2. Zonden (her)kennen en bestrijden

<<<<<

  • ‘Van sommige mensen zijn de zonden overduidelijk en gaan die aan hun veroordeling vooraf. Bij anderen komen zij achteraf openbaar’ Bij anderen komen zij achteraf openbaar’ (1 Tim.5:24; Op.20:7-10; 11, 12,13, 20,15).

Er zijn zonden die zo duidelijk zijn, dat ze vóór de mens uitgaan. Ook de wetten die vroeger nog door aardse overheden waren ingesteld, zijn gegeven om duidelijk te maken wat zonde is. Ook bij het uitbreken van de zonde was het in die dagen vanzelfsprekend dat er een straf op moest volgen (Rom.13:1-7). Nu Belial en het beest uit de zee, Apollyon, vandaag steeds meer macht krijgen, worden de Bijbelse waarden verder vertrapt. Schreef Johannes niet dat de zon verduisterd en de maan als bloed zou worden? (Op.6:12-17).

De straf wordt gegeven om herhaling te voorkomen, maar vooral om in de zienlijke wereld duidelijk te maken dat er bij een overtreding een vergelding moet komen. Voor wat, hoort wat. Maar de aardse overheden houden geen rekening met de veroorzaker van álle zonden, de Satan. Een normaal mens moet sterk genoeg zijn om zo’n zonde niet weer te willen doen, hij wil de zonde overwinnen. Met Paulus weten wij echter dat men, als men zonden doet, gebonden is (Rom.7). Met de zondegeest in zich doet men niet wat de wet gebiedt, maar wordt men als het ware gedwongen om ons juist niét aan de wet te houden.

Zo moet de mens erkennen dat hij op bepaalde terreinen de demonen niet de baas is. De geest van de mens wil dan wel het juiste doen, maar het vlees kan niet op tegen de demon die de touwtjes in handen heeft. Dit is een geestelijke strijd. Daarom zal een mens die buiten het Koninkrijk van God leeft, nooit de strijd tegen de zonde kunnen winnen. Hij kan ervoor kiezen om zich nog meer in te spannen, maar hij blijft gebonden. Er zijn veel mensen, die niet beseffen dat ze gebonden zijn, ze zijn niet bekend met de geestelijke wereld. Daarom houden ze altijd een moeizaam leven.

De maanzieke jongen

Jezus heeft echter geleerd hoe men de zondemachten kan weerstaan en hoe men ervan bevrijd kan worden. Zet de demonen buiten ‘uw huis’, parasiterende kostgangers moeten de toegang ontzegd worden! Als u uzelf niet kunt bevrijden van zonde- en ziektegeesten, kunt u in de gemeente om hulp vragen om die demonen uit te drijven. Ga allereerst bij u zelf na door welke machten u beheerst wordt. Denk aan geweldmachten, die een mens volledig kunnen beheersen. Het kan tijden lang goed gaan, maar plotseling grijpt die demon je aan, vergelijk ook hoe de machten de maanzieke jongen beheersten. Geef u zelf niet de schuld van uw gedrag, maar wijs de boze geesten aan die dit veroorzaken. Geef u zelf ook niet de schuld als u ziek wordt, wijs ook dan de ziektegeesten aan, die u ziek en zelfs dood willen hebben. Natuurlijk is het verstandig om goed om te gaan met je lijf en leden, maar tijdens de ziekte spreekt u de ziekte-demonen aan.

Denk ook aan de machten van de duisternis die de mens opjutten tot onreine gedachten en handelingen. De machten die een mens verslaafd laten raken aan een genotsmiddel of aan het steeds maar weer móeten gokken, stelen of brandstichten. De hartstocht tot het verkeerde wordt constant door satans demonen aangewakkerd. Het Oude Testament kende geen enkele oplossing voor dit soort zaken. Ook de kerken van vandaag de dag, inclusief veel evangelische kringen, leven nog oudtestamentisch. Je kan dus niet verwachten dat ze gebonden mensen op een geestelijke wijze kunnen verlossen. Ze gaan ervan uit dat de dood de uiteindelijke oplossing van het probleem is. Maar in het Nieuwe Testament wordt toch duidelijk gewezen op de mogelijkheid tot bevrijding van gebondenen. Er is herstel mogelijk, zoals Paulus zegt in 1 Corinthe 6:11:

  • ‘Sommige van u zijn dat (ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en oplichters) geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de naam van de Heer Jezus en door de Geest van onze God’.

Het woord ‘schoongewassen’ geeft aan dat de zonde niet langer heerst. Als de mens gereinigd is, is de mens in wezen niet slecht. De mens is goed, er komt alleen zo’n vuile laag, zo’n neerslag over. Wij zijn geen duivels, wij zijn in wezen niet verdorven, maar we zijn er mee vergroeid. Daar moeten we van gereinigd worden, zoals David zei: ‘Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw’ (Ps.51:9). Dat is de boodschap van David uit Psalm 51, dat is heel wat anders dan de vermeende erfzondeleer. Door de reiniging van de zonden bent u heilig, afgezonderd van de demonen van de duisternis. U bent gerechtvaardigd door de naam van Jezus Christus, die Zich tegenover de vijand heeft gesteld en door Gods Geest die in u werkt als u de machten van de duisternis verdreven heeft. Het evangelie van het koninkrijk van de hemelen geeft Goddank inzicht in deze materie. Jezus heeft dit laten zien. Hij kon zeggen:

  • ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet door wie zij gebruikt worden’.
  • Zo zei Jezus ook tegen Petrus: ‘Simon, Simon, zie, de Satan wilde u ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Lucas 22:31,32).

De Satan is de veroorzaker van alle kwaad. Tegen de Farizeeën zegt Jezus dat zij de duivel als vader hebben, Hij zegt er ook bij dat zij niét van hem bevrijd willen worden. Zo kunt u de duistere machten, die op u en anderen afkomen, identificeren.

Mensen zijn soms overweldigd door die machten, zoals Jezus in Marcus 1:23 ziet hoe een man door onreine geesten overweldigd was. De geesten in die man worden onrustig als Jezus hen herkent, zij schreeuwen naar Hem, maar Jezus drijft ze uit. Ook nu zijn er mensen, die merken dat ze in de greep komen of zijn van een (onreine) geest en hoewel zij het wel willen, kunnen zij zich er niet aan ontworstelen. In de gemeente mag men die mensen bevrijden, waarbij het niet gaat over of iemand schuldig is. De demonen zijn de veroorzakers van het kwaad, zij zijn schuldig.

Zonden achteraf

Er zijn ook zonden die achteraf openbaar worden, je doet het zonder of voordat je het weet. Zo zijn er mensen die met hun ondraaglijke pijn naar de magnetiseur gaan. Zij schrijven de paranormale krachten van zo iemand toe aan God. Dit komt omdat zij op oudtestamentische manier denken: ‘alles wat uit de onzienlijke wereld komt is van God.’ Er is geen zicht op de onzienlijke wereld en dus ook geen zicht op het werk van de Satan. Maar door de magnetiseur te bezoeken, wordt hun kleed alleen maar zwaarder en vuiler en God kan niet meer tot hen doordringen. Zij worden steeds depressiever, hoewel ze misschien op natuurlijk gebied genezing ontvangen. Een natuurlijk mens zoekt zo genezing bij een geestelijk mens, want zeker weten, de magnetiseur is een geestelijk mens. Hij werkt alleen wél vanuit het verkeerde deel van de geestelijke wereld, het rijk van de duisternis en op die manier zul je niet genezen, maar bezet gebied worden! Zo kan de duivel ook mensen genezen. Het gaat daarom ook hierin om de rol van het geweten. Durft u eerlijk te zijn en op uw gevoel af te gaan, durft u te zeggen dat dit eigenlijk niet de goede weg is?

Wie eerlijk is en zijn geweten nog niet heeft dichtgeschroeid, gaat geestelijk denken en daarnaar handelen. Die onderkent dat de krachten van zo’n genezer niet van God kunnen komen en dat je uit de buurt moet blijven van dit soort behandelmethodes. Want als de ene macht uitgedreven wordt, komt een andere, sterkere macht in je wonen met alle gevolgen van dien. Als je geestelijk gaat leven, ga je bidden om genezing, want alleen Jezus heeft de macht over zowel de boze als de goede engelen. De hoofdman van Kapernaüm wist dat ook, toen hij voor genezing van zijn zieke knecht naar Jezus toe ging: De macht die zijn knecht ziek maakte, zou alleen maar op bevel van Jezus kunnen wijken, want Jezus heeft alle macht. Als Hij de demonen verdrijft, komen er geen andere, sterkere duivelen. Dat gebeurt wel als de duivel, de overste van deze wereld, de machten weg stuurt. Je ziet er niets van, het is een geestelijk gebeuren, maar Jezus heeft ons de tegenwerkende machten geopenbaard. Zo blijven we niet meer zitten in onze ellende, we nemen er geen genoegen meer mee, maar we gaan de strijd aan.

Hebben de sterren invloed op uw leven?

Er zijn mensen die willen weten hoe hun toekomst er uit is. Zij gaan daarvoor niet naar Jezus, maar naar een waarzegger of een astroloog, of ze lezen de horoscopen. Paulus schrijft echter dat je daarvoor bij de gemeente moet zijn, zodat door de gemeente de veelkleurige wijsheid van God bekend gemaakt zal worden (Ef.3:10). De Heer maakt duidelijk hoe de toekomst zal zijn, het is opvallend hoe weinig kerkgangers daar iets van kennen. Ze kunnen voorspellen dat er rampen zullen zijn, als hongersnoden en aardbevingen, maar dat halen ze uit de krant. Maar de Heer zegt dat we als koningen op de troon zullen zitten en dat we de demonen van de duisternis zullen overwinnen, dat is onze toekomst.

Bijbels teken?

Gods Geest maakt ons duidelijk wat voor heerlijke toekomst wij hebben: Wij zullen bij de herschepping alles herstellen, wij zullen mensen brengen naar het nieuwe Jeruzalem, naar de Levensboom onder wiens bladeren genezing is (Op.22:1,2). Voor veel mensen houdt de toekomst op bij het sterven, zij komen dan in een onzekere wereld. Wij weten dat we de dood niet zullen zien en onze werken volgens ons na. De moeiten blijven achter, maar wat wij hier gedaan hebben in de naam van Jezus, doen we na ons sterven duizendvoudig. Daarom zoeken we onze zekerheid niet in een sterrenbeeld of in een amulet, als het nodig zal de Heer ons zijn engelen voor bescherming sturen.

Zich verbinden met demonen

Er zijn veel volken, die in de zichtbare wereld verbonden zijn met dieren en daarmee onzichtbaar verbonden zijn met demonen. Zo kennen we de heilige koe in India, maar ook in Canada zijn stammen verbonden met bijvoorbeeld een arend. Er zijn veel gebonden mensen, doordat zij op reis allerlei tempels bezoeken en zich laten inwijden of meedoen aan bepaalde rituelen. Zij onderkennen niet het gevaar wat daarin schuilt, het gevaar dat je bezet gebied wordt, dat zo’n macht van je bezit neemt. Ook al is het nog zo ‘in’, pas op dat u daar niet in meegaat.

Demonen uitstallen in eigen huis

Het is ook onbegrijpelijk dat kerkgangers beelden in hun huis nemen. Denk aan de souvenirs die meegenomen worden uit oosterse landen. Trouwens, je kan ze tegenwoordig ook gewoon kopen in woonwinkels en tuincentra. Wie kent niet de Boeddhabeelden en de wierookstokjes, om maar eens enkele te noemen. Mensen beseffen niet welke demonen hier achter zitten. Paulus zegt:

  • ‘Een afgod is niets, maar de demon die er achter zit, die bestaat echt en oefent zijn macht uit’.

Wij willen ons oefenen in het herkennen van dit soort zaken. Wij willen steeds meer inzicht krijgen in de geestelijke wereld. Wij willen de camouflage van de duivel wegnemen en bewust zijn van de macht die hij in ons leven uit wil oefenen. Wij willen de zonde leren (her)kennen, zodat we weerstand bieden aan de duivel, die ons wil verleiden tot allerlei soort van zonde. Wilt u dat ook?