven als ‘andere dingen of ‘alles’ aan de zoekende mens wordt geschonken. In het geestelijk leven moet men de onzienlijke wereld en het Koninkrijk van God gaan ontdekken. Dat gaat niet zomaar, men moet zich er in oefenen om die gedachten eigen te maken. Jezus geeft inzicht in die geestelijke wereld, Hij geeft de sleutels van dat Koninkrijk. Hij roept de mens op om de sleutels dan ook te gebruiken.

Jezus geeft opdracht het Koninkrijk te zoeken, daar waar God koning is. Het koninkrijk is niet een rijk en niet te lokaliseren in plaats en tijd. Het is een rijk met onderdanen, persoonlijkheden en machten. Zoeken wil zeggen: bezig zijn met God, met Jezus, met de engelen die de mens beschermen en hem dienen (Hebr.1:14). Zoeken wil ook zeggen: kennis nemen van het rijk van satan met zijn vijandelijke legers, zodat men inzicht krijgt in hun smerig spel en hen kan weerstaan. Wie dat doet, mag in dat koninkrijk van God als heerser zijn plaats innemen. Hij mag medewerker zijn en koning.

Wie daar zijn plaats inneemt, wil leven naar de wetten die daar gelden. Die wetten zeggen dat men vrij moet zijn, vrij in het Koninkrijk der hemelen. Vanuit die vrijheid mag men streven naar de volmaaktheid en men mag overwinnaar zijn. Men mag zelfs de dood overwinnen, want men zal de dood niet zien, ook al sterft men hier op aarde. Het sterven is een scheiding van de inwendige mens, omdat de Olijfberg gespleten is sinds de opstanding van Jezus Christus. Hij zei: ‘Je zal de dood in eeuwigheid niet zien, er is nu een grotere en heerlijker weg gebaand naar het nieuwe Jeruzalem en naar de tempel van God’.

Het nieuwe Jeruzalem

In het Koninkrijk van God gelden andere wetten dan in het Oude Verbond. Daar leefde men naar de natuurlijke regels, zoals die samengevat zijn in de 10 geboden. De wetten van het Koninkrijk van God zijn van een andere orde: ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze aarde, deze wereld’. De gerechtigheid berust nu niet meer op iets wat van de aarde is, maar op het bloed van Jezus Christus, d.w.z. op Zijn leven dat Hij geschonken heeft. Jesaja zegt: ‘Hij heeft Zijn leven uitgegoten, zodat wij gerechtigheid van God zouden zijn in Hem’. Het hele menszijn van een ware christen berust op het leven dat Hij gegeven heeft. Gerechtigheid heeft te maken met recht en wetten en het houdt verband met instellingen. Jacobus spreekt van een koninklijke wet, de wet van de vrijheid. Men is niet meer gebonden aan een wet die slaven voortbrengt (Gal.4:24). Men mag in vrijheid leven, los van de demonen, van het gebonden zijn en van het moeten.

Een koninklijke wet – is het dan toch nog iets van: je mag dit niet en je mag dat niet? Nee, het is een wet voor koningen, men mag in de hemelse gewesten zijn plaats innemen als koning in het rijk van God. Dus geen vloermatje, geen onvruchtbare wezens, niet met de neus op de grond liggen. Nee, sta op uw recht en neem uw positie in, volg de Heer die op de troon zit en heerst.

Jacobus noemt het naast de koninklijke wet ook de volmaakte wet (Jac.1:25). Als men deze wet volgt en de regels van die wet volgt, komt men tot de volmaaktheid. Zoek het Koninkrijk, de gerechtigheid en de volmaaktheid. De psalmist zei: ‘Ik overdenk uw wet dag en nacht’. Dat betrof de natuurlijke wet van de Sinaï: ‘Doe dat en u zult leven’. Hoeveel te meer zal men nu dag en nacht Gods Koninkrijk zoeken en bezig zijn in de hemelse gewesten. Het dag en nacht overdenken van het Koninkrijk voert naar de volkomenheid en het gaat hier dus niet om inspanningen, maar om een verandering in denken: ‘Wees dan volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is’. Als men bezig is met de hemelse gewesten, komt het goede naar u toe. Wees bezig met alles wat waar, waardig en rechtvaardig is, alles wat rein en beminnelijk en welluidend is, alles wat deugd verdiend en wat lof verdient.

Opnieuw geboren christenen hebben naast hun geestelijk leven ook hun leven op aarde. God neemt hen niet van deze wereld weg, maar Hij zet hen er middenin om het koninkrijk van God te openbaren en om er getuigenis van af te leggen. De natuurlijke dingen worden door God geschonken. Hij geeft de mens gelegenheid om zich in de natuurlijke wereld staande te houden. Als men geestelijk een vrij mens bent, kan men zich op aarde gemakkelijker bewegen. Men wordt niet afgeremd door demonen, men kan ongestoord zijn werk doen, men heeft geen angst voor mensen of situaties. Een kind van God staat in de vrijheid. Hij leeft in het klimaat van het koninkrijk der hemelen. Iemands instelling verandert, als hij in de hemelse gewesten koninklijk en vrij leeft.

De wet van het Oude Testament is niet ontbonden door Jezus, maar de wet is vervuld. Paulus schrijft in Romeinen 8:4: ‘opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest’. Er zijn genoeg mensen die week in, week uit, horen dat ze nooit voldoen aan de 10 geboden, om moedeloos van te worden. Zij hebben geen benul van de boze geesten en ze zien niet dat ze door hen gebruikt worden. Ze zijn nooit doorgedrongen in de hemelse gewesten en proberen elke dag maar weer m.b.v. de menselijke geest hun problemen op te lossen. Jezus zegt: ‘De natuurlijke mens moet zo leven, naar die wetten. Daarom ontbind Ik de wet niet’.

Er zijn veel kerkmensen, die het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid niet zoeken. Zij vinden zichzelf nuchter: ‘we staan met beide benen op de grond, of zoiets’. Ze kunnen dus niet op een geestelijke manier denken. Wel houden ze zich bezig met het voldoen aan de aardse wetten, maar ze hebben de kracht en de Geest er niet voor om die te kunnen houden. Zo zijn er duizenden jaren christendom voorbijgegaan, zonder dat het zonen van God heeft opgeleverd. Al die jaren werd hun iets voorgehouden waaraan ze niet konden voldoen. Het is echter van levensbelang om de nieuwe weg die Jezus heeft geopenbaard, de weg van het Koninkrijk der Hemelen, te gaan.

Jezus werd omringd door mensen die de wet niet konden houden. Toch probeerden ze een schijn van gerechtigheid op te houden. ‘Huichelaars’ noemt Hij ze in vers 16. Ze vastten met een somber gelaat. Ook nu zijn er nog veel godsdienstige mensen. Ze kijken somber en strak voor zich uit, ze lopen statig, trekken donkere kleding aan. Allemaal uiterlijkheden, waar de Heer niet van onder de indruk raakt. Ze blijven gebonden en zullen nooit voldoen aan de eis. Jesaja zegt: ‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien van de goddeloosheid los te maken’. Tegenwoordig spreekt men in de kerken over soberheid, matigheid in alles. Op zich is een dag minder eten of niet eten niet slecht, maar dit heeft niets te maken met religie, maar met het gezonde, natuurlijke leven. Zolang vasten, of ook wel het lange bidden in de zichtbare wereld te zien is, heeft het geen enkele waarde voor God. God weet wel wat iemand nodig heeft.

  • ‘Maak je in geen ding bezorgd’

zegt Jezus. Wie dat kan, valt God niet lastig met allerlei aardse behoeften. God is immers enkel goed en wil alleen maar het goede schenken. Jezus vraagt: Wilt u dat ook? Wilt u gezond worden? Wilt u dat Ik u genees? Wilt u het goede van God ontvangen?

In de natuurlijke wereld draait alles om wat een religieus mens kan. Hij kan tienden geven, maar hij kan zondags niet mee doen aan allerlei activiteiten vanwege zijn zondagse terreur. Allemaal zichtbare dingen, die men kan doen of laten. Maar zo werkt het Koninkrijk der hemelen niet, dit is iets geestelijks, niet zichtbaar, maar een kwestie van geestelijk denken en leven. Paulus noemt de religieuze mens ‘schijnapostelen, bedrieglijke werkers’. Zij lijken in alles op hun meesters, de demonen, die zich voordoen als engelen van het licht. Zij zoeken hun gerechtigheid in allerlei aardse werken die zijn moeten doen.

Men is in het maatschappelijk leven druk doende met allerlei rechten die ze allemaal (nog) hebben: verdeling van voedsel, rechten van werkgevers en werknemers, mens èn dier. Zij hangen alles op aan hun ideologie en van daaruit willen zij een maakbaar Utopia neerzetten met gelijke rechten voor iedereen. Zelfs voor individuen die de huidige rechtstaat van harte omver willen trappen. Sommige wereldgeesten proberen dan nog vanuit hun geweten naar hun beste inzicht te handelen. Zij zoeken ergens het goede nog, maar de wereldgeesten laten veelal God buiten beschouwing en zoeken hun eigen Fata Morgana. Zo ligt er nota bene een advies van een Zendingsraad, die zegt: ‘Laten we in arme, onderontwikkelde landen voedsel brengen, maar we brengen hen het evangelie niet’. Het gevolg is dat die mensen nu hun ideologieën hier brengen.

  • Kinderen van God zijn daar niet mee bezig, zij zoeken vooral Gods koninkrijk en Zijn gerechtigheid zoeken. Zij staan in de vrijheid, hangen niet een of andere religie aan, hebben geen verlangens naar een Utopiaanse samenleving. Zij zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld.

Vijandige ideologieën

Omdat men vanuit Nederland weigert het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te verkondigen over de hele aarde, speelt de duivel daar op in. Hij zorgt ervoor dat dit land overspoeld wordt door o.a. oosterse godsdiensten en vandaag vooral Yoga. Dat moet de leegte opvullen voor mensen die niet zoeken naar Gods Koninkrijk. En waar men financieel moest zorgen voor de zwakkeren, wordt men nu geconfronteerd met figuren die de samenleving kaalvreten. Onder de slogan: ‘we moeten iedereen tolereren’, is de grootste vijand van het christendom dit land binnengeslopen. De wereldgeesten en ook de zogenaamde ‘christelijke’ partijen – die Summa cum laude vrolijk meedoen als Staphorst light – hebben dit toegestaan en doen dit nog steeds. Erger nog, door niet de eigen bevolking hiertegen te beschermen maar over te leveren aan wettelozen, laten zij ellende en grote schuld op zich (Rom.13:1-7). Dat is het gevolg van het niet willen wandelen in de hemelse gewesten, incl. de van God ingeschapen rechtsorde. Nu wordt het goede, kwaad en het kwade goed gezwamd.

  • ‘Wee, zij die op de aarde wonen!’ (Openb.8:13).

Jezus en zijn leerlingen hebben een betere boodschap, waardoor de mens wezenlijk kan veranderen. Als een mens het Koninkrijk der Hemelen leert kennen, verandert de situatie. Een hindoestaan laat dan geen heilige koeien meer rondlopen, terwijl hij zelf omkomt van de honger. Jezus zegt: ‘Breng mijn evangelie over de hele aarde, dan zal je resultaten zien en dan zal het einde komen, d.w.z. dan kan je zien waar dat naar toe leidt’. Wedergeboren christenen hebben geen sociaal evangelie, maar zij hebben een boodschap van het Koninkrijk der Hemelen en dat heeft hen radicaal veranderd. Geld en goed interesseren hen minder, zij willen de Heer dienen. Wie hier op aarde de Heer zoekt, zal Hem niet vinden en gaat het zoeken in uiterlijkheden: het milieu – wij moeten de global warming voorkomen – de Israëlaanbidding (waarbij men bv. een bos in Israël plant of ingeblikte heilige landlucht koopt), al je geld geven aan goede doelen en liefst de hele wereld, enz.. Mensen worden vroom in hun gedrag, zo krijgen ze het gevoel dat ze God dienen, maar het is een grote leugen. Jezus zou zeggen:

  • ‘Huichelaars, jullie god, inclusief de god van Israël, is onze God niet, onze God is de Vader van onze Heer Jezus Christus. Je maakt je druk om dingen waarbij een hemelse visie ontbreekt’.

Zo zullen er elk jaar weer, volgens de gewijde traditie, duizenden mensen naar Rome gaan, naar de ‘eeuwige stad’ en de ‘heilige vader’. Ze gaan er naar toe voor een aflaat, want de god van Rome vergeeft wel de schuld door het bloed van Jezus, maar de straf blijft. Vandaar dat vagevuur, want na het sterven moet men boeten en ondergaat men de felste pijnen. Door een volle aflaat, o.a. op te halen in Rome, zoekt men de gerechtigheid van God. Maar ook dat is niet de god van opnieuw geborenen: ‘Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden’ (Ps.103).

Weer anderen zoeken het in fellowship met mensen van allerlei denominaties. Ze willen gemeenschap zoeken met elkaar, ze zijn er fel op gebrand om samen het Avondmaal te vieren. Zo willen ze samen één zijn. Dat lijkt dan in de zichtbare wereld wel zo te zijn, maar men is niet één van gedachten. Ze zoeken geen gemeenschap met Jezus Christus. De ware gemeenschap is met Hem, het delen van Zijn lichaam in de hemelse gewesten.

Jezus zegt: ‘Wees niet bezorgd’. Wie de krant leest en de ultralinkse media volgt, wordt niet vrolijk. Wie de horoscopen leest, ziet dat ze erg somber zijn, er kan je van alles overkomen. Van alle nieuwsberichten kan men angstig kunnen worden. Maar de Bijbel zegt: ‘Laat ze maar, want duisternis zal de aarde bedekken en duisternis de volken, maar over u zal Gods Licht opgaan’. Ware christenen zijn niet bang voor de toekomst, omdat voor hen het Licht opgaat. Jesaja zegt: ‘Op die dag zal wat de Heer doet uitspruiten tot sieraad en heerlijkheid zijn’. Laat iedereen maar tobben, ware christenen doen het niet, want de Heer zorgt. Zij gaan niet achterover leunen, nee, zij leven naar de koninklijke wetten en dienen God, maar de zorgen leggen ze bij Jezus neer.

Voor velen is dit moeilijk te begrijpen. Wie een zichtbare daad verricht en geld overmaakt voor een bos in Israël, kan zeggen: Ik heb God geholpen, want Ik heb ‘zijn volk…’ geholpen. Maar als de Heer zegt: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze aarde, Mijn leer is niet van de aarde maar van de hemel’, dan vinden zij dat te hoog gegrepen. Ware christenen willen zich oefenen in het onderscheiden van de geesten, dat is hard nodig. Ze staan middenin de wereld en zullen worden gehaat en gelasterd. Dat is de consequentie als zij als profeten in de geestelijke wereld leven. Dat gebeurde in de tijd van Jezus, maar ook nu nog.

Van de valse kerk wordt gezegd: ‘Ze hebben het bloed van de heiligen en profeten vergoten’ (Openb.17:5,6). Ware christenen willen bekwame medewerkers van God zijn. Zo spreekt de Bijbel over mede-erfgenamen van Jezus Christus. Die erfenis willen zij in ontvangst gaan nemen, want de Erflater is gestorven. Ze hoeven niet te wachten op de erfenis tot zij gestorven zijn, maar Jezus heeft hen de erfenis nagelaten toen Hij stierf.

  • Zoek dus eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Wees dan niet bezorgd!